Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2290

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
10-07-2009
Datum publicatie
10-07-2009
Zaaknummer
09/535165-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft gedurende een periode van bijna zeven jaar zijn minderjarige dochter op grensoverschrijdende wijze misbruikt door stelselmatig ontuchtige handelingen met haar te plegen en door haar te laten plegen, waarbij hij veelvuldig haar lichaam is binnengedrongen. Zijn dochter was bij de aanvang van de feiten bijna twee jaar oud. De feiten hebben voortgeduurd tot het moment van de aanhouding in maart 2009. Zijn dochter was toen acht jaar oud. [..] Vrijwel identiek heeft verdachte gehandeld met betrekking tot zijn destijds minderjarige pleegzonen. Ook hen heeft verdachte gedurende een periode van twee jaar op grove wijze misbruikt door stelselmatig ontuchtige handelingen met hen te plegen en door hen te laten plegen. Zijn pleegzonen waren ten tijde van de aanvang van de feiten bijna twee en vier jaar oud. Dit misbruik heeft ruim twee jaren geduurd. Het is meermalen voorgekomen dat de slachtoffers ontuchtige handelingen hebben ondergaan en hebben verricht in elkaars aanwezigheid, waarbij verdachte bovendien de slachtoffers onderling verschillende handelingen heeft laten plegen[..]. Voorts heeft verdachte voornoemd misbruik vastgelegd. Tevens heeft verdachte, in aanwezigheid van zijn dochter, ontuchtige handelingen gepleegd bij een vriendinnetje van zijn dochter toen deze één nacht bij zijn dochter bleef logeren. [..] De rechtbank is dan ook van oordeel dat [..] niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van langere duur dan de officier van justitie heeft geëist. Gevangenisstraf van 9 jaren.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/535165-09

Datum uitspraak: 10 juli 2009

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op de grondslag van de gewijzigde tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1969,

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Haaglanden, PCS HvB Unit 1" te ’s-Gravenhage.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 29 juni 2009.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. L.E. van der Leeuw en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. W.S.A.H. Croes, advocaat te ’s-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is, na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting, ten laste gelegd dat:

1.

hij in of omstreeks 1 mei 2008 tot en met 31 mei 2008 te [P] ontucht heeft

gepleegd met de aan zijn zorg en/of opleiding en/of waakzaamheid toevertrouwde

minderjarige [X], geboren op [geboortedatum] 2000, immers heeft hij

(aan) de vagina van die [X] gelikt en/of zich afgetrokken in

aanwezigheid van die [X];

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in de periode van 20 juli 2002 tot en met 15 maart 2009 te [P]

meermalen, althans eenmaal ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige

dochter, [dochter], geboren op [geboortedatum] 2000, bestaande die

ontucht hierin dat hij

- (meermalen) de vagina van die [dochter] heeft betast en/of

- (meermalen) (aan) de vagina van die [dochter] heeft gelikt en/of

- zich (meermalen) heeft afgetrokken in de nabijheid van die [dochter] en/of de anus van die [dochter] heeft betast en/of heeft gelikt en/of zijn penis heeft laten betasten door die [dochter] en/of zich tegen het lichaam en/of de vagina en/of de anus van die [dochter] heeft afgetrokken en/of is klaargekomen;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij in de periode van 1 januari 2007 t/m 15 maart 2009 te [P] meermalen,

althans eenmaal, ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige pleegzo(o)n(en),

[Y], geboren op [geboortedatum] 2002, en/of [Z], geboren op [geboortedatum] 2005, bestaande die ontucht hierin dat hij

(meermalen) de penis van die [Y] en/of [Z] heeft betast en/of

(meermalen) die [Y] en/of [Z] heeft gepijpt en/of (meermalen) zich

heeft afgetrokken in de nabijheid van die [Y] en/of [Z] en/of zijn, verdachtes, penis heeft laten betasten door die [Y] en/of [Z] en/of zich tegen het lichaam/anus/penis van die [Y] en/of [Z] heeft afgetrokken en/of is klaargekomen;

art 249 lid 1 Wetboek van Strafrecht

4.

De terzake strafrechtelijk niet aansprakelijke [Z], een

of meermalen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 30

september 2008 te [P], met [dochter], die toen de leeftijd

van 12 jaar nog niet had bereikt, een of meer seksuele handeling(en) heeft

gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen

van het lichaam van die [dochter], hebbende die [Z] zijn

penis in de vagina van die [dochter] geduwd/gebracht,

hebbende hij, verdachte,in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en

met 30 september 2008, voornoemd strafbaar feit doen plegen door

- voornoemde [Z] en/of [dochter] en/of een ander of anderen mee naar boven te

nemen en/of genoemde kinderen zich te laten ontkleden en/of op het grote bed

te laten spelen en/of

- zichzelf uit te kleden een/of

- met de videocamera genoemde kinderen bloot te filmen en/of

- de penis van die [Z] in de vagina van die [dochter] te

duwen en/of brengen en/of laten brengen;

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 244 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 juni 2003 tot en met 15 maart 2009 te

[P], in elk geval in Nederland, zes, althans een of meer film(s) en/of

foto(s), althans een afbeelding en/of (een) gegevensdragers, bevattende één of

meer afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten

- het likken van de vagina van een minderjarig meisje door een volwassen man

en/of

- het ejaculeren door een volwassen man in de directe nabijheid van een

minderjarig meisje en/of

- een penis van een volwassen man houden tegen de vagina en/of tussen de

schaamlippen van een minderjarig meisje en/of

- het betasten van de eigen vagina door een minderjarig meisje en/of

- het pijpen en/of betasten van de penis van een of meer minderjarig(e)

jongen(s) door een volwassen man en/of

- het (door een volwassen man) duwen van de penis van een minderjarige jongen

in de vagina van een minderjarig meisje,

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de

leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar

was betrokken, (telkens) heeft vervaardigd en/of verspreid en/of ingevoerd

en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad;

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

6.

De terzake strafrechtelijk niet aansprakelijke [Y], een of

meermalen in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 15 maart

2009 te [P], met [dochter], die toen de leeftijd van 12 jaar

nog niet had bereikt, een of meer seksuele handeling(en) heeft gepleegd, die

bestond(en) uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het

lichaam van die [dochter], hebbende die [Y] zijn penis

In de vagina van die [dochter] geduwd/gebracht, hebbende hij,

verdachte, in of omstreeks de periode van 1 augustus 2008 tot en met 15 maart

2009, voornoemd strafbaar feit doen plegen door de penis van die [Y] van

in de vagina van die [dochter] te duwen en/of brengen en/of laten brengen;

art 47 Wetboek van Strafrecht

art 244 Wetboek van Strafrecht

7.

hij in de periode van 15 oktober 2003 tot en met 15 maart 2009 te [P],

meermalen, althans eenmaal, met (zijn dochter) [dochter], die toen de

leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, een of meer handeling(en)

heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [dochter], hebbende verdachte

zijn penis tussen de schaamlippen en/of in de vagina van die [dochter] gebracht.

art 244 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

- ontuchtige handelingen heeft gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [X];

- ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter [dochter];

- ontuchtige handelingen heeft gepleegd met zijn minderjarige pleegzonen [C] en [Z];

- [Z] handelingen heeft laten plegen met zijn minderjarige dochter (beneden de leeftijd van twaalf jaren) [dochter], die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;

- films heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen waarbij iemand, die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken;

- [Y] handelingen heeft laten plegen met zijn minderjarige dochter (beneden de leeftijd van twaalf jaren) [dochter], die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam;

- handelingen heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter (beneden de leeftijd van twaalf jaren) [dochter], die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van haar lichaam.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte deze feiten heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft aangevoerd – zoals vervat in de pleitnota – dat verdachte ten aanzien van de onder 1, 2, en 3 ten laste gelegde feiten een volledige bekentenis heeft afgelegd. Met betrekking tot de feiten 4 en 6 heeft de verdediging het volgende naar voren gebracht. Verdachte heeft over deze feiten zo eerlijk mogelijk verklaard. Hij heeft toegegeven dat hij de ontuchtige handelingen, waaronder het brengen van de penis tussen de schaamlippen van zijn dochtertje [dochter], één keer door zijn pleegzoon [Z] bij [dochter] heeft laten plegen. Deze handelingen hebben volgens verdachte niet bij beide jongens plaatsgevonden. Hij erkent voornoemde handelingen dan ook slechts ten aanzien van zijn pleegzoon [Z] te hebben begaan. Ten aanzien van feit 5 merkt de raadsman op dat verdachte heeft toegegeven drie films gemaakt te hebben. Deze films zijn nadien door verdachte verknipt, waardoor er in totaal door de recherche zes films zijn aangetroffen. Verdachte ontkent nadrukkelijk dat hij de films via internet of anderszins zou hebben verzonden of verspreid. Ten aanzien van feit 7 heeft verdachte voorts aangegeven dat hij zich heeft afgetrokken tegen de vagina van zijn dochter, waarbij hij mogelijk zijn penis tussen haar schaamlippen heeft gebracht. Gelet op de handelingen is er veeleer sprake van het plegen van ontucht. De tenlastelegging “seksueel binnendringen” is erg vergaand en verstrekkend, zodat verdachte voor dit feit, in ieder geval gedeeltelijk, dient te worden vrijgesproken.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank leidt uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende af(1).

Op 2 maart 2009 heeft [A] aangifte gedaan van ontucht gepleegd bij haar dochter [X], geboren op [geboortedatum] 2000. De moeder heeft verklaard dat [X] thuis tijdens een gesprek aan tafel een opmerking maakte over het feit dat de vader van haar schoolvriendinnetje [dochter] in haar aanwezigheid zijn broek had laten zakken en zijn piemel had laten zien(2). Later die avond heeft [X] haar verteld dat de vader van [dochter] zowel [dochter] als haarzelf met zijn tong had gelikt bij hun plasplek. [X] heeft toen ook verteld dat zij diverse keren had gezegd dat zij dat niet wilde(3).

Naar aanleiding van deze aangifte is [X] op 5 maart 2009 in de studio gehoord. Tijdens dit studioverhoor heeft [X] verklaard dat zij bij haar vriendinnetje [dochter] heeft gespeeld, dat zij bij haar heeft geslapen en dat zij van de vader van [dochter] in zijn bed mochten slapen(4). Voorts heeft zij verklaard dat de vader van [dochter] aan haar plasplek begon te likken en dat zij het raar vond dat hij dat deed. Hij deed het eerst bij [dochter] en daarna bij haar. Ze zei tegen hem dat zij het niet wilde(5). Ook heeft [X] verteld dat het plaatsvond toen zij zeven jaar oud was, bijna acht(6).

Verdachte heeft bij de politie verklaard dat [X] in de meivakantie van 2008 bij zijn dochter [dochter] heeft gelogeerd en dat hij met hen een seksspelletje heeft gespeeld. Hij heeft beiden gelikt aan de vagina, eerst [dochter] en daarna [X]. Verdachte heeft ook verklaard dat hij toen is klaargekomen(7). Tijdens het onderzoek ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij al eerder fantasieën had over [X] en over het moment dat zij zou komen logeren. Er bestond volgens hem een drang om te kijken in hoeverre deze fantasieën daadwerkelijk uitvoerbaar zouden zijn(8).

Op 17 maart 2009 is de moeder van [dochter], mevrouw [B], op de hoogte gesteld van het feit dat haar man, verdachte, ook bij haar dochter [dochter] ontuchtige handelingen heeft gepleegd. Op 9 april 2009 heeft zij hiervan vervolgens aangifte gedaan(9).

Op 17 maart 2009 is [dochter] gehoord in de studio. Tijdens dit studioverhoor heeft [dochter] verteld over het spelletje ‘piemeltje piemeltje’. Zij heeft verklaard dat papa dan met zijn tong ging likken bij haar plassertje(10). Verder heeft [dochter] verklaard dat [X] ook door papa is gelikt, op dezelfde manier als bij haar(11).

Verdachte heeft tijdens het verhoor naar aanleiding van de aangifte van [A] verklaard dat het met zijn dochter [dochter] al langer aan de gang was en dat hij het met haar vaker heeft gedaan(12). Hij heeft bij de politie verklaard dat hij [dochter] heeft misbruikt vanaf haar derde jaar(13). Rond zijn 15e jaar heeft verdachte ontdekt dat hij pedofiele gevoelens had. Hoewel verdachte vanaf die tijd wel seksuele fantasieën over kinderen had, heeft hij zijn gevoelens toen nog niet omgezet in handelen. Vanaf het moment dat hij een relatie kreeg met zijn echtgenote, was zij voor hem bovendien de remmende factor. Vanaf het moment dat verdachte gebruik kon maken van het internet, gaf hij zich op momenten dat zij er niet was evenwel steeds meer over aan zijn (pedoseksuele) fantasieën. Op het moment dat zijn vrouw op retraite ging, was verdachte voor het eerst lange tijd alleen met [dochter]. Verdachte heeft verklaard dat hij zich toen aan haar heeft vergrepen. Naar eigen zeggen waren zijn seksuele behoeften in die periode van zijn leven dermate groot, dat hij bij [dochter] een grens heeft overschreden(14). De moeder van [dochter] heeft ter terechtzitting omtrent haar afwezigheid verklaard dat zij eind juli 2002 een week op retraite is geweest en dat dit de eerste keer was dat zij een lange periode van huis weg is geweest. Vijf jaren later is zij een tweede maal langer van huis geweest(15).

Verdachte heeft verklaard dat na deze eerste maal de frequentie van het misbruik van [dochter] onregelmatig was. Dit had niet alleen te maken met het al dan niet aanwezig zijn van zijn vrouw, maar ook met de houding van [dochter] ten aanzien van het praktiseren van zijn pedoseksuele verlangens en met zijn eigen toestand van dat moment. Verdachte had, naar eigen zeggen, na verloop van tijd geen grens meer en kon er niet mee stoppen.(16).

Verdachte heeft verklaard dat hij zich ervan bewust was dat [dochter] weerloos was en dat wat hij deed strafbaar was, maar dat hij op dergelijke momenten zijn ratio als het ware uitschakelde. Hij zag ook geen veranderingen bij [dochter] zodat ook dit geen drempel opwierp, waardoor hij er mee door is gegaan. [dochter] raakte seksueel geconditioneerd, waardoor verdachte zijn geweten kon sussen vanuit de gedachte dat er geen merkbare schade was. Bovendien projecteerde hij, naar eigen zeggen, zijn seksuele behoeften meer op de fysieke verschijning van [dochter] dan op het mentale bewustzijn dat het zijn dochter was(17).

Op 18 maart 2009 zijn de biologische ouders van [Y] en [Z], [C] en [D] geïnformeerd over het feit dat [Y] en [Z] eveneens slachtoffer zijn geworden van ontucht gepleegd door hun pleegvader, verdachte. [D] heeft hiervan op 24 maart 2009 aangifte gedaan(18).

Verdachte heeft tijdens het onderzoek ter terechtzitting verklaard dat het misbruik van zijn pleegzoontjes [Y] en [Z] ergens begin 2007 is begonnen. Eerst op een speelse manier, later werd het steeds iets serieuzer(19). Bij de politie heeft verdachte verklaard dat zijn lustgevoelens maakten dat hij de jongens ging betasten aan hun piemeltjes. Langzaam aan hebben de handelingen zich uitgebreid en heeft hij beiden ook gepijpt. Tegen de tijd dat het zo ver was dat ze op het grote bed kwamen en gepijpt werden was [Z] drie en [Y] vijf. Uit de verklaring van verdachte blijkt ook dat hij bij hen klaar is gekomen met zijn piemel tegen hun piemel aan. Verder heeft [Z] zijn, verdachtes, piemel vastgehouden en er een beetje overheen gewreven(20). [Y] was meer terughoudend, maar het vond het wel goed dat verdachte tegen hem aan klaar kwam. [Y] zei, wanneer verdachte vroeg wie van de kinderen ondergespoten wilde worden, wel vaak dat hij dit wilde. Verdachte heeft verklaard dat [dochter] er vaak bij was, zij deed dan gewoon mee (21). Verder heeft verdachte aangegeven dat hij waarschijnlijk degene was die met het idee kwam om [Z] met zijn piemel bij [dochter] naar binnen te laten gaan. Hij gaf hierbij sturing en heeft tegen de stijve piemel van [Z] geduwd zodat het naar binnen kon bij [dochter]. Hij heeft, naar eigen zeggen, lopen sjorren om hem er goed voor te krijgen, maar is op een gegeven moment gestopt omdat het niet lukte, zo heeft verdachte verklaard(22).

Tijdens het verhoor van verdachte bij de politie op 16 maart 2009 heeft verdachte verklaard dat hij films had gemaakt en dat deze op zijn computer stonden. Na onderzoek zijn door de politie 6 films aangetroffen die kinderpornografisch van aard zijn en waarop [dochter] en verdachte zichtbaar zijn. De films zijn in eerste instantie versneld bekeken. [Z] en [dochter] zijn op deze films herkend door verbalisanten die hen op het politiebureau hadden gezien(23). Door de politie is in een proces-verbaal verklaard over een film waarin een onbekend jongetje de vagina van [dochter] penetreert. In beeld is dan ook de hand te zien van een volwassen persoon die het geslachtsdeel van het jongetje in de vagina van [dochter] duwt(24). Op 19 maart 2009 zijn verbalisanten, ten tijde van de uithuisplaatsing door Jeudgzorg, persoonlijk voorgesteld aan de kinderen [dochter], [Z] en [Y]. Op grond daarvan konden deze verbalisanten met zekerheid zeggen dat het tot dan toe onbekend gebleven jongetje, aangetroffen op de kinderpornografische films op de computer van verdachte, [Y] is(25).

Op 30 maart 2009 is door de politie het zestal aangetroffen filmpjes uitgebreid bekeken. Op film 1 (bestandsnaam [naam]) is een meisje van ongeveer 4 jaar oud te zien. Het meisje zit op de buik van een man, welke man herkend wordt als verdachte. De man likt de vagina van het meisje en vlak voor het meisje trekt de man aan zijn penis. Hij trekt zich af met zijn linkerhand en drukt zijn penis tegen de vagina van het meisje. Hij wrijft hierbij met zijn penis tussen de schaamlipjes van het meisje, vervolgens is te zien dat hij klaarkomt(26). Op film 2 ([bestandsnaam]) is een meisje te zien van ongeveer 2 jaar oud. Een hand opent de vagina van het meisje, het meisje zit op de buik van een man. Er wordt over haar vagina gewreven(27). Het meisje voelt zelf ook aan haar vagina en clitoris(28). Hetzelfde meisje is ook te zien op film 3 ([bestandsnaam]). Een man, wederom verdachte, likt het meisje terwijl hij zich aftrekt(29). De man beweegt zijn penis tussen de schaamlipjes van het meisje en tegen de anus van het meisje aan. Film 4 ([bestandsnaam]) betreft een beeld wat vermoedelijk afkomstig is uit film 3. Een volwassen penis komt tegen de vagina en anus van een kind en de penis wordt met een linkerhand afgetrokken. Film 5 ([bestandsnaam]) is waarschijnlijk verknipt van een eerder uitgewerkt filmpje met de bestandsnaam [bestandsnaam]. Op film 6 ([bestandsnaam]) is een meisje te zien van ongeveer 7 of 8 jaar oud, alsmede een jonger jongetje van ongeveer 4 jaar oud. Een volwassen hand pakt het penisje van het jongetje en maakt trekkende bewegingen. Een jongetje zit en kijkt hoe de volwassen man de vagina van het meisje likt. De man wordt herkend als zijnde verdachte(30). Een tweede jongetje komt in beeld, waarschijnlijk ouder dan het eerste jongetje. De volwassen man pijpt het kleinste jongetje en likt hem vervolgens anaal. Het oudste jongetje wordt eveneens afgetrokken door de man. De man trekt zichzelf af. Op een gegeven moment duwt de man het jongste jongetje met stijf penisje in de richting van de vagina van het meisje(31). De man trekt zich later af tegen de anus van het jongste jongetje. Dan gaat de film over in het volgende. Het gaat nog steeds om dezelfde kinderen. Het meisje beweegt het penisje van een van de jongetjes in de richting van haar vagina. Een volwassen hand tracht het penisje in de vagina van het meisje te stoppen, de duim van de hand duwt steeds tegen het penisje. Vervolgens trekt de man zich af en komt klaar tegen de vagina en anus van het meisje. Diverse malen wordt de man die in de film voorkomt herkend als verdachte(32).

Verdachte heeft verklaard dat hij drie filmpjes heeft gemaakt. Eén film van [dochter], [Y] en [Z] en twee filmpjes van [dochter]. Hier zijn stukjes van geknipt, dit zijn aparte fragmenten. Hij heeft verklaard dat hij twee keer in de zomervakantie van 2004 heeft gefilmd en één keer in 2008(33). De reden hiervoor was dat hij het spannend vond om te doen en hij dan bovendien filmmateriaal had waarbij hij zichzelf nadien kon aftrekken(34).

Uit de verklaring van verdachte bij de politie blijkt dat volgens verdachte er op de filmpjes te zien is dat er seksuele handelingen worden verricht door hem bij [dochter](35). Er is ook een film met [dochter], [Y] en [Z]. Verdachte geeft aan dat hij op die film het piemeltje van [Z] aan het pijpen is, hij is ook tegen de jongetjes aan klaargekomen. Het spelletje ‘piemeltje piemeltje’ houdt in dat de kinderen zich uitkleden en met hun piemeltjes bloot zijn(36). Verdachte heeft verklaard dat het spelletje over was als hij klaar kwam(37). Over film 1 heeft hij verklaard dat je ziet dat [dochter], die dan drie is, door hem wordt gelikt. In één van de twee films met [dochter] gaat hij zover dat hij haar penetreert en klaar komt. Zijn penis gaat daarbij tegen haar vagina aan, hij komt met zijn penis tussen haar schaamlippen en hij trekt zichzelf af(38). Verdachte heeft verklaard dat hij de filmpjes af en toe opnieuw heeft bekeken. Over de bestandsnamen van de films heeft verdachte verklaard dat de letters [bestandsnaam] slaan op ‘fuck [naam dochter]’, zonder klinkers(39).

Verdachte heeft verklaard dat hij vanaf ongeveer 15 oktober 2003 ontucht met zijn dochter heeft gepleegd. Verdachte heeft ter onderbouwing aangegeven dat een en ander begonnen is op het moment dat zijn vrouw voor het eerst een lange periode weg was, waarvan hij dacht dat dit was toen zij op retraite ging. Gelet op voornoemde verklaring van verdachte en gelet op de verklaring van [B], zoals afgelegd tijdens het onderzoek ter terechtzitting, is de rechtbank van oordeel dat het misbruik eerder dan oktober 2003, namelijk eind juli 2002, begonnen is. [dochter] had op dat moment de leeftijd van twee jaren nog niet bereikt.

Voorts betwist verdachte dat hij beide pleegzoontjes handelingen heeft doen plegen met [dochter]. Volgens verdachte geldt dit alleen voor [Z]. Uit de beschrijving door de politie van de films die verdachte heeft gemaakt kan echter opgemaakt worden dat verdachte zowel het penisje van [Z] als van [Y] richting de vagina van [dochter] heeft geduwd en getracht heeft hun penisjes daar te laten inbrengen. In het proces-verbaal van bevindingen heeft de politie verklaard dat verdachte op een gegeven moment het jongste jongetje met stijf penisje in de richting van de vagina van het meisje duwt(40). Verder wordt aangegeven dat een jongetje de vagina van [dochter] penetreert en dat de hand van een volwassene het geslachtsdeel van de jongen in de vagina van [dochter] duwt(41). Alhoewel in voornoemd proces-verbaal van bevindingen noch in het proces-verbaal inzake de versnelde weergave van de films niet is vermeld om welk jongetje het hier gaat, is naar het oordeel van de rechtbank op basis van het onderzoek ter terechtzitting voldoende aannemelijk geworden dat het hier om [Y] gaat. Door een van de verbalisanten die voornoemd proces-verbaal heeft opgemaakt, is ter terechtzitting immers uitdrukkelijk verklaard dat voornoemde handelingen op de films door twee verschillende jongens worden verricht(42). In dit verband wordt bij voornoemd proces verbaal inzake het versneld afspelen ook van [Z] gesproken ter onderscheiding van de niet nader aangeduide jongen. Ook in het, door andere verbalisanten opgemaakte, proces-verbaal van uitgebreid bekijken wordt enerzijds van het jongste jongetje gesproken en van een jongen anderzijds. De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte beide jongetjes handelingen heeft doen plegen met [dochter], zoals beschreven in het onder 4 en 6 tenlastegelegde.

Gelet op het vorenstaande kan naar het oordeel van de rechtbank wettig en overtuigend bewezen worden verklaard dat verdachte zich schuldig heeft gemaakt aan de feiten zoals deze in de tenlastelegging zijn weergegeven.

3.4 De bewezenverklaring

1.

hij in de periode van 1 mei 2008 tot en met 31 mei 2008 te [P] ontucht heeft

gepleegd met de aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige [X], geboren op [geboortedatum] 2000, immers heeft hij (aan) de vagina van die [X] gelikt en zich afgetrokken in aanwezigheid van die [X];

2.

hij in de periode van 20 juli 2002 tot en met 15 maart 2009 te [P]

meermalen ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige dochter, [dochter], geboren op [geboortedatum] 2000, bestaande die ontucht hierin dat hij

- meermalen de vagina van die [dochter] heeft betast en

- meermalen de vagina van die [dochter] heeft gelikt en

- zich meermalen heeft afgetrokken in de nabijheid van die [dochter] en de anus van die [dochter] heeft betast en heeft gelikt en zijn penis heeft laten betasten door die [dochter] en zich tegen het lichaam en de vagina en de anus van die [dochter] heeft afgetrokken en is klaargekomen;

3.

hij in de periode van 1 januari 2007 tot en met 15 maart 2009 te [P] meermalen

ontucht heeft gepleegd met zijn minderjarige pleegzonen, [Y], geboren op [geboortedatum] 2002, en [Z], geboren op [geboortedatum] 2005, bestaande die ontucht hierin dat hij meermalen de penis van die [Y] en [Z] heeft betast en meermalen die [Y] en [Z] heeft gepijpt en meermalen zich

heeft afgetrokken in de nabijheid van die [Y] en [Z] en zijn, verdachtes, penis heeft laten betasten door die [Y] en [Z] en zich tegen het lichaam/anus/penis van die [Y] en [Z] heeft afgetrokken en is klaargekomen;

4.

De terzake strafrechtelijk niet aansprakelijke [Z] eenmaal

in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 30 september 2008 te [P], met [dochter], die toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, seksuele handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [dochter], hebbende die [Z] zijn penis in de vagina van die [dochter] gebracht,

hebbende hij, verdachte, in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 30 september 2008, voornoemd strafbaar feit doen plegen door

- voornoemde [Z] en [dochter] mee naar boven te nemen en genoemde kinderen zich te laten ontkleden en op het grote bed te laten spelen en

- zichzelf uit te kleden en

- met de videocamera genoemde kinderen bloot te filmen en

- de penis van die [Z] in de vagina van die [dochter] te

duwen en te laten brengen;

5.

hij in de periode van 20 juli 2002 tot en met 15 maart 2009 te [P] zes films bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen, te weten

- het likken van de vagina van een minderjarig meisje door een volwassen man en

- het ejaculeren door een volwassen man in de directe nabijheid van een

minderjarig meisje en

- een penis van een volwassen man houden tegen de vagina en tussen de

schaamlippen van een minderjarig meisje en

- het betasten van de eigen vagina door een minderjarig meisje en

- het pijpen en betasten van de penis van minderjarige jongens door een volwassen man en

- het door een volwassen man duwen van de penis van een minderjarige jongen

in de vagina van een minderjarig meisje,

bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de

leeftijd van achttien jaar nog niet had bereikt, was betrokken, telkens heeft vervaardigd en in bezit heeft gehad;

6.

De terzake strafrechtelijk niet aansprakelijke [Y] eenmaal in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 15 maart 2009 te [P], met [dochter], die toen de leeftijd van 12 jaar nog niet had bereikt, seksuele handelingen heeft gepleegd die

mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [dochter], hebbende die [Y] zijn penis in de vagina van die [dochter] gebracht, hebbende hij, verdachte, in de periode van 1 augustus 2008 tot en met 15 maart

2009, voornoemd strafbaar feit doen plegen door de penis van die [Y] in de vagina van die [dochter] te duwen en te laten brengen;

7.

hij in de periode van 20 juli 2002 tot en met 15 maart 2009 te [P],

meermalen met zijn dochter [dochter], die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had bereikt, handelingen heeft gepleegd die mede bestonden uit het seksueel

binnendringen van het lichaam van die [dochter], hebbende verdachte

zijn penis tussen de schaamlippen van die [dochter] gebracht.

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gerequireerd tot veroordeling van verdachte tot een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht rekening te houden met het feit dat verdachte first offender is. De verdediging sluit zich voorts aan bij het advies van het psychologisch rapport om verdachte een deels voorwaardelijke straf op te leggen. Het is van groot belang dat verdachte behandeld wordt, waartoe hij ook zeer gemotiveerd is. De drie rapportages adviseren eensluidend behandeling bij De Waag. De verdediging bepleit voorts de straf enigszins te matigen en te beperken.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Gelet op de aard en de ernst van het bewezen en strafbaar verklaarde, op de omstandigheden waaronder verdachte zich daaraan heeft schuldig gemaakt en op de persoon van verdachte, zoals van een en ander uit het onderzoek ter terechtzitting is gebleken, acht de rechtbank de na te noemen beslissing passend en geboden.

Daarbij wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen. Verdachte heeft gedurende een periode van bijna zeven jaar zijn minderjarige dochter op grensoverschrijdende wijze misbruikt door stelselmatig ontuchtige handelingen met haar te plegen en door haar te laten plegen, waarbij hij veelvuldig haar lichaam is binnengedrongen. Zijn dochter was bij de aanvang van de feiten bijna twee jaar oud. De feiten hebben voortgeduurd tot het moment van de aanhouding in maart 2009. [dochter] was toen acht jaar oud.

Vrijwel identiek heeft verdachte gehandeld met betrekking tot zijn destijds minderjarige pleegzonen. Ook hen heeft verdachte gedurende een periode van twee jaar op grove wijze misbruikt door stelselmatig ontuchtige handelingen met hen te plegen en door hen te laten plegen. Zijn pleegzonen waren ten tijde van de aanvang van de feiten bijna twee en vier jaar oud. Dit misbruik heeft ruim twee jaren geduurd

Het is meermalen voorgekomen dat de slachtoffers ontuchtige handelingen hebben ondergaan en hebben verricht in elkaars aanwezigheid, waarbij verdachte bovendien de slachtoffers onderling verschillende handelingen heeft laten plegen, waaronder specifiek het proberen te brengen van de penis van zijn beide pleegzonen in de vagina van zijn dochter.

Voorts heeft verdachte voornoemd misbruik vastgelegd. Verdachte heeft destijds, nadat het misbruik was begonnen, de seksuele handelingen met zijn dochter immers gefilmd. Voorts zijn ook de seksuele handelingen met zijn pleegzonen gefilmd, alsmede de seksuele handelingen waarbij de drie minderjarige slachtoffertjes alle drie betrokken waren. Bij deze laatste film is uit het dossier gebleken dat niet alleen verdachte de filmopname heeft gemaakt, maar dat ook door de zeer jonge slachtoffertjes is gefilmd. Ter terechtzitting heeft verdachte verklaard dat hij deze films heeft gemaakt om daar later gebruik van te kunnen maken ten behoeve van zijn eigen genot.

Tevens heeft verdachte, in aanwezigheid van zijn dochter, ontuchtige handelingen gepleegd bij een vriendinnetje van zijn dochter toen deze één nacht bij zijn dochter bleef logeren.

Verdachte heeft bij zijn handelen louter en alleen oog gehad voor zijn eigen directe behoeftebevrediging en heeft zich op generlei wijze bekommerd om de gevoelens van de (zeer) jonge slachtoffers, de aantasting van hun lichamelijke en psychische integriteit en de doorkruising van hun (seksuele) ontwikkeling. Door zijn handelen heeft verdachte een zeer ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van deze slachtoffers. Het is algemeen bekend dat dergelijke feiten grote schade kunnen toebrengen aan de ontwikkeling van jonge kinderen, welke schade met name als zij zich in de puberteit bevinden tot uiting komt. Dat de feiten reeds nu een grote impact op de slachtoffers hebben gehad, behoeft geen betoog en blijkt ook uit de verklaringen ter terechtzitting van de moeder van verdachtes dochter en pleegmoeder van de beide pleegkinderen, alsmede uit de verklaring van de biologische ouders van de beide pleegzonen.

De feiten zijn ook daarom zo ernstig omdat verdachte ten aanzien van het merendeel van de feiten de (pleeg)vader is van de slachtoffers. Hij heeft het vertrouwen dat kinderen in hun (pleeg)vader mogen stellen en de veiligheid en het respect voor hun fysieke en psychische integriteit die zij juist van hem en bij uitstek in de ouderlijke woning mogen verwachten, op een buitengewoon ernstige wijze beschaamd en veronachtzaamd. Ten aanzien van zijn pleegzonen verdient daarbij nog opmerking dat verdachte een extra verantwoordelijkheid had, gelet op de kwetsbare positie van deze aan hem toevertrouwde minderjarigen. Daarbij komt nog dat verdachte op een hoog/bovengemiddeld intellectueel niveau functioneert en bovendien als muziekdocent – hij is geschoold aan het conservatorium in de richting schoolmuziek en is mede opgeleid in pedagogiek en ontwikkeling van jeugdigen – ook uit dien hoofde kennis moet hebben gehad van de schadelijke werking van zijn gedragingen, hetgeen verdachte desgevraagd ter terechtzitting heeft bevestigd.

Het hoeft weinig betoog dat feiten als de onderhavige, gelet met name op de zeer jeugdigde leeftijd van de slachtoffers, de omvang en de duur waarmee deze plaatsvonden, in de samenleving enorme gevoelens van afschuw en verontwaardiging oproepen.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat gelet op de aard van de strafbare feiten, de ernst daarvan, de omstandigheden waaronder zij zijn gepleegd en de langdurige periode waarin zij zijn gepleegd, niet anders kan worden gereageerd dan met het opleggen van een vrijheidsbenemende straf van langere duur dan de officier van justitie heeft geëist.

Bij het bepalen van de uiteindelijke duur van de op te leggen vrijheidsstraf houdt de rechtbank rekening met de vastgestelde volledige toerekeningsvatbaarheid van verdachte, zoals deze blijkt uit de over hem uitgebrachte rapporten van de voornoemde gedragsdeskundigen Bullens en Foeken. Tevens betrekt zij daarin de overige persoonlijke omstandigheden van verdachte zoals die uit genoemde rapporten en het rapport van de Stichting Reclassering Nederland te ‘s-Gravenhage en zoals die ook overigens ter terechtzitting zijn gebleken.

Met de gedragsdeskundigen acht de rechtbank het van belang dat verdachte wordt begeleid, ondersteund en behandeld voor de bij hem aanwezige problematiek. Uitgaande van na te noemen duur biedt de wet aan de rechtbank echter niet de mogelijkheid om een gedeelte van deze straf voorwaardelijk op te leggen om in een verplicht kader als bijzondere voorwaarde voornoemde hulpverlening mogelijk te maken. Deze geïndiceerde hulpverlening zal derhalve te zijner tijd plaats dienen de vinden in het kader van een voorwaardelijke invrijheidstelling.

7. De vorderingen van de benadeelde partijen/ de schadevergoedingsmaatregel

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vorderingen van de benadeelde partijen.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft de rechtbank verzocht de vorderingen van de benadeelde partijen de matigen.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

[dochter], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 11.400, -.

De rechtbank acht deze vordering als vergoeding ter zake van immateriële schade naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 2, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde feiten.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 16 maart 2009 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

[Y], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 7.000, -.

De rechtbank acht deze vordering als vergoeding ter zake van immateriële schade naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 3, 5 en 6 bewezenverklaarde feiten.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

[Z], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 7.000, -.

De rechtbank acht deze vordering als vergoeding ter zake van immateriële schade naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 3, 4 en 5 bewezenverklaarde feiten.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en in de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens de slachtoffers naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 2, 3, 4, 5, 6 en 7 bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 11.400, - ten behoeve van het slachtoffer genaamd [dochter], een bedrag groot € 7.000, - ten behoeve van het slachtoffer genaamd [Y] en een bedrag groot € 7.000, - ten behoeve van het slachtoffer genaamd [Z].

Door oplegging van de schadevergoedingsmaatregel voorkomt de rechtbank dat de slachtoffers en verdachte op enigerlei wijze met elkaar in contact behoeven te treden over de betaling van de respectievelijke bedragen.

10. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 36f, 47, 57, 240b, 244 en 249 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

11. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

ontucht plegen met een aan zijn zorg toevertrouwde minderjarige;

ten aanzien van feit 2:

ontucht plegen met zijn minderjarig kind, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 3:

ontucht plegen met zijn pleegkind, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4 en 6:

het doen plegen van handelingen met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren, die (mede) bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 5:

een afbeelding/gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken vervaardigen en in bezit hebben, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 7:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen, die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 9 (NEGEN) jaren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op: 16 maart 2009,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 19 maart 2009,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

[dochter], een bedrag van € 11.400, -, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 16 maart 2009 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan;

[Y], een bedrag van € 7.000, -;

[Z], een bedrag van € 7.000, -;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot

€ 11.400, -, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [dochter], een bedrag groot

€ 7.000, -, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [Y] en een bedrag groot € 7.000, -, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [Z];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van respectievelijk 92, 70 en 70 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen de betalingsverplichtingen aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichtingen aan de Staat de betalingsverplichtingen aan de benadeelde partijen in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Steenhuis, voorzitter,

Van Dooijeweert en Harms, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Den Braber, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 10 juli 2009.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt –tenzij anders vermeld– bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door een of meer daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van doorgenummerde (pagina’s 1 t/m 121) proces-verbaal van de Politie Hollands Midden, Sociale Jeugd- en Zedenpolitie met het nummer PL 1691/09-002195 (bundel I) of de pagina’s van doorgenummerde (pagina’s 1 t/m 88) proces-verbaal van de Politie Hollands Midden, Sociale Jeugd- en Zedenpolitie met het nummer PL 1691/09-002195A (bundel II)

2 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 2 maart 2009, pagina 25 (bundel I)

3 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 2 maart 2009, pagina 27 (bundel I)

4 Proces-verbaal van uitwerking van een studioverhoor, d.d. 17 maart 2009, pagina 33 (bundel I)

5 Proces-verbaal van uitwerking van een studioverhoor, d.d. 17 maart 2009, pagina 34 (bundel I)

6 Proces-verbaal van uitwerking van een studioverhoor, d.d. 17 maart 2009, pagina 36 (bundel I)

7 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 16 maart 2009, pagina 79 en 80 (bundel I)

8 De bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 29 juni 2009 afgelegd

9 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 9 april 2009, pagina 28 (bundel II)

10 Proces-verbaal van uitwerking van een studioverhoor, d.d. 17 maart 2009, pagina 43 (bundel I)

11 Proces-verbaal van uitwerking van een studioverhoor, d.d. 17 maart 2009, pagina 45 (bundel I)

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 16 maart 2009, pagina 83 (bundel I)

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 30 maart 2009, pagina 65/66 (bundel II)

14 Bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 juni 2009 afgelegd

15 Getuigenverklaring van [B] ter terechtzitting van 29 juni 2009 afgelegd

16 Bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 juni 2009 afgelegd

17 Bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting van 29 juni 2009 afgelegd

18 Proces-verbaal van aangifte, d.d. 24 maart 2009, pagina 52 (bundel I)

19 Bekennende verklaring van verdachte ter terechtzitting d.d. 29 juni 2009 afgelegd

20 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 31 maart 2009, pagina 84 (bundel II)

21 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 31 maart 2009, pagina 85 (bundel II)

22 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 31 maart 2009, pagina 86 (bundel II)

23 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 maart 2009, pagina 120 (bundel I)

24 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 maart 2009, pagina 121 (bundel I)

25 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 19 maart 2009, pagina 10 (bundel II)

26 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 april 2009, pagina 12 (bundel II)

27 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 maart 2009, pagina 121 (bundel I)

28 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 maart 2009, pagina 121 (bundel I)

29 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 april 2009, pagina 13 (bundel II)

30 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 april 2009, pagina 14 (bundel II)

31 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 april 2009, pagina 15 (bundel II)

32 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 april 2009, pagina 16 (bundel II)

33 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 30 maart 2009, pagina 69 (bundel II)

34 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 31 maart 2009, pagina 78 (bundel II)

35 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 17 maart 2009. pagina 86 (bundel I)

36 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 17 maart 2009. pagina 87 (bundel I)

37 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 17 maart 2009. pagina 88 (bundel I)

38 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 april 2009, pagina 12 (bundel II)

39 Proces-verbaal van verhoor verdachte, d.d. 31 maart 2009, pagina 87 (bundel II)

40 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 7 april 2009, pagina 15 (bundel II)

41 Proces-verbaal van bevindingen, d.d. 18 maart 2009, pagina 121 (bundel I)

42 Getuigenverklaring [E], ter terechtzitting van 29 juni 2009 afgelegd