Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ7281

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-09-2009
Datum publicatie
14-09-2009
Zaaknummer
306108 - HA ZA 08-749
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Incident tot tussenkomst. Faillissementscurator vordert voeging, maar bedoelt - blijkens zijn stellingen - tussenkomst. De vordering wordt dan ook als zodanig begrepen en de gewenste tussenkomst wordt toegewezen. Dat de curator al partij is in de hoofdzaak - als curator in een aantal andere ("oudere") faillissementen, betekent niet dat hij ook al als materiële procespartij kan worden beschouwd als curator in het "nieuwe" faillissement. Het door de curator beoogde doel kan - anders dan door verweerders in het incident wordt gesteld - niet worden bereikt door middel van een eisvermeerdering, c.q. -wijziging. Rolverwijzing de tussenkomende partij in de gelegenheid te stellen zijn (eigen) vordering in een petitum vast te leggen en nader te onderbouwen en om alle partijen de mogelijkheid te geven nader in te gaan op de eventuele gevolgen van de tussenkomst voor de in een eerder tussenvonnis verstrekte bewijsopdracht.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 306108 / HA ZA 08-749

Vonnis in het incident tot interventie van 9 september 2009

in de zaak van:

mr. Amos Yair KROLL,

handelend in zijn hoedanigheid van curator in de faillissementen van [A.] Aannemersbedrijf Rijpwetering B.V. en Loonbedrijf [A.] B.V.,

wonende en kantoorhoudende te Alphen aan den Rijn,

eiser in de hoofdzaak,

verweerder in het incident,

advocaat: mr. J.C. Dorrepaal,

tegen:

1. [B.]

wonende te [woonplaats],

2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AANNEMERSBEDRIJF ALKEMADE B.V.,

gevestigd te Rijpwetering, gemeente Alkemade,

gedaagden in de hoofdzaak,

verweerders in het incident,

advocaat: mr. D. Tap,

en tegen:

mr. A.Y. KROLL,

handelend in zijn hoedanigheid van curator in het faillissement van Gebr. [A.] B.V.,

wonende te Alphen aan den Rijn,

eiser in het incident,

advocaat mr. J.C. Dorrepaal.

Partijen zullen hierna worden aangeduid als "mr. Kroll", "[B.]" en "Alkemade". Voormelde gefailleerden zullen hierna "Aannemersbedrijf", "Loonbedrijf" en "Gebr. [A.]" worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- het tussenvonnis van 28 januari 2009;

- de akte houdende verzoek tot aanhouden (4 weken) van mr. Kroll, alscurator van Aannemersbedrijf en Loonbedrijf;

-de akte uitlaten bewijs van mr. Kroll, als curator van Aannemersbedrijf en Loonbedrijf;

- de akte uitlaten bewijs van [B.] en Alkemade;

- de incidentele conclusie tot voeging in een aanhangig rechtsgeding vanmr. Kroll, als curator van Gebr. [A.];

- de conclusies van antwoord in het incident van de zijde van [B.] en Alkemade en van mr. Kroll als curator van Aannemersbedrijf en Loonbedrijf.

1.2. Tenslotte is vonnis bepaald in het incident.

2. De vordering en de grondslag daarvan

In de hoofdzaak:

2.1. Voor wat betreft de door mr. Kroll als curator van Aannemersbedrijf en Loonbedrijf ingestelde vorderingen (in de hoofdzaak), de daaraan ten grondslag gelegde stellingen en het daartegen door [B.] en Alkemade gevoerde verweer, verwijst de rechtbank hier kortheidshalve naar het tussenvonnis van 28 januari 2009, waarbij zowel aan mr. Kroll als [B.] en Alkemade een bewijsopdracht is verstrekt.

In het incident:

2.2. Als curator van Gebr. [A.] vordert mr. Kroll (in het petitum van zijn incidentele conclusie) te worden toegelaten als gevoegde partij in de hoofdzaak. Verkort weergegeven voert hij daartoe het volgende aan.

Gebr. [A.] is op 19 mei 2009 (ook) failliet verklaard. Samen met Aannemersbedrijf en Loonbedrijf vormde zij het in r.o. 2 van het tussenvonnis bedoelde drietal [A.] vennootschappen met wie [B.] op 20 juli 2007 een koopovereenkomst sloot, welke overeenkomst mr. Kroll nadien op grond van artikel 42 van de Faillissementswet heeft vernietigd. Niet uit te sluiten valt dat Gebr. [A.] ook eigenaresse is geweest van (een aantal van) de bij voormelde overeenkomst verkochte goederen. Op grond hiervan wenst mr. Kroll zich, als curator van Gebr. [A.], te voegen in de hoofdzaak, onder meer om eenzelfde vordering zoals vermeld in het petitum van de inleidende dagvaarding in de hoofdzaak in te stellen op basis van de in die dagvaarding genoemde feiten en gronden.

2.3. Mr. Kroll heeft zich, als curator van Aannemersbedrijf en Loonbedrijf, gerefereerd aan de gevorderde voeging. [B.] en Alkemade ook, zij het onder plaatsing van een (procesrechtelijke) kanttekening.

3. De beoordeling

In het incident:

3.1. De door [B.] en Alkemade - in hun kanttekening - opgeworpen vraag of mr. Kroll - nu hij in de hoofdzaak reeds de formele procespartij is - niet ook reeds als de materiële procespartij moet worden aangemerkt, zodat voeging in de zin van artikel 217 Rv. niet meer aan de orde kan komen en een eisvermeerdering c.q. -wijziging meer in de rede ligt, beantwoordt de rechtbank ontkennend. In de hoofdzaak beperkt het materiële geschil tussen partijen zich tot dusver tussen enerzijds mr. Kroll als curator van Aannemersbedrijf en Loonbedrijf en anderzijds [B.] en Alkemade. Wanneer mr. Kroll - zoals hij aangeeft - ook als curator van Gebr. [A.] een vordering wenst in te stellen tegen [B.] en Alkemade, zal hij hen separaat moeten dagvaarden of moeten interveniëren op de voet van artikel 217 Rv. Door middel van een eisvermeerdering c.q. - wijziging - die enkel kan worden gedaan door mr. Kroll als curator van Aannemersbedrijf en Loonbedrijf - kan dat doel niet worden bereikt. Mr. Kroll is dus ontvankelijk in zijn incidentele vordering.

3.2. In het petitum van zijn incidentele conclusie vordert mr. Krol weliswaar zich te mogen "voegen", maar blijkens zijn stellingen die hij daaraan ten grondslag legt, beoogt hij te mogen "tussenkomen". Hij wil immers als curator van Gebr. [A.] een eigen vordering instellen tegen [B.] en Alkemade. Laatstgenoemden hebben dat ook begrepen (zo blijkt althans uit hun antwoordconclusie in het incident), dan wel moeten (kunnen) begrijpen. De rechtbank zal de vordering van mr. Kroll dan ook verder behandelen als een incidentele vordering tot tussenkomst.

3.3. Met partijen is de rechtbank van oordeel dat mr. Kroll, als curator van Gebr. [A.], het wettelijk vereiste belang bij tussenkomst in de hoofdzaak heeft. De incidentele vordering zal dan ook worden toegewezen.

3.4. Om praktische redenen zal de beslissing over de kosten van het incident worden aangehouden tot de einduitspraak in de hoofdzaak.

In de hoofdzaak:

3.5. De zaak zal worden verwezen naar na te melden rolzitting, teneinde mr. Kroll, als curator van Gebr. [A.], in de gelegenheid te stellen - bij conclusie - zijn (eigen) vordering in de hoofdzaak in een petitum neer te leggen en nader te onderbouwen. Gelet op de reeds in het kader van het incident tussen partijen ontstane discussie met betrekking tot de in het tussenvonnis van 28 januari 2009 aan mr. Kroll verstrekte bewijsopdracht, wordt mr. Kroll, als curator van de drie [A.] vennootschappen verzocht in bedoelde conclusie ook nader in te gaan op de - eventuele - gevolgen van de tussenkomst van Gebr. [A.] voor de in het tussenvonnis aan hem verstrekte bewijsopdracht, rekeninghoudend met hetgeen [B.] en Alkemade daarover reeds hebben aangevoerd in hun antwoordconclusie in het incident.

3.6. [B.] en Alkemade zullen in de gelegenheid worden gesteld om op voormelde conclusie te reageren. Vervolgens zal vonnis worden gewezen.

3.7. Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

4. De beslissing

De rechtbank:

In het incident:

- staat mr. Kroll als curator van Gebr. [A.] toe om tussen te komen in de hoofdzaak;

- houdt de beslissing over de kosten van het incident aan tot de einduitspraak in de hoofdzaak;

In de hoofdzaak:

- verwijst de hoofdzaak naar de rolzitting van 7 oktober 2009 voor een conclusie aan de zijde van mr. Kroll - als tussenkomende partij en als eisende partij in de hoofdzaak - zoals bedoeld in r.o. 3.5.;

- houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H. Wien en in het openbaar uitgesproken op 9 september 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.