Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BJ0229

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-03-2009
Datum publicatie
03-07-2009
Zaaknummer
327816 / FA RK 08-10347
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

wijziging omgang op grond van 1:253a BW

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 08-10437

Zaaknummer: 327816

Datum beschikking: 20 maart 2009

1:253a Burgerlijk wetboek

Beschikking ten aanzien van de contactregeling met betrekking tot de minderjarige:

[minderjarige A], geboren op [datum] 1996 te [plaats A].

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vrouw],

wonende te [plaats B],

advocaat: mr. -,

[de man],

wonende te [plaats C],

advocaat: mr. -.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

- de brief ter griffie ingekomen op 8 december 2008 van de minderjarige.

De minderjarige [A] heeft een brief geschreven en zich in raadkamer nogmaals uitgelaten over zijn brief.

Op 20 februari 2009 is de zaak ter terechtzitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de moeder en de vader.

Feiten

Genoemde vader en moeder zijn gewezen echtgenoten, van wie het huwelijk door echtscheiding is ontbonden, en ouders van de minderjarigen:

- [minderjarige A], geboren op [datum] 1996 te [plaats A],

- [minderjarige B] geboren op [datum] 2000 te [plaats A].

De ouders oefenen gezamenlijk het ouderlijk gezag uit over de minderjarigen.

Bij beschikking van deze rechtbank d.d. 19 mei 2008 is - voor zover hier aan de orde -:

een omgangsregeling vastgesteld waarbij is bepaald dat:

- de minderjarige [B] met ingang van 11 april 2008 tot en met 22 juni 2008 van

vrijdagmiddag uit school tot zondagavond 19.00 uur bij de vader zal zijn, waarbij

[B] de avondmaaltijd zal hebben gebruikt bij de vader en waarbij de vader [B]

haalt en brengt;

- de minderjarige [A] met ingang van heden en de minderjarige [B] met ingang van

4 juli 2008 bij de vader zullen zijn:

* gedurende de oneven weken een weekeinde per veertien dagen van vrijdagmiddag uit school tot maandagochtend naar school, waarbij de man haalt en brengt;

* gedurende de zomervakantie 2008: week 1 tot en met week 3: de man haalt de minderjarigen op uit school op vrijdag 18 juli 2008 en brengt de minderjarigen thuis op maandagochtend 11 augustus 2008, tenzij het belang van de minderjarigen met zich brengt dat zij één à twee dagen eerder worden thuisgebracht met het oog op tijdig aangekondigde vakantieplannen van de vrouw;

* de helft van de vakanties, in die zin: - in de even jaren de eerste helft van de vakanties en in de oneven jaren de tweede helft van de vakanties, - in de even jaren met de kerst en in de oneven jaren met oud en nieuw, waarbij de man de minderjarigen haalt en brengt.

Beoordeling

De minderjarige [A] heeft verzocht de omgangsregeling te wijzigen, in die zin dat hij alle kleine vakanties geheel doorbrengt bij een van zijn ouders. Hij vindt dit rustiger.

De vader heeft ter terechtzitting bezwaar gemaakt tegen het niet langer delen van de tweeweekse vakanties, maar gesteld te kunnen instemmen met het verzoek ten aanzien van de éénweekse vakanties. Hij stelt dat de rechtbank uitdrukkelijk heeft bepaald dat alle vakanties dienen te worden gedeeld en meent bovendien dat indien aan het verzoek van [A] tegemoet wordt gekomen, hij gedurende een aantal weken verstoken zal zijn van contact met zijn kinderen. De vader stelt voorts dat de communicatie tussen hem en de moeder erg slecht is, dat hij zich zorgen maakt over de kinderen en dat hij contact heeft opgenomen met het AMK en de raad voor de kinderbescherming.

De moeder kan instemmen met het voorstel van [A] en stelt dat het omgangsweekend na de vakantie gecompenseerd zou kunnen worden, in die zin dat het omgangsweekend van de vader zou plaatshebben nadat de kinderen een vakantie bij de moeder hebben doorgebracht. De moeder erkent dat de communicatie tussen de ouders slecht is en stelt voorts dat het AMK heeft besloten dat de klachten van de vader onterecht waren en juist heeft meegedeeld dat er zorgen zijn over de houding van de vader.

De rechtbank overweegt als volgt. Per 1 maart 2009 is inwerking getreden de Wet bevordering voorgezet ouderschap en zorgvuldige scheiding. Ingevolge artikel 1:377g van het Burgerlijk Wetboek (BW), zoals dat luidt na 1 maart 2009, kan de rechter, indien blijkt dat de minderjarige van twaalf jaar of ouder hierop prijs stelt, ambtshalve een beslissing geven op voet van artikel 1:377a of 1:377b BW, dan wel een zodanige beslissing op grond van artikel 1:377e BW van dit boek wijzigen. Hoewel de verwijzing naar artikel 1:253a BW in artikel 1:377g BW, zoals dat luidt na 1 maart 2009, ontbreekt, is de rechtbank van oordeel dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om, ook in gevallen waarin beide ouders het gezag over een minderjarige hebben, de minderjarige zijn informele rechtsingang te laten behouden. Het ontnemen van dit recht aan minderjarigen met twee gezagsouders, zou immers op gespannen voet komen te staan met het bepaalde in artikel 12 van het Verdrag inzake de rechten van het kind. Derhalve overweegt de rechtbank voorts als volgt.

Nu [A] heeft aangegeven het prettiger te vinden hele vakanties bij een ouder door te brengen en de rechtbank niet van redenen is gebleken die hieraan in de weg staan zal de rechtbank ambtshalve de contactregeling wijzigen. Hoewel alleen [A] om wijziging van de contactregeling verzoekt, zal de rechtbank de contactregeling uit efficiëntieoverwegingen ook wijzigen voor [B]. De rechtbank neemt bij het vorenstaande in aanmerking dat de moeder heeft toegezegd bereid te zijn contact tussen de vader en de kinderen te laten plaatsvinden nadat de kinderen een vakantieweek bij haar hebben doorgebracht en gaat er van uit dat partijen een en ander in onderling overleg regelen. De rechtbank zal bepalen dat de kinderen de vakanties, met uitzondering van de zomervakantie, steeds in zijn geheel zullen doorbrengen bij de ene ouder, waarbij de vakanties in de oneven en de even jaren tussen de ouders zullen wisselen. De rechtbank ziet geen aanleiding de eerdere vastgestelde regeling met betrekking tot kerst en oud en nieuw te wijzigen. De rechtbank geeft partijen uitdrukkelijk in overweging in het belang van de kinderen aan hun onderlinge communicatie te werken.

Beslissing

De rechtbank - met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank d.d. 19 mei 2008 - :

bepaalt dat de minderjarigen [minderjarige A], geboren op [datum] 1996 te [plaats A] en [minderjarige B] geboren op [datum] 2000 te [plaats A] bij de vader zullen zijn:

- in de oneven jaren: de meivakantie en de herfstvakantie;

- in de even jaren: de voorjaarsvakantie,

en verklaart deze contactregeling uitvoerbaar bij voorraad.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.W. de Wit, kinderrechter, bijgestaan door

mr. M.A.C. Herweijer als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van

20 maart 2009.