Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2523

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-05-2009
Datum publicatie
14-07-2009
Zaaknummer
09/535070-09; 09/522602-08 (tul)
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het zwaarste verwijt dat de rechtbank verdachte maakt, is dat zij op 2 februari 2009 samen met haar medeverdachte op gewelddadige en intimiderende wijze het slachtoffer heeft bewogen tot afgifte van zijn portemonnee en telefoon. Door het handelen van verdachte heeft het slachtoffer niet alleen pijn en letsel opgelopen, ook is hem veel angst aangejaagd. De beroving was immers niet alleen gewelddadig, ook vond deze plaats op een donkere en verlaten plek. Het slachtoffer durfde gedurende enkele dagen niet meer in de buurt van zijn woning - de plaats van de beroving - te komen.

Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het plegen van twee winkeldiefstallen. Zij heeft een fles wijn gestolen en een vest . Deze vorm van criminaliteit veroorzaakt veel schade bij de winkeliers en daarmee bij de maatschappij. De winkeliers zijn hierdoor genoodzaakt extra beveiligingsmaatregelen te treffen en zullen de kosten hiervan doorberekenen aan de consument.

Uit een op haar naam staand UJD blijkt dat verdachte meerdere malen met justitie in aanraking is geweest voor winkeldiefstallen. Zij liep zelfs nog in een proeftijd voor een winkeldiefstal

De rechtbank heeft bij de vaststelling van de strafmaat meegewogen dat verdachte nog niet eerder voor een geweldsdelict met justitie in aanraking is geweest.

Gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de overige omstandigheden acht de rechtbank een zwaardere gevangenisstraf dan door de officier van justitie gevorderd, passend en geboden.

Gevangenisstraf zes maanden waarvan één voorwaardelijk.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummers 09/535070-09; 09/522602-08 (tul)

Datum uitspraak: 4 mei 2009

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte]

geboren te [geboortedatum 1969],

[adres]

thans [gedetineerd in PI]

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 20 april 2009.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. C.T. Aalbers en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. J.R. Juriaans, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

zij op of omstreeks 02 februari 2009 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud) en/of een telefoon, in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer] in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het slaan en/of schoppen en/of bij de haren beetpakken van die [slachtoffer] en/of het (dreigend) toevoegen van de woorden "Geef me je geld, nou geef hier" en/of "Je hebt wel geld! Geef het aan mij, of ik maak je dood en ik zal je begraven" althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard of strekking;

EN/OF

zij op of omstreeks 02 februari 2009 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toeëigening heeft weggenomen een portemonnee (met inhoud) en/of een telefoon, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer] gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het slaan en/of schoppen en/of bij de haren beetpakken van die [slachtoffer] en/of het (dreigend) toevoegen van de woorden "Geef me je geld, nou geef hier" en/of "Je hebt wel geld! Geef het aan mij, of ik maak je dood en ik zal je begraven" althans woorden van soortgelijke (dreigende) aard of strekking;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

Ter berechting gevoegd de zaak met parketnummer 09/520094-09:

zij op of omstreeks 29 januari 2009 te Leiden met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles wijn, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan een filiaal van Digros, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte;

art 310 Wetboek van Strafrecht

3.

Ter berechting gevoegd de zaak met parketnummer 09/520738-08:

zij op of omstreeks 02 december 2008 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vest, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf Coolcat, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

4.

zij op of omstreeks 02 december 2008 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen drie, althans een of meer, (spijker)broek(en), in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan winkelbedrijf C&A, in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of haar mededader(s);

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 311 lid 1 ahf/sub 4 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte op 2 februari 2009 in Leiden samen met haar vriend - [medeverdachte] - [slachtoffer] heeft beroofd van zijn portemonnee en telefoon door hem tot afgifte hiervan te dwingen door hem te schoppen, te slaan, bij de haren te pakken en te bedreigen (afpersing, feit 1 eerste cumulatief/alternatief) en/of door deze portemonnee en telefoon van [slachtoffer] af te nemen en hem daarbij te schoppen, te slaan, bij de haren te pakken en te bedreigen (diefstal met geweld, feit 1 tweede cumulatief/alternatief).

Ook wordt verdachte verweten dat zij op 29 januari 2009 een fles wijn heeft gestolen bij Digros in Leiden (feit 2) en dat zij op 2 december 2008 samen met een vriendin een vest heeft gestolen bij CoolCat (feit 3) en één of meer spijkerbroeken bij C&A (feit 4) in Leiden.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte feit 1 eerste cumulatief/alternatief, feit 2 en feit 3 heeft begaan en verdachte zal vrijspreken van feit 1 tweede cumulatief/alternatief en feit 4 en van het onder feit 3 tenlastegelegde medeplegen.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geconcludeerd dat verdachte van de onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief en 4 tenlastegelegde feiten moet worden vrijgesproken. Ook moet verdachte worden vrijgesproken van het onder feit 3 tenlastegelegde medeplegen. De raadsman motiveert zijn standpunt als volgt.

Ten aanzien van feit 1 stelt de raadsman dat verdachte uitdrukkelijk ontkent [slachtoffer] te hebben beroofd of hem zelfs maar op die plek te hebben gezien. Het dossier levert daartoe geen overtuigend bewijs. De verklaring van [slachtoffer] is onvoldoende betrouwbaar. Het was donker toen hij werd overvallen, hij heeft zijn overvallers niet gesproken en beide verdachten tijdens de overval niet bij naam genoemd. [slachtoffer] kon dus niet met zekerheid zeggen dat hij door beide verdachten is overvallen. Bovendien is [slachtoffer] een verward persoon met een slechte reputatie. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat haar verklaringen bij de politie heel anders zijn opgeschreven dan zij heeft bedoeld. Dit is goed mogelijk, aangezien verdachte tijdens haar verhoor bij de politie erg dronken was. Ook op de raadsman kwam zij bij de politie verward en duidelijk onder invloed, zelfs stoned over . Ze heeft zeer waarschijnlijk niet steeds goed begrepen op welke manier de politie haar verklaring heeft vastgelegd, ook niet toen deze haar werd voorgelezen. Gezien deze omstandigheden dienen haar verklaringen bij de politie met een kritisch oog te worden bekeken.

Het overige bewijs is erg mager. Bovendien is het alibi van verdachte aannemelijk. De verklaring van het hotel dat verdachten om 23:00 uur hebben ingecheckt komt van een derde persoon en bovendien uit diens geheugen. De tijd van inchecken is niet schriftelijk vastgelegd. De treinreis naar Amsterdam duurt lang, er is nog een boodschap gedaan in Leiden en eten gehaald in Amsterdam zodat betwijfeld moet worden of verdachten [slachtoffer] om 21:30 uur hebben kunnen beroven.

Ten aanzien van de feiten 3 en 4 stelt de raadsman dat de diefstal van het vest bij CoolCat door verdachte alleen is gepleegd. Haar vriendin wist hier niets vanaf. De diefstal van de spijkerbroeken bij C&A heeft de vriendin van verdachte juist alleen gepleegd. Verdachte had hier geen weet van.

De raadsman is van mening dat de feiten 2 en 3 - niet in vereniging - wel wettig en overtuigend bewezen kunnen worden.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

Feit 1

De rechtbank leidt uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende af.1

Op 2 februari 2009 komt [slachtoffer] rond 21:30 uur aan bij zijn woning, een schuurtje naast de Groenoordhallen te Leiden, waar hij van de opzichter mag verblijven.2 Hij ziet een vrouw, die hij kent als [verdachte], voor zijn woning staan. Daarna ziet hij een man, die hij kent als [medeverdachte],uit zijn woning komen.3 [slachtoffer] ziet dat de deur van zijn woning verbroken is en spreekt [medeverdachte] hier op aan.4 [medeverdachte] pakt [slachtoffer] dan vast bij zijn haren, duwt hem op zijn knieën naar de grond en zegt: "Geef me je geld, nou, geef hier!" Wanneer [slachtoffer] antwoordt dat hij niet zoveel geld heeft, zegt [medeverdachte]: "Je hebt wel geld! Geef het aan mij of ik maak je dood en ik zal je begraven!" Hierbij slaat hij [slachtoffer] constant tegen zijn hoofd.5 [medeverdachte] houdt het hoofd van [slachtoffer] vast, zodat die de klappen niet kan ontwijken.6 Als het [slachtoffer] lukt om weg te rennen, grijpt [medeverdachte] hem bij zijn jas7, waardoor [slachtoffer] ten val komt en zijn jas scheurt.8 [medeverdachte] begint [slachtoffer] tegen zijn lichaam te schoppen. [verdachte] komt er bij staan en begint [slachtoffer] ook te schoppen9. [medeverdachte] ziet dat [slachtoffer] zijn telefoon in zijn hand houdt en roept: "Geef hier die telefoon!"10 [slachtoffer] geeft zijn telefoon af en gooit zijn portemonnee richting [verdachte], die de portemonnee oppakt.11 [slachtoffer] hoort haar zeggen dat er maar een tientje in zit.12 Volgens [slachtoffer] zou er echter € 210,00 in moeten zitten.13 Als [verdachte] zijn portemonnee weer terug gooit, ziet [slachtoffer] dat er alleen een briefje van € 50,00 in zit. [slachtoffer] is bang dat hij nog meer klappen zou krijgen als hij niet eerlijk zou zijn en gooit zijn portemonnee dan voor [medeverdachte] neer. [medeverdachte] laat hem los.14 [slachtoffer] weet weg te rennen naar een dichtbij gelegen taxibedrijf. Daar wordt de politie gebeld.15

De politie arriveert enkele ogenblikken later en loopt samen met [slachtoffer] naar de plek waar hij door [medeverdachte] en [verdachte] geslagen en geschopt is. De politie ziet dat de grond op die plek, bestaande uit harde aarde en zand, omgewoeld is, alsof er is geworsteld. Zij sturen [slachtoffer] vervolgens naar het politiebureau om aangifte te doen. Als hij weg is, ziet de politie op enige meters afstand van de omgewoelde plaats een portemonnee liggen. Een paar meter verderop ligt ook een bril.16 De verbalisanten nemen de spullen mee naar het politiebureau en tonen deze aan [slachtoffer]. [slachtoffer] herkent de spullen, het zijn de portemonnee en bril die hij bij de overval is kwijtgeraakt.. Hij verklaart dat het geld uit zijn portemonnee verdwenen is.17

[slachtoffer] heeft ten tijde van de aangifte verse verwondingen aan zijn hoofd en knieën.18

Op 4 februari 2009 ziet [slachtoffer] [medeverdachte] en [verdachte] weer, bij het Papegaaisbolwerk. Hij waarschuwt dan de politie en op deze aanwijzing van [slachtoffer] worden verdachte en [medeverdachte] aangehouden.19 Verdachte bekent dat [medeverdachte] en zij op 2 februari 2009 rond 21:30 uur bij de woning van [slachtoffer] zijn geweest20. Zij verklaart dat [medeverdachte] de portemonnee heeft gestolen van "die man", over wie zij desgevraagd verder verklaart "Dat is iemand die ik ken als [voornaam slachtoffer]. Ik ken hem niet zo goed, ze noemen hem [voornaam slachtoffer]".21

Conclusie

Het onder 1 eerste cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit acht de rechtbank, gelet op de bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen. De rechtbank overweegt daartoe in het bijzonder nog het volgende.

Verdachte heeft verklaard op 2 februari 2009 rond 21:30 uur aanwezig te zijn geweest op de plaats waar [slachtoffer] is beroofd van zijn telefoon en portemonnee, maar zij ontkent iets met deze beroving te maken te hebben. [slachtoffer] wijst haar en [medeverdachte] echter specifiek aan als daders. Bij zijn aangifte vertelt hij dat hij als eerste de vrouw die hij kent als [verdachte] bij zijn woning zag staan. Daarna noemt hij de man die hij kent als [medeverdachte]. Twee dagen na de beroving ziet hij verdachte en [medeverdachte] vlakbij het Papegaaisbolwerk, hij is daarop direct het politiebureau binnengelopen en heeft hen aangewezen als degenen die hem twee dagen eerder hebben beroofd. Het letsel bij [slachtoffer] zijn gescheurde jas en de door de politie op de plaats delict aangetroffen omgewoelde grond en portemonnee en bril van [slachtoffer] ondersteunen diens verhaal. De aangifte van [slachtoffer] en zijn verklaring bij zijn nader verhoor zijn consistent. Verdachte en [medeverdachte] hebben daarentegen steeds wisselende verklaringen afgelegd over hun aanwezigheid op de plaats van de beroving en het tijdstip dat zij daar waren.

Gezien het feit dat [slachtoffer] zelf zijn portemonnee en telefoon aan beide verdachten heeft afgegeven acht de rechtbank de onder 1 eerste cumulatief/alternatief tenlastegelegde afpersing bewezen en niet de onder 1 tweede cumulatief/alternatief tenlastegelegde diefstal met geweld, waarbij de telefoon en portemonnee door verdachten zelf zouden moeten zijn afgepakt.

De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van het onder 1 tweede cumulatief/alternatief ten laste gelegde feit.

Feit 2

De rechtbank leidt uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende af.22

Op 29 januari 2009 is verdachte omstreeks 16:00 uur naar de Digros in Leiden gegaan.23 In de winkel ontdekte zij dat ze niet genoeg geld in haar portemonnee had om een fles wijn te kopen.24 Zij heeft vervolgens een fles wijn in haar tas gestopt25, heeft een fles frisdrank uit een ander schap gepakt en is naar de kassa gelopen waar zij alleen de frisdrank heeft afgerekend.26 Hierna is zij aangehouden27 en is de fles wijn in haar tas aangetroffen. Er is vervolgens aangifte gedaan van diefstal van een fles wijn.28 Verdachte heeft bekend de fles wijn te hebben weggenomen.29

Conclusie

De onder 2 ten laste gelegde diefstal acht de rechtbank, gelet op voormelde bewijsmiddelen, wettig en overtuigend bewezen.

Feit 3 en 4

De rechtbank leidt uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende af.30

Op 2 december 2008 is verdachte met een vriendin, [vriendin], in Leiden.31 Omstreeks 10:20 uur gaat zij naar CoolCat. Verdachte neemt twee vesten, waarvan er één zwart/grijs gekleurd is, de paskamer in en wrikt daar het beveiligingslabel los van het zwart/grijs gekleurde vest.32 Het beveiligingslabel valt op de grond. Verdachte verbergt het label door er met haar voet op te gaan staan.33 Verdachte stopt het beveiligingslabel in de zak van het tweede vest. Het vest zonder beveiligingslabel doet zij in haar tas.34 Verdachte gaat vervolgens de paskamer uit, geeft het tweede vest aan een winkelmedewerker en passeert met het andere vest in haar tas de kassa zonder af te rekenen.35 Haar vriendin heeft de hele tijd buiten CoolCat op verdachte staan wachten.36

De winkelmedewerker ontdekt dan het beveiligingslabel in de zak van het vest dat zij van verdachte heeft teruggekregen. Zij belt de politie en geeft een signalement door van verdachte en haar vriendin.37 Omstreeks 10:45 uur worden verdachte en haar vriendin door de politie gesignaleerd bij het Papegaaisbolwerk in Leiden. Zij worden aangehouden. Tijdens de insluitingsfouillering wordt bij verdachte een grijs vest met losgemaakt prijslabel aangetroffen.38

Verdachte heeft bekend dat zij het vest bij CoolCat heeft gestolen39. Ter terechtzitting heeft zij nog nader verklaard dat zij het label van het vest heeft losgemaakt met het groene knipschaartje dat ook in haar tas is aangetroffen.40

In de tas van verdachte is tevens een spijkerbroek van het merk Clockhouse (C&A) aangetroffen. Verdachte heeft verklaard dat zij die broek in Roermond had gekocht voor haar vriend. De bon had zij niet meer, zij wist diens maat dus dan kon het bonnetje ook weg.41 Zij heeft voorts zowel tegenover de politie als ter terechtzitting ontkend dat zij iets te maken heeft met de diefstal van twee broeken van C&A die bij haar [vriendin] in de tas zijn aangetroffen.

Conclusie

Uit de hiervoor weergegeven feiten en omstandigheden zoals blijkt uit de bewijsmiddelen en het onderzoek ter terechtzitting oordeelt de rechtbank dat onvoldoende is komen vast te staan dat verdachte de onder feit 4 tenlastegelegde diefstal van een of meer spijkerbroeken bij C&A heeft gepleegd. De rechtbank spreekt verdachte daarom vrij van feit 4.

Evenmin is voldoende vast komen te staan dat de vriendin van verdachte wist dat verdachte het vest bij CoolCat ging stelen of dat deze vriendin voor verdachte buiten CoolCat op de uitkijk heeft gestaan, zodat niet wettig en overtuigend bewezen kan worden dat verdachte het vest in vereniging heeft gestolen. De rechtbank spreekt verdachte daarom in zoverre vrij van feit 3, maar acht wel wettig en overtuigend bewezen dat verdachte de diefstal van het vest heeft gepleegd.

3.4 De bewezenverklaring

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:

1.

op 02 februari 2009 te Leiden tezamen en in vereniging met een ander, met het oogmerk om zich en een ander wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van een portemonnee (met inhoud) en een telefoon, toebehorende aan die [slachtoffer] welk geweld en welke bedreiging met geweld bestonden uit het slaan en schoppen en bij de haren beetpakken van die [slachtoffer] en het dreigend toevoegen van de woorden "Geef me je geld, nou geef hier" en "Je hebt wel geld! Geef het aan mij, of ik maak je dood en ik zal je begraven" althans woorden van soortgelijke dreigende aard of strekking;

2.

op 29 januari 2009 te Leiden met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een fles wijn, toebehorende aan een filiaal van Digros;

3.

op 02 december 2008 te Leiden met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen een vest, toebehorende aan winkelbedrijf Coolcat.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die haar strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van de haar bij dagvaarding onder 1 tweede cumulatief/alternatief en 4 tenlastegelegde feiten zal worden vrijgesproken en dat verdachte ter zake van de haar bij dagvaarding onder 1 eerste cumulatief/alternatief, 2 en 3 tenlastegelegde feiten wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 maanden, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, waarvan 1 maand voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren met als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften haar te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, waaronder het Psycho-medisch centrum Parnassia te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt behandeling bij De Waag.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft geconcludeerd tot vrijspraak van de onder 1 eerste en tweede cumulatief/alternatief en 4 tenlastegelegde feiten en van het onder feit 3 tenlastegelegde medeplegen. De raadsman verzoekt voor de onder 2 en 3 tenlastegelegde feiten een gevangenisstraf gelijk aan het voorarrest op te leggen. Ook stelt hij dat een stok achter de deur voor verdachte nuttig kan zijn.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Mede naar aanleiding van hetgeen hieromtrent door de officier van justitie en de raadsman van verdachte naar voren is gebracht, overweegt de rechtbank als volgt.

Het zwaarste verwijt dat de rechtbank verdachte maakt, is dat zij op 2 februari 2009 samen met haar medeverdachte op gewelddadige en intimiderende wijze slachtoffer [slachtoffer] heeft bewogen tot afgifte van zijn portemonnee en telefoon (feit 1). Door het handelen van verdachte heeft het slachtoffer niet alleen pijn en letsel opgelopen, ook is hem veel angst aangejaagd. De beroving was immers niet alleen gewelddadig, ook vond deze plaats op een donkere en verlaten plek. Het slachtoffer durfde gedurende enkele dagen niet meer in de buurt van zijn woning - de plaats van de beroving - te komen.

Verdachte heeft zich ook schuldig gemaakt aan het plegen van twee winkeldiefstallen. Zij heeft een fles wijn gestolen bij Digros (feit 2) en een vest bij Coolcat (feit 3). Deze vorm van criminaliteit veroorzaakt veel schade bij de winkeliers en daarmee bij de maatschappij. De winkeliers zijn hierdoor genoodzaakt extra beveiligingsmaatregelen te treffen en zullen de kosten hiervan doorberekenen aan de consument.

Uit een op haar naam staand Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 5 februari 2009 blijkt dat verdachte meerdere malen met justitie in aanraking is geweest voor winkeldiefstallen. Zij liep zelfs nog in een proeftijd voor een winkeldiefstal gepleegd in maart 2008.

De rechtbank heeft bij de vaststelling van de strafmaat meegewogen dat verdachte nog niet eerder voor een geweldsdelict met justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op het voorlichtingsrapport van de Reclassering Nederland, stichting Palier, regio Den Haag, d.d. 9 april 2009.

Gezien de ernst van de bewezenverklaarde feiten en de overige omstandigheden, zoals hiervoor weergegeven, acht de rechtbank een zwaardere gevangenisstraf dan door de officier van justitie gevorderd, passend en geboden De rechtbank acht het met de officier van justitie wel nuttig om een deel van de gevangenisstraf voorwaardelijk op te leggen, met als bijzondere voorwaarde contact met de reclassering.

Hieruit volgt dat de rechtbank het verzoek tot opheffing van de voorlopige hechtenis afwijst.

7. De inbeslaggenomen goederen

7.1. De vordering van de officier van justitie

Bij de aanhouding van verdachte voor de feiten 3 en 4 werd in een plastic tas bij het gestolen vest een spijkerbroek aangetroffen. De broek is in beslag genomen. Er is geen afstand van de broek gedaan. De officier van justitie concludeert dat onvoldoende is komen vast te staan dat deze broek van diefstal afkomstig is en verzoekt het in beslag genomen voorwerp, derhalve toebehorende aan verdachte, aan haar te retourneren.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging stelt zich op het standpunt dat verdachte de in beslag genomen broek heeft gekocht bij C&A in Roermond en dat de broek daarom aan haar teruggegeven moet worden.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

Verdachte heeft verklaard dat zij de spijkerbroek die bij het gestolen vest is aangetroffen bij C&A in Roermond heeft gekocht. Verdachte kon de politie echter geen aankoopbon overhandigen.42 De bedrijfsleider van C&A in Leiden heeft op verzoek van de politie aan de hand van het label, dat aan de bij verdachte aangetroffen spijkerbroek was gehecht, kunnen achterhalen dat deze broek in heel Nederland nog niet verkocht is. Volgens dat label moet deze broek nog in een winkel liggen.43

De hoofdregel luidt dat een in beslag genomen goed in beginsel moet worden teruggegeven aan degene bij wie dat goed in beslag is genomen. Uitzonderingen op deze hoofdregel zijn (1) teruggave aan een andere rechthebbende of (2) bewaring ten behoeve van de rechthebbende. De Hoge Raad heeft bij arrest van 29 oktober 2002 (NJ 2003, 19) bepaald dat de tweede uitzondering van toepassing kan zijn "in geval naar het oordeel van de rechter aannemelijk is dat degene onder wie is inbeslaggenomen geen recht heeft op dat voorwerp". De Hoge Raad heeft bepaald dat dit ook geldt als niet is vastgesteld dat met betrekking tot het inbeslaggenomen voorwerp een strafbaar feit is begaan.

De rechtbank oordeelt dat de tweede uitzondering op de hoofdregel hier van toepassing is. Blijkens het op haar naam staande Uittreksel Justitiële Documentatie heeft verdachte meerdere malen winkeldiefstallen gepleegd. Zij is ter terechtzitting voor nog eens twee winkeldiefstallen veroordeeld. Bovendien is de spijkerbroek in dezelfde tas aangetroffen als het door verdachte bij CoolCat gestolen vest. Mede gelet op de bevindingen van de bedrijfsleider van de C&A te Leiden, is het volgens de rechtbank aannemelijk dat de in beslag genomen spijkerbroek van diefstal afkomstig is. Verdachte kan dus niet als rechthebbende worden aangemerkt. De rechtbank zal derhalve bewaring van de spijkerbroek ten behoeve van de rechthebbende - welke bij de rechtbank niet bekend is - gelasten.

8. De vordering tenuitvoerlegging

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft de tenuitvoerlegging gevorderd van de bij vonnis van de politierechter d.d. 28 mei 2008 voorwaardelijk opgelegde gevangenisstraf, te weten een gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman stelt zich op het standpunt dat een stok achter de deur in het voordeel van verdachte kan werken en verzoekt, mede gezien de persoonlijke omstandigheden van verdachte, de proeftijd te verlengen.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank wijst de vordering van de officier van justitie van 13 maart 2009 (09/522602-08) tot tenuitvoerlegging van de opgelegde gevangenisstraf waartoe verdachte werd veroordeeld bij onherroepelijk geworden vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 28 mei 2008 toe, nu uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken dat verdachte de algemene voorwaarde niet heeft nageleefd, doordat deze zich voor het einde van de proeftijd die bij voormeld vonnis was opgelegd, wederom heeft schuldig gemaakt aan het plegen van een strafbaar feit.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

- 14a, 14b, 14c, 14d, 14g, 57, 310 en 317 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 tweede cumulatief/alternatief en 4 tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1 eerste cumulatief/alternatief, 2 en 3 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 eerste cumulatief/alternatief:

afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

ten aanzien van feit 2 en 3:

diefstal, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de haar opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op: 4 februari 2009

in voorlopige hechtenis gesteld op : 6 februari 2009;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 1 maand niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit alsmede onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften haar te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag, waaronder het Psycho-medisch centrum Parnassia te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt behandeling bij De Waag;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

gelast de bewaring ten behoeve van de rechthebbende van het op de beslaglijst onder 1 genummerde voorwerp, te weten: een broek;

gelast de tenuitvoerlegging van de straf, voorwaardelijk opgelegd bij voormeld vonnis van de politierechter in deze rechtbank d.d. 28 mei 2008, gewezen onder parketnummer 09/522602-08, te weten gevangenisstraf voor de duur van 1 week.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. R. Elkerbout, voorzitter,

M.H. Rochat en J. de Ridder, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. B.M. van Heemst, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 4 mei 2009.

Mr. J. de Ridder is buiten staat dit vonnis te ondertekenen.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's betreffen dit de pagina's van de doorgenummerde processen-verbaal van politie Hollands Midden, genummerd PL1640/09-001079, d.d. 5 februari 2009, met bijlagen; respectievelijk genummerd PL1640/09-001079A, d.d. 16 februari 2009, met bijlagen.

2 Proces-verbaal van aangifte, blz. 25.

3 Proces-verbaal van aangifte, blz. 25; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 40.

4 Proces-verbaal van aangifte, blz. 25.

5 Proces-verbaal van aangifte, blz. 25 en 26; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 40 en 41.

6 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 41.

7 Proces-verbaal van aangifte, blz. 26; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 41.

8 Proces-verbaal van aangifte, blz. 26; eigen waarneming van de rechtbank, te weten foto's van de gescheurde jas van [slachtoffer] blz. 35.

9 Proces-verbaal van aangifte, blz. 26; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 41.

10 Proces-verbaal van aangifte, blz. 26; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 41.

11 Proces-verbaal van aangifte, blz. 26; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 41.

12 Proces-verbaal van aangifte, blz. 26; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 41.

13 Proces-verbaal van aangifte, blz. 26.

14 Proces-verbaal van aangifte, blz. 26; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 41.

15 Proces-verbaal van aangifte, blz. 26; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 41.

16 Eigen waarneming van de rechtbank, te weten foto's van de omgewoelde plek en de portemonnee en de bril op de grond, blz. 30, 31 en 33; proces-verbaal van bevindingen, blz. 71.

17 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 72.

18 Proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 41; eigen waarneming van de rechtbank, te weten foto's van [slachtoffer] waarop verwondingen op zijn voorhoofd, handen en knieën te zien zijn, blz. 29, 34 en 36.

19 Proces-verbaal van aanhouding [medeverdachte], blz. 10 en 11; proces-verbaal van aanhouding verdachte, blz. 18 en 19; proces-verbaal van verhoor [slachtoffer] blz. 40.

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 44 en 46; proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 58 en 59; verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 april 2009.

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 47 onderaan en 48 bovenaan.

22 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's betreffen dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal van politie Hollands Midden, genummerd PL1644/09-000914, d.d. 30 januari 2009, met bijlagen.

23 Proces-verbaal van verhoor [getuige], blz. 7; proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 11; verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 april 2009.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 11.

25 Proces-verbaal van verhoor [getuige], blz. 7; proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 11; verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 april 2009.

26 Proces-verbaal van aangifte, blz. 6; proces-verbaal van verhoor [getuige], blz. 7; verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 april 2009.

27 Proces-verbaal van aangifte, blz. 6; proces-verbaal van verhoor [getuige], blz. 7; proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 11.

28 Proces-verbaal van aangifte, blz. 6; proces-verbaal van verhoor [getuige], blz. 7.

29 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 11.

30 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's betreffen dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal van politie Hollands Midden, genummerd PL1644/08-010452, d.d. 12 december 2008, met bijlagen.

31 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 11; proces-verbaal van verhoor medeverdachte [vriendin], blz. 14; verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 april 2009.

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 11.

33 Proces-verbaal van aangifte, blz. 16.

34 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 11 en 12; verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 april 2009.

35 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 12; proces-verbaal van aangifte, blz. 16; verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 april 2009.

36 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 12; proces-verbaal van verhoor medeverdachte [vriendin], blz. 15; proces-verbaal van aangifte, blz. 16; verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 20 april 2009.

37 Proces-verbaal van aangifte, blz. 17.

38 Proces-verbaal van bevindingen, blz. 21.

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 12.

40 Proces-verbaal terechtzitting 20 april 2009.

41 Proces-verbaal blz. 4; proces-verbaal van verhoor verdachte, blz. 12.

42 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 2 december 2008, nr. PL1641/08-236875, blz. 12.

43 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 9 december 2008, nr. PL1641/08-236875, blz. 23.