Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3943

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-07-2009
Datum publicatie
28-07-2009
Zaaknummer
09/925286-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en zijn medeverdachten hebben op 3 april 2009 op klaarlichte dag een snackbar in Leidschendam overvallen. De overval was van tevoren gepland en voorbereid en had ten doel de opbrengst van de snackbar die de ex-vriendin van verdachte, in haar tas zou hebben, te bemachtigen. De slachtoffers zijn met een pistool bedreigd. Zij wisten niet dat het pistool niet geladen was.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben alleen aan hun eigen geldelijk gewin gedacht en niet aan de emotionele en psychische gevolgen voor de slachtoffers. Zij hebben door de overval grote angst bij deze slachtoffers teweeg gebracht. De overval heeft een enorme impact gehad hun leven.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke gewelddadige delicten nog gedurende langere tijd lichamelijke en/of psychische gevolgen van het gebeurde kunnen ondervinden. Bovendien maakt een dergelijke gewapende overval een ernstige inbreuk op de rechtsorde en nemen de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving hierdoor toe.

Ten nadele van verdachte weegt voorts mee dat hij twee van de slachtoffers goed kende en dat desondanks het idee voor de overval van hem afkomstig is. Verdachte heeft tijdens de terechtzitting ook geen spijt betuigd, hetgeen de verwerking voor de slachtoffers niet makkelijker maakt.

Gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden. Schadevergoeding benadeelde partijen.

Zie ook LJ nr BJ3948

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer: 09/925286-09

Datum uitspraak: 28 juli 2009

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte A.]

geboren te [plaats, datum in 1967]

[adres]

thans gedetineerd in de [penitentiaire inrichting]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 14 juli 2009.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. R.R. Knobbout en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. A.H. Westendorp, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 03 april 2009 te Leidschendam, gemeenteLeidschendam-Voorburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 400 euro) en/of een (hand)tas met inhoud, (te weten: en/of

- (vier) portemonnee(s) (met daarin: en/of

- een geldbedrag (van ongeveer 2000 euro) en/of

- diverse (bank)passen en/of

- een rijbewijs) en/of

- een trouwring en/of

- een gouden damesring en/of

- een memorecorder en/of

- een kadobon van Sundays en/of

- een mobiele telefoon van het merk Nokia,)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- bij en/of naar de keel grijpen en/of het vasthouden van die [slachtoffer 2] en/of

- het (vervolgens) richten van een pistool, althans een vuurwapen, op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (vervolgens) richten van een pistool, althans een vuurwapen, op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toevoegend "Meer, meer", althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- het (vervolgens) tonen en/of voorhouden van een pistool, althans een vuurwapen, aan die [slachtoffer 3] en/of

- (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegend "Ik ga schieten, ik ga schieten" en/of "Ik maak je dood" en/of "Achtervolg mij niet" en/of "Wegblijven",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

en/of

hij op of omstreeks 03 april 2009 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van ongeveer 400 euro) en/of een (hand)tas met inhoud, (te weten: en/of

- (vier) portemonnee(s) (met daarin: en/of

- een geldbedrag (van ongeveer 2000 euro) en/of

- diverse (bank)passen en/of

- een rijbewijs) en/of

- een trouwring en/of

- een gouden damesring en/of

- een memorecorder en/of

- een kadobon van Sundays en/of

- een mobiele telefoon van het merk Nokia,)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- bij en/of naar de keel grijpen en/of het vasthouden van [slachtoffer 2] en/of het (vervolgens) richten van een pistool, althans een vuurwapen, op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (vervolgens) richten van een pistool, althans een vuurwapen, op het lichaam van [slachtoffer 1] en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toevoegend "Meer, meer", althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- het (vervolgens) tonen en/of voorhouden van een pistool, althans een vuurwapen, aan [slachtoffer 3] en/of

- (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegend "Ik ga schieten, ik ga schieten" en/of "Ik maak je dood" en/of "Achtervolg mij niet" en/of "Wegblijven",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

[verdachte B.] en/of zijn mededader(s) en/of (een) ander(en) op of omstreeks 03 april 2009 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft/hebben weggenomen een geldbedrag (van ongeveer 400 euro) en/of een (hand)tas met inhoud, (te weten: en/of

- (vier) portemonnee(s) (met daarin: en/of

- een geldbedrag (van ongeveer 2000 euro) en/of

- diverse (bank)passen en/of

- een rijbewijs) en/of

- een trouwring en/of

- een gouden damesring en/of

- een memorecorder en/of

- een kadobon van Sundays en/of

- een mobiele telefoon van het merk Nokia,)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [B.] en/of zijn mededader(s) en/of verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2] en/of [slachtoffer 1] en/of [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het

- bij en/of naar de keel grijpen en/of het vasthouden van die [slachtoffer 2] en/of

- het (vervolgens) richten van een pistool, althans een vuurwapen, op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (vervolgens) richten van een pistool, althans een vuurwapen, op het lichaam van die [slachtoffer 1] en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toevoegend "Meer, meer", althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- het (vervolgens) tonen en/of voorhouden van een pistool, althans een vuurwapen, aan die [slachtoffer 3] en/of

- (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegend "Ik ga schieten, ik ga schieten" en/of "Ik maak je dood" en/of "Achtervolg mij niet" en/of "Wegblijven", althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [B.] (door tussenkomst van [C.]) op te dragen en/of te vragen een snackbar te Leidschendam van een ex-vriendin te overvallen en/of (daarbij) mede te delen dat die ex-vriendin veel geld in haar tas heeft en/of die [B.] met een auto (tezamen met [C.]) naar (de omgeving van) [snackbar] te Leidschendam te brengen en/of (vervolgens) de (achter)deur van die snackbar aan te wijzen en/of (tezamen met [C.]) klaar te staan (in de buurt van die snackbar) met een (vlucht)auto en/of weg te rijden met de buit en/of (vervolgens) (een deel van) de buit weg te gooien;

en/of

[verdachte B.] en/of zijn mededader(s) en/of (een) ander(en) op of omstreeks 03 april 2009 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft/hebben gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag (van ongeveer 400 euro) en/of een (hand)tas met inhoud, (te weten: en/of

- (vier) portemonnee(s) (met daarin: en/of

- een geldbedrag (van ongeveer 2000 euro) en/of

- diverse (bank)passen en/of

- een rijbewijs) en/of

- een trouwring en/of

- een gouden damesring en/of

- een memorecorder en/of

- een kadobon van Sundays en/of

- een mobiele telefoon van het merk Nokia,)

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer 1], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [B.] en/of zijn mededader(s) en/of verdachte, welk geweld en/of bedreiging met geweld bestond(en) uit het:

- bij en/of naar de keel grijpen en/of het vasthouden van [slachtoffer 2] en/of

-het (vervolgens) richten van een pistool, althans een vuurwapen, op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (vervolgens) richten van een pistool, althans een vuurwapen, op het hoofd en/of het lichaam van die [slachtoffer 2] en/of

- het (vervolgens) richten van een pistool, althans een vuurwapen, op het lichaam van [slachtoffer 1] en/of

- (daarbij) die [slachtoffer 2] en/of die [slachtoffer 1] (dreigend) de woorden toevoegend "Meer, meer", althans woorden en/of handelingen van gelijke dreigende aard en/of strekking en/of

- het (vervolgens) tonen en/of voorhouden van een pistool, althans een vuurwapen, aan [slachtoffer 3] en/of

- (daarbij) (dreigend) de woorden toevoegend "Ik ga schieten, ik ga schieten"

en/of "Ik maak je dood" en/of "Achtervolg mij niet" en/of "Wegblijven",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking,

bij het plegen van welk misdrijf verdachte opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [B.] (door tussenkomst van [C.]) op te dragen en/of te vragen een snackbar te Leidschendam van een ex-vriendin te overvallen en/of (daarbij) mede te delen dat die ex-vriendin veel geld in haar tas heeft en/of die [B.] met een auto (tezamen met [C.]) naar (de omgeving van) [snackbar] te Leidschendam te brengen en/of (vervolgens) de (achter)deur van die snackbar aan te wijzen en/of (tezamen met [C.]) klaar te staan (in de buurt van die snackbar) met een (vlucht)auto en/of weg te rijden met de buit en/of (vervolgens) (een deel van) de buit weg te gooien.

3. Het bewijs1

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte zich op 3 april 2009 met anderen heeft schuldig gemaakt aan het plegen van diefstal met geweld of afpersing van een geldbedrag en/of een handtas met inhoud van [slachtoffer 1] (primair) dan wel daaraan medeplichtig is geweest (subsidiair). De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte het primair tenlastegelegde heeft begaan in die zin dat verdachte het geldbedrag door afpersing heeft verkregen en de handtas met inhoud heeft gestolen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van het tenlastegelegde feit bepleit. Hij heeft aangevoerd dat verdachte geen weet had van de overval en geen motief had om het tenlastegelegde feit te plegen. Bovendien komen de verklaringen van medeverdachten [C.] en [verdachte B.] niet geheel met elkaar overeen, waardoor onvoldoende bewijs aanwezig is voor een bewezenverklaring. Ten slotte is het niet waarschijnlijk dat verdachte met zijn eigen auto de overval zou plegen, omdat hij dan het risico zou lopen dat zijn ex-vriendin, [slachtoffer 1], de auto meteen zou herkennen.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank gaat op grond van de stukken van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting uit van de volgend feiten en omstandigheden.

Op 3 april 2009, omstreeks 15.00 uur, vond er een overval plaats op café/[snackbar] aan [adres] te Leidschendam.

[slachtoffer 2], werkneemster van de snackbar, bevond zich in het achtergedeelte van de snackbar toen zij geklop op de achterdeur hoorde. Ze deed de deur een stukje open en zag een getinte man met een soort bivakmuts op zijn hoofd. Zij zag dat deze man een pistool in zijn hand had. Uit angst heeft [slachtoffer 2] gegild. De man duwde de deur open en stapte naar binnen. Hij probeerde [slachtoffer 2] bij haar keel vast te pakken en ging met het pistool in de richting van haar hoofd. [slachtoffer 2] is vervolgens weggerend naar de voorkant van de snackbar.2 De eigenaar van de snackbar, [slachtoffer 1], die op het gegil van [slachtoffer 2] af kwam, zag een haar onbekende man staan, met een vuurwapen in zijn hand. Hij richtte het vuurwapen afwisselend op haar en op [slachtoffer 2]. [slachtoffer 1] heeft zich omgedraaid en is naar het restaurantgedeelte aan de voorkant van de snackbar gelopen. Zij heeft de kassalade uit de kassa gehaald en naar voren gegooid in de hoop dat de overvaller daar naartoe zou lopen. Vervolgens is zij aan de voorzijde naar buiten gerend en heeft daar om hulp geroepen.3

Toen [slachtoffer 3] dat hoorde, is hij in de deuropening van de snackbar gaan staan. Hij zag de overvaller vanuit de keuken in zijn richting komen en het pistool op hem richten. Hij hoorde de overvaller tegen hem zeggen: "ik ga schieten, ik ga schieten" en "ik maak je dood". Daarna draaide de overvaller zich om en heeft de snackbar via de achterdeur verlaten. [slachtoffer 3] is hem achterna gerend. Tijdens het rennen, heeft de overvaller zich omgedraaid en het pistool op [slachtoffer 3] gericht. Hij zei: "achtervolg mij niet" en "wegblijven" 4. [slachtoffer 3] zag dat de overvaller de bijrijdersdeur van een blauwe auto opendeed, die op de Frisolaan geparkeerd stond. Hij ging de auto niet in, maar liep weg.5 Niet lang daarna is, op basis van het signalement van de overvaller en diens locatie, medeverdachte [verdachte B.] aangehouden. Hij heeft bekend dat hij de overval heeft gepleegd.6

Volgens [B.] was het idee om de snackbar te overvallen afkomstig van verdachte. [B.] verbleef in de periode rond 3 april 2009 bij medeverdachte [C.], die zei dat hij een klusje voor hem had. Hij moest een diefstal plegen bij een snackbar omdat een kennis van [C.] dat niet zelf wilde doen. Volgens [B.] ontmoette hij die kennis, verdachte, op 2 april 2009 bij [C.] thuis. Verdachte vertelde dat een kennis of een ex van hem een snackbar had in Leidschendam en dat zij veel geld in een tas zou hebben. De volgende dag zijn verdachte, [C.] en [B.] in de auto van verdachte naar Leidschendam gereden. Daar is verdachte naar de achterzijde van de snackbar gereden en heeft aangewezen welke deur van de snackbar was. 7 [B.] heeft vervolgens een andere broek en een beige jas aangedaan, zodat hij een ander signalement zou hebben. Hij heeft een bivakmuts op gedaan en is naar de snackbar gegaan.8 Hij had een pistool bij zich om mensen af te kunnen schrikken. Hij had dit op 2 april 2009 geleend van een kennis. 9 Toen [B.] in de snackbar was, heeft hij een deel van het geld dat uit de kassalade op de grond was gevallen opgeraapt. Hij heeft het pistool gebruikt om daarmee te dreigen. Op weg naar buiten, heeft hij een damestas meegenomen. Deze tas lag op de plaats die verdachte van te voren had gezegd10. Hij is vervolgens naar de auto terug gerend.11 Daar kreeg hij van verdachte te horen dat hij weg moest gaan, omdat ze anders aangehouden zouden worden door de politie. Hierop heeft [B.] de tas is de auto gegooid en is hij weggerend.12

Ook verdachte heeft verklaard dat hij [C.] en [B.] op 2 april 2009 heeft ontmoet. Hij heeft toen weliswaar verteld dat zijn ex-vriendin een snackbar bezit en veel geld in haar tas heeft, maar hij deed dit terwijl hij onder invloed was. Hij had niet het plan om de snackbar te laten beroven.13

Volgens verdachte heeft hij op 3 april 2009 [C.] en [B.] met de blauwe BMW van zijn moeder bij [C.] thuis opgehaald. Hij zou [B.] naar een tante brengen die in de buurt van de snackbar woont. [B.] zou daar spullen ophalen. Verdachte heeft zijn auto geparkeerd en [B.] is uitgestapt. Verdachte heeft samen met [C.] in de auto op hem gewacht. Volgens verdachte werd op een gegeven moment de deur van de auto open gedaan door iemand met een lichte jas aan en een bivakmuts op. Verdachte kende die persoon niet. Er werd een tas in de auto gegooid, en daarna is verdachte weggereden. Volgens verdachte heeft [C.] onder het rijden de tas in het water gegooid. Hij zou er niets uit gehaald hebben.

Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij, als hij betrokken zou zijn bij de overval op de snackbar, niet met de BMW, waarvan [slachtoffer 1] wist dat hij er in reed, in de directe omgeving van die snackbar op [B.] zou hebben gewacht.

Medeverdachte [C.] heeft verklaard dat, nadat zij beiden zijn weggereden, verdachte uit de tas die [B.] in de auto had gegooid een zwarte portemonee haalde en deze bij zich stak.14

De rechtbank acht niet aannemelijk dat verdachte met [C.] en [B.] naar Leidschendam is gereden omdat [B.] spullen bij zijn tante wilde ophalen. Gelet op de verklaringen van [C.] en [B.] acht de rechtbank aannemelijk dat verdachte het initiatief heeft genomen voor de overval door [B.], al dan niet via [C.], op te dragen de diefstal te plegen. Er was sprake van een vooropgezet plan. [B.] zou de overval plegen en [C.] en verdachte zouden op hem wachten. Dat de verklaringen van [C.] en [B.] niet geheel gelijkluidend zijn, maakt deze niet onbetrouwbaar. Ze komen immers op een aantal belangrijke punten overeen. Zowel [C.] als [B.] verklaren dat het idee voor de overval van verdachte afkomstig is, dat verdachte de deur van de snackbar heeft aangewezen, dat verdachte hen heeft opgehaald en op [B.] heeft gewacht tijdens de overval. Bovendien is verdachte de ex van [slachtoffer 1] en wist hij dat zij de opbrengst van de snackbar in haar handtas bewaarde. 15 Verdachte heeft samen met [C.] gewacht totdat [B.] terugkwam met de buit. Alleen omdat verdachte een agent in burgerkleding in buurt van de BMW zag toen [B.] kwam aanlopen, heeft hij [B.] gezegd dat hij weg moest gaan en is hij weg gereden met de tas van [slachtoffer 1] in zijn auto. In die tas zaten portemonnees met daarin in totaal ongeveer € 2.000,00 aan omzet van de snackbar, diverse bankpassen, een rijbewijs, een trouwring, een gouden damesring, een memorecorder, een kadobon van Sundays en een mobiele telefoon (Nokia).16 De tas met inhoud is dezelfde middag in het water gevonden.17 Alleen de zwarte portemonnee met daarin de omzet van de snackbar ontbrak.18 [B.] heeft verklaard dat de tas van [slachtoffer 1] die in het water is gevonden, de tas is die hij heeft weggenomen uit de snackbar.19

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat de samenwerking tussen verdachte en zijn medeverdachten zo intensief is geweest, dat verdachte als medepleger kan worden aangemerkt.

3.4 De bewezenverklaring

Op grond van het onder 3.3 overwogene acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende kennelijke schrijf- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging dat:

(primair)

hij op 03 april 2009 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een geldbedrag en een handtas met inhoud, te weten:

- portemonnees (met daarin:

- een geldbedrag en

- diverse bankpassen en

- een rijbewijs) en

- een trouwring en

- een gouden damesring en

- een memorecorder en

- een kadobon van Sundays en

- een mobiele telefoon van het merk Nokia,

toebehorende aan [slachtoffer 1], welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen [slachtoffer 2], [slachtoffer 1] en [slachtoffer 3], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heter daad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en bedreiging met geweld bestonden uit het

- naar de keel grijpen van die [slachtoffer 2] en

- het richten van een pistool op die [slachtoffer 2] en

- het richten van een pistool op die [slachtoffer 1] en

- het tonen en/of voorhouden van een pistool aan die [slachtoffer 3] en

- daarbij dreigend de woorden toevoegend "Ik ga schieten, ik ga schieten"

en/of "Ik maak je dood" en/of "Achtervolg mij niet" en/of "Wegblijven",

althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

en

hij op 03 april 2009 te Leidschendam, gemeente Leidschendam-Voorburg, tezamen en in vereniging met anderen met het oogmerk om zich en anderen wederrechtelijk

te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer 1] heeft

gedwongen tot de afgifte van een geldbedrag toebehorende aan [slachtoffer 1],

welk geweld en bedreiging met geweld bestonden uit het:

- naar de keel grijpen van die [slachtoffer 2] en

- het richten van een pistool op die [slachtoffer 2] en

- het richten van een pistool op die [slachtoffer 1] .

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheidheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft ter terechtzitting gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 3 jaar en 6 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk wordt opgelegd met een proeftijd van 2 jaren en de bijzondere voorwaarden dat verdachte geen contact zal zoeken en/of onderhouden met [slachtoffer 1] en dat verdachte alle aanwijzingen van de reclassering opvolgt, ook als dit ambulante verslavingsbehandeling bij een verslavingskliniek en/of de Forensische Polikliniek met betrekking tot impulsiviteit, agressie, dan wel een training in cognitieve vaardigheden, inhoudt.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft vrijspraak van het tenlastegelegde feit bepleit en heeft derhalve geen verweer gevoerd ten aanzien van de strafmaat.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Verdachte en zijn medeverdachten hebben op 3 april 2009 op klaarlichte dag een snackbar overvallen. De overval was van tevoren gepland en voorbereid en had ten doel de opbrengst van de snackbar die [slachtoffer 1], de ex-vriendin van verdachte, in haar tas zou hebben te bemachtigen. [B.] is de snackbar binnengegaan en heeft [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] met een pistool bedreigd. Zij wisten niet dat het pistool niet geladen was.

Verdachte en zijn medeverdachten hebben alleen aan hun eigen geldelijk gewin gedacht en niet aan de emotionele en psychische gevolgen voor de slachtoffers. Zij hebben door de overval grote angst bij deze slachtoffers teweeg gebracht, zoals ook blijkt uit de ter zitting door [slachtoffer 1], [slachtoffer 2] en [slachtoffer 3] voorgelezen slachtofferverklaringen. De overval heeft een enorme impact gehad hun leven.

Het is een feit van algemene bekendheid dat slachtoffers van dergelijke gewelddadige delicten nog gedurende langere tijd lichamelijke en/of psychische gevolgen van het gebeurde kunnen ondervinden. Bovendien maakt een dergelijke gewapende overval een ernstige inbreuk op de rechtsorde en nemen de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving hierdoor toe.

Ten nadele van verdachte weegt voorts mee dat hij twee van de slachtoffers, [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2], goed kende en dat desondanks het idee voor de overval van hem afkomstig is en dat hij [B.] en [C.] bij zijn plannen heeft betrokken. Verdachte heeft tijdens de terechtzitting ook geen spijt betuigd, hetgeen de verwerking voor de slachtoffers niet makkelijker maakt.

De rechtbank neemt bij de bepaling van de strafmaat het Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 6 april 2009 betreffende verdachte in aanmerking. Hieruit blijkt dat verdachte recent geen vergelijkbare strafbare feiten heeft gepleegd. Tevens heeft de rechtbank kennis genomen van het voorlichtingsrapport van Palier omtrent verdachte d.d. 9 juli 2009.

Op grond van het vorenstaande acht de rechtbank de navolgende gevangenisstraf passend en geboden. Anders dan de officier van justitie en de reclassering ziet de rechtbank geen aanknopingspunten voor het opleggen van een voorwaardelijke straf. Niet duidelijk is geworden dat het plegen van het feit samenhangt met het drugsgebruik van verdachte en dat de kans op herhaling groot is. Ook is niet (voldoende) gebleken dat verdachte [slachtoffer 1] stelselmatig belaagt, waarvan hij zou moeten worden weerhouden. Ten slotte acht de rechtbank gelet op de ontkennende houding van verdachte het opleggen van verplicht reclasseringscontact weinig zinvol.

Afgezet tegen de aan medeverdachte [B.] opgelegde straf zou bij verdachte de indruk kunnen ontstaan dat zijn straf hoger is. De rechtbank heeft bij het bepalen van de hoogte van na te noemen de straf evenwel rekening gehouden met de thans geldende regeling rondom de voorwaardelijke invrijheidstelling, bij toepassing waarvan zowel voor verdachte als voor [B.] de feitelijke detentie 30 maanden zal bedragen.

7. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot hoofdelijke toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen 1) [slachtoffer 2], 2) [slachtoffer 3] en 3) [slachtoffer 1] (als voorschot), vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de datum waarop het feit plaatsvond tot aan de dag waarop de vordering wordt voldaan. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot 1) € 1.781,00 subsidiair 27 dagen hechtenis, 2) € 560,00 subsidiair 11 dagen hechtenis en 3) € 3.960,00 subsidiair 49 dagen hechtenis, ten behoeve van genoemde slachtoffers.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt dat de vorderingen van alle drie benadeelde partijen dient te worden afgewezen, daar verdachte het tenlastegelegde feit niet heeft begaan.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

1) Vordering [slachtoffer 2]

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de reiskosten in verband met bezoeken aan een therapeut, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering on zoverre niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak, daar onderbouwing van deze kosten ontbreekt.

De rechtbank acht de vordering voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van €1.650,00, als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.650,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 april 2009 is ontstaan.

Nu verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.650,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 april 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 2], wonende te [adres]

Tevens bepaalt de rechtbank dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen.

2) Vordering [slachtoffer 3]

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de posten 'vervoerkosten' en 'medicijnen apotheek', de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Het is immers onduidelijk of de vervoerkosten een causaal verband hebben met het bewezenverklaarde feit en of de medicijnen door zijn ziektekostenverzekeraar worden vergoed.

De rechtbank acht de vordering voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 535,00, als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit. De rechtbank is van oordeel dat de ondergane situatie door [slachtoffer 3] in grote lijnen overeenkomt met die van de benadeelde in het vonnis van rechtbank Leeuwarden van 24 april 2006, LJN AW6165, waarin € 500,00 is toegekend. In beide zaken is sprake van een bedreiging met een vuurwapen en een mondelinge bedreiging. Naar objectieve maatstaven kan derhalve aanwezigheid van psychische schade vastgesteld worden.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 535,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 april 2009 is ontstaan.

Nu verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 535,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 april 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 3], wonende te [adres]

Tevens bepaalt de rechtbank dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 10 dagen.

3) Vordering [slachtoffer 1]

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de post 'Olympus digital voice recorder', 'kasgeld' en 'portemonnee inhoud', de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak, daar onderbouwing van deze kosten ontbreekt.

De rechtbank acht de vordering voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van €1.560,00, als vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het bewezenverklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.560,00.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 3 april 2009 is ontstaan.

Nu verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.560,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 april 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1], wonende te '[adres]

De rechtbank bepaalt tevens dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 25 dagen.

Hoofdelijkheid

De rechtbank bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan voornoemde benadeelde partijen, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

8. De inbeslaggenomen goederen

8.1 De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat het op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) onder 1 genummerde voorwerp zal worden verbeurdverklaard, omdat de feiten met deze auto zijn begaan.

8.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verbeurdverklaring van de auto niet mogelijk is, nu de auto in eigendom is van verdachtes moeder. De auto dient volgens de raadsman derhalve te worden teruggegeven aan de rechtmatige eigenaar.

8.3 Het oordeel van de rechtbank

De verbeurdverklaring van een voorwerp met behulp van welke het feit is begaan, is alleen mogelijk als dit voorwerp toebehoort aan de verdachte of als dit voorwerp onder de exceptie van artikel 33a, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht valt. Deze regel strekt ertoe de eigenaar te goeder trouw te beschermen. Nu niet vast staat, dat de auto, die niet op naam staat van verdachte, niettemin aan hem toebehoort, dient de vordering tot verbeurdverklaring te worden afgewezen.

De rechtbank zal, nu het belang van strafvordering zich daartegen niet verzet, de teruggave aan de rechthebbende gelasten van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 24c, 36f, 57, 310, 312, 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het tenlastegelegde feit heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

diefstal door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden, gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad het bezit van het gestolene te verzekeren

en

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 45 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 5 april 2009,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 6 april 2009,

opheffing voorlopige hechtenis : 15 april 2009,

gevangenhouding : 9 juni 2009;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

[slachtoffer 2], een bedrag van € 1.650,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 april 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

[slachtoffer 3], een bedrag van € 535,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 april 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

[slachtoffer 1], een bedrag van € 1.560,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 april 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partijen, zal zijn bevrijd tot de hoogte van de betaalde bedragen;

bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding, en dat zij dit gedeelte van de vorderingen slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van:

- een bedrag groot € 1.650,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 april 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 2], [adres], en

- een bedrag groot € 535,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 april 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 3], [adres], en

- een bedrag groot € 1.560,00, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 3 april 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1], [adres]

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor:

- de duur van 25 dagen ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 2],

- de duur van 10 dagen ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 3],

- de duur van 25 dagen ten aanzien van de vordering van [slachtoffer 1];

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag;

gelast de teruggave aan de rechthebbende, de op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: een blauwe personenauto, BMW 316 I Coupe E2, kenteken [00-00-00]

Dit vonnis is gewezen door

mrs. P. Poustochkine, voorzitter,

B. Bastein en O.M. Harms, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. T.B.H. Nguyen, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 juli 2009.

mr. Bastein is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal (p-v) wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal met nummer 1573/2009/6144 van politie Haaglanden, met bijlagen.

2 p-v verhoor getuige [slachtoffer 2], p. 85-86.

3 p-v aangifte, p. 77.

4 p-v verhoor getuige [slachtoffer 3], p. 83.

5 p-v verhoor getuige [slachtoffer 3], p. 83.

6 p-v verhoor verdachte [B.], p. 96-100.

7 p-v verhoor verdachte [B.], p. 96/97 en p-v verhoor verdachte [B.], p. 203, 2e vraag.

8 p-v verhoor verdachte [B.], p. 97-98.

9 p-v verhoor verdachte [B.], p. 100.

10 p-v verhoor verdachte [B.], p. 204.

11 p-v verhoor verdachte [B.], p. 99.

12 p-v verhoor verdachte [B.], p. 99.

13 p-v verhoor verdachte, p. 146 en de verklaring verdachte ter terechtzitting.

14 p-v verhoor verdachte [C.], p. 201.

15 p-v verhoor aangever, p. 186.

16 p-v aangifte, p. 77.

17 p-v verhoor [D.], p. 102.

18 p-v aangifte, p. 127-128.

19 p-v verhoor verdachte [B.], p. 121.