Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BK0031

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-10-2009
Datum publicatie
14-10-2009
Zaaknummer
AWB 09/34170
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring / overschrijding termijn vooronderzoek / vreemdeling niet in zijn belang geschaad

Uit de bewoordingen van artikel 96, eerste lid van de Vw 2000, noch uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling kan worden afgeleid dat het gevolg is beoogd dat de enkele overschrijding van de in die bepaling neergelegde termijn tot gevolg heeft dat voortduring van de bewaring niet langer rechtmatig is. Nu het beroepschrift op 22 september 2009 is ontvangen, liep de termijn voor het vooronderzoek, gesteld bij het eerste lid van artikel 96 van de Vw 2000, op 29 september 2009 af. De rechtbank heeft het vooronderzoek evenwel gesloten op 2 oktober 2009, zodat de even bedoelde termijn met drie dagen overschreden is. De rechtbank doet zes dagen na de geconstateerde overschrijding onderhavige uitspraak. De door de wet voorgeschreven maximale termijn inzake de gezamenlijke duur van het vooronderzoek en het doen van de schriftelijke uitspraak na het sluiten van het onderzoek wordt dan ook met niet meer dan twee dagen overschreden. Voorts heeft eiser na ontvangst van de voortgangsrapportage geen nadere beroepsgronden ingediend.

Eiser is dan ook niet in betekenende mate in zijn belang geschaad door de onderhavige overschrijding van de termijn betreffende het vooronderzoek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector Bestuursrecht

Zittinghoudende te Amsterdam

zaaknummer: AWB 09/34170

V-nr: *

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken

in het geding tussen:

eiser [naam], geboren [datum] in 1986, van (gestelde) Palestijnse nationaliteit,

gemachtigde: mr. drs. I.N. Wildschut, advocaat te Amsterdam

en:

de staatssecretaris van Justitie,verweerder.

1. Procesverloop

Op 17 maart 2009 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vreemdelingenwet (Vw) 2000 in bewaring gesteld.

Deze rechtbank en zittingsplaats heeft eerdere beroepen tegen de oplegging dan wel voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel, laatstelijk bij uitspraak van 8 september 2009 ongegrond verklaard.

Op 22 september 2009 heeft eiser beroep ingesteld tegen het voortduren van de vrijheidsontneming. Daarbij heeft hij opheffing van de maatregel tot bewaring gevorderd alsmede toekenning van schadevergoeding.

Op 25 september 2009 heeft verweerder de rechtbank inlichtingen verstrekt over de voortgang van de voorbereiding van de uitzetting. De rechtbank heeft deze inlichtingen op dezelfde datum doorgezonden aan de gemachtigde van eiser. Deze heeft per faxbericht niet op verweerders inlichtingen gereageerd.

De rechtbank heeft het vooronderzoek gesloten en op grond van artikel 96 van de Vw 2000 bepaald dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft.

2. Overwegingen

Gelet op de inhoud van het dossier en de door partijen overgelegde stukken acht de rechtbank zich voldoende voorgelicht om zonder zitting uitspraak te kunnen doen.

In artikel 96, eerste lid, van de Vw 2000, is voor zover hier van belang, het volgende bepaald. De rechtbank sluit het onderzoek binnen een week na ontvangst van het beroepschrift. In afwijking van artikel 8:57 van de Awb kan de rechtbank ook zonder toestemming van partijen bepalen dat het onderzoek ter zitting achterwege blijft. In artikel 96, tweede lid, van de Vw 2000, is bepaald dat de rechtbank, in het geval zij schriftelijk uitspraak doet, zij deze binnen een week na sluiting van het onderzoek doet. Deze termijn kan niet worden verlengd.

Nu het beroepschrift op 22 september 2009 is ontvangen, liep de termijn voor het vooronderzoek, gesteld bij het eerste lid van artikel 96 van de Vw 2000, op 29 september 2009 af. De rechtbank heeft het vooronderzoek evenwel gesloten op 2 oktober 2009, zodat de even bedoelde termijn met drie dagen overschreden is.

Uit de bewoordingen van artikel 96, eerste lid van de Vw 2000, noch uit de geschiedenis van de totstandkoming van deze bepaling kan worden afgeleid dat het gevolg is beoogd dat de enkele overschrijding van de in die bepaling neergelegde termijn tot gevolg heeft dat voortduring van de bewaring niet langer rechtmatig is. De rechtbank dient dan ook de vraag te beantwoorden of eiser door deze overschrijding in betekenende mate in zijn belangen is geschaad. De rechtbank beantwoordt deze vraag ontkennend en overweegt daartoe als volgt.

De rechtbank doet zes dagen na de geconstateerde overschrijding onderhavige uitspraak. De door de wet voorgeschreven maximale termijn inzake de gezamenlijke duur van het vooronderzoek en het doen van de schriftelijke uitspraak na het sluiten van het onderzoek wordt dan ook met niet meer dan twee dagen overschreden. Voorts heeft eiser na ontvangst van de voortgangsrapportage geen nadere beroepsgronden ingediend.

Eiser is dan ook niet in betekenende mate in zijn belang geschaad door de onderhavige overschrijding van de termijn betreffende het vooronderzoek.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank geen gronden aanwezig om toepassing te geven aan artikel 106 van de Vw 2000 of artikel 8:75 van de Awb.

3. Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Deze uitspraak is gedaan op 8 oktober 2009 door mr. R.H.G. Odink, voorzitter, in tegenwoordigheid van H.C. Hagen, griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

Afschrift verzonden op:

Conc.: HH

Coll:

D: C

VK

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.