Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI9310

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-06-2009
Datum publicatie
02-07-2009
Zaaknummer
333728 - KG ZA 09-398
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Aanbesteding. Ongeldige inschrijving. Niet voldaan aan eis dat uit inschrijvingsstukken dient te blijken dat een aangeboden camera voldoet aan de gestelde eisen. Ook na verzoek geen berekening met betrekking tot de aangeboden camera overgelegd. Niet aannemelijk geworden dat er sprake is van conflicterende eisen in de aanbestedingsstukken

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JAAN 2009/77
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 12 juni 2009,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 333728 / KG ZA 09-398 van:

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

HITT Holland Institute of Traffic Technology B.V.,

gevestigd te Apeldoorn,

eiseres in de hoofdzaak,

verweerster in het voegingsincident,

advocaat mr. J.C. van Vliet te Utrecht,

tegen:

de Staat der Nederlanden (ministerie van Verkeer en Waterstaat),

zetelende te Den Haag,

gedaagde in de hoofdzaak,

verweerder in het voegingsincident,

advocaat mr. H.M. Fahner te Den Haag,

waarin heeft verzocht zich te voegen:

de rechtspersoon naar buitenlands recht

Kongsberg Norcontrol IT AS,

gevestigd te Horten (Noorwegen),

eiser in het voegingsincident,

advocaat mr. W.F. Roelink te Hoofddorp.

Partijen worden hierna respectievelijk aangeduid als ‘HITT’, ‘de Staat’ en ‘Kongsberg’.

1 Het incident tot voeging

1.1. Kongsberg heeft verzocht zich te mogen voegen aan de zijde van de Staat. Kongsberg heeft evenals HITT ingeschreven op de aanbestedingsprocedure die onderwerp is van het onderhavige kort geding. Ter zitting van 11 mei 2009 heeft HITT gemotiveerd bezwaar gemaakt tegen de voeging. Zij heeft aangevoerd dat Kongsberg onvoldoende belang bij voeging heeft. De Staat heeft verklaard geen bezwaar te hebben tegen de voeging.

1.2. De voorzieningenrechter heeft ter zitting bepaald dat op de voeging zal worden beslist nadat het gerechtshof ’s-Gravenhage een arrest heeft gewezen in de naar aanleiding van een vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 13 februari 2009 gevoerde appelprocedure tussen Kongsberg als appellant en de Staat en HITT als geïntimeerden met betrekking tot de inschrijving van Kongsberg.

1.3. Het gerechtshof ’s-Gravenhage heeft bij arrest van 26 mei 2009 met zaaknummer 200.027.958/01 geoordeeld dat de Staat terecht en op rechtens juiste gronden heeft besloten de inschrijving van Kongsberg als ongeldig terzijde te leggen. Aangezien het gerechtshof heeft geoordeeld dat er sprake is van een ongeldige inschrijving, wordt Kongsberg geacht geen partij te zijn bij deze aanbestedingsprocedure. Daarmee heeft Kongsberg geen belang meer bij voeging. Hij zal daarom niet worden toegelaten tot voeging.

2. De feiten in de hoofdzaak

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 11 mei 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. De Staat heeft een Europese openbare aanbesteding gehouden voor een contract voor het ontwerpen, leveren, testen, in bedrijf stellen en bedrijfsvaardig opleveren van een scheepvaart begeleidingssysteem voor het Noorzeekanaalgebied (hierna ‘de Opdracht’) en het vervolgens onderhouden van dit systeem voor een periode van tien jaar. Dit betreft een zogeheten Walradar/VTS-systeem, waarbij VTS staat voor Vessel Traffic Services. De eisen waaraan het door de Staat uitgevraagde Walradar/VTS-systeem dient te voldoen zijn uitgewerkt in de zogeheten Vraagspecificatie, die is onderverdeeld in zeventien deelspecificaties. Daarbij dient een eis die in de Vraagspecificatie is aangeduid als “e[n]” volledig en zonder afwijkingen te worden gehonoreerd.

2.2. Het gunningscriterium is de laagste fictieve inschrijvingssom. Op de procedure is het Aanbestedingsreglement Werken 2005 (ARW 2005) van toepassing.

2.3. In de aankondiging van de Opdracht op 3 april 2008 (hierna ‘de Aankondiging’) staat onder de kop ‘Voorwaarden voor deelneming’ vermeld:

“(..)

III.2.3) Vakbekwaamheid:

(..)

Eventueel vereiste minimumeisen: Overeenkomstig de aanbestedingsdocumenten:

(..)

2) ervaring met vergelijkbaar werk, camerasystemen, controle- en bedieningsruimten, ICT systemen, storingsdiensten, ontwerp, in bedrijf zijnde installaties.

(..)”

2.4. In het Inschrijvings- en beoordelingsdocument van 31 maart 2008 staat onder meer vermeld:

“(..)

2.3 Inschrijvingsfase

(..)

2.3.3. Bij de inschrijving te verstrekken kwalitatieve documenten

Bij de inschrijving moet worden verstrekt:

Tabel 2 Verklaring van Conformiteit

(..)

Tabel 2 Verklaring van Conformiteit

Tabel 3 Overige te verstrekken kwalitatieve documenten

(..)

Tabel 3 Overige te verstrekken kwalitatieve documenten

(..)

2.3.4. Eisen aan de bij de inschrijving te verstrekken kwalitatieve documenten

2.3.4.1 Eisen aan het voorlopig ontwerp Walradar/VTS-systeem

De inschrijver dient voor het Walradar/VTS-systeem een voorlopig ontwerp op te stellen voor de volledige scope van de vraagspecificatie. Dit voorlopig ontwerp dient:

- Door middel van berekeningen aan te tonen dat het gekozen ontwerp voldoet aan de gestelde eisen in de vraagspecificatie deel 1 ten aanzien van de te volgen scheepvaart, het dekkingsgebied, de minimaal te detecteren objectgrootte, de positienauwkeurigheid, en het onderscheidend vermogen;

(..)

2.3.5. Bij de inschrijving te verstrekken gegevens inzake de minimumeisen

(..)

2. De inschrijver dient bij zijn inschrijving de gegevens als bedoeld in paragraaf 3.1.4, lid 3 (..) te voegen waarmee hij aantoont aan de gestelde minimumeisen m.b.t. bekwaamheid te voldoen.

(..)

3.1 Minimumeisen m.b.t. draagkracht en bekwaamheid

(..)

3.1.4. Ervaring

(..)

2. De inschrijver heeft in de periode van vijf jaar voorafgaande aan de datum van aanbesteding (..) ervaring opgedaan met

a. ten minste één op een vakkundige en regelmatige wijze uitgevoerd werk op het gebied van het ontwerpen, installeren en onderhouden van Walradar/VTS-systeem van – uit de onderhavige vraagspecificatie blijkende – vergelijkbare complexiteit;

(..)

3. De inschrijver verstrekt de aanbieder een opgave van de opdrachten waarmee de inschrijver beoogt te voldoen aan de ervaringseisen. (..)”

2.5. In Bijlage F behorende bij het Inschrijvings- en beoordelingsdocument is de score-conformiteitenlijst opgenomen. Hierin staat vermeld dat de inschrijver bij de verklaring van conformiteit duidelijk en eenduidig dient te onderbouwen op welke wijze hij zal voldoen aan de gestelde eisen en wensen. Over de door de inschrijver te verstrekken onderbouwende documentatie staat in de scoreconformiteitenlijst, voor zover thans relevant, vermeld:

“Onderbouwende documentatie

Het is van het grootste belang dat de inschrijver in alle gevallen duidelijk maakt hoe zijn oplossing voldoet aan de eis of wens. De inschrijver moet per eis of wens vanuit de score-conformiteitenlijst verwijzen naar de onderbouwende documentatie. Dit moet de beoordelingscommissie in staat stellen de eis of wens op zijn waarde te schatten en de door de inschrijver gegeven waardering te verifiëren. De onderbouwende documentatie moet duidelijk en volledig zijn. Als onderbouwende documentatie kan ondermeer dienen fabrieksbrochures met technische specificaties, berekeningen en eigen toelichtingen.”

2.6. In één van de deelspecificaties van de Vraagspecificatie, te weten ‘Deelspecificatie Closed Circuit Televisie (CCTV)’ (hierna ‘Deelspecificatie CCTV’) is een lijst met eisen opgenomen waaraan de voor de Opdracht gevraagde CCTV-camera dient te voldoen. Dit betreft e[n] eisen als hiervoor onder 2.1 bedoeld. In paragraaf 2 staat als algemene eis vermeld dat het CCTV dekkingsgebied voor elke camera minimaal gelijk dient te zijn aan de in de opgenomen tabel 1 beschreven waar te nemen situaties en dat de geformuleerde eisen gelden in het gehele dekkingsgebied. In paragraaf 3.5 staat ten aanzien van het zoommechanisme vermeld:

“Het zoommechanisme dient aan de volgende eisen te voldoen:

e[a] Het moet mogelijk zijn met elke camera alle instellingen in de Rotakintabel genoemd in 4.1 (..) onder e[g] te realiseren.

e[b] Het bereik dient voldoende te zijn voor de vereiste zoomstanden bij alle in het systeem voorziene opstellingen.

(..)”

2.7. Het in voormelde paragraaf 3.5 sub e[a] en e[b] bedoelde dekkingsgebied is uitgewerkt in een onder paragraaf 4.1 sub e[g] opgenomen (Rotakin)tabel.

2.8. Op 28 augustus 2008 heeft HITT ingeschreven op de Opdracht. Bij haar inschrijving heeft HITT, ter onderbouwing van de door haar aangeboden CCTV-camera, een fabrieksbrochure met technische specificaties van de fabrikant alsmede een nadere toelichting gevoegd. HITT heeft in verband met de ervaringseis een door haar verrichte opdracht met betrekking tot de renovatie van Verkeerspost Tiel opgegeven (hierna ‘het referentiewerk Tiel’). HITT heeft de omvang van het werk als volgt omschreven:

“Verkeerspost Tiel met 4 onbemande radarposten plus 2 radars en 2 werkplekken op Prins Bernhardsluis.

- een aangepaste, nieuw ingerichte operationele ruimte

- 3 totaal vernieuwde werkplekken

- nieuwe vergaderruimte

- nieuwe technische ruimte in de kelder

- VTS systeem bestaande uit:

o (..)”

2.9. Bij brief gedateerd op 2 december 2008 heeft de Staat HITT in de gelegenheid gesteld om haar inschrijving onder andere ten aanzien van referentiewerk Tiel en de door HITT aangeboden camera te verduidelijken. Met betrekking tot het referentiewerk Tiel heeft de Staat, voor zover thans relevant, gevraagd:

“Referentieprojecten

Naar aanleiding van uw inschrijving en de door ons in het Inschrijvings- en beoordelingsdocument par. 3.1.4 lid 2 geformuleerde eisen verzoek ik u het volgende nader toe te lichten:

1. (..)

a. Is het juist dat dit project geen van de systeemdelen RDF en AIS omvat?

(..)”

Ten aanzien van de CCTV-camera heeft de Staat de volgende vraag gesteld:

vraag CCTV-camera

2.10. In reactie hierop heeft HITT bij brief van 15 december 2008 een nadere toelichting verstrekt. Op de gestelde vragen heeft HITT ten aanzien van het referentiewerk Tiel onder meer geantwoord:

“Het is juist dat het referentieproject nr. 2 geen RDF bevat. Bij de beantwoording van vraag 2 worden andere referentieprojecten genoemd die wel RDF bevatten; (..). Het is niet juist dat het referentieproject nr. 2 geen AIS bevat. (..)

en ten aanzien van de CCTV-camera:

“De prestatie van de camera wordt, zoals geëist in het bestek, CCTV 4.1 e[a] t/m e(g), in de praktijk beoordeeld op de daarvoor bestemde beeldposities en onder gespecificeerde omstandigheden met de ROTAKIN testpop.

Op grond van het antwoord op Vraag 1 (..) van de 4e Nota van Inlichtingen is gekozen voor een goed verkrijgbare camera uit het professionele video observatie segment. De PELCO (..), waarvan de specificatie in de aanbieding is opgenomen (..) representeert de absolute top in dit segment.

Het voorontwerp is gebaseerd op de toepassing van deze camera. Mocht tijdens het definitieve ontwerptraject, onderdeel van de projectrealisatie en startend direct na gunning, onverhoopt blijken dat deze specifieke camera niet voldoet, dan zal naar een andere oplossing worden gezocht die wel voldoet, zonder dat hiervoor bij Opdrachtgever meerkosten zullen worden geclaimd.”

2.11. HITT heeft bij haar nadere toelichting geen berekening ten aanzien van de CCTV-camera verstrekt.

2.12. Naast HITT heeft alleen Kongsberg op de Opdracht ingeschreven.

2.13. Bij brief van 10 maart 2009 heeft de Staat HITT bericht dat hij de inschrijving van HITT terzijde heeft gelegd en dat hij voornemens is de aanbestedingsprocedure te vervolgen met de onderhandelingsprocedure met voorafgaande aankondiging. Het besluit is in deze brief als volgt gemotiveerd:

“Ervaringseis 3.1.4. sub 2.a:

(..)

Voor deze ervaringseis hebt u een beroep gedaan op het referentieproject Tiel. Uit de bij uw inschrijving verstrekte informatie blijkt dat ontwerp en installatie van RDF geen onderdeel heeft uitgemaakt van dit referentieproject. Dit is door u bevestigd in uw brief van 15 december 2008. Ontwerp en installatie van RDF maken een essentieel onderdeel uit van de onderhavige opdracht.

In uw inschrijving heeft u aangegeven dat voor het referentieproject Tiel 4 onbemande radarposten en 2 radars zijn geplaatst. In uw brief van 15 december 2008 hebt u dit gewijzigd/gepreciseerd in die zin dat in het kader van dit referentieproject vijf nieuwe radarposten zijn geplaatst en twee bestaande radarposten zijn vernieuwd. Als bekend ziet het aanbestede contract op 26 radarposten. (..) Gelet op het voorgaande is er sprake van een wezenlijk verschil in omvang tussen het project Walradar/VTS-systeem en uw referentieproject.

Voorts is bij het referentieproject Tiel geen sprake van een projectomgeving met een vergelijkbare complexiteit.

(..)

Inhoudelijke eisen:

(..)

Bij uw inschrijving ontbrak de voor de CCTV-camera vereiste onderbouwende berekening. Ook in vervolg op ons verzoek om verduidelijking is deze berekening door u niet verstrekt. U hebt derhalve niet aangetoond aan deze eis te voldoen. Dit betekent dat er tevens sprake is van een ongeldige inschrijving. (..)

Onaanvaardbaar hoge inschrijving:

Uw inschrijfsom voor de aanleg en het onderhoud van het Walradar/VTS-systeem ligt aanzienlijk boven onze raming. Op grond hiervan merk ik uw inschrijving conform het bepaalde in artikel 2.29.4 ARW 2005 als onaanvaardbaar aan.

(..)

Nu in het kader van de onderhavige aanbesteding alleen inschrijvingen zijn gedaan die onregelmatig en/of onaanvaardbaar zijn, biedt artikel 30 lid 1 sub a Bao de mogelijkheid om deze procedure te vervolgen met de onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking. Ik ben voornemens van deze mogelijkheid gebruik te maken.

(..)”

2.14. Op verzoek van HITT heeft er op 16 maart 2009 een bespreking tussen partijen plaatsgevonden. HITT heeft de Staat verzocht om de begroting voor de Opdracht te verstrekken. De Staat heeft bij brief van 18 maart 2009 bericht dat hij de gevraagde gegevens niet zal overleggen.

3. De vorderingen, de gronden daarvoor en het verweer in de hoofdzaak

3.1. HITT vordert – zakelijk weergegeven – primair de Staat te verbieden de inschrijving van HITT terzijde te leggen op grond van de ervaringseis en de inhoudelijke eis met betrekking tot de CCTV-camera. Voor zover het primair gevorderde wordt toegewezen, vordert HITT daarnaast de Staat te verbieden een onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking te starten met betrekking tot de Opdracht en de Staat te gebieden zijn uitgewerkte en gedetailleerde raming aan HITT te verstrekken en haar de gelegenheid te geven dit te bestuderen, alvorens een oordeel te geven over de vraag of de inschrijving van HITT onaanvaardbaar hoog is. Voorts vordert HITT de Staat te gebieden met spoedeisendheid voortgang te geven aan de onderhavige aanbestedingsprocedure. Aan alle vorderingen wenst HITT een dwangsom verbonden te zien.

3.2. Subsidiair vordert HITT – zakelijk weergegeven – de Staat op straffe van een dwangsom te verbieden (i) een andere procedure te starten dan de onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande aankondiging ex artikel 6.2.1 van het ARW 2005 en (ii) de Opdracht opnieuw aan te besteden zonder wezenlijke wijziging van de specificaties.

3.3. Daartoe voert HITT onder meer – samengevat – het volgende aan.

Ten onrechte heeft de Staat de inschrijving van HITT terzijde gelegd. De drie hiervoor door de Staat aangevoerde redenen zijn ondeugdelijk.

a. De Staat heeft allereerst ten onrechte aangevoerd dat HITT niet voldoet aan de gestelde ervaringseis.

HITT hoefde er primair niet van uit te gaan, dat het op te geven referentiewerk alle zeventien deelspecificaties diende te omvatten, aangezien een dergelijk groot en complex project in de afgelopen vijf jaren niet is geleverd. Het vereiste “vergelijkbare complexiteit” mag worden uitgelegd zoals HITT bij haar inschrijving heeft gedaan, mede omdat in de Aankondiging gesproken wordt over “ervaring met een vergelijkbaar werk”. Bovendien zijn in het referentiewerk Tiel zestien van de zeventien deelspecificaties wél aanwezig. Het aantal radars staat los van de complexiteit van een VTS-systeem, zodat het verschil in aantal radars tussen het referentiewerk Tiel en de Opdracht niet relevant is. Het ontbreken van het ontwerp en de installatie van RDF in het referentiewerk Tiel is evenmin van belang, aangezien dit slechts een ondersteund deelsysteem betreft en HITT in andere projecten wel degelijk heeft ervaring heeft opgedaan met RDF.

Subsidiair is er sprake van een niet objectieve en eenduidige eis, aangezien in de Aankondiging van de Opdracht de eis wordt gesteld van “vergelijkbare werk” terwijl in het Inschrijvings- en beoordelingsdocument staat vermeld dat een referentiewerk van “vergelijkbare complexiteit” dient te zijn.

Meer subsidiair voldoet de ervaringseis niet aan de vereisten van proportionaliteit, objectiviteit en eenduidigheid en dient deze buiten beschouwing te blijven, aangezien de Staat een referentiewerk verlangt waarin alle zeventien deelspecificaties cumulatief voorkomen. Dit behoefde HITT niet te verwachten, zodat een beroep op rechtsverwerking niet opgaat.

b. Ten tweede heeft de Staat ten onrechte gesteld dat HITT, door het niet verstrekken van een berekening, niet heeft aangetoond dat de CCTV-camera aan de gestelde eisen voldoet. Het aanleveren van een onderbouwende berekening voor de CCTV-camera is geen eis waaraan bij de inschrijving dient te worden voldaan. HITT mocht volstaan met het overleggen van een fabrieksbrochure met technische specificaties. Het verstrekken van een onderbouwende berekening zou een ongeoorloofde aanpassing van de inschrijving van HITT met zich hebben gebracht. Bovendien heeft de Staat conflicterende eisen gesteld, omdat enerzijds uit het Inschrijvings- en beoordelingsdocument kan worden afgeleid dat door middel van een berekening dient te worden aangetoond dat de CCTV-camera voldoet aan de gestelde eisen en anderzijds uit de score-conformiteitenlijst volgt dat dit ook op andere wijze kan worden onderbouwd. Dit is in strijd met het transparantiebeginsel, dat eist dat de beoordelingscriteria ondubbelzinnig en van meet af aan duidelijk moeten zijn.

c. Ten derde heeft de Staat zonder nadere motivering gesteld dat de aanbieding van HITT onaanvaardbaar zou zijn aangezien de inschrijfsom aanzienlijk boven de raming van de Staat ligt. Dit verweer is prematuur gevoerd, omdat HITT nog niet kan worden gekwalificeerd als de meest gerede inschrijver. Bovendien wil de Staat thans ten onrechte een onderhandelingsprocedure met voorafgaande aankondiging in de zin van artikel 2.29.4 van het ARW 2005 volgen. Als er sprake is van een ongeschikte inschrijving, kan er uisluitend worden teruggevallen op de procedure van gunning via onderhandelingen zonder voorafgaande bekendmaking in de zin van artikel 6.2.1 van het ARW 2005.

3.4. De Staat voert gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil in de hoofdzaak

4.1. Dit kort geding draait om de vraag of de inschrijving van HITT terecht terzijde is gelegd. Daartoe dient te worden beoordeeld of HITT een geldige inschrijving heeft gedaan.

4.2. Allereerst zal worden onderzocht of HITT, zoals de Staat als één van de drie afwijzingsgronden heeft aangevoerd, heeft nagelaten aan te tonen dat de door haar aangeboden camera voldoet aan de daarvoor gestelde eisen.

4.3. Op grond van het bepaalde in paragrafen 2.3.3 en 2.3.4.1 van het Inschrijvings- en beoordelingsdocument dient een inschrijver een voorlopig ontwerp op te stellen voor de volledige scope van de Vraagspecificatie. Dit voorlopig ontwerp dient door middel van berekening aan te tonen dat het voldoet aan de gestelde eisen ten aanzien van onder meer het dekkingsgebied. Uit zowel het Inschrijvings- en beoordelingsdocument als de Scoreconformiteitenlijst volgt dat het uitdrukkelijk op de weg van HITT ligt om aan te tonen dat de door haar aangeboden camera voldoet aan de gestelde eisen, zoals vermeld in de Deelspecificatie CCTV. Gelet op het voorgaande is, anders dan HITT heeft betoogd, een algemene fabrieksbrochure met een nadere omschrijving derhalve onvoldoende. Het standpunt van HITT miskent immers dat uit de stukken uitdrukkelijk volgt dat het aan HITT en niet aan de Staat is om te berekenen of de aangeboden camera voldoet aan de gestelde eisen.

4.4. De Staat heeft bij brief van 2 december 2008 alsnog om een berekening verzocht, waartoe hij op grond van het bepaalde in artikel 2.26.1 ARW 2005 bevoegd was. Dit betreft derhalve, anders dan HITT heeft betoogd, geen nadere eis van de Staat, maar een toelaatbaar verzoek om een nadere toelichting. Ook dit verweer van HITT kan derhalve niet slagen. Het verstrekken van de berekening door HITT zou evenmin een ongeoorloofde aanpassing van de inschrijving opleveren. HITT heeft evenwel ook naar aanleiding van dit verzoek nagelaten de gevraagde berekening te verstrekken.

4.5. HITT kan evenmin worden gevolgd in haar subsidiaire standpunt dat de Staat conflicterende eisen heeft gesteld omdat uit het Inschrijvings- en beoordelingsdocument zou kunnen worden afgeleid dat door middel van een berekening dient te worden aangetoond dat het gekozen ontwerp aan de eisen voldoet en anderzijds de Scoreconformiteitenlijst bepaalt dat dit ook door andere middelen kan worden onderbouwd. Nog daargelaten dat het op de weg van HITT had gelegen om zich proactief op te stellen en deze vermeende onduidelijkheid aan te kaarten voorafgaande aan de inschrijving op de Opdracht, is er van de door HITT gestelde tegenstrijdigheid geen sprake. In de Scoreconformiteitenlijst staat vermeld dat de onderbouwende documentatie de beoordelingscommissie in staat moet stellen om te verifiëren of aan de eisen wordt voldaan en dat deze documentatie kan bestaan uit “fabrieksbrochures met technische specificaties, berekeningen en eigen toelichtingen”. Gelet op de verplichting om díe informatie te verstrekken die aantoont dat aan de eisen wordt voldaan waarbij het overleggen van berekeningen uitdrukkelijk wordt vermeld, kan uit het bepaalde in de Scoreconformiteitenlijst niet worden afgeleid dat fabrieksbrochures op zichzelf reeds voldoende zijn. Voor zover er bij HITT onduidelijkheid kon bestaan over de te verstrekken onderbouwende stukken, kon daarvan na het verzoek van de Staat bij brief van 2 december 2008 in ieder geval geen sprake meer zijn, zodat dit verweer van HITT ook hierom geen doel treft.

4.6. Het voorgaande leidt ertoe dat de bezwaren van de Staat tegen de inschrijving van HITT ten aanzien van de CCTV-camera gegrond zijn. De vorderingen van HITT komen daarmee niet voor toewijzing in aanmerking. De overige bezwaren behoeven daarmee geen nadere bespreking meer.

4.7. De slotsom luidt dat de vorderingen van HITT zullen worden afgewezen. HITT zal, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding in de hoofdzaak. Kongsberg zal, als de ongelijk gestelde partij in het incident tot voeging, worden veroordeeld in de kosten in het incident. Deze kosten worden evenwel van de zijde van HITT en de Staat begroot op nihil.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

in het incident:

- wijst het verzoek af;

- veroordeelt Kongsberg in de kosten, tot dusverre aan de zijde van HITT en de Staat begroot op nihil;

in de hoofdzaak:

- wijst het gevorderde af;

- veroordeelt HITT om binnen 14 dagen na de datum van dit vonnis de kosten van dit geding aan de Staat te betalen, tot dusverre aan de zijde van de Staat begroot op € 1.078,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 262,-- aan griffierecht;

- bepaalt dat HITT bij gebreke van tijdige betaling de wettelijke rente over deze proceskosten verschuldigd is, berekend vanaf de vijftiende dag na de datum van dit vonnis tot aan de dag der algehele voldoening;

- verklaart deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.Th. Nijhuis en in het openbaar uitgesproken op 12 juni 2009