Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3774

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
24-07-2009
Datum publicatie
11-08-2009
Zaaknummer
AWB 09/23966
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet getwijfeld aan verweerders verklaring dat tot op heden 14 maal een uitzetting naar Bagdad heeft plaatsgevonden op basis van een EU-document. Het enkele feit dat op de luchthaven van Bagdad de van buiten de landsgrenzen komende passagiers worden staande gehouden ten einde hun identiteit en nationaliteit vast te stellen, brengt niet met zich dat een behandeling in strijd met het bepaalde in artikel 3 EVRM plaatsvindt. Een dergelijke controle is in de meeste landen standaardprocedure. Nu een EU-document slechts wordt verstrekt aan personen van wie de Iraakse autoriteiten hier te lande hebben vastgesteld dat zij daadwerkelijk de Iraakse nationaliteit bezitten, gaat de rechtbank ervan uit dat het passeren van de controle voor Irakezen in het bezit van een EU-document eenvoudiger zal zijn dan voor geheel ongedocumenteerden.

Verweerder stelt zich terecht op het standpunt dat Noord-Irak en Centraal-Irak tesamen één nationale staat vormen, zodat de toelating van uit Noord-Irak afkomstige personen in Centraal-Irak gewaarborgd is. Verweerder is daarom niet gehouden om uit Noord-Irak afkomstige vreemdelingen ook uitsluitend naar Noord-Irak uit te zetten. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 3, enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 09/23966 VRONTN

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht beroep vrijheidsontnemende maatregel

In het geding tussen

[A], V-nummer [nummer], thans verblijvende op de Detentieboot te [plaats], hierna te noemen de vreemdeling,

gemachtigde mr. R.E. Temmen, advocaat te Bergen op Zoom,

en

de Staatssecretaris van Justitie, verweerder.

I PROCESVERLOOP

1 De vreemdeling heeft gesteld te zijn geboren op [datum] 1987 en de Iraakse nationaliteit te hebben.

2 Op 2 juli 2009 heeft de vreemdeling een beroepschrift ingediend bij de rechtbank. Het beroep is gericht tegen het voortduren van de maatregel van bewaring die verweerder bij besluit van 20 november 2008 de vreemdeling heeft opgelegd. In het beroepschrift is tevens verzocht om schadevergoeding.

3 De openbare behandeling van dit beroep heeft plaatsgevonden op 17 juli 2009. De vreemdeling heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn gemachtigde, drs. [B].

II OVERWEGINGEN

1 De rechtbank stelt voorop dat over de rechtmatigheid van de maatregel van bewaring als zodanig reeds is beslist bij uitspraak van deze rechtbank van 8 december 2008. Voorts heeft deze rechtbank laatstelijk bij uitspraak van 18 juni 2009 geoordeeld dat het voortduren van de bewaring rechtmatig was.

Derhalve staat thans ter beoordeling of verdere voortzetting van de maatregel van bewaring, gegeven de omstandigheden van het geval, rechtmatig is.

2 De vreemdeling heeft onder verwijzing naar een uitspraak van de rechtbank Dordrecht van 3 juni 2009 (LJN: BJ2015) aangevoerd dat uitzetting naar Centraal-Irak van een vreemdeling afkomstig uit Noord-Irak onrechtmatig is. Voorts is er in 2008 volgens algemene informatie slechts één Irakees naar Irak teruggekeerd.

3 Verweerder heeft de rechtbank schriftelijk inlichtingen verstrekt inzake zijn handelen strekkend tot uitzetting van de vreemdeling uit Nederland. Verweerder heeft voorts ter zitting betoogd dat er nog steeds voldoende zicht op uitzetting binnen een redelijke termijn bestaat.

4 Op grond van hetgeen partijen hebben aangevoerd, is de rechtbank van oordeel dat het voortduren van de onderwerpelijke vrijheidsontnemende maatregel niet onrechtmatig is.

De stelling dat de facto geen uitzettingen naar Bagdad plaatsvinden heeft verweerder weersproken. De rechtbank heeft geen grond om aan verweerders verklaring dat tot op heden 14 maal een uitzetting naar Bagdad heeft plaatsgevonden op basis van een EU-document te twijfelen. Voorts is de rechtbank met verweerder van oordeel dat het enkele feit dat op de luchthaven van Bagdad de van buiten de landsgrenzen komende passagiers worden staande gehouden ten einde hun identiteit en nationaliteit vast te stellen, niet met zich brengt dat een behandeling in strijd met het bepaalde in artikel 3 EVRM plaatsvindt. Een dergelijke controle is in de meeste landen standaardprocedure. Nu een EU-document slechts wordt verstrekt aan personen van wie de Iraakse autoriteiten hier te lande hebben vastgesteld dat zij daadwerkelijk de Iraakse nationaliteit bezitten, gaat de rechtbank ervan uit dat het passeren van de controle voor Irakezen in het bezit van een EU-document eenvoudiger zal zijn dan voor geheel ongedocumenteerden.

Ten slotte stelt verweerder zich naar het oordeel van de rechtbank terecht op het standpunt dat Noord-Irak en Centraal-Irak tesamen één nationale staat vormen, zodat de toelating van uit Noord-Irak afkomstige personen in Centraal-Irak gewaarborgd is. Verweerder is daarom niet gehouden om uit Noord-Irak afkomstige vreemdelingen ook uitsluitend naar Noord-Irak uit te zetten.

5 Niet is gebleken van feiten en omstandigheden die meebrengen dat de voortzetting van de bewaring ten aanzien van de vreemdeling in strijd is met de Vw 2000 dan wel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten.

6 Het beroep is derhalve ongegrond. Er is geen grond voor het toekennen van schadevergoeding.

7 Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III BESLISSING

De rechtbank 's-Gravenhage

RECHT DOENDE:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus vastgesteld door mr. E. Kouwenhoven, in tegenwoordigheid van de griffier drs. F.J.M. van den Berg.

Uitgesproken in het openbaar op 24 juli 2009.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.