Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ4165

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-05-2009
Datum publicatie
04-08-2009
Zaaknummer
336368 / KG ZA 09-527
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2460, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vordering op voormalig werkneemster tot opheffing van executoriaal bankbeslag na interpretatieverschil ten aanzien van toelage en salarisanciënniteit.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
AR-Updates.nl 2009-0603
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 13 mei 2009,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 336368 / KG ZA 09-527 van:

de publiekrechtelijke rechtspersoon De Nederlandse Antillen,

zetelend te Willemstad, Curaçao,

eiseres,

advocaat mr. S.E. Bos te Den Haag,

tegen:

[gedaagde],

wonende te [woonplaats],

gedaagde,

advocaat mr. A. Klaassen te Veenendaal.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als De Nederlandse Antillen en [gedaagde].

1. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 29 april 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

1.1. Per 1 april 2004 is gedaagde als [functie] in dienst getreden bij de Nederlandse Antillen. In die hoedanigheid was zij werkzaam in Den Haag bij het (kantoor van het) Antillenhuis, de verblijfplaats van de vertegenwoordiging in Nederland van de regering en de eilandgebieden van de Nederlandse Antillen.

1.2. Bij vonnis van 14 februari 2008 heeft de kantonrechter van deze rechtbank op de conventionele vordering van De Nederlandse Antillen betreffende beëindiging van de arbeidsovereenkomst met [gedaagde] beslist dat de arbeidsovereenkomst per 1 november 2006 rechtsgeldig beëindigd is. Daarbij heeft de kantonrechter in reconventie De Nederlandse Antillen onder meer veroordeeld tot –kort gezegd– betaling aan [gedaagde] van de toelage voor het plaatsvervangend directeurschap op basis van de werkelijke waarneming van 1 juni 2004 tot 18 februari 2005 Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

1.3. [gedaagde] heeft bij dagvaarding van 13 mei 2008 appel ingesteld van voornoemd in conventie gewezen vonnis

1.4. Op 6 juni 2008 heeft De Nederlandse Antillen uit hoofde van genoemd vonnis diverse bedragen aan [gedaagde] betaald. Vervolgens is tussen partijen discussie ontstaan over met name de toelage voor het plaatsvervangend directeurschap. In voormeld vonnis is de hoogte daarvan niet vastgesteld.

1.5. Bij brief van 30 januari 2009 heeft de advocaat van De Nederlandse Antillen aan de advocaat van [gedaagde] bericht dat De Nederlandse Antillen het niet eens is met de uitspraak van de kantonrechter en dat hij daartegen dan ook in hoger beroep is gegaan, maar dat hij onder protest bereid is om aan [gedaagde] te betalen wat de kantonrechter heeft toegewezen. Daarbij is bericht dat er van wordt uitgegaan dat de door [gedaagde] genomen executiemaatregelen (beslag op panden van De Nederlandse Antillen –het Antillenhuis en de ambtswoning van de gevolmachtigd minister van de Antillen– alsmede openbare verkoop van het Antillenhuis) zullen worden stopgezet. Daarbij is tevens meegedeeld dat de berekening van [gedaagde] van november 2008 ten bedrage van ruim € 60.000,-- op enkele punten niet correct is. Onder meer en met name over de aanspraak van [gedaagde] op de toelage voor het waarnemend directeurschap gedurende 133 dagen heeft de advocaat in de brief als volgt bericht:

“U heeft deze toelage berekend op EUR 171,52 bruto per dag en komt dientengevolge uit op een bedrag van EUR 22.812,23 bruto. Vermeerderd met rente en verhoging komt dit uit op EUR 37.191,-- bruto. De toelage moet echter EUR 41,51 bruto per dag zijn. Het salaris van een directeur komt namelijk neer op salarisschaal 15. Waarom u daaraan trede 9 koppelt is niet duidelijk. Er is immers (mede gezien het lagere niveau van het salaris van uw cliënte en haar werkervaring) geen reden waarom uw cliënte niet op trede 1 van schaal 15 zou worden ingedeeld. Voorts geldt ten aanzien van de berekeningswijze van de toelage dat op netto basis het verschil tussen het brutoloon van uw cliënte en het brutoloon behorend bij de functie die zij waarneemt zal worden betaald. Over overige toelagen, zoals in uw e-mail genoemd, is niets geregeld. Ook de uitspraak van de kantonrechter bepaalt hier niets over. Cliënte gaat dan ook uit van het verschil tussen het bruto salaris zoals uw cliënte dat genoot (schaal 13, EUR 4.508,25 bruto) en het salaris van een directeur (schaal 15, Naf. 7.317,--, EUR 5.189,36 bruto). Dit komt uit op EUR 31,31 bruto per dag, dus voor 133 dagen EUR 4.164,95 bruto. Vermeerderd met verhoging en rente tot en met 6 februari 2009 komt dit uit op EUR 6.700,52 bruto (verhoging en EUR 453,09 rente). Het netto equivalent van dit bedrag zal op 6 februari 2009 aan uw cliënte worden betaald, waardoor ook deze post van de vordering van uw cliënte zal zijn voldaan. Overigens behoudt cliënte zich ook ten aanzien van het terugvorderen van dit bedrag in hoger beroep alle rechten voor.”

1.6. Na verdere betalingen door De Nederlandse Antillen ten aanzien van andere posten dan de toelage voor het waarnemend directeurschap aan [gedaagde] heeft laatstgenoemde de executie niet stopgezet. Vervolgens heeft De Nederlandse Antillen een kort geding terzake opheffing van de gelegde executoriale beslagen tegen [gedaagde] aanhangig gemaakt. Eén dag voor de mondelinge behandeling van dat geding op 20 februari 2009 heeft [gedaagde] de deurwaarder instructie gegeven de gelegde executoriale beslagen op te heffen. Het kort geding is vervolgens niet doorgegaan.

1.7. Op 3 april 2009 heeft [gedaagde] ten laste van De Nederlandse Antillen executoriaal beslag doen leggen onder de ABN Amro bank. In het daartoe uitgebrachte beslagexploot van

8 april 2009 aan De Nederlandse Antillen staat vermeld dat het beslag dient ter verzekering en om betaling te verkrijgen van de navolgende bedragen:

- bruto salaris € 31.845,19

- rente conform voormelde titel:

a. berekend tot 4/3/2009 € 4.503,70

b. berekend vanaf 4/3/2009

tot aan de algehele voldoening p.m.

- proceskosten € 800,00

- kosten betekening en bevel € 82,24

- overige executiekosten € 4.886,67

- waarop in mindering strekt € 869,31 -

- kosten van dit proces-verbaal € 128,27

- kosten van betekening van dit beslag € 72,79

Totaal verschuldigd: € 41.449,55

onverminderd de verdere gerechts- en executiekosten;

1.8. Bij brief van 22 april 2009 heeft De Nederlandse Antillen [gedaagde] in kennis doen stellen van een op 19 februari 2009 door De Nederlandse Antillen gestelde bankgarantie van

€ 50.000,-- ten behoeve van [gedaagde] ten aanzien van de door haar gepretendeerde vordering op De Nederlandse Antillen. Daarbij is [gedaagde] gesommeerd het beslag op te heffen.

2. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

2.1. De Nederlandse Antillen vordert na wijziging van eis – zakelijk weergegeven – opheffing van het executoriaal bankbeslag en/of schorsing van de verdere executie van de uitspraak van de kantonrechter van 14 februari 2008 totdat in hoger beroep uitspraak zal zijn gedaan.

2.2. Daartoe voert De Nederlandse Antillen onder meer het volgende aan.

[gedaagde] maakt misbruik van recht door het gelegde beslag in stand te houden. Omdat De Nederlandse Antillen het door hem aan [gedaagde] verschuldigde uit hoofde van de uitspraak van de kantonrechter heeft voldaan, mede gelet op de gestelde bankgarantie, heeft [gedaagde] geen belang meer bij instandhouding van het beslag. Daarnaast geldt dat het beslag is gelegd op goederen die bestemd zijn voor de openbare dienst.

2.3. [gedaagde] voert gemotiveerd verweer dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

3. De beoordeling van het geschil

3.1. Uitgangspunt is de bevoegdheid tot tenuitvoerlegging van de partij, aan wie de vordering of het verzoek bij –zoals hier– uitvoerbaar bij voorraad verklaard vonnis is toegewezen. Slechts indien gedaagde geen in redelijkheid te respecteren belang bij de executie heeft kan de tenuitvoerlegging van het vonnis verboden worden. Hiervan kan sprake zijn indien het te executeren vonnis op een juridische of feitelijke misslag berust of indien na het vonnis voorgevallen of aan het licht gekomen feiten een noodtoestand doen ontstaan voor de eisende partij, waardoor onverwijlde tenuitvoerlegging niet aanvaardbaar is.

3.2. [gedaagde] heeft onder meer als verweer aangevoerd dat De Nederlandse Antillen geen (spoedeisend) belang heeft bij zijn vordering en dat zij geen genoegen hoeft te nemen met de gestelde bankgarantie. Bovendien meent [gedaagde] dat artikel 26 van de Landsverordening Materieel Ambtenarenrecht (LMA) de grondslag voor haar vordering is. Ingevolge lid 2 van dit artikel dienen, naar zeggen van [gedaagde], de door de waargenomen ambtenaar genoten persoonlijke toelagen betrokken te worden in de berekening van de waarnemingstoelage.

3.3. Geoordeeld wordt dat de aard van het executoriaal beslag met zich brengt dat De Nederlandse Antillen een spoedeisend belang bij zijn vordering toekomt. De kern van het geschil tussen partijen betreft de vraag of bij de toelage, waar [gedaagde] als waarnemend directeur recht op heeft, de persoonlijke toelage en de salarisanciënniteit van de waargenomen directeur in acht moeten worden genomen. Het tussen partijen gewezen vonnis van de kantonrechter van 14 februari 2008 geeft hierover geen uitsluitsel. Partijen staan op dit punt diametraal tegenover elkaar. De Nederlandse Antillen heeft zich op het standpunt gesteld dat het om de functie gaat en niet om de persoon die de functie vervult. In de visie van De Nederlandse Antillen zou met [gedaagde], indien het om de persoon ging, immers een persoonlijke toelage zijn overeengekomen. Volgens De Nederlandse Antillen is artikel 26 lid 2 LMA in de onderhavige zaak niet van toepassing. Desgevraagd heeft De Nederlandse Antillen ter zitting betoogd dat de toelage waar [gedaagde] stelt recht op te hebben slechts geldt voor ambtenaren die uitgezonden zijn vanuit de Nederlandse Antillen naar Nederland en dat de persoonlijke toelage als compensatie was bedoeld, bijvoorbeeld als toelage voor huisvesting. [gedaagde] heeft dit standpunt betwist. Tussen partijen is overigens niet in geschil dat [gedaagde] voor haar waarnemende functie niet uitgezonden is vanuit de Nederlandse Antillen. Daarnaast betoogt De Nederlandse Antillen dat, nu [gedaagde] een salaris genoot lager dan de eerste trede van de salarisschaal van de waargenomen ambtenaar, zij bij waarneming het salaris van de eerste trede in die schaal dient te ontvangen.

3.4. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat in het kader van dit kort geding niet kan worden vastgesteld wie van partijen de juiste interpretatie hanteert ten aanzien van toekenning van de betreffende toelage en salarisanciënniteit. In de tussen partijen lopende appelprocedure kan hierover nader worden beslist. Gelet op de door De Nederlandse Antillen gestelde bankgarantie heeft [gedaagde] in de gegeven omstandigheden geen belang bij handhaving van het executoriaal beslag of verdere tenuitvoerlegging van het vonnis. Daarom is er ook aanleiding om de executie van voormeld vonnis van de kantonrechter van 14 februari 2008 te schorsen. Vaststaat immers dat De Nederlandse Antillen [gedaagde] heeft betaald uit hoofde van dat vonnis, behoudens onderhavig geschilpunt. Op de vraag of dat te veel of te weinig is zal in het aanhangige hoger beroep beslist moeten worden. Een en ander leidt tot de conclusie dat de vordering op de wijze als hierna vermeld moet worden toegewezen.

[gedaagde] zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

4. De beslissing

De voorzieningenrechter:

heft op het op 3 april 2009 door [gedaagde] ten laste van De Nederlandse Antillen gelegde executoriaal beslag onder de ABN Amro bank;

schorst de verdere executie van het vonnis van de kantonrechter van 14 februari 2008 totdat daarover in hoger beroep zal zijn beslist;

veroordeelt [gedaagde] in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van De Nederlandse Antillen begroot op € 1.163,98, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat, € 262,-- aan griffierecht en € 85,98 aan dagvaardingskosten;

verklaart dit vonnis tot zover uitvoerbaar bij voorraad;

wijst af het meer of anders gevorderde.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 13 mei 2009.

AB