Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5722

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-08-2009
Datum publicatie
20-08-2009
Zaaknummer
Awb 09/26111
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Meldplicht / belang van de openbare orde / manipulatie vingertoppen

De rechtbank overweegt in zijn algemeenheid dat de openbare orde de maatregel van toezicht kan vorderen, indien een vreemdeling zijn vingerafdrukken heeft gemanipuleerd. Wat er echter ook zij van de stelling van verweerder dat eiser zich hieraan schuldig zou hebben gemaakt, deze omstandigheid blijkt niet uit de maatregel van toezicht zelf. De aan eiser opgelegde maatregel van toezicht (bestaande uit de wekelijkse meldplicht) vermeldt immers enkel dat eiser moet voldoen aan de verplichting tot het laten afnemen van vingerafdrukken, dat gebleken is dat het afnemen van vingerafdrukken niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd en dat de identiteit van eiser aldus niet kan worden vastgesteld. Hieruit blijkt niet dat eiser zijn vingertoppen opzettelijk zou hebben bewerkt, waardoor er geen goede vingerafdrukken gemaakt konden worden. Juist die omstandigheid raakt het belang van de openbare orde en komt in de maatregel niet tot uitdrukking. De enkele zin dat het afnemen van vingerafdrukken niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd is daartoe onvoldoende.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 28
Vreemdelingenwet 2000 54
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2009/396
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Groningen

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

Zaaknummer: Awb 09/26111

Uitspraak op het beroep tegen de maatregel op grond van artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd, althans zich noemende:

X

van Somalische nationaliteit

V-nummer

eiser,

gemachtigde: mr. H. Postma, advocaat te Groningen.

1. Ontstaan en loop van het geschil

1.1. De Staatssecretaris van Justitie, hierna verweerder, heeft bij besluit van 3 juli 2009 aan eiser een maatregel van toezicht in de zin van artikel 54, tweede lid, van de Vw 2000 opgelegd. Eiser is daarbij opgedragen zich één maal per week te melden bij de vreemdelingenpolitie in de tijdelijke noodvoorziening Ter Apel, Ter Apelervenen 4 te Ter Apel.

1.2. Eiser heeft tegen deze maatregel op 20 juli 2009 beroep ingesteld bij de rechtbank. De gronden van het beroep zijn op 30 juli 2009 ingediend.

1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank en aan de gemachtigde van eiser toegezonden.

1.4. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 3 augustus 2009. Eiser is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde. Voor verweerder is als gemachtigde verschenen mr. C. Bijsterbosch. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

2. Rechtsoverwegingen

2.1. In de bestreden maatregel van toezicht d.d. 3 juli 2009 is opgenomen:

“Gelet op het belang van de openbare orde leg ik u hierbij, overeenkomstig het gestelde in artikel 54, tweede lid, van de Vw 2000 een individuele verplichting op zich éénmaal per week te melden bij de vreemdelingenpolitie”.

Daartoe is in de maatregel overwogen dat alvorens de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vw 2000 in behandeling kan worden genomen, eiser moet voldoen aan de verplichting tot het laten afnemen van vingerafdrukken. Verweerder is gebleken dat het afnemen van vingerafdrukken niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd en de identiteit aldus niet kan worden vastgesteld.

2.2. Eiser heeft het volgende aangevoerd. Artikel 54, tweede lid, van de Vw 2000 eist een belang van openbare orde. In eisers geval is er geen sprake van een situatie waarbij op grond van de openbare orde een wekelijkse meldplicht kan worden opgelegd. Het opleggen van een maatregel als hier aan de orde, waarvan niet-naleving ingevolge artikel 108, eerste lid, Vw 2000 strafbaar is gesteld, behoeft een goede motivering. Onderhavige maatregel ontbeert een dergelijke motivering, nu die uitsluitend gelegen is in het argument dat het afnemen van vingerafdrukken niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd, waardoor de identiteit niet kan worden vastgesteld. Teneinde betere vingerafdrukken van eiser te verkrijgen, is al een bijzondere aanwijzing opgelegd aan eiser. Niet valt in te zien waarom de maatregel ex artikel 54 Vw 2000 dan nog moet worden opgelegd. Eiser heeft steeds meegewerkt aan het afnemen van vingerafdrukken en zal dat ook blijven doen. De openbare orde, noch enig ander doel wordt gediend door de opgelegde maatregel. Eiser stelt dat sprake is van détournement de pouvoir, nu de opgelegde maatregel niet strekt tot het doel het verlenen van medewerking aan het afnemen van vingerafdrukken.

Eiser heeft verwezen naar de uitspraak van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 26 juni 2009, Awb 09/20897.

2.3. Verweerder heeft ter zitting de opgelegde maatregel als volgt toegelicht. De reden voor het opleggen van de meldplicht is – en derhalve is het aspect van de openbare orde gelegen in – de omstandigheid dat de vingertoppen van eiser bewerkt zijn, waardoor geen goede vingerafdrukken kunnen worden genomen. Daarbij verwijst verweerder naar haar brief van 3 april 2009 aan de Tweede Kamer, met kenmerk 5595028/09. Als gevolg daarvan kunnen eisers identiteit en nationaliteit niet vastgesteld worden en kan verweerder niet in het systeem Eurodac nagaan of eiser, die in afwachting is van de feitelijke indiening van een asielaanvraag, wellicht eerder asiel heeft gevraagd dan wel eerder in een ander Europees land is geweest. Dit is van belang, omdat in het laatste geval mogelijk een claim op een ander land kan worden gelegd. Verweerder heeft derhalve de vrees dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en wil eiser daarom in de gaten houden. De maatregel is opgelegd als een lichter middel ten opzichte van de maatregel van bewaring.

2.4. Ingevolge artikel 54, tweede lid, Vw 2000 kan verweerder, in gevallen waarin hij zulks in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig oordeelt, aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de korpschef opleggen.

2.5. De rechtbank overweegt als volgt. De verwijzing door eiser naar de uitspraak van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 26 juni 2009, Awb 09/20897, treft geen doel, vanwege het volgende. In genoemde zaak was de maatregel gebaseerd op artikel 54, tweede lid, Vw 2000, terwijl verweerder ter zitting had meegedeeld dat de maatregel op grond van artikel 54, eerste lid, onder b of c, Vw 2000 was opgelegd. Daaruit heeft de rechtbank afgeleid dat verweerder niet had beoogd om artikel 54, tweede lid, Vw 2000 aan de maatregel ten grondslag te leggen. Omdat verweerder kennelijk niet achter de grondslag van de maatregel stond, zo heeft de rechtbank in die uitspraak geoordeeld, was de desbetreffende maatregel in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb.

In de onderhavige zaak doet zich een andere situatie voor. Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat het eerder door verweerder ter zitting van 22 juni 2009 in de zaak Awb 09/20897 ingenomen standpunt niet gehandhaafd wordt. Voorts is de onderhavige maatregel gebaseerd op artikel 54, tweede lid, Vw 2000 en heeft verweerder ter zitting niet een andersluidend standpunt ingenomen dan in de maatregel staat.

2.6. De rechtbank stelt voorop dat de maatregel van toezicht in de zin van artikel 54, tweede lid, Vw 2000 enkel kan worden opgelegd indien dat nodig is in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.

2.7. Uit de door verweerder ter zitting gegeven toelichting begrijpt de rechtbank dat het belang van de openbare orde is gelegen in de vaststelling dat eiser opzettelijk zijn vingerafdrukken zou hebben gemanipuleerd door het bewerken van zijn vingertoppen, waardoor vermoed wordt dat hij probeert te verhullen dat hij eerder asiel heeft aangevraagd of heeft verbleven in een ander Europees land en dat derhalve vrees voor onttrekking bestaat.

2.8. De rechtbank overweegt in zijn algemeenheid dat de openbare orde de maatregel van toezicht kan vorderen, indien een vreemdeling zijn vingerafdrukken heeft gemanipuleerd. Wat er echter ook zij van de stelling van verweerder dat eiser zich hieraan schuldig zou hebben gemaakt, deze omstandigheid blijkt niet uit de maatregel van toezicht zelf. De aan eiser opgelegde maatregel van toezicht (bestaande uit de wekelijkse meldplicht) vermeldt immers enkel dat eiser moet voldoen aan de verplichting tot het laten afnemen van vingerafdrukken, dat gebleken is dat het afnemen van vingerafdrukken niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd en dat de identiteit van eiser aldus niet kan worden vastgesteld. Hieruit blijkt niet dat eiser zijn vingertoppen opzettelijk zou hebben bewerkt, waardoor er geen goede vingerafdrukken gemaakt konden worden. Juist die omstandigheid raakt het belang van de openbare orde en komt in de maatregel niet tot uitdrukking. De enkele zin dat het afnemen van vingerafdrukken niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd is daartoe onvoldoende.

2.9. Vorenstaande leidt ertoe dat de maatregel van toezicht ex artikel 54, tweede lid, Vw 2000 in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 van de Algemene wet bestuursrecht, onvoldoende zorgvuldig is voorbereid en ondeugdelijk is gemotiveerd.

2.10. Uit het voorgaande volgt dat de overige gronden van beroep geen bespreking meer behoeven.

2.11. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

2.12. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser. Deze worden op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 644,- (1 punt voor het beroepschrift en 1 punt voor het verschijnen ter zitting).

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep tegen de maatregel van toezicht gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 3 juli 2009;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ad € 644,- en bepaalt dat

verweerder deze kosten aan eiser dient te vergoeden.

Aldus gegeven door mr. M.J.C. Dijkstra en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van H.M. Eleveld als griffier op 17 augustus 2009.

Griffier

Rechter

Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open (artikel 84, aanhef en onder a, Vw 2000).

Afschrift verzonden: