Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5711

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-08-2009
Datum publicatie
20-08-2009
Zaaknummer
Awb 09/26929
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Meldplicht op grond van artikel 54, lid 2 Vw

Uit het desbetreffende proces-verbaal blijkt niet dat eiser het afnemen van vingerafdrukken heeft gefrustreerd; geen grondslag voor het opleggen van deze maatregel van toezicht nu niet valt in te zien waarin het belang van openbare orde of nationale veiligheid is gelegen. Beroep tegen de maatregel van toezicht gegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Groningen

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

Zaaknummer: Awb 09/26929

Uitspraak op het beroep tegen de maatregel op grond van artikel 54 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd, althans zich noemende:

X

van Somalische nationaliteit,

V-nummer:

eiser,

gemachtigde: mr. Drs. J.M. Walls, advocaat te Dordrecht.

1. Ontstaan en loop van het geschil

1.1. De Staatssecretaris van Justitie, hierna verweerder, heeft bij besluit van 2 juli 2009 aan eiser een maatregel van toezicht in de zin van artikel 54, tweede lid, van de Vw 2000 opgelegd. Eiser is daarbij opgedragen zich één maal per week te melden bij de vreemdelingenpolitie in de tijdelijke noodvoorziening Ter Apel, Ter Apelervenen 4 te Ter Apel.

1.2. Eiser heeft tegen deze maatregel op 25 juli 2009 beroep ingesteld bij de rechtbank. De gronden van het beroep zijn op 1 augustus 2009 ingediend.

1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank en aan de gemachtigde van eiser toegezonden.

1.4. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 3 augustus 2009. Eiser is niet verschenen en evenmin zijn gemachtigde, met kennisgeving. Voor verweerder is als gemachtigde verschenen mr. C. Bijsterbosch. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

2. Rechtsoverwegingen

2.1. Uit gronden van beroep leidt de rechtbank af dat het beroep van eiser zich richt tegen zowel de maatregel van toezicht in de zin van artikel 54, tweede lid, Vw 2000, als tegen de door verweerder aan eiser gegeven bijzondere aanwijzing op grond van artikel 54, eerste lid, onder b en c, Vw 2000.

Ten aanzien van het beroep tegen de bijzondere aanwijzing in de zin van artikel 54, eerste lid, onder b en c, Vw 2000.

2.2. Tegen deze maatregel dient eerst bezwaar te worden gemaakt. De in artikel 75Vw 2000 genoemde afwijking van artikel 7:1 van de Algemene wet bestuursrecht geldt immers niet voor beschikkingen die zijn afgegeven op grond van artikel 54, eerste lid, Vw 2000. Hieruit volgt dat het beroep, voor zover dat is gericht tegen de bijzondere aanwijzing, niet-ontvankelijk moet worden verklaard. Ingevolge de in artikel 6:15, tweede lid, Algemene wet bestuursrecht (Awb) neergelegde doorzendplicht zal de rechtbank het beroepschrift in die zin doorsturen als bezwaarschrift naar verweerder.

Ten aanzien van het beroep tegen de maatregel van toezicht in de zin van artikel 54, tweede lid, Vw 2000.

2.3. In de bestreden maatregel van toezicht is door verweerder opgenomen:

"Gelet op het belang van de opnbare orde leg ik u hierbij, overeenkomstig het gestelde in artikel 54, tweede lid, van de Vw 2000 een individuele verplichting op zich éénmaal per week te melden bij de vreemdelingenpolitie".

Daartoe is in de maatregel overwogen dat alvorens de aanvraag van eiser tot het verlenen van een verblijfsvergunning als bedoeld in artikel 28 Vw 2000 in behandeling kan worden genomen, eiser moet voldoen aan de verplichting tot het laten afnemen van vingerafdrukken. Verweerder is gebleken dat het afnemen van vingerafdrukken niet het gewenste resultaat heeft opgeleverd en de identiteit aldus niet kan worden vastgesteld.

2.4. Eiser heeft tegen de maatregel van toezicht als bedoeld in artikel 54, tweede lid, Vw 2000 aangevoerd dat in zijn geval geen sprake is van de situatie als opgenomen in genoemd artikellid, te weten dat in het belang van de openbare orde de verplichting tot periodieke aanmelding wordt opgelegd. Artikel 54 Vw 2000 schrijft voor dat alleen verplichtingen kunnen worden toegestaan die bij algemene maatregel van bestuur zijn voorzien. Daarvan is met de artikelen 4.37 tot en met 4.52 Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb 2000) geen sprake. Verder is de maatregel in strijd met artikel 11 van de Grondwet en met artikel 8 van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden (EVRM). Eiser beroept zich op de uitspraken van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 2 juli 2009, Awb 09/20899 en van 26 juni 2009, Awb 09/20897. Uit die uitspraken blijkt, aldus eiser, dat verweerder zelf van mening is dat de maatregel van periodieke melding niet op grond van artikel 54, tweede lid, Vw 2000 kan worden opgelegd.

2.5. Verweerder heeft ter zitting de opgelegde maatregel als volgt toegelicht. De reden voor het opleggen van de meldplicht is – en derhalve is het aspect van de openbare orde gelegen in – de omstandigheid dat de vingertoppen van eiser bewerkt zijn, waardoor geen goede vingerafdrukken kunnen worden genomen. Als gevolg daarvan kunnen eisers identiteit en nationaliteit niet vastgelegd worden en kan verweerder niet in het systeem Eurodac nagaan of eiser, die in afwachting is van de feitelijke indiening van een asielaanvraag, wellicht eerder asiel heeft gevraagd dan wel eerder in een ander Europees land is geweest. Dit is van belang, omdat in het laatste geval mogelijk een claim op een ander land kan worden gelegd. Verweerder heeft derhalve de vrees dat eiser zich aan het toezicht zal onttrekken en wil eiser daarom in de gaten houden. De maatregel is opgelegd als een lichter middel ten opzichte van de maatregel van bewaring.

2.6. Ingevolge artikel 54, tweede lid, Vw 2000 kan verweerder. In gevallen waarin hij zulks in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid nodig oordeelt, aan een vreemdeling een individuele verplichting tot periodieke aanmelding bij de korpschef opleggen.

2.7. De rechtbank overweegt als volgt. De verwijzing door eiser naar de uitspraken van deze rechtbank en nevenzittingsplaats van 2 juli 2009, Awb 09/20899 en van 26 juni 2009, Awb 09/20897, treft geen doel, vanwege het volgende. In genoemde zaken was de maatregel gebaseerd op artikel 54, tweede lid, Vw 2000, terwijl verweerder ter zitting had meegedeeld dat de maatregel op grond van artikel 54, eerste lid, onder b of c, Vw 2000 was opgelegd. Daaruit heeft de rechtbank afgeleid dat verweerder niet had beoogd om artikel 54, tweede lid, Vw 2000 aan de maatregel ten grondslag te leggen. Omdat verweerder kennelijk niet achter de grondslag van de maatregel stond, zo heeft de rechtbank in die uitspraken geoordeeld, was de desbetreffende maatregel in strijd met de artikelen 3:2 en 3:46 Awb.

In de onderhavige zaak doet zich een andere situatie voor. Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat het eerder door verweerder ter zitting van 22 juni 2009 in de zaken Awb 09/20899 en Awb 09/20897 ingenomen standpunt niet gehandhaafd wordt. Voorts is de onderhavige maatregel gebaseerd op artikel 54, tweede lid, Vw 2000 en heeft verweerder ter zitting niet een andersluidend standpunt ingenomen dan in de maatregel staat.

2.8. De rechtbank stelt voorop dat de maatregel van toezicht ex artikel 54, tweede lid, Vw 2000, bestaande uit de wekelijkse meldplicht enkel kan worden opgelegd aan eiser indien dat nodig is in het belang van de openbare orde of de nationale veiligheid.

2.9. Uit hetgeen verweerder ter zitting naar voren heeft gebracht, leidt de rechtbank af dat verweerder zich op het standpunt stelt dat het aspect van de openbare orde is gelegen in de overtuiging van verweerder dat eiser zijn vingerafdrukken gemanipuleerd heeft, waardoor niet in het systeem Eurodac kan worden gecontroleerd of eiser wellicht eerder een asielaanvraag heeft ingediend dan wel zich eerder in een ander Europees land heeft gemeld. Evenmin kan hierdoor eisers identiteit worden vastgesteld.

Dit standpunt van verweerder dat de openbare orde is gelegen in het feit dat eiser zijn vingerafdrukken heeft gemanipuleerd doordat hij zijn vingertoppen heeft bewerkt, wordt echter niet ondersteund door de inhoud van het door een buitengewoon opsporingsambtenaar van het regionaal politiekorps Groningen op ambtsbelofte opgemaakte proces-verbaal van 2 juli 2009, dan wel anderszins. Uit dat proces-verbaal valt immers niet meer af te leiden dan dat de papillairlijnen op de vingers van eiser van zodanig slechte kwaliteit waren, dat het niet gelukt is om een goed dactysloscopisch signalement van eiser te vervaardigen. De buitengewoon opsporingsambtenaar heeft in het proces-verbaal van 2 juli 2009 aangegeven dat de omstandigheid dat geen bruikbaar dactyloscopisch signalement van eiser kon worden vervaardigd, niet aantoonbaar het gevolg is van opzet aan de zijde van eiser. Derhalve kan niet gezegd worden dat eiser de vaststelling van zijn identiteit heeft gefrustreerd door middel van het bewerken van zijn vingertoppen. Nu ook overigens niet valt in te zien waarin het aspect van de openbare orde dan wel de nationale veiligheid is gelegen, bestaat er geen grondslag voor het opleggen van de maatregel.

2.10. Uit het voorgaande volgt dat de overige gronden van beroep geen bespreking behoeven

2.11. Het beroep is gegrond. Het bestreden besluit dient te worden vernietigd.

2.12. Gelet op het voorgaande ziet de rechtbank aanleiding verweerder te veroordelen in de proceskosten van eiser. Deze worden op de voet van het Besluit proceskosten bestuursrecht begroot op € 322,- (1 punt voor het beroepschrift).

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen de bijzondere aanwijzing, niet-ontvankelijk;

- verklaart het beroep, voor zover gericht tegen de maatregel van toezicht van 2 juli 2009, gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 2 juli 2009;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser ad € 322,- en bepaalt dat verweerder deze kosten aan eiser dient te vergoeden.

Aldus gegeven door mr. M.J.C. Dijkstra en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van H.M. Eleveld als griffier op 14 augustus 2009.

Griffier

Rechter