Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ3457

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-07-2009
Datum publicatie
23-07-2009
Zaaknummer
Awb 09/23715
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2009:BJ5789, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vreemdelingenbewaring / Somalië / manipulatie vingertoppen / bewijslast

Aan de inbewaringstelling is onder meer ten grondslag gelegd dat eiseres haar vingertoppen heeft gemanipuleerd om de vaststelling van haar identiteit te frustreren. Eiseres stelt zich op het standpunt dat er ten gevolge van ziekte geen bruikbare vingerafdrukken kunnen worden genomen. Zij stelt dat niet op grond van slechts het proces-verbaal van de politie de conclusie kan worden getrokken dat zij haar vingers heeft gemanipuleerd, nu de politie niet beschikt over medische deskundigheid. Een medisch onderzoek was naar haar mening te meer aangewezen nu zij reeds bij het eerste gehoor melding heeft gemaakt van de ziekten. De rechtbank overweegt dat het feit dat de opsteller van het proces-verbaal niet een medisch deskundige is,niet maakt dat verweerder in beginsel niet van de juistheid van het proces-verbaal heeft mogen uitgaan. Het is aan eiseres om met bewijs te komen die de juistheid van het proces-verbaal bestrijdt en dat geen sprake is geweest van opzet, maar van ziekte. Eiseres had daartoe bijvoorbeeld een medische verklaring kunnen overleggen. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Groningen

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

Zaaknummer: Awb 09/23715

Uitspraak op het beroep tegen de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd, althans zich noemende:

X

van gestelde Somalische nationaliteit,

V-nummer:

eiseres,

gemachtigde: mr. U.H. Hansma, advocaat te Groningen.

1. Ontstaan en loop van het geschil

1.1. De Staatssecretaris van Justitie, hierna verweerder, heeft op 30 juni 2009 aan eiseres de maatregel van bewaring opgelegd op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder b, van de Vw 2000.

1.2. Eiseres heeft hiertegen op 1 juli 2009 beroep ingesteld bij de rechtbank. Ingevolge artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 strekt het beroep tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken aan de rechtbank en aan de gemachtigde van eiseres toegezonden.

1.4. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 13 juli 2009. Eiseres is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde. Voor verweerder is als gemachtigde verschenen D.A. Riezebos. Het onderzoek is ter zitting gesloten.

2. Rechtsoverwegingen

2.1. In deze procedure dient op grond van de beroepsgronden te worden beoordeeld of de maatregel van bewaring niet in strijd is met de wet en of de maatregel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid gerechtvaardigd is.

2.2. In de maatregel heeft verweerder het vermoeden van onttrekking aan de uitzetting gebaseerd op de omstandigheden dat eiseres niet beschikt over een identiteitspapier als bedoeld in artikel 4.21 van het Vreemdelingenbesluit 2000, geen vaste woon- of verblijfplaats heeft en het onderzoek naar haar identiteit heeft gefrustreerd door haar vingertoppen te manipuleren, waardoor geen dactyloscopisch signalement kan worden verkregen.

2.3 Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder ten onrechte aan de maatregel ten grondslag heeft gelegd dat zij de vaststelling van haar identiteit heeft gefrustreerd door haar vingertoppen te manipuleren.

Eiseres lijdt aan twee ziekten die hun effect op de huid hebben. Omdat eiseres hiervan reeds melding heeft gemaakt tijdens het eerste gehoor, had het op de weg van verweerder gelegen om alvorens te concluderen dat eiseres haar vingers heeft gemanipuleerd nader medisch onderzoek te doen. Dit is niet gebeurd: de maatregel is slechts gebaseerd op de vaststelling van een ambtenaar van politie dat sprake is van manipulatie. Dit is onzorgvuldig nu de politie de medische deskundigheid mist om vast te stellen wat de oorzaak is van het feit dat van eiseres geen bruikbare vingerafdrukken kunnen worden genomen.

2.4 Verweerder heeft ter onderbouwing van haar standpunt verwezen naar haar brief van 3 april 2009 aan de Voorzitter van de Tweede Kamer, met kenmerk 5595028/09, met betrekking tot de toenemende signalen over misbruik en fraude door een deel van de Somalische asielzoekers. Dit betreft onder meer de situatie waarin de vingers moedwillig worden gemutileerd danwel dat medicijnen worden ingenomen die leiden tot overmatig zweten, zodat de vingerafdrukken niet kunnen worden genomen. Gebleken is dat bij ongeveer 20% van de Somaliërs de vingerafdrukken niet kunnen worden afgenomen.

Omdat de vingerafdrukken niet goed genoeg zijn voor het Eurodac-systeem en voor de nationale database, valt op deze wijze geen onderzoek te doen of een andere lidstaat verantwoordelijk is voor de behandeling van de asielaanvraag. Ook valt hierdoor niet vast te stellen of de vreemdeling in Nederland of een ander land reeds een asielvergunning heeft aangevraagd of gekregen.

Naar aanleiding hiervan is verweerder ertoe overgegaan om Somaliërs en andere asielzoekers van wie de vingerafdrukken niet kunnen worden afgenomen, in bewaring te stellen, hetgeen mogelijk is indien er zicht is op uitzettting. Aangezien in deze gevallen identificatie wordt gefrustreerd en vaak sprake blijkt te zijn van een eerder verblijf in een ander land dat partij is bij de Dublin II Verordening, kan grond bestaan voor het opleggen van bewaring. Gedurende de bewaring zal worden geprobeerd alsnog de identiteit vast te stellen.

2.5. In het proces-verbaal van 24 juni 2009 van de buitengewoon opsporingsambtenaar van het regionaal politiekorps Groningen is onder meer opgenomen dat de handen/vingers van eiseres erg vochtig/nat waren door overmatig zweten, dat op één van de vingertoppen een blaar te zien was en dat de vingers rood waren aangelopen. De verbalisant heeft daarbij aangegeven dat het feit dat geen bruikbaar dactylopscopisch signalement kan worden vervaardigd hoogstwaarschijnlijk het gevolg is van opzet aan de zijde van eiseres.

2.6. Uitgaande van de ervaringsgegevens zoals die zijn neergelegd in de brief van 3 april 2009 van de Staatssecretaris van Justitie, in samenhang met het op de situatie van eiseres toegespitste proces-verbaal van 24 juni 2009, heeft verweerder er vanuit mogen gaan dat eiseres haar vingertoppen zodanig heeft bewerkt dat het nemen van bruikbare afdrukken niet mogelijk was. Dat de opsteller van het proces-verbaal niet een medisch deskundige is, zoals ter zitting door verweerder is bevestigd, maakt niet dat verweerder in beginsel niet van de juistheid van het proces-verbaal heeft mogen uitgaan. Het is aan eiseres om met bewijs te komen die de juistheid van het proces-verbaal bestrijdt en dat geen sprake is geweest van opzet, maar dat het niet kunnen afnemen van vingerafdrukken, zoals zij stelt, het gevolg is van ziekte. Eiseres had daartoe bijvoorbeeld een medische verklaring kunnen overleggen. Dit heeft zij echter niet gedaan.

2.7 Dat eiseres reeds bij het eerste gehoor heeft verklaard dat zij ten gevolge van ziekte huidproblemen heeft, leidt niet tot een ander oordeel. Het tijdig melden van deze omstandigheid is niet van dien aard dat de bewijslast naar verweerder wordt verlegd in die zin dat het in de eerste plaats aan verweerder is om te bewijzen dat de problemen bij het nemen van vingerafdrukken het gevolg zijn van manipulatie.

Het feit dat op 8 juli 2009 nogmaals vingerafdrukken zijn genomen en dat ook deze niet bruikbaar waren, kan evenmin tot een ander oordeel leiden.

2.8 In het licht van het bovenstaande zal de rechtbank er niet toe overgaan om, zoals eiseres ter zitting subsidiair heeft verzocht, vragen te stellen aan verweerder omtrent de - medische - oorzaak van de problemen met betrekking tot de vingertoppen van eiseres of om zelf een medisch deskundige te benoemen die hiernaar onderzoek doet.

2.9 Met betrekking tot deze beroepsgrond resteert de conclusie dat verweerder aan de maatregel ten grondslag heeft mogen leggen dat eiseres het onderzoek naar haar identiteit heeft gefrustreerd door haar vingertoppen te manipuleren, waardoor geen dactyloscopisch signalement kan worden verkregen.

2.10 Eiseres heeft voorts aangevoerd dat er geen concreet zicht op uitzetting bestaat, nu zij niet wil terugkeren naar Somalië. In dit verband heeft eiseres verwezen naar de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2009, LJN BJ1600. In die zaak werd aangenomen dat er geen zicht op uitzetting naar Somalië bestond omdat de mogelijkheid ontbrak de vreemdeling met dwang naar dat land te doen terugkeren.

Daarnaast bestaat aldus eiseres geen concreet zicht op uitzetting nu de asielprocedure zich nog slechts in een pril stadium bevindt en het de vraag is of, gelet op de toestand van de vingertoppen van eiseres, het in de toekomst wel mogelijk zal zijn om een bruikbaar dactyloscopisch signalement te verkrijgen.

2.11 Niet gezegd kan worden dat er geen concreet zicht op uitzetting van eiseres bestaat.

Immers, de identiteit en nationaliteit van eiseres staan bij gebreke aan bruikbare vingerafdrukken nog niet vast. Dit betekent dat kan blijken dat eiseres niet uit Somalië afkomstig is of dat een derde land in het kader van de Dublin II Verordening verantwoordelijk is voor de asielaanvraag van eiseres.

In het licht hiervan kan het beroep van eiseres op de uitspraak van de Afdeling van 1 juli 2009 niet slagen. Deze uitspraak ziet immers op een situatie waarin uitsluitend de mogelijkheid van uitzetting naar Somalië aanwezig was.

Wel is het aan verweerder om in het kader van een eventueel vervolgberoep aan te geven welke stappen worden ondernomen om de identiteit en herkomst van eiseres vast te stellen en naar welk(e) land(en) zal worden geprobeerd eiseres uit te zetten.

Dat eiseres op 24 juni 2009 een asielaanvraag heeft ingediend, leidt niet tot een ander oordeel. Het voornemen van verweerder in deze procedure dateert van 30 juni 2009, zodat mag worden aangenomen dat tijdig een beschikking op de aanvraag zal volgen.

De stelling van eiseres dat het maar de vraag is of, gelet op de toestand van haar vingers, het in de toekomst wel mogelijk zal zijn om een bruikbaar dactyloscopisch signalement te verkrijgen, leidt evenmin tot een ander oordeel, nu deze stelling op geen enkele wijze is onderbouwd.

2.12 Gelet op het voorgaande is het beroep ongegrond en bestaat geen aanleiding om schadevergoeding toe te kennen.

3. Beslissing

De rechtbank

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus gegeven door mr. S.M. Schothorst en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van mr. R.A. Schaapsmeerders als griffier op 20 juli 2009.

Griffier

Rechter

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen een week na de datum van verzending van deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (postbus 16113, 2500 BC te ’s-Gravenhage) onder vermelding van ‘Hoger beroep vreemdelingenzaken’. Ingevolge artikel 85 Vw 2000 dient het beroepschrift één of meer grieven tegen de uitspraak te bevatten. Artikel 6:6 van de Algemene wet bestuursrecht is niet van toepassing.

Afschrift verzonden: