Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI8711

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-05-2009
Datum publicatie
18-06-2009
Zaaknummer
AWB 08-26793
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2010:BL7622, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vertrouwensbeginsel / taalanalyse

Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij de beoordeling van onderhavige aanvraag het rapport taalanalyse van 5 maart 2003 mogen betrekken nu door het indienen van deze aanvraag een nieuw toetsingsmoment is ontstaan om te onderzoeken of zich een grond als bedoeld in artikel 32, eerste lid, Vw voordoet. Dat aan eiser eerder een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, leidt niet tot een ander oordeel. Een vreemdeling kan immers niet enkel aan de eerdere verlening van een verblijfsvergunning dan wel het tijdsverloop sindsdien het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat een door hem gedane onjuiste opgave niet meer kan worden tegengeworpen. Dit oordeel volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie ondermeer de uitspraak van 12 september 2007, 200703538/1). Daarbij acht de rechtbank van belang dat verweerder bij brief van 1 oktober 2007 expliciet aan eiser heeft laten weten dat het rapport taalanalyse zal worden betrokken bij de beoordeling van de op dat moment nog in te dienen aanvraag asiel voor onbepaalde tijd, zodat tot slot niet is gebleken van concrete en onvoorwaardelijk geformuleerde uitlatingen dat aan eiser de thans gevraagde verblijfsvergunning zou worden verleend. Eisers beroep op het vertrouwensbeginsel, de rechtszekerheid en de zorgvuldigheid slaagt gezien het voorgaande niet.

Reeds omdat de contra-expertise niet de precieze, door eiser gestelde afkomst bevestigt, kan de contra-expertise niet leiden tot de conclusie dat sprake is van concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het rapport taalanalyse.

Beroep ongegrond

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ’s-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Nevenzittingsplaats Haarlem

zaaknummer: AWB 08 / 26793

uitspraak van de enkelvoudige kamer voor vreemdelingenzaken van 28 mei 2009

in de zaak van:

[naam eiser],

geboren op [geboortedatum], van Soedanese nationaliteit,

eiser,

gemachtigde: mr. M. Woudwijk, advocaat te Amsterdam,

tegen:

de staatssecretaris van Justitie,

verweerder,

gemachtigde: mr. S. Rietveld, werkzaam bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst te ’s-Gravenhage.

1. Procesverloop

1.1 Eiser heeft op 5 oktober 2007 een aanvraag ingediend tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor onbepaalde tijd. Verweerder heeft de aanvraag bij besluit van 30 juni 2008 afgewezen. Eiser heeft tegen het besluit op 24 juli 2008 beroep ingesteld.

1.2 Verweerder heeft op 12 februari 2009 een verweerschrift ingediend.

1.3 De openbare behandeling van het geschil heeft plaatsgevonden op 5 maart 2009. Eiser is in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder is vertegenwoordigd door zijn gemachtigde.

2. Overwegingen

2.1 In beroep toetst de rechtbank het bestreden besluit aan de hand van de voorgedragen beroepsgronden op rechtmatigheid en ambtshalve aan voorschriften van openbare orde.

2.2 Ingevolge artikel 34, eerste lid, Vreemdelingenwet 2000 (Vw) kan de aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd als bedoeld in artikel 33 Vw van de vreemdeling die direct voorafgaande aan de aanvraag gedurende vijf achtereenvolgende jaren rechtmatig verblijf heeft genoten als bedoeld in artikel 8, aanhef en onder c, Vw slechts worden afgewezen indien zich op het moment waarop de geldigheidsduur van de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd, bedoeld in artikel 28, Vw afloopt, een grond als bedoeld in artikel 32 Vw voordoet, dan wel indien de vreemdeling het inburgeringsexamen, bedoeld in artikel 13 van de Wet inburgering, niet heeft behaald.

2.3 Ingevolge artikel 32, eerste lid, aanhef en onder a, Vw kan de verblijfsvergunning voor bepaalde tijd als bedoeld in artikel 28 worden ingetrokken dan wel de aanvraag voor verlenging van de geldigheidsduur ervan kan worden afgewezen, indien de vreemdeling onjuiste gegevens heeft verstrekt dan wel gegevens heeft achtergehouden terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.

2.4 De rechtbank betrekt bij de beoordeling de volgende feiten.

Eiser heeft op 30 oktober 2001 een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Eiser heeft ter onderbouwing van die aanvraag, voor zover van belang, aangevoerd dat hij behoort tot de Kega stam en tot de Nuba bevolkingsgroepen. Eiser heeft tot 1987 in Nuba-gebied heeft gewoond. Verweerder heeft eiser bij besluit van 16 augustus 2002 de gevraagde verblijfsvergunning verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw. Verweerder heeft deze verblijfsvergunning bij besluit van 26 juni 2003 ingetrokken omdat eiser gelet op de uitkomst van het rapport taalanalyse van 5 maart 2003 onjuiste gegevens heeft verstrekt die tot afwijzing van de aanvraag zouden hebben geleid. Bij uitspraak van 11 mei 2005 heeft deze rechtbank en nevenzittingsplaats het hiertegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 26 juni 2003 vernietigd (AWB 03/40498). Verweerder heeft bij besluit van 13 maart 2006 de verblijfsvergunning opnieuw onder verwijzing naar het rapport taalanalyse met terugwerkende kracht tot 30 oktober 2001 ingetrokken omdat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt. Bij uitspraak van 20 augustus 2007 heeft deze rechtbank en nevenzittingsplaats het hiertegen ingestelde beroep gegrond verklaard en het besluit van 13 maart 2006 vernietigd (AWB 06/17359). Verweerder heeft eiser bij brief van 1 oktober 2007 bericht dat gelet op de uitspraak van 20 augustus 2007 geen nieuwe procedure zal worden gevolgd om de verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd in te trekken. Omdat niet getwijfeld wordt aan de uitkomst van het rapport taalanalyse, zal dit rapport worden betrokken bij de nog in te dienen verblijfsvergunning voor onbepaalde tijd.

2.5 Verweerder heeft onderhavige aanvraag afgewezen omdat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid. Verweerder heeft zich bij deze beoordeling gebaseerd op het rapport taalanalyse van 5 maart 2003 en de reactie op de contra-expertise van Bureau Land en Taal van 16 april 2008. Het overgelegde rapport van contra-expertise bevat geen concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het rapport taalanalyse.

2.6 Eiser heeft hiertegen aangevoerd dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij onjuiste gegevens heeft verstrekt. Primair voert eiser hiertoe aan dat verweerder in het bestreden besluit in strijd met het vertrouwensbeginsel, de zorgvuldigheid en de rechtszekerheid heeft gehandeld door in onderhavige procedure niet meer uit te gaan van eisers Nuba-afkomst, op grond van het rapport taalanalyse van 5 maart 2003. Subsidiair voert eiser aan dat het rapport taalanalyse onvoldoende motivering biedt voor de conclusie dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt. Eiser verwijst hiertoe naar het rapport van contra-expertise van 19 april 2006 dat concrete aanknopingspunten voor twijfel bevat. Omdat eiser 13 jaar in een ander gebied heeft gewoond is een taalanalyse voorts niet de geëigende weg om vast te stellen waar eiser vandaan komt. De geboorteakte is wel van belang omdat eiser hiermee kan aantonen dat hij is geboren in Zuid-Kordofan.

De rechtbank overweegt als volgt.

2.7 In geschil is of verweerder eisers aanvraag heeft kunnen afwijzen omdat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt die tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag zouden hebben geleid.

2.8 In dit kader ziet de rechtbank zich eerst voor de vraag gesteld of eisers beroep op het vertrouwensbeginsel, de rechtszekerheid en de zorgvuldigheid slaagt. Daartoe wordt het volgende overwogen.

2.9 Voor het slagen van een dergelijk beroep is, blijkens vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (de Afdeling), vereist dat sprake is van gerechtvaardigde verwachtingen die worden ontleend aan bevoegdelijk gedane, voldoende concrete en onvoorwaardelijk geformuleerde uitlatingen.

2.10 Naar het oordeel van de rechtbank heeft verweerder bij de beoordeling van onderhavige aanvraag het rapport taalanalyse van 5 maart 2003 mogen betrekken nu door het indienen van deze aanvraag een nieuw toetsingsmoment is ontstaan om te onderzoeken of zich een grond als bedoeld in artikel 32, eerste lid, Vw voordoet. Dat aan eiser eerder een verblijfsvergunning voor bepaalde tijd is verleend op grond van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder d, Vw, leidt niet tot een ander oordeel. Een vreemdeling kan immers niet enkel aan de eerdere verlening van een verblijfsvergunning dan wel het tijdsverloop sindsdien het gerechtvaardigd vertrouwen ontlenen dat een door hem gedane onjuiste opgave niet meer kan worden tegengeworpen. Dit oordeel volgt uit vaste jurisprudentie van de Afdeling (zie ondermeer de uitspraak van 12 september 2007, 200703538/1). Daarbij acht de rechtbank van belang dat verweerder bij brief van 1 oktober 2007 expliciet aan eiser heeft laten weten dat het rapport taalanalyse zal worden betrokken bij de beoordeling van de op dat moment nog in te dienen aanvraag asiel voor onbepaalde tijd, zodat tot slot niet is gebleken van concrete en onvoorwaardelijk geformuleerde uitlatingen dat aan eiser de thans gevraagde verblijfsvergunning zou worden verleend. Eisers beroep op het vertrouwensbeginsel, de rechtszekerheid en de zorgvuldigheid slaagt gezien het voorgaande niet.

2.11 Vervolgens ligt ter beoordeling voor of verweerder het rapport taalanalyse van 5 maart 2003 aan zijn conclusie dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt, ten grondslag heeft kunnen leggen.

2.12 Volgens vaste jurisprudentie van de Afdeling, onder meer de uitspraak van 8 april 2004 (200308064/1), kan verweerder in het kader van het onderzoek naar de nationaliteit en het land van herkomst van betrokkene een taalanalyse afnemen. Verweerder mag bij de besluitvorming van de conclusies uit het rapport van taalanalyse uitgaan, tenzij concrete aanknopingspunten bestaan voor twijfel aan de juistheid of volledigheid ervan. Bij een taalanalyse kan in de regel slechts een contra-expertise concrete aanknopingspunten bieden. Het plaatsen van kritische kanttekeningen bij de uitgevoerde taalanalyse is daartoe onvoldoende. Er is voorts geen sprake van concrete aanknopingspunten voor twijfel aan de juistheid van de conclusies van de taalanalyses, als de contra-expertise niet de door de vreemdeling gestelde (precieze) afkomst van de vreemdeling bevestigt (zie onder meer de uitspraken van de Afdeling van 23 maart 2006, nr. 200600569/1, JV 2006/169, en van 9 mei 2006, nr. 200600375/1, JV 2006/249).

2.13 In het rapport taalanalyse van 5 maart 2003 staat dat eiser eenduidig te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Soedan (Darfur). Die conclusie van de taalanalyse wordt, zo blijkt uit het rapport, gedragen door de volgende bevindingen van de taalanalist NUB 1: Eiser is niet in staat gedetailleerde en correcte informatie te verstrekken over Kewek, de Nuba bergen en de Nuba’s in het algemeen. Eiser heeft geen enkele kennis van enige inheemse taal van de Nuba-bergen hoewel hij daar naar zijn zeggen de eerste 14 jaar van zijn leven heeft doorgebracht en ten minste een van deze talen in zijn directe omgeving werd gesproken. Eiser spreekt Arabisch zoals gangbaar is in Darfur in West-Soedan. Arabisch is waarschijnlijk niet zijn moedertaal. Welke taal de moedertaal is van eiser kan niet worden vastgesteld aan de hand van de bandopname. Er is niets in het Arabisch van eiser dat wijst op een herkomst of langdurig verblijf in de Nuba-bergen.

2.14 Eiser heeft op 19 april 2006 een contra-expertise overgelegd van [naam]. Daarin wordt als volgt geconcludeerd. I agree tot some extent, with de language analysis report that de variety of Arabic of the applicant is not spoken in the Nuba Mountains. However, I do not agree with the report conclusion that de applicant is definitely from Darfur based on very few instances of linguistic forms that could be spoken in Darfur. This is because such forms can also be found in the speech of Fulani and Hausa communities in Mayerno. (…). I do agree with the language analyst’s report that the area of socialization of the applicant is not the Nuba Mountains.

2.15 Reeds omdat de contra-expertise niet de precieze, door eiser gestelde afkomst bevestigt, kan de contra-expertise niet leiden tot de conclusie dat sprake is van concrete aanknopingspunten voor twijfel aan het rapport taalanalyse. De grond dat een taalanalyse niet de juiste weg is om de herkomst van eiser te bepalen nu eiser 13 jaar ergens anders heeft gewoond en zijn spraak derhalve niet te herleiden is tot het Nuba gebied, slaagt gelet op bovengenoemde vaste jurisprudentie van de Afdeling evenmin. Voor laatstgenoemd oordeel acht de rechtbank voorts van belang dat de conclusie in het rapport taalanalyse dat eiser eenduidig te herleiden is tot de spraak- en cultuurgemeenschap binnen Soedan (Darfur), niet alleen wordt gedragen door de spraak van eiser maar ook door de omstandigheid dat eiser niet in staat is gedetailleerde en correcte informatie te verstrekken over Kewek, de Nuba bergen en de Nuba’s in het algemeen.

2.16 Gelet hierop is de rechtbank van oordeel dat verweerder het bestreden besluit op het rapport taalanalyse heeft kunnen baseren en zich in redelijkheid op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser onjuiste gegevens heeft verstrekt, te weten dat hij behoort tot de bevolkingsgroep der Nuba, terwijl die gegevens tot afwijzing van de oorspronkelijke aanvraag tot het verlenen of verlengen zouden hebben geleid.

2.17 De door eiser overgelegde geboorteakte, leidt niet tot een ander oordeel nu eiser hiermee gelet op het beleid van verweerder, zoals neergelegd in C4/3.6.2 Vreemdelingencirculaire 2000, niet zijn identiteit en nationaliteit kan aantonen.

2.18 De rechtbank zal het beroep ongegrond verklaren.

2.19 Er is geen grond een van de partijen te veroordelen in de door de andere partij gemaakte proceskosten.

3. Beslissing

De rechtbank:

verklaart het beroep ongegrond.

Deze uitspraak is gedaan door mr. S.W.S. Kiliç, rechter, en op 28 mei 2009 in het openbaar uitgesproken, in tegenwoordigheid van mr. L.I. Siers, griffier.

afschrift verzonden op:

Coll:

Rechtsmiddel

Partijen kunnen tegen deze uitspraak hoger beroep instellen bij de Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC, ’s-Gravenhage. Het hoger beroep moet ingesteld worden door het indienen van een beroepschrift, dat een of meer grieven bevat, binnen vier weken na verzending van de uitspraak door de griffier. Bij het beroepschrift moet worden gevoegd een afschrift van deze uitspraak.