Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ2139

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-07-2009
Datum publicatie
09-07-2009
Zaaknummer
09/900290-09; 09/757860-08 (t.b.g.)
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2010:BO2760, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met een ander het slachtoffer met opzet met een ijzeren staaf op zijn hoofd en tegen het lichaam geslagen en hem met een mes in de hals gestoken en in een hand gesneden. Verdachte heeft door aldus te handelen het risico genomen dat het slachtoffer het leven zou verliezen en zich schuldig gemaakt aan medeplegen van poging tot doodslag.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/900290-09; 09/757860-08 (t.b.g.)

Datum uitspraak: 9 juli 2009

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank ’s-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1987,

adres: [adres],

thans preventief gedetineerd in de penitentiaire inrichting “Rijnmond, De Schie”

te Rotterdam.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 25 juni 2009.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie

mr. H. Mol en van hetgeen door de raadsman van verdachte mr. A.B. Baumgarten, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

hij op of omstreeks 24 mei 2008 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer]

van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen,

althans eenmaal,

- met een ijzeren staaf, althans een hard (langwerpig) voorwerp, op/tegen het

hoofd en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals heeft

gestoken en/of in de/een hand(en) heeft gesneden en/of

- in het gezicht heeft geschopt en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of

gestompt en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

en/of

hij op of omstreeks 24 mei 2008 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van

wederrechtelijke toeëigening weg te nemen (een) geldbedrag(en) en/of een

kluis, althans geld en/of goederen, geheel of ten dele toebehorende aan hotel

[naam hotel] en/of [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan

verdachte en/of zijn mededader(s), en daarbij die voorgenomen diefstal te doen

voorafgaan en/of te doen vergezellen en/of te doen volgen van geweld en/of

bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], te plegen met het oogmerk om die

diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping

op heterdaad aan zichzelf en/of (een) aan andere deelnemer(s) van dat misdrijf

hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te

verzekeren, met een of meer van zijn mededader(s), althans alleen die

[slachtoffer] meermalen, althans eenmaal, opzettelijk

- met een ijzeren staaf, althans een hard (langwerpig) voorwerp, op/tegen het

hoofd en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals heeft

gestoken en/of in de/een hand(en) heeft gesneden en/of

- in het gezicht heeft geschopt en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of

gestompt en/of geschopt,

welk geweld zwaar lichamelijk letsel ten gevolge heeft, te weten doorgesneden

pezen/zenuwen in de/een hand(en) en/of een steekwond in de hals,

terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 312 lid 2 sub 2/4 Wetboek van Strafboek

art 287 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 mei 2008 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, aan een

persoon genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel

(doorgesneden pezen/zenuwen in de/een hand(en) en/of een steekwond in de

hals), heeft toegebracht, door die [slachtoffer] opzettelijk meermalen, althans

eenmaal,

- met een ijzeren staaf, althans een hard (langwerpig) voorwerp, op/tegen het

hoofd en/of tegen het lichaam te slaan en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals te steken

en/of in de/een hand(en) te snijden en/of

- in het gezicht te schoppen en/of tegen het lichaam te slaan en/of te stompen

en/of te schoppen;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 24 mei 2008 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage,

tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, ter

uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan een persoon

genaamd [slachtoffer], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen,

met dat opzet die [slachtoffer], meermalen, althans eenmaal,

- met een ijzeren staaf, althans een hard (langwerpig) voorwerp, op/tegen het

hoofd en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of

- met een mes, althans een scherp en/of puntig voorwerp, in de hals heeft

gestoken en/of in de/een hand(en) heeft gesneden en/of

- in het gezicht heeft geschopt en/of tegen het lichaam heeft geslagen en/of

gestompt en/of geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf

niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs(1)

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, primair op neer dat de verdachte betrokken is geweest bij de poging tot doodslag van [slachtoffer] en/of een poging tot beroving met geweld, subsidiair bij zware mishandeling van voornoemd slachtoffer en meer subsidiair bij een poging hiertoe. De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte het primair eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde heeft begaan.

Tevens heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank de verdachte zal vrijspreken van het hem primair tweede alternatief/cumulatief ten laste gelegde.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte dient te worden vrijgesproken van de hem primair eerste en tweede alternatief/cumulatief, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten.

De raadsman heeft hiertoe, kort weergegeven, gesteld dat er onvoldoende wettig bewijs voorhand is op grond waarvan de verdachte zou kunnen worden veroordeeld. De verklaring van de verdachte over de wijze waarop het bloedspoor van het slachtoffer op zijn schoen terecht is gekomen is, aldus de raadsman, niet onaannemelijk.

Bezien in het licht van de overige stukken in het dossier zijn er, aldus de verdediging, te veel vraagtekens en open einden om tot veroordeling van de verdachte over te kunnen gaan.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten en omstandigheden.

Op 24 mei 2008 om 05.08.39 uur (volgens de camerabeelden) komen twee geheel donker geklede personen met vermoedelijk donkere bivakmutsen op uit de ‘Duinzaal’ van het hotel, gaan rechtsaf de gang in en verdwijnen uit het beeld van de bewakingscamera’s.(2)

De donker geklede personen volgen een route door het hotel waarbij ze niet door de camera’s worden geregistreerd.

[slachtoffer] wordt, terwijl hij werkzaam is al nachtportier in hotel [naam hotel], [adres] te Scheveningen, in de keuken overvallen door twee personen in het donker/zwart gekleed met bivakmutsen.

Het slachtoffer krijgt van een van de twee mannen direct een klap op zijn hoofd met een ijzeren staaf. Hij is hierdoor op de grond gevallen. Het slachtoffer is vervolgens door beide mannen geschopt en geslagen over zijn gehele lichaam en in zijn gezicht en is hierbij ook nog diverse malen met een ijzeren staaf op zijn hoofd en tegen zijn lichaam geslagen.

Op een gegeven moment is er een hand met een handschoen tegen de mond van het slachtoffer gedrukt en is hij met een mes in zijn hals gestoken. Het slachtoffer heeft het mes met zijn handen beetgepakt, dit werd uit zijn handen gerukt en vervolgens verloor het slachtoffer bijna het bewustzijn. Tijdens het ondergaan van het geweld kruipt het slachtoffer naar de lobby van het hotel en kan hij in een hoekje kruipen. Na de messteken proberen de daders het slachtoffer echter weer de keuken in te slepen. Halverwege de keukendeur laten zij het slachtoffer liggen en gaan zij er vandoor. Naar de rechtbank aanneemt komt dit waarschijnlijk doordat een tweetal hotelgasten met de lift naar beneden komt en, nadat zij als zij op de begane grond zijn aangekomen en de lift geopend is, veel kabaal horen, weer met de lift naar boven gaan.(3)

Het slachtoffer kruipt naar de receptie en drukt de alarmknop in en belt met zijn mobiele telefoon 112. Vervolgens kruipt hij naar de voordeur van het hotel en hoopt buiten hulp te krijgen. Het slachtoffer vreest op dat moment dat hij het niet zal overleven.(4)

Uit de foto’s in het dossier kan worden opgemaakt dat het slachtoffer een zwaar gevecht heeft moeten voeren om te overleven en om hulp in te schakelen.(5)

Het slachtoffer heeft zware verwondingen opgelopen, namelijk een zware hersenschudding, diverse steekwonden aan zijn rechterhand en in zijn hoofd en kneuzingen aan zijn been en over zijn hele lichaam(6) . Ook is er een snee in de hals van het slachtoffer. Als gevolg van peesletsel is er mogelijk een verminderde functie van vinger 4 en 5 aan de rechterhand van het slachtoffer. Door de traumatische ervaring worden psychische stoornissen en of storingen in het bewustzijn waarschijnlijk geacht.(7)

Het slachtoffer is nu, ruim een jaar na het voorval, nog onder behandeling van een psychiater en een psycholoog. Hij is geestelijk niet in staat zijn werkzaamheden te hervatten. Ook is hij, ondanks operaties, niet in staat zijn rechterhand volledig te gebruiken.(8)

Op de plaats delict is in het bloed van het slachtoffer [slachtoffer] een stukje van een handschoen gevonden. Het betreft een vingertop van een handschoen.(9)

Er zijn meerdere handschoensporen gevonden op de plaats delict.(10)

De aangetroffen vingertop is naar het NFI gestuurd voor nader onderzoek.

Blijkens het NFI-rapport van 20 oktober 2008(11) is op de binnenzijde van de vingertop een DNA-profiel, een biologische contactspoor, aangetroffen dat matcht met het DNA-profiel van de halfbroer van verdachte [medeverdachte Y]. Er worden twee scenario’s beschreven en het scenario dat het celmateriaal in de bemonstering afkomstig is van [medeverdachte Y] is 290 miljoen maal waarschijnlijker dan het scenario dat het celmateriaal afkomstig is van een willekeurige man.

De rechtbank gaat ervan uit dat het in de vingertop van de handschoen aangetroffen DNA afkomstig is van [medeverdachte Y].

Op de plaats delict zijn schoensporen aangetroffen, die zijn gemaakt met het bloed van het slachtoffer.(12)

Op 20 januari 2009 zijn de schoenen van verdachte, die hij bij zijn aanhouding thuis had aangetrokken, in beslag genomen en in het kader van het onderzoek overgedragen aan de technische recherche.(13)

De in beslag genomen schoenen van verdachte zijn ook door het NFI onderzocht.

Blijkens het NFI-rapport d.d. 23 maart 2009(14) is er op de linkerkant van de rechterschoen van verdachte een bloedspoor aangetroffen. Dit bloedspoor, een relatief kleine bloedvlek, is aangetroffen op de binnenkant van de rechterschoen tussen enkel en hak op de dieperliggende delen tussen de letters.(15)

Het aangetroffen bloedspoor is veiliggesteld voor DNA-onderzoek. Uit het DNA-onderzoek volgt dat uit het op de schoen aangetroffen bloedspoor een DNA-profiel is verkregen dat matcht met het DNA-profiel van het slachtoffer [slachtoffer]. De berekende frequentie van het DNA-profiel van het bloedspoor is kleiner dan 1 op 1 miljard. Ofwel de kans dat het DNA-profiel van een willekeurig gekozen man matcht met dit DNA-profiel is kleiner dan1 op 1 miljard.(16)

Vast staat dan ook dat het bloed dat bijna 8 maanden na 24 mei 2008 is aangetroffen op de schoen van de verdachte het bloed van het slachtoffer [slachtoffer] betreft.

Op 24 mei 2008 is op de plaats delict een tweetal schoensporen, te weten tweemaal een afdruk van het voorste deel van een schoenzool aangetroffen. De sporen waren met bloed geplaatst. De profilering van de afdruk bestond uit profielelementen van blokken en strepen.

De technische recherche heeft de aangetroffen schoensporen vergeleken met de schoenen van verdachte, die onder hem in beslag zijn genomen.

Geconcludeerd is dat de op de plaats delict aangetroffen schoensporen zijn veroorzaakt door een schoen waarvan de profilering soortgelijk is aan het profiel van de aangeboden rechterschoen, zijnde de rechterschoen van verdachte. Dat de sporen daadwerkelijk zijn veroorzaakt door deze schoen kan niet worden vastgesteld.(17)

Op de camerabeelden van het kantorencomplex [kantorencomplex], direct naast het [naam hotel] hotel gelegen, is te zien dat één van de daders met zijn voet in een donkerkleurige schoen, een tegel buiten raakt. Er is twee keer op de beelden te zien dat de schoen een straattegel nagenoeg uitvult. (18) De verbalisanten hebben ter plaatse foto’s gemaakt van de betreffende straattegel en de tegel opgemeten. Gebleken is dat de tegels van het formaat 30 x 30 cm zijn.(19) De rechterschoen van verdachte is 29,5 cm lang en donkerkleurig(20) en vult derhalve een straattegel.

Verdachte verklaart op 28 maart 2009 bij de politie, nadat hij opnieuw als verdachte is aangehouden, maar nog niet van de inhoud van voornoemd NFI-rapport op de hoogte is gesteld, spontaan dat hij - toen hij 26 mei 2008 op zijn werk kwam om 15.00 uur(21) - het bloed van die man (noot griffier: het slachtoffer) heeft opgeruimd.

Verdachte verklaart: ”Er zaten nog overal bloedspul..sporen op, op die schuifdeuren, in de keukenkastjes. Bloedspatten, weet ik het,… het grootste gedeelte was al opgeruimd, maar er zat nog bloed in de keukenkastjes zelfs, op de schuifdeuren, onder plankjes, aan mappen die in de keuken staan. De schuifdeur als je vanaf de bar de keuken inkomt. Het was al grotendeels schoon, maar er zaten nog gore resten op. Ik maak die keuken van top tot teen schoon en aan de binnenkant van die deur zat nog bloed. In de keuken, als die deur dichtgaat, en in het schoonmaakkastje bij die deur, aan de binnenkant zat ook nog bloed. Het waren druppels. Knoop me er niet precies aan vast, het is al zo lang geleden, of het nou op het kastje of in het kastje was, ik heb die man zijn bloed nog opgeruimd. Ik werd er gewoon misselijk van. Wat ik dus wou zeggen en waar ik dus bang voor was, tijdens het schoonmaken, aan de kastjes of schoensporen of wat dan ook, dat er iets op mijn schoenen is gekomen. Ik werkte alleen, zelfstandig. Ik heb dat alleen schoongemaakt”.(22)

Nadat verdachte door de politie is verteld dat het rapport van het NFI is ontvangen en dat er iets op zijn schoen is aangetroffen. Verklaart verdachte:”Ik heb geen idee wat er op mijn schoen gekomen zou zijn. Tijdens het schoonmaken één of ander mengsel van sop en bloed ofzo, ik weet het niet. U vraagt mij wat ik ervan zeg dat er bloed op mijn schoen is aangetroffen en wat ik daarvan zeg. Ja. Daar heb ik niks op te zeggen. Het enige wat ik net heb gezegd, dat heb ik er op te zeggen. U zegt mij dat het is vastgesteld als zijnde bloed van het slachtoffer. Ja, daar was ik al bang voor”.(23)

Verdachte verklaart op 29 maart 2009 bij de politie als hij nogmaals wordt gehoord:

“Ik kan me zelfs nog herinneren toen ik dat schuifkastje schoonmaakte, die kastdeurtjes die schuiven heen en weer en toen ik de onderzijde schoonmaakte, toen ontdekte ik dat er rood aan mijn hand zat, ik dacht dat ik me gesneden had maar dat was niet het geval. Ik heb nog bloedspatten aangetroffen op diverse plekken waar je makkelijk overheen kijkt”.(24)

Naar aanleiding van voornoemde verklaring van verdachte zijn er diverse mensen gehoord over de gevolgde schoonmaakprocedure na het gebeurde op 24 mei 2008.

Vast staat dat de betreffende ruimtes door een gespecialiseerd schoonmaakbedrijf grondig zijn schoongemaakt.(25) Door mevrouw [A] en de heer [B] van het [naam hotel]-hotels zijn de schoongemaakte ruimtes geïnspecteerd. Door mevrouw [A] is op 4 maart 2009 veerklaard: “Ik zag dat alles tot in de details schoon was gemaakt. De ruimtes waren nog nooit zo schoon geweest. De kasten en de laden in de keuken waren zelfs leeg gehaald en schoon gemaakt.”(26) Op 29 maart 2009 verklaart mevrouw [A] desgevraagd nogmaals:

”De keuken was brandschoon.”(27) Ook de heer [B] verklaart op 3 maart 2009:

“De keuken hebben ze in zijn geheel gereinigd, omdat op de gekste plekken bloedspetters zaten, alles is toen van zijn plek geweest.”(28)

De heer [C], eveneens werkzaam in de keuken van het [naam hotel]-hotel, verklaart dat hij direct nadat het schoonmaakbedrijf was weggegaan voor de zekerheid nogmaals heeft schoongemaakt in de keuken.(29)

Op 25 mei 2008 zijn in de keuken geen bloedresten meer aangetroffen en is de keuken, na het onbijt, schoongemaakt.(30) Ook op 26 mei 2008 is, na het ontbijt, de keuken schoongemaakt.(31)

De heer [D], werkzaam bij het gespecialiseerde schoonmaakbedrijf [bedrijf], heeft op 8 april 2009 desgevraagd expliciet verklaard: “We wijzen je op dit schuifdeurkastje (pag. 421). Kun je aangeven tot hoever jij onder dat kastje, die bodemplaat, bloed hebt waargenomen?

Ja, ik weet nog dat ik op mijn buik lag om onder dat kastje te kijken. Voor dat kastje lag veel bloed en aan dat kastje, de buitenzijde zat ook bloed. Nadat de vloer en dat kastje schoon was, heb ik op mijn buik gelegen om aan de onderkant te kijken of er ook bloed aan zat. Dit deed ik omdat bloed net water is en kan opspatten heb ik dat dus gecontroleerd.

Op de onderkant van de kast zaten ook bloedspatten. Ik schat tot een afstand van ca. 30 cm. Die heb ik toen schoongemaakt, liggend op mijn buik. De spatten, het waren net spetters, heb ik onder het kastje 1x grof met SUMOBAK, daarna opnieuw met dit middel en daarna weer verneveld met SUMOTAB, weggehaald. Onder het kastje zat een spat of 20 naar mijn schatting. Ik kan me ook nog herinneren dat het kleine bloedspatten waren, maar wel zodanig groot dat ze gingen ‘hangen’, omdat ik van die bobbeltjes bloed heb gezien. Ik heb juist veel nadruk gelegd op de schoonmaak van dat kastje, juist omdat daar ook veel bloed aan en rond omheen lag.”(32)

Gezien voornoemde verklaring over de wijze waarop na het voorval door het gespecialiseerde schoonmaakbedrijf is schoongemaakt in samenhang met de verklaringen van de medewerkers van het schoonmaakbedrijf en de leidinggevenden en de medewerkers van het [naam hotel]-hotel acht de rechtbank het volstrekt ongeloofwaardig dat verdachte op 26 mei 2008 nog bloedspatten, afkomstig van het slachtoffer [slachtoffer], heeft aangetroffen in de keuken van het hotel.

Bovendien bevreemdt het de rechtbank dat verdachte kennelijk met niemand in het hotel heeft gesproken over het aangetroffen bloed en zijn schoonmaakactie.

Op basis van het vorenstaande stelt de rechtbank vast dat op de schoen van verdachte bloed van het slachtoffer is aangetroffen. De verklaring die verdachte daarvoor geeft is volstrekt ongeloofwaardig en er is, naar het oordeel van de rechtbank, geen andere mogelijkheid dan dat het bloed op de schoen van verdachte is gekomen ten tijde van het delict.

De rechtbank is dan ook van oordeel dat verdachte één van de daders is.

Wat de rechtbank sterkt in haar overtuiging is dat het in de vingertop van de op de plaats delict aangetroffen handschoen gevonden DNA matcht met het DNA van de halfbroer van verdachte, [medeverdachte Y]. Verdachte en zijn halfbroer hebben bij de politie en ter zitting geen enkele aannemelijke verklaring gegeven over de wijze waarop dit DNA op de plaats delict aangetroffen zou kunnen zijn. Dit, terwijl de moeder van verdachte en zijn halfbroer in de taps eindeloos speculeren over de diverse mogelijkheden hiertoe.

Zie ondermeer het gesprek d.d. 7 februari 2009 te 14.29 uur tussen de moeder van verdachte en haar zoon [zoon].(33)

Tevens sterkt de rechtbank in haar overtuiging dat in ieder geval één van de daders bekend moet zijn geweest met de situatie in het hotel, omdat de beveiligingscamera’s op handige wijze worden ontweken. Hierbij weegt de rechtbank mee dat op de camerabeelden van 23 mei 2008, een dag voor de overval, te zien is dat verdachte twee maal vrij opzichtig in/naar de beveiligingscamera en dan naar de deur van de ‘Duinzaal’ kijkt, terwijl hij op de lift staat te wachten. (34)

De verklaring van verdachte dat hij dit wel vaker doet omdat hij dan gekke bekken trekt naar zijn collega’s achter de camera’s vindt geen steun in deze beelden, want verdachte kijkt zogenaamd ‘loerend’ naar de camera.

Tevens weegt de rechtbank mee dat het profiel van de in beslag genomen schoenen van verdachte overeenkomt met de op de plaats delict aangetroffen schoensporen en dat de maat van de schoenen van verdachte overeenkomt met de maat van de schoen die zichtbaar is op de camerabeelden van het kantorencomplex [kantorencomplex].

Ter ondersteuning van het standpunt dat de verklaring van verdachte voor het aantreffen van het bloed van het slachtoffer op zijn schoen volstrekt onaannemelijk is, weegt de rechtbank mee dat verdachte reeds voor 26 februari 2009 aan zijn moeder heeft verteld dat hij op het werk bloed van het slachtoffer heeft moeten opruimen. Zie het gesprek d.d. 26 februari 2009 te 22.19 uur tussen de moeder van verdachte en ene [E], waarin de moeder van verdachte zegt: “Hij zegt…natuurlijk heb ik dat gehoord op mijn werk...hij zegt ik heb zelf die bloedspatten op mijn werk op moeten ruimen omdat ik daar gewoon , gewoon elke dag werk…..weet je”.(35)

Tegen de politie vertelt verdachte dit verhaal pas op het moment dat hij verwacht dat het NFI-rapport van het onderzoek van zijn schoenen belastend materiaal zal bevatten.

Het bevreemdt de rechtbank tot slot zeer dat verdachte in de privésfeer, in de periode kort na 24 mei 2008, niets heeft verteld over de overval op zijn collega. Zie het gesprek d.d. 7 februari 2009 te 14.29 uur tussen de moeder van verdachte en haar zoon [zoon]. (36)

3.4 De bewezenverklaring

Op grond van het bovenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat verdachte het hem primair eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde feit heeft begaan, met dien verstande dat de rechtbank bewezen acht dat:

hij op 24 mei 2008 te Scheveningen, gemeente 's-Gravenhage, ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander opzettelijk [slachtoffer] van het leven te beroven, met dat opzet die [slachtoffer] meermalen

- met een ijzeren staaf tegen het hoofd en tegen het lichaam heeft geslagen en

- met een mes in de hals heeft gestoken en in een hand heeft gesneden en

- in het gezicht heeft geschopt en tegen het lichaam heeft geslagen en gestompt en geschopt, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid.

4. De strafbaarheid van het feit

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het feit uitsluiten.

Dit levert het in de beslissing genoemde strafbare feit op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het door hem bewezen geachte strafbare feit wordt veroordeeld tot gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar, met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft vrijspraak van de aan verdachte primair eerste en tweede alternatief/cumulatief, subsidiair en meer subsidiair ten laste gelegde feiten bepleit en is verder niet, bij eventuele bewezenverklaring, op de strafmaat ingegaan.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van het gepleegde feit en de omstandigheden waaronder het is begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met een ander het slachtoffer met opzet met een ijzeren staaf op zijn hoofd en tegen het lichaam geslagen en hem met een mes in de hals gestoken en in een hand gesneden. Verdachte heeft door aldus te handelen het risico genomen dat het slachtoffer het leven zou verliezen en zich schuldig gemaakt aan medeplegen van poging tot doodslag.

Dat het slachtoffer de gewelddadige aanval heeft overleefd is niet aan verdachte en zijn medeverdachte te danken, maar aan puur geluk en wilskracht van de zijde van het slachtoffer.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben door hun handelen een ernstige inbreuk gemaakt op de lichamelijke integriteit van het slachtoffer. De ervaring leert dat het slachtoffer nog gedurende lange tijd nadelige gevolgen van het gebeurde kan ondervinden.

Uit de schriftelijke slachtofferverklaring komt ook naar voren dat het slachtoffer, naast het ernstige lichamelijk letsel - waaronder waarschijnlijk blijvend letsel aan zijn rechterhand - ook psychisch nog steeds de gevolgen van het gebeurde ondervindt.

Het door verdachte en zijn medeverdachte gepleegde strafbare feit heeft een zeer gewelddadig karakter en het is schokkend dat verdachte dergelijk zwaar geweld tegen een medemens, tevens zijnde een collega, heeft gebruikt. Verdachte en zijn medeverdachte hebben het slachtoffer voorts hevig bloedend en vechtend voor zijn leven achtergelaten en zich volstrekt niet om het lot van het slachtoffer bekommerd.

De rechtbank rekent dit verdachte zeer zwaar aan.

Poging tot doodslag is voorts een delict dat een voor de rechtsorde schokkend karakter draagt en dat leidt tot een toename van de gevoelens van angst en onveiligheid in de samenleving. In casu zijn ook de gevoelens van veiligheid van de werknemers van het hotel ernstig aangetast en hebben zij een grote schok moeten verwerken.

Bij het bepalen van de op te leggen straf is acht geslagen op het verdachte betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 22 januari 2009.

De rechtbank weegt voorts bij het opleggen van de straf mee dat de verdachte op geen enkele wijze openheid van zaken of inzicht in zijn beweegredenen heeft gegeven.

Alles overwegende is de rechtbank van oordeel dat een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden is.

7. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

[slachtoffer] (gemachtigde [gemachtgde] BV, de heer [F]), heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 11.754,55, waarvan een deel groot € 5.000,- een voorschot op de geleden immateriële schade betreft.

Voorts heeft [BV] B.V., vestiging [naam hotel] Scheveningen, zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 116.546,16.

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer], met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [BV] B.V., vestiging [naam hotel] Scheveningen, tot een bedrag van € 4.519,90 (zijnde de kosten van de schoonmaak van de lobby door een gespecialiseerd bedrijf ad € 2004,00 en het ontbijt van de gasten in het Kurhaus ad € 2.515,90), met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel en met niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige.

7.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich ten aanzien van de vordering van de benadeelde partij [slachtoffer] gerefereerd aan het oordeel van de rechtbank.

De raadsman heeft de vordering van de benadeelde partij [BV] B.V., vestiging [naam hotel] Scheveningen, betwist en niet-ontvankelijkheid bepleit, nu de schade die het hotel heeft geleden geen rechtstreeks verband heeft met het aan verdachte ten laste gelegde.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

a) benadeelde partij [slachtoffer]

De rechtbank zal, voor zover de vordering betrekking heeft op de posten verlies arbeidsvermogen en gemiste winstuitkering 2008, de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering in zoverre niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak. De benadeelde partij kan dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter aanbrengen.

De rechtbank acht de vordering van de benadeelde partij ten aanzien van de overige materiële kosten ad € 1.990,55 van zo eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Dit deel van de vordering is namens de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het primair eerste alternatief/cumulatief bewezenverklaarde feit.

De rechtbank acht deze vordering, voor zover deze betrekking heeft op een bedrag van € 5.000,-, als voorschot op een vergoeding ter zake van immateriële schade tot dat bedrag naar billijkheid toewijsbaar en in zoverre eenvoudig vast te stellen, nu namens de verdachte de omvang daarvan niet is betwist en nu vast is komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het primair eerste alternatief/cumulatief bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal de vordering derhalve toewijzen tot een bedrag van € 6.990,55.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het primair eerste alternatief/cumulatief bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 6.990,55, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer].

b) benadeelde partij [BV] B.V., vestiging [naam hotel]

De rechtbank acht de vordering, voor zover deze betrekking heeft op de posten 2 en 3, zijnde de kosten van de schoonmaak van de lobby door een gespecialiseerd bedrijf ad € 2004,00 en het ontbijt van de gasten in het Kurhaus ad € 2.515,90, van zo eenvoudige aard dat dit deel van de vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Dit deel van de vordering is namens de verdachte wel betwist, maar is naar het oordeel van de rechtbank voldoende onderbouwd door de benadeelde partij.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het primair eerste alternatief/cumulatief bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk verklaren in zijn vordering tot schadevergoeding, aangezien dat deel van de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak.

De rechtbank zal de vordering derhalve toewijzen tot een bedrag van € 4.519,90

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het primair eerste alternatief/cumulatief bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 4.519,90, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [BV] B.V., vestiging [naam hotel].

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

36f, 45, 47, 57 en 287 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het hem dagvaarding

primair tweede alternatief/cumulatief ten laste gelegde feit heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het hem bij dagvaarding

primair eerste alternatief/cumulatief ten laste gelegde feit heeft begaan en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:

MEDEPLEGEN VAN POGING TOT DOODSLAG

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 6 jaar

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

09/757860-08 (t.b.g.):

in verzekering gesteld op: 20 januari 2009;

in voorlopige hechtenis gesteld op: 23 januari 2009;

in vrijheid gesteld op: 4 februari 2009;

09/9000290-09:

in verzekering gesteld op: 28 maart 2009;

in voorlopige hechtenis gesteld op: 31 maart 2009;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [slachtoffer] gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 6.990,55,

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat hij dit deel van de vordering de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 6.990,55, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 69 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij [BV] B.V., vestiging [naam hotel], gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij, een bedrag van € 4.519,90;

bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige deel niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat hij dit deel van de vordering de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 4.519,90, ten behoeve van het slachtoffer genaamd partij [BV] B.V., vestiging [naam hotel];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 55 dagen;

bepaalt dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat voldoening van de gehele of gedeeltelijke betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. E. Timmermans, voorzitter,

V.J. de Haan, rechter,

M.F.M. de Groot, rechter-plv.,

in tegenwoordigheid van mr. M.M. de Witte, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 9 juli 2009.

1 Waar wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar pagina’s, betreft dit de pagina’s van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer PL1522/2008/19417-43 van politie Haaglanden, gedateerd 22 januari 2009, met bijlagen.

2 proces-verbaal van bevindingen, pagina 148

3 proces-verbaal van verhoor getuige 66/68 en 69/70

4 proces-verbaal van aangifte, pagina 72/73

5 een bundel processen-verbaal forensisch technisch onderzoek, nummer PL1522/2008/19417-54 (ongenummerd)

6 foto’s letsel aangever, pag.82 t/m 87

7 aanvraag formulier medische informatie, pagina 95/96

8 schriftelijke slachtofferverklaring d.d. 1 juni 2009

9 een proces-verbaal forensisch technisch onderzoek, nummer PL1522/2008/19417-12

10 foto nummer 41 en 42 behorende bij de bundel processen-verbaal forensisch technisch onderzoek, nummer PL1522/2008/19417-54

11 pagina 181 t/m 189

12 foto nummer 37 en 38 behorende bij de bundel processen-verbaal forensisch technisch onderzoek, nummer PL1522/2008/19417-54

13 proces-verbaal van bevindingen; pagina 199

14 pagina 390 t/m 395

15 brief NFI d.d. 19 juni 2009, kenmerk 2008.08.21.034 (aanvraag 4)

16 pagina 390 t/m 395

17 proces-verbaal vergelijkend schoensporenonderzoek, pagina 523 t/m 528

18 proces-verbaal van bevindingen, pagina 532

19 proces-verbaal van bevindingen, pagina 532

20 proces-verbaal vergelijkend schoensporenonderzoek, pagina 528

21 proces-verbaal verhoor getuige [A], pagina 388

22 proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 436

23 proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 437

24 proces-verbaal verhoor verdachte, pagina 454

25 proces-verbaal van verhoor getuige, met foto’s, pagina 396 t/m 431

26 proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 387

27 proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 442

28 proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 382

29 proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 495

30 proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 444

31 proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 501

32 proces-verbaal van verhoor getuige, pagina 487

33 gesprek 85 TA 7, pagina 298

34 proces-verbaal van bevindingen, pagina 168/172

35 gesprek 401 TA 7, pagina 379

36 gesprek 85 TA 7, pagina 299