Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0070

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
22-09-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
09/755003-09 en 09/2463
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

art. 31 onder a Sv; geen definitie "verhoor"opgenomen. Bezwaar ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJFS 2010, 9
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/755003-09

Kenmerk RK: 09/2463

Beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage, meervoudige raadkamer in strafzaken, op het bezwaarschrift ex artikel 32 van het Wetboek van Strafvordering (Sv) van:

[klager],

geboren op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats],

wonende te [adres],

te dezer zake domicilie kiezende te Sophialaan 9, 2524 JR 's-Gravenhage,

ten kantore van mr. J.S. Spijkerman,

blijkens een daarvan opgemaakte akte op 16 juli 2009 ter griffie van deze rechtbank ingediend, tegen het bevel van de officier van justitie, mr. N.M. Boersma, om kennisneming van bepaalde processtukken in de strafzaak tegen verdachte aan verdachte te onthouden.

De rechtbank heeft kennisgenomen van het proces-verbaal van politiekorps Haaglanden, directie Recherche en Vreemdelingenpolitie, bureau Recherche Expertise, Financiƫle Recherche Unit met proces-verbaalnummer 15J1/2008/3447.

De rechtbank heeft op 8 september 2009 dit bezwaarschrift in raadkamer behandeld.

Verdachte is - hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen - niet in raadkamer verschenen; wel aanwezig was zijn raadsman, mr. J.S. Spijkerman, advocaat te 's-Gravenhage.

De officier van justitie, mr. N.M. Boersma, heeft in raadkamer geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het bezwaarschrift.

Beoordeling van het bezwaarschrift.

De raadkamer van de rechtbank is bevoegd tot afdoening van het bezwaarschrift.

Het bezwaarschrift is tijdig ingediend.

De raadsman heeft, zakelijk weergegeven, het volgende aangevoerd. Verdachte is tijdens zijn verhoor geconfronteerd met en ondervraagd over de inhoud van de processtukken waarop het bevel van de officier van justitie tot onthouding van kennisneming betrekking heeft. Deze processtukken zijn onlosmakelijk verbonden met het proces-verbaal van verhoor en mogen hem derhalve ingevolge artikel 31 onder a Sv niet worden onthouden.

De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de tijdens het verhoor van verdachte door de verbalisanten getoonde stukken geen onderdeel zijn van het proces-verbaal van verhoor, zoals bedoeld in artikel 31 onder a Sv.

In artikel 31 onder a Sv is bepaald dat aan verdachte de kennisneming van 'de processen-verbaal van zijne verhooren' niet mag worden onthouden.

In het Wetboek van Strafvordering is geen definitie van het begrip 'verhoor' opgenomen. Uit de wetsgeschiedenis volgt dat de wetgever bij het begrip 'verhoor' de ondervraging van verdachte voor ogen heeft gestaan (zie HR 1 oktober 1985, NJ 1986, 406, rov. 5.2.1). Het proces-verbaal van verhoor is de schriftelijke weergave van de aan verdachte gestelde vragen en hetgeen verdachte tijdens dat verhoor heeft verklaard.

Op grond van de tekst van artikel 31 onder a Sv vallen aan verdachte tijdens zijn verhoor bij de politie getoonde stukken niet onder voornoemde bepaling. Evenmin biedt de wetsgeschiedenis bij deze bepaling een aanknopingspunt voor een uitleg zoals door de raadsman voorgestaan. Bovendien zou door een dergelijke uitleg van art. 31 onder a Sv het met de onthouding van processtukken beoogde doel - het dienen van het belang van het onderzoek (naar de waarheid) - kunnen worden doorkruist.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat onder 'verhoor' niet vallen de tijdens dat verhoor in het kader van de ondervraging aan verdachte getoonde stukken.

De situatie zoals bedoeld in artikel 31 onder a Sv doet zich derhalve niet voor.

Beslissing.

De rechtbank verklaart het bezwaarschrift ongegrond.

Aldus gedaan te 's-Gravenhage door mrs Van Rens, voorzitter, Veldt-Foglia en De Kimpe, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Dekker, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 22 september 2009.