Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ6390

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-08-2009
Datum publicatie
31-08-2009
Zaaknummer
328277 HA ZA 09-161
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Partijen hebben een mondelinge overeenkomst gesloten, waarbij uitzendpersoneel ter beschikking is gesteld. De Arbeidsinspectie heeft na onderzoek een boete opgelegd aan de werkgever die personeel had ingeleend, omdat een ingeleende werknemer niet in het bezit was van een tewerkstellingsvergunning. Naar het oordeel van de rechtbank mocht de werkgever ervan uitgaan dat het uitzendbureau in het kader van de mondelinge overeenkomst alleen legale werknemers ter beschikking zou stellen. Het uitzendbureau beroept zich op overmacht. Zij meent dat haar geen verwijt kan worden gemaakt, omdat zij heeft gecontroleerd of het door haar uit te lenen personeel over de vereiste documenten beschikte. Het uitzendbureau dient te bewijzen dat de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst haar niet toerekenbaar was. Naar het oordeel van de rechtbank heeft het uitzendbureau haar beroep op overmacht onvoldoende onderbouwd. Niet gebleken is dat de vereiste controles van de documenten van het uit te lenen personeel zijn uitgevoerd. Bij gebreke van voldoende onderbouwing komt de rechtbank tot de conclusie dat het uitzendbureau toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de overeenkomst en dat zij de als gevolg daarvan geleden schade aan de werkgever dient te vergoeden. Nu het beroep op overmacht niet slaagt, kan in het midden blijven of het uitzendbureau een garantie heeft gegeven dat alleen legale werknemers te werk gesteld zouden worden.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Prg. 2009, 170
AR-Updates.nl 2009-0665
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 328277 / HA ZA 09-161

Vonnis van 19 augustus 2009

in de zaak van

[eiser]

wonende en zaakdoende te [plaats]

eiser,

advocaat mr. P.J.L.J. Duijsens te 's-Gravenhage,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

AXCESS PERSONEELSDIENSTEN B.V.,

gevestigd te Pijnacker, gemeente Pijnacker-Nootdorp,

gedaagde,

advocaat mr. N. Türkkol te Amsterdam.

Partijen zullen hierna [eiser] en Axcess genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 24 december 2008;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 11 maart 2009, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 26 juni 2009.

De datum van vonnis is bepaald op heden.

De feiten

Axcess heeft in 2006 op grond van een mondelinge overeenkomst uitzendpersoneel aan [eiser] ter beschikking gesteld.

Op 23 oktober 2006 heeft de Arbeidsinspectie een onderzoek uitgevoerd op het bedrijf van [eiser] aan [adres] in verband met een controle in het kader van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Van dit onderzoek is een schriftelijk rapport opgemaakt.

Uit het door de Arbeidsinspectie ingestelde onderzoek is gebleken dat door Axcess een werknemer bij [eiser] tewerk is gesteld, die niet in het bezit was van een tewerkstellingsvergunning.

De bestuurder van Axcess, [bestuurder X], heeft op 15 november 2006 tijdens een verhoor door twee inspecteurs van de Arbeidsinspectie het volgende - voor zover van belang - verklaard:

"(...)Ik ben bestuurder van de besloten vennootschap Axcess Holding en leg deze verklaring af (....) Ik ben degene die over personele zaken gaat. (.....) Als ik een nieuwe medewerker aanneem vraag ik de persoon om zijn identiteitsbewijs en sofinummer. Ik controleer het identiteitsbewijs op echtheid en of de persoon die voor mij staat ook de persoon is die op het identiteitsbewijs staat. Ook heb ik een blauwe lamp, maar die gebruik ik niet altijd. Dit gebeurt soms in geval van drukte. Ik heb een aantal jaren geleden een cursus documentherkenning gevolgd. Ook heb ik een boekje waarmee ik de echtheidskenmerken kan nakijken. Als ik niet zeker ben of het wel klopt dan neem ik de persoon niet aan. Ik laat de aangeboden identiteitsbewijzen niet controleren door een officiële instantie. Ook laat ik de klant controleren of de juiste persoon zich wel meldt. De persoon [A.], die op 23 oktober werkend is aangetroffen bij [eiser] in [plaats] was bij mij in dienst. Deze persoon werkte via mij voor het uitzendbureau Intermega. U vertelt mij dat het kopie van het document dat u heeft aangetroffen een vervalsing is en dat is gebleken dat deze persoon in werkelijkheid een asielzoeker is. Dat verbaast mij, want ik dacht dat zijn document in orde was. (...)"

Bij beschikking van 11 september 2007 heeft de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) aan [eiser] een bestuurlijke boete opgelegd van € 5.500,-- in verband met overtreding van artikel 2, lid 1 Wav.

Bij brieven van 16 oktober 2007 en 1 november 2007 heeft [eiser] tegen deze beschikking bij de Minister van SZW bezwaar gemaakt.

Bij beschikking van 11 februari 2008 heeft de Minister van SZW het bezwaarschrift van 16 oktober 2007, aangevuld met de gronden op 1 november 2007, ongegrond verklaard.

Bij brieven van 12 september 2008 en 20 oktober 2008 heeft [eiser] Axcess aansprakelijk gesteld voor de door de Arbeidsinspectie aan hem opgelegde boete en verzocht het bedrag van € 5.500,-- te betalen, vermeerderd met de wettelijke rente. Axcess heeft dit bedrag niet betaald.

Het geschil

[eiser] vordert bij vonnis, uitvoerbaar bij voorraad, Axcess te veroordelen tot betaling van een bedrag van € 5.500,--, te vermeerderen met de kosten van juridische bijstand ad € 1.250,-- exclusief BTW, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente vanaf het moment van betaling aan de Staat der Nederlanden van € 5.500,--, en de kosten van de procedure.

[eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat Axcess toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de (mondelinge) overeenkomst. [eiser] had met Axcess uitdrukkelijk afgesproken dat alleen legale werknemers door Axcess zouden worden tewerkgesteld. Dit is niet gebeurd, waardoor [eiser] schade heeft geleden, bestaande uit een door de Arbeidsinspectie opgelegde boete van € 5.500,--. Daarnaast heeft [eiser] aan kosten van juridische bijstand een bedrag van € 1.250,-- betaald.

Axcess voert gemotiveerd verweer.

De beoordeling

Nu niet is gesteld dat partijen anders zijn overeengekomen, mocht [eiser] naar het oordeel van de rechtbank ervan uitgaan dat Axcess in het kader van de tussen partijen gesloten (mondelinge) overeenkomt alleen legale werknemers ter beschikking zou stellen. Axcess beroept zich op overmacht, onder verwijzing naar haar als bijlage 5 productie 1 door

mr. Duijsens ter comparitie overgelegde verklaring van haar [bestuuder Y]. Axcess voert in dit verband aan te hebben gecontroleerd of het door haar uit te lenen personeel beschikte over de benodigde documenten om te mogen werken. Axcess meent dan ook dat haar op geen enkele manier een verwijt kan worden gemaakt.

De rechtbank stelt in dit verband voorop dat Axcess dient te bewijzen dat de tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst haar niet toerekenbaar is. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Axcess haar beroep op overmacht onvoldoende onderbouwd. Uit de door [eiser] overgelegde verklaring van de betrokken bestuurder van Axcess volgt niet dat in dit geval de vereiste controles van de documenten van het uit te lenen personeel zijn uitgevoerd. In ieder geval is door Axcess geen navraag gedaan bij de instantie die de tewerkstellingsvergunning zou hebben afgegeven. Nu Axcess op dit punt geen specifiek bewijs heeft aangeboden, zal zij in het kader van deze procedure niet in de gelegenheid worden gesteld bewijs te leveren. Bij gebreke van voldoende onderbouwing van het beroep op overmacht komt de rechtbank tot de conclusie dat Axcess toerekenbaar tekort geschoten is in de nakoming van de overeenkomst.

Aangezien het beroep op overmacht niet slaagt, kan in het midden blijven of - zoals [eiser] stelt en Axcess uitdrukkelijk betwist - Axcess een garantie heeft gegeven dat alleen legale werknemers tewerkgesteld zouden worden. Op grond van de toerekenbare tekortkoming van Axcess dient zij de als gevolg daarvan door [eiser] geleden schade, zijnde de door de Arbeidsinspectie opgelegde boete ad € 5.500,--, te vergoeden.

De gevorderde wettelijke handelsrente komt niet voor toewijzing in aanmerking, nu deze uitsluitend ziet op de situatie dat betaling op grond van een overeenkomst niet tijdig plaatsvindt en niet ziet op het geval dat sprake is van een verplichting tot schadevergoeding, waarvan in de onderhavige zaak sprake is. De wettelijke rente zal worden toegewezen vanaf de datum van de dagvaarding, nu onduidelijk is of en zo ja, op welk moment de boete door [eiser] aan de Staat is betaald.

[eiser] heeft een bedrag van € 1.250,-- exclusief BTW aan buitengerechtelijke kosten gevorderd. [eiser] heeft gesteld dat zij voorafgaand aan de procedure tijd heeft besteed aan het lezen van stukken, het bespreken van de zaak en het voeren van overleg met de Arbeidsinspectie. Axcess heeft deze kosten betwist. De rechtbank overweegt dat [eiser] onvoldoende gespecificeerd heeft gesteld dat deze kosten zijn gemaakt ter zake van andere verrichtingen dan die waarvoor de in de artikelen 56 en 57 Rv bedoelde kosten een vergoeding plegen in te sluiten. Reeds op die grond wijst de rechtbank dit onderdeel van de vordering af.

Het voorgaande leidt tot de conclusie dat de vordering zal worden toegewezen op de hierna te vermelden wijze.

Axcess zal, als de in het ongelijk te stellen partij, worden veroordeeld in de kosten van deze procedure.

De beslissing

De rechtbank:

veroordeelt Axcess om aan [eiser], tegen behoorlijk bewijs van kwijting, te betalen een bedrag van € 5.500,--, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf 24 december 2008 tot de dag der algehele betaling;

veroordeelt Axcess in de kosten van deze procedure, tot heden aan de zijde van [eiser] begroot op een bedrag van € 1.163,25, waarvan € 395,25 aan verschotten en € 768,-- aan salaris advocaat;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst het meer of anders gevorderde af.

Dit vonnis is gewezen door mr. P.A. Koppen en in het openbaar uitgesproken op 19 augustus 2009 in tegenwoordigheid van de griffier