Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ5709

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-04-2009
Datum publicatie
20-08-2009
Zaaknummer
Awb 08/6882
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Contra-expertise door De Taalstudio / contra-expert anoniem / deskundig advies

Eiser heeft een contra-expertise laten verrichten door De Taalstudio. Nu de contra-expert is verbonden aan De Taalstudio en De Taalstudio wat betreft selectie en opleiding van de betrokken deskundigen geheel volgens de guidelines werkt, waarbij voorts de werkwijze van de contra-expertise volledig in overeenstemming is met de guidelines, ziet de rechtbank in het feit dat de contra-expert anoniem is geen aanleiding om te twijfelen aan diens deskundigheid en onafhankelijkheid. De verrichte contra-expertise dient als een deskundig tegenadvies te worden beschouwd.

De contra-expert heeft voorts naar het oordeel van de rechtbank concrete aanknopingspunten aangedragen voor twijfel aan de juistheid van de conclusies van de door het BLT verrichte taalanalyse. Dit brengt met zich dat deze taalanalyse niet kan gelden als een voldoende draagkrachtige onderbouwing van het standpunt van verweerder dat niet geloofwaardig is dat eiseres daadwerkelijk afkomstig is uit Zuid-Somalië. Beroep gegrond.

Wetsverwijzingen
Vreemdelingenwet 2000
Vreemdelingenwet 2000 29
Vreemdelingenwet 2000 31
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JV 2009/392
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

nevenzittingsplaats Groningen, vreemdelingenkamer

Zaaknummer: Awb 08/6882

Uitspraak in het geschil tussen:

X

van Somalische nationaliteit,

V-nummer:

eiseres,

gemachtigde: mr. H.J. Janse, advocaat te Groningen,

en

DE STAATSSECRETARIS VAN JUSTITIE,

(Immigratie-en Naturalisatiedienst (IND)),

te 's-Gravenhage,

verweerder,

gemachtigde: mr. C. Tienstra-van der Boom, ambtenaar ten departemente.

1. Ontstaan en loop van het geding

1.1. Op 5 oktober 2006 heeft eiseres een aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000) ingediend. Verweerder heeft bij besluit van 28 januari 2008 afwijzend op de aanvraag beslist.

1.2. Op 25 februari 2008 heeft eiseres hiertegen beroep ingesteld.

1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank toegezonden. De griffier heeft de van verweerder ontvangen stukken aan eiseres toegezonden. Verweerder heeft een verweerschrift en een nader verweerschrift ingediend.

1.4. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 6 april 2009. Eiseres is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

2. Rechtsoverwegingen

Feiten en standpunten van partijen

2.1. Eiseres heeft aan haar aanvraag ten grondslag gelegd dat zij is geboren in Mogadishu en in 1991 is verhuisd naar Afgooye, Zuid-Somalië. Zij behoort tot de Midganstam en haar man is afkomstig van de Hawiye. Door haar huwelijk kreeg eiseres problemen met de familie van haar man. Zijn familie hebben haar vader gedood en hebben gedreigd eiseres te doden. Toen haar man zijn familie toezegde van eiseres te zullen scheiden, heeft zijn familie haar laten gaan. Daarop is eiseres naar Nederland gevlucht.

2.2. Op 3 januari 2007 heeft Bureau Land en Taal (BLT) een rapport taalanalyse uitgebracht. Volgens de verrichte taalanalyse is eiseres eenduidig niet te herleiden tot de spraak- en cultuurgemeenschap van Zuid-Somalië.

2.3. In het voornemen van 24 april 2007 heeft verweerder overwogen dat eiseres geen documenten heeft overgelegd om haar nationaliteit, identiteit en reisroute te kunnen vaststellen. Eiseres heeft voorts geen documenten ter staving van haar asielrelaas overgelegd. Omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt de Somalische nationaliteit te bezitten en uit Somilië afkomstig te zijn heeft verweerder een taalanalyse laten verrichten. Daaruit blijkt dat eiseres eenduidig niet herleid wordt tot de spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië. Eiseres spreekt Somalisch zoals gangbaar in Noord-Somalië. Het is daarom niet geloofwaardig dat zij daadwerkelijk afkomstig is uit Zuid-Somalië, op grond waarvan aan de overige verklaringen van eiseres met betrekking tot haar asielrelaas wordt voorbijgegaan.

Eiseres komt niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a tot en met c, Vw 2000. Nu eiseres haar Zuid-Somalische afkomst niet aannemelijk heeft gemaakt komt zij voorts niet in aanmerking voor een verblijfsvergunning asiel op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw 2000.

2.4. Eiseres heeft vervolgens een contra-expertise laten verrichten door De Taalstudio. Volgens de eerste fase van de contra-expertise is de kwaliteit van de door BLT verrrichte taalanalyse slecht. Het rapport van de taalanalyse wordt gekenmerkt door een volledig gebrek aan argumentatie. Voorts is niet uitgewerkt op grond waarvan wordt geconcludeerd dat eiseres Somalisch spreekt zoals dat gangbaar is in Noord-Somalië. Daarbij komt dat niet blijkt welk dialect door de tolk wordt gesproken.

2.5. In het rapport van 7 augustus 2007 heeft BLT gereageerd op de eerste fase contra-expertise. Daarin wordt gesteld dat de taalkundige voorbeelden uit het rapport van de taalanalyse voorbeelden zijn waar de spraak van eiseres niet overeenkomt met het Zuid-Somalisch of wel overkomt met het Noord-Somalisch. Ten aanzien van de deskundigheid van de analyst SOM 10 wordt opgemerkt dat deze een moedertaalspreker van het Somalisch is. Zijn vaardigheden zijn door BLT getoetst tijdens de uitgebreide selectieprocedure en SOM 10 is geschikt bevonden. Hij heeft ruime ervaring in het verrichten van taalanalyses en zijn bevindingen staat onder voortdurende controle van de aan BLT verbonden academisch geschoolde linguïsten.

2.6. Op 30 juli 2007 heeft BLT opnieuw een rapport taalanalyse uitgebracht, opnieuw verricht door SOM 10. De conclusie in dit rapport is dezelfde als in het eerste rapport.

2.7. In de tweede fase van de contra-expertise van 18 oktober 2007 wordt aan de hand van voorbeelden in de uitspraak van eiseres gesteld dat eiseres standaard Somalisch spreekt, met kenmerken van het dialect Noord-Somalisch en Zuid-Somalisch, waarbij haar spraak ook kenmerken vertoont van het Benadir(coastal) dialect. Gelet hierop en tevens gelet op haar kennis van de geografie van Afgooye wordt het mogelijk geacht dat eiseres gesocialiseerd is in Zuid-Somalië.

2.8. In het rapport van 14 januari 2008 reageert BLT op de contra-expertise tweede fase. Volgens BLT worden contra-experts van De Taalstudio niet getoetst op hun vermogen om op basis van een taalanalyse tot een juist oordeel te komen. Er is niets bekend over een selectieprocedure en er worden geen cross-checks uitgevoerd. Bij de contra-expertise is geen sprake geweest van samenwerking tussen een linguïst en een moedertaalspreker, noch van een controle of bespreking met een linguïst. Onbekend is of de contra-expert bekend is met de specifieke context van taalanalyses in de asielprocedure.

Voorts stelt BLT -in tegenstelling tot de contra-expert- dat de sociolinguistische situatie in Afgooye geen enkele aanleiding geeft om iets anders dan Zuid-Somalische kenmerken in de spraak te verwachten. Voorts zijn de observaties van de contra-expert, bijvoorbeeld met betrekking tot de uitspraak 'khudaar/qudaar', al in meerdere zaken onbetrouwbaar gebleken. Ten aanzien van de kritiek op de door de contra-expert genoemde 'unspicified list of words' voert BLT aan dat de voorbeelden zijn onderverdeeld in uitspraak, woordkeus en grammatica. De voorbeelden zijn altijd een representatieve subset van voorbeelden die de conclusie ondersteunen. De voorbeelden zijn voorts specifiek voor een bepaalde regio en kennen tegenhangers die veel gebruikelijker zijn in andere delen van het land. De beweringen van de contra-expert zijn op meerdere punten onjuist of onzorgvuldig, hetgeen vragen oproept over zijn deskundigheid dan wel zijn geschiktheid als taalanalist. BLT handhaaft daarom het standpunt dat eiseres op basis van haar spraak en landenkennis eenduidig niet te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Zuid-Somilië.

2.9. Onder verwijzing naar het voornemen en op grond van de rapporten van BLT heeft verweerder bij besluit van 28 januari 2008 de aanvraag van eiseres afgewezen.

2.10. Eiseres heeft vervolgens hangende de beroepsprocedure een rapport van De Taalstudio van 18 juli 2008 overgelegd. Daarin stelt dr. M. Verrips namens De Taalstudio dat de aan De Taalstudio verbonden contra-experts zeer deskundig zijn en zorgvuldig zijn geselecteerd op basis van de 'Guidelines for the Use of Language Analysis in Relation to Questions of National Origin in Refugee Cases'. De contra-expertise is voorts geheel volgens deze richtlijnen opgesteld. Verder geeft de contra-expert een reactie op het rapport van BLT van 14 januari 2008. Hij stelt dat hij veel ervaring heeft met wetenschappelijk taalonderzoek en wetenschappelijk onderzoek op het gebied van de Somalische geschiedenis en cultuur, hij veel onderzoek heeft verricht naar Somalische dialecten, alsmede dat hij woonachtig is in Somalië. Daarbij stelt hij dat het enkele feit dat iemand een moedertaalspreker is hem niet noodzakelijkerwijs deskundig maakt op het gebied van taalanalyse.

De contra-expert brengt in reactie op het weerwoord op de contra-expertise naar voren dat wat betreft de kenmerken van het Benadirdialect in de spraak van eiseres BLT erkent dat dit dialect in Zuid-Somalië wordt gebruikt in tegenstelling tot Noord-Somalië. Daarbij stelt de contra-expert opnieuw dat er niet een dialect 'Zuid-Somalisch' bestaat. In de spraak zijn echer zuidelijke of noordelijke kenmerken te benoemen.

De door hem verrichte analyse en de onderbouwing van zijn conclusie zijn voorts niet inhoudelijk tegengesproken door BLT. De contra-experts is derhalve van mening dat het hoogst waarschijnlijk is dat eiseres 'was socialized' in Zuid-Somalië.

Voorts bevat het rapport een juridische noot van de juridische medewerker van De Taalstudio.

2.11. In zijn verweerschriften heeft verweerder aangevoerd dat de door eiseres overgelegde rapporten van de contra-expert niet kunnen afdoen aan de verrichte taalanalyse door het BLT. Nu de gegevens omtrent de identiteit van de opsteller van de contra-expertise ontbreken, kunnen zijn onafhankelijkheid en deskundigheid niet worden vastgesteld. Daar komt bij dat de contra-expert slechts stelt dat eiseres mogelijkerwijs gesocialiseerd is in Zuid-Somalië. Verweerder acht geen concrete aanknopingspunten aanwezig voor twijfel aan de juistheid, dan wel volledigheid van de taalanalyse van het BLT.

2.12. Eiseres heeft ter zitting haar beroepsgrond ten aanzien van de weigering om de bandopname voor de tweede maal toe te zenden ingetrokken, nu verweerder de bandopname alsnog heeft toegezonden.

Beoordeling van het beroep

2.13. In dit geding staat centraal of verweerder zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat niet geloofwaardig is dat eiseres daadwerkelijk afkomstig is uit Zuid-Somalië.

2.14. Niet in geding is dat eiseres geen documenten heeft overgelegd om haar nationaliteit, identiteit en reisroute te kunnen vaststellen. Zij heeft voorts geen documenten overgelegd ter staving van haar asielrelaas. Omdat eiseres niet aannemelijk heeft gemaakt dat zij afkomstig is uit Somalië is verweerder eiseres in de bewijslast tegemoetgekomen door een taalanalyse te laten uitvoeren. BLT concludeert in het rapport van 3 januari 2007 dat eiseres eenduidig niet herleidbaar is tot de spraakgemeenschap binnen Zuid-Somalië. Gelet op de vaste jurisprudentie van de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State (ABRS) kan het laten uitvoeren van een taalanalyse in het algemeen als een goede en geoorloofde methode worden beschouwd in het kader van het onderzoek naar de nationaliteit dan wel het land van herkomst van de vreemdeling en mag verweerder uitgaan van de conclusies van een taalanalyse. Dit laat onverlet dat verweerder zich dient te vergewissen van de zorgvuldigheid van de uitgevoerde taalanalyse en dat in concrete gevallen aanknopingspunten kunnen bestaan om aan de juistheid van de conclusie van een taalanalyse te twijfelen. Indien de vreemdeling van mening is dat de analyse niet op zorgvuldige wijze tot stand is gekomen, dan wel anderszins onvolkomenheden bevat, kan hij de opname van het gesprek ten behoeve van de taalanalyse, door een zelf gekozen onafhankelijke deskundige laten beoordelen en zo nodig van commentaar laten voorzien. De vreemdeling kan niet enkel door het plaatsen van kritische kanttekeningen bij de uitgevoerde taalanalyse teweegbrengen dat verweerder een nieuwe taalanalyse moet verrichten, dan wel van een van de taalanalyse afwijkende conclusie dient uit te gaan.

2.15. In het rapport van 14 januari 2008 heeft het BLT gesteld dat niet is gebleken dat de contra-expertise op zorgvuldige wijze, met de nodige waarborgen omkleed, is verricht en evenmin dat deze door een onafhankelijke deskundige is verricht. Niet controleerbaar is hoe en onder welke omstandigheden de contra-expertise is verricht. Voorts kunnen de onafhankelijkheid en deskundigheid van de anonieme contra-expert niet worden vastgesteld. Naar aanleiding hiervan overweegt de rechtbank dat uit de brief van De Taalstudio van 18 juli 2008 blijkt dat de aan De Taalstudio verbonden contra-experts zorgvuldig zijn geselecteerd, waarbij de selectiecriteria zijn gebaseerd op de 'Guidelines for the Use of Language Analysis in Relation to Questions of National Origin in Refugee Cases' (verder te noemen de guidelines). Zij zijn opgeleid als linguïst en heben onderzoekservaring op een relevant terrein. Zij spreken de taal waarover zij schrijven en zijn goed op de hoogte van de relevante literatuur over de taal en de relevante sociolinguïstische verschijnselen. Op grond van de guidelines moeten linguïsten specifiek bewijs van hun professionele opleiding en deskundigheid verstrekken en hebben zij het recht om te eisen dat deze gegevens vertrouwelijk blijven. De contra-expertise wordt voorts geheel volgens de guidelines uitgevoerd.

In de in het geding zijnde contra-expertise beschikt De Taalstudio over het volledige CV met publicatielijst van de contra-expert. Nu de contra-expert is verbonden aan De Taalstudio en De Taalstudio wat betreft selectie en opleiding van de betrokken deskundigen geheel volgens de guidelines werkt, waarbij voorts de werkwijze van de contra-expertise volledig in overeenstemming is met de guidelines, ziet de rechtbank in het feit dat de contra-expert anoniem is geen aanleiding om te twijfelen aan diens deskundigheid en onafhankelijkheid. De verwijzing door verweerder naar de uitspraak van 29 maart 2007 van de ABRS (zaaknummer 200607305/1, LJN BA2713) gaat naar het oordeel van de rechtbank niet op, nu de contra-expert wel verbonden is aan een instelling, De Taalstudio, waarvan de werkwijze en de omstandigheden waaronder een contra-expertise plaatsvindt bekend zijn en waarvan de ABRS in de uitspraak van 20 september 2007 (LJN BB5253) heeft geoordeeld dat rapporten van De Taalstudio als een deskundig tegenadvies moeten worden beschouwd.

Voorts wordt in het cv van de anonieme contra-expert gesteld dat de contra-expert gepromoveerd is op het gebied van linguïstiek met een specialisatie in Somalische dialectologie en sociolinguïstiek, hij/zij gedurende 25 jaar onderzoek heeft verricht naar Somalische dialecten, diverse publicatie op zijn/haar naam heeft staan en woonachtig is in Somalië. Daarbij is gesteld dat de contra-expert de Somalische taal vloeiend spreekt en aan meerdere universiteiten in de Hoorn van Afrika, Frankrijk en Noord-Amerika onderzoek heeft verricht. In hetgeen verweerder hier tegen in heeft gebracht ziet de rechtbank geen aanleiding om aan de gestelde deskundigheid van deze contra-expert te twijfelen. Onder verwijzing naar de bovenvermelde uitspraak van de ABRS is de rechtbank dan ook van oordeel dat geen grond bestaat voor het oordeel dat de contra-expertise niet op zorgvuldige wijze en door een onafhankelijke deskundige is verricht. De in deze zaak verrichte contra-expertise dient daarom als een deskundig tegenadvies te worden beschouwd.

2.16. De contra-expert heeft naar het oordeel van de rechtbank concrete aanknopingspunten aangedragen voor twijfel aan de juistheid van de conclusies van de door het BLT verrichte taalanalyse. De contra-expert stelt op basis van voorbeelden van uitspraak, woordgebruik, de morfologie en syntaxis van eiseres, alsmede gelet op haar kennis van haar leefomgeving dat zij hoogstwaarschijnlijk uit Afgooye afkomstig is. Daarbij bevat de spraak van eiseres kenmerken van het Benadir (Coastal) dialect, hetgeen specifiek is voor Zuid-Somalië.

2.17. In zijn reactie van 14 januari 2008 heeft het BLT hier tegenover gesteld dat de sociolinguïstische situatie in Afgooye geen enkele aanleiding geeft om iets anders dan Zuid-Somalisch te verwachten van iemand die daar stelt te zijn gesocialiseerd. In het rapport van 18 juli 2008 heeft de contra-expert deze stelling echter gemotiveerd weersproken. Nu de redenen op grond waarvan het BLT tot de conclusie is gekomen dat eiseres eenduidig niet is te herleiden tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Zuid-Somalië door een ter zake deskundige gemotiveerd zijn bestreden en deze deskundige op basis van een door hem/haar verrichte taalanalyse heeft geconcludeerd dat eiseres hoogstwaarschijnlijk afkomstig is uit Zuid-Somalie, zijn er naar het oordeel van de rechtbank concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van de taalanalyse die verweerder aan het bestreden besluit ten grondslag heeft gelegd. In de verwijzing van verweerder ter zitting naar de uitspraak van 26 juni 2006 (zaaknummer 200800338/1, LJN BD6149) van de ABRS ziet de rechtbank geen aanleiding voor een ander oordeel.

2.18. Dit brengt met zich dat deze taalanalyse niet kan gelden als een voldoende draagkrachtige onderbouwing van het standpunt van verweerder dat niet geloofwaardig is dat eiseres daadwerkelijk afkomstig is uit Zuid-Somalië. Verweerder heeft voorts blijkens het voornemen, hetgeen ter zitting is bevestigd door de gemachtigde van verweerder, uitsluitend op grond van het niet kunnen overleggen van documenten door eiseres een taalanalyse laten verrichten. Niet gesteld of gebleken is dat ook overigens getwijfeld wordt aan de afkomst van eiseres, zodat het standpunt van verweerder ook overigens niet is onderbouwd.

2.19. Uit het vorenstaande volgt dat de bestreden besluit niet zorgvuldig tot stand is gekomen, hetgeen in strijd is met artikel 3:2 Algemene wet bestuursrecht (Awb) en niet deugdelijk is gemotiveerd, hetgeen in strijd is met artikel 3:46 Awb. De rechtbank verklaart het beroep gegrond en het bestreden besluit dient te worden vernietigd. Verweerder dient een nieuw besluit te nemen op de aanvraag van eiseres.

2.20. Er bestaat thans aanleiding voor veroordeling van verweerder in de kosten die eiseres in verband met de behandeling van het beroep redelijkerwijs heeft moeten maken.

3. Beslissing

- verklaart het beroep gegrond;

- vernietigt het bestreden besluit van 28 januari 2008;

- bepaalt dat verweerder een nieuw besluit neemt met inachtneming van hetgeen in deze uitspraak is overwogen;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiseres ten bedrage van € 644,-, onder aanwijzing van de Staat der Nederlanden die deze kosten aan de griffier dient te voldoen.

Aldus gegeven door mr. S.M. Schothorst en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. A. van der Wal als griffier op 24 april 2009.

Tegen de uitspraak kunnen partijen binnen vier weken na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, onder vermelding van “hoger beroep vreemdelingenzaken”, postbus 16113, 2500 BC ’s-Gravenhage. Ingevolge artikel 85 Vw 2000 dient het beroepschrift, in aanvulling op de vereisten gesteld in artikel 6:5 Algemene wet bestuursrecht, één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 is niet van toepassing.

Afschrift verzonden: