Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ9580

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-10-2009
Datum publicatie
07-10-2009
Zaaknummer
AWB 09/18513
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Verzet
Inhoudsindicatie

Beslistermijn COA

Bij ontbreken van een wettelijke beslistermijn is de redelijke termijn normatief.

De rechtbank overweegt dat nu in het onderhavige geval een wettelijke beslistermijn ontbreekt de redelijke termijn uit artikel 4:13 Awb normatief is. Gemachtigde van opposante heeft gemotiveerd aangegeven dat in onderhavig concreet geval van verweerder mocht worden verwacht een beschikking te geven binnen een redelijke termijn die korter is dan de uiterste beslistermijn van acht weken. Ingevolge de wet is bij de beoordeling van wat de redelijke beslistermijn is de periode van acht weken niet een minimum, maar een maximum. Gelet op de door opposante in casu beschreven omstandigheden volgt de rechtbank opposante in haar, door verweerder onbetwiste, stellingname dat geen prematuur beroep is ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op de aanvraag.

Het beroep is derhalve ten onrechte met toepassing van artikel 8:54 Awb niet-ontvankelijk verklaard.

Het verzet zal gegrond worden verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Nevenzittingsplaats Haarlem

zaaknummer: AWB 09 / 18513

Uitspraak ingevolge artikel 8:55 Algemene wet bestuursrecht (Awb) van de enkelvoudige kamer voor verzetzaken van 5 oktober 2009

in de zaak van:

[opposante],

geboren op [geboortedatum], van Iraakse nationaliteit,

opposante,

gemachtigde: mr. J.J. Wedemeijer, advocaat te Alkmaar,

tegen:

het Centraal Orgaan Opvang Asielzoekers (COA),

geopposeerde, zetelend te Rijswijk.

1. Procesverloop

1.1 Opposante heeft bij brief van 22 mei 2009 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit door geopposeerde.

1.2 Bij uitspraak van 5 juni 2009 heeft de rechtbank het beroep van opposante met toepassing van artikel 8:54 Algemene wet bestuursrecht (Awb) niet-ontvankelijk verklaard.

1.3 Tegen deze uitspraak heeft opposante bij brief van 15 juni 2009, per fax ter griffie ontvangen op 17 juni 2009, verzet gedaan. Hierbij heeft opposante aangegeven het verzet mondeling te willen toelichten.

1.4 De rechtbank heeft geopposeerde bij brief van 26 juni 2009 in kennis gesteld van het gedane verzet.

1.5De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 21 september 2009. Opposante is vertegenwoordigd door haar gemachtigde. Verweerder is niet verschenen.

2. Overwegingen

2.1 In verzet heeft opposante, samengevat, bestreden dat het beroep gericht tegen het niet tijdig beslissen op de aanvraag prematuur is geweest. Er diende op zeer korte termijn duidelijkheid te komen over de financiering van de contra-expertise voor documentenonderzoek waarvan het evident was dat deze in de besluitvormingsfase werd overgelegd. Het is immers ingevolge vaste jurisprudentie slechts mogelijk een expertise materieel te weerleggen door middel van concrete aanknopingspunten neergelegd in een contra-expertise. Er dient binnen twee weken na het voornemen, voor het indienen van de zienswijze, een definitieve opdracht voor een contra-expertise te zijn gedaan. Verweerder zou in zaken als de onderhavige binnen een week moeten beslissen.

2.2 De rechtbank oordeelt als volgt.

2.3 In deze procedure beperkt het geschil zich tot de vraag of deze rechtbank en nevenzittingsplaats het beroep van opposante bij uitspraak van 5 juni 2009 terecht en op goede gronden met toepassing van artikel 8:54 Awb niet-ontvankelijk heeft verklaard.

2.4 Ingevolge artikel 4:13, eerste lid, Awb dient een beschikking te worden gegeven binnen de bij wettelijk voorschrift bepaalde termijn of, bij het ontbreken van zulk een termijn, binnen een redelijke termijn na ontvangst van de aanvraag. In het tweede lid van dit artikel is bepaald dat de in het eerste lid bedoelde redelijke termijn in ieder geval is verstreken wanneer het bestuursorgaan binnen acht weken na ontvangst van de aanvraag geen beschikking heeft gegeven, noch een kennisgeving als bedoeld in artikel 4:14 Awb heeft gedaan.

2.5 De rechtbank overweegt dat nu in het onderhavige geval een wettelijke beslistermijn ontbreekt de redelijke termijn uit artikel 4:13 Awb normatief is. Gemachtigde van opposante heeft gemotiveerd aangegeven dat in onderhavig concreet geval van verweerder mocht worden verwacht een beschikking te geven binnen een redelijke termijn die korter is dan de uiterste beslistermijn van acht weken. Ingevolge de wet is bij de beoordeling van wat de redelijke beslistermijn is de periode van acht weken niet een minimum, maar een maximum. Gelet op de door opposante in casu beschreven omstandigheden volgt de rechtbank opposante in haar, door verweerder onbetwiste, stellingname dat geen prematuur beroep is ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van verweerder op de aanvraag.

2.6 Het beroep is derhalve ten onrechte met toepassing van artikel 8:54 Awb niet-ontvankelijk verklaard.

2.7 Het verzet zal gegrond worden verklaard. Het onderzoek zal worden voortgezet in de stand waarin het zich bevond waarbij tevens een beslissing over de kosten van de verzetprocedure zal worden genomen.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het verzet gegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. G.W.S. de Groot, rechter, en op 5 oktober 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van A.J. Vervoordeldonk, griffier.

Afschrift verzonden op:

Coll:

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak staat geen gewoon rechtsmiddel open.