Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2143

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-07-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
09/757693-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Vrijspraak. In het bloed van het slachtoffer op de plaats delict is een stukje van een handschoen gevonden. Het betreft een vingertop van een handschoen. Deze vingertop is naar het NFI gestuurd voor nader onderzoek. Blijkens het NFI-rapport van 20 oktober 2008 is op de binnenzijde van de vingertop een DNA-profiel, een biologische contactspoor, aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van de verdachte. [..] DNA-onderzoeksresultaten dienen, naar het oordeel van de rechtbank, met een zeer grote mate van voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd. Nu zich in het dossier naast voornoemd DNA-profiel geen andere valide bewijsmiddelen bevinden, kan niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan en dient de verdachte van de hem ten laste gelegde feiten te worden vrijgesproken. Zie LJN: BJ2139 (medeverdachte).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/757693-08

Rolnummer 0003

(Verkort vonnis)

De rechtbank ’s-Gravenhage, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte

[verdachte],

geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],

wonende te [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 23 april 2009 en 25 juni 2009.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.M.C. van Beek, is verschenen en gehoord.

Er hebben zich benadeelde partijen gevoegd.

De officier van justitie mr. H. Mol heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem

bij dagvaarding primair eerste en tweede alternatief/cumulatief, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde wordt vrijgesproken.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de benadeelde partijen [benadeelde partij 1] en [benadeelde partij 2] B.V., vestiging [naam hotel] Scheveningen, niet-ontvankelijk zullen worden verklaard in de vorderingen, nu ter zake van de aan de verdachte ten laste gelegde feiten vrijspraak is gevorderd.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 mei 2008 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer]

van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen,

althans eenmaal,

- met een ijzeren staaf, althans een hard (langwerpig) voorwerp, op/tegen het

hoofd en/of tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals

heeft/hebben gestoken en/of in de/een hand(en) heeft/hebben gesneden en/of

- in het gezicht heeft/hebben geschopt en/of tegen het lichaam heeft/hebben

geslagen en/of gestompt en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 24 mei 2008 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening weg te nemen (een) geldbedrag(en) en/of een

kluis, althans geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan hotel

[naam hotel] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen

voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen die

[slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, opzettelijk

- met een ijzeren staaf, althans een hard (langwerpig) voorwerp, op/tegen het

hoofd en/of tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals

heeft/hebben gestoken en/of in de/een hand(en) heeft/hebben gesneden en/of

- in het gezicht heeft/hebben geschopt en/of tegen het lichaam heeft/hebben

geslagen en/of gestompt en/of geschopt,

welk geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, te weten doorgesneden

pezen/zenuwen in de/een hand(en) en/of een steekwond in de hals en/of een

litteken op het voorhoofd,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 312 lid 2 sub 2/4 Wetboek van Strafboek

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 mei 2008 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een

persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

(doorgesneden pezen/zenuwen in de/een hand(en) en/of een steekwond in de hals

en/of een litteken op het voorhoofd), heeft toegebracht, door die [slachtoffer]

opzettelijk meermalen, althans eenmaal,

- met een ijzeren staaf, althans een hard (langwerpig) voorwerp, op/tegen het

hoofd en/of tegen het lichaam te slaan en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals te steken

en/of in de/een hand(en) te snijden en/of

- in het gezicht te schoppen en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen

en/of te schoppen;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 mei 2008 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet die [slachtoffer], meermalen, althans eenmaal,

- met een ijzeren staaf, althans een hard (langwerpig) voorwerp, op/tegen het

hoofd en/of tegen het lichaam heeft/hebben geslagen en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals

heeft/hebben gestoken en/of in de/een hand(en) heeft/hebben gesneden en/of

- in het gezicht heeft/hebben geschopt en/of tegen het lichaam heeft/hebben

geslagen en/of gestompt en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat

voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak.

De officier van justitie heeft zich in zijn schriftelijke requisitoir op het standpunt gesteld dat de verdachte moet worden vrijgesproken van de hem ten laste gelegde feiten.

Hij voert daartoe - kort weergegeven - aan dat weliswaar op de binnenzijde van een vingertopje van de handschoen, welke op de plaats van het delict in het bloed van het slachtoffer werd aangetroffen, een DNA-profiel van de verdachte is gevonden, maar dat dit de mogelijkheid niet uitsluit dat iemand anders de handschoen van de verdachte heeft gedragen tijdens de overval.

Ook de raadsman heeft betoogd dat de verdachte van de hem ten laste gelegde feiten dient te worden vrijgesproken en heeft hierbij - concluderend - gesteld dat er tegen de verdachte

maar één bewijsmiddel is, te weten een DNA-spoor, dat geringe bewijswaarde heeft en dat derhalve wettig en overtuigend bewijs ontbreekt.

De raadsman heeft ter ondersteuning van zijn standpunt diverse scenario’s geschetst voor de wijze waarop het DNA van de verdachte in vingertop van de gevonden handschoen terecht zou kunnen zijn gekomen, maar geen van deze scenario’s wordt - aldus de verdediging - door enig ander bewijsmiddel ondersteund.

De rechtbank overweegt het volgende.

In het bloed van het slachtoffer [slachtoffer] op de plaats delict is een stukje van een handschoen gevonden. Het betreft een vingertop van een handschoen. Deze vingertop is naar het NFI gestuurd voor nader onderzoek.

Blijkens het NFI-rapport van 20 oktober 2008 is op de binnenzijde van de vingertop een DNA-profiel, een biologische contactspoor, aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van de verdachte. Er worden twee scenario’s beschreven en het scenario dat het celmateriaal in de bemonstering afkomstig is van de verdacht is 290 miljoen maal waarschijnlijker dan het scenario dat het celmateriaal afkomstig is van een willekeurige man.

De raadsman heeft ter terechtzitting een aantal scenario’s geschetst betreffende de wijze waarop het DNA van de verdachte in vingertop van de gevonden handschoen terecht zou kunnen zijn gekomen, maar - zoals reeds door de verdediging is gesteld - worden deze scenario’s niet ondersteund door enig ander bewijsmiddel.

DNA-onderzoeksresultaten dienen, naar het oordeel van de rechtbank, met een zeer grote mate van voorzichtigheid te worden geïnterpreteerd.

Nu zich in het dossier naast voornoemd DNA-profiel geen andere valide bewijsmiddelen bevinden, kan niet met een voldoende mate van zekerheid worden vastgesteld dat de verdachte het hem ten laste gelegde heeft begaan en dient de verdachte van de hem ten laste gelegde feiten te worden vrijgesproken.

De rechtbank acht derhalve op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte bij dagvaarding primair eerste en tweede alternatief/cumulatief, subsidiair en meer subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

De vordering van de benadeelde partij.

[benadeelde partij 1 heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 11.754,55.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten waarop de vordering betrekking heeft, is vrijgesproken.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

[benadeelde partij 2] B.V., vestiging [naam hotel] Scheveningen, heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 116.546,16.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte ten aanzien van de ten laste gelegde feiten waarop de vordering betrekking heeft, is vrijgesproken.

Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

Beslissing.

De rechtbank:

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de hem bij dagvaarding

primair eerste en tweede alternatief/cumulatief, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

in verzekering gesteld op 20 januari 2009;

in voorlopige hechtenis gesteld op 23 januari 2009;

opheffing voorlopige hechtenis met ingang van 23 april 2009;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 1] niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil;

verklaart de benadeelde partij [benadeelde partij 2] B.V., vestiging [naam hotel] Scheveningen, niet-ontvankelijk in de vordering;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mr. E. Timmermans, kinderrechter, voorzitter,

mr. V.J. de Haan, kinderrechter,

en mr. M.F.M. de Groot, kinderrechter-plv.,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 juli 2009.