Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI7368

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-05-2009
Datum publicatie
11-06-2009
Zaaknummer
338538 / KG ZA 09-690
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Kort geding
Inhoudsindicatie

Vorderingen van eisers om gedaagden te verbieden de in beslag genomen aandelen in Omniversum te verkopen en het executoriale beslag op de aandelen op te heffen, afgewezen. Eisers hebben niet voldaan aan de veroordelingen in de vonnissen van 16 april 2008 (LJN: BC9680) en 13 oktober 2008 en hebben daarmee de daarin opgelegde dwangsommen verbeurd. Gedaagden hebben onbetwist aangevoerd dat de aandelen het enige vermogensbestanddeel zijn van eisers waarop zij zich kunnen verhalen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht - voorzieningenrechter

Vonnis in kort geding van 27 mei 2009,

gewezen in de zaak met zaak- / rolnummer: 338538 / KG ZA 09-690 van:

1. de besloten vennootschap [X] Multimedia Holding B.V.,

gevestigd te Wageningen,

2. de besloten vennootschap Berberis Beheer B.V.,

gevestigd te Wageningen,

3. [X],

wonende te Wageningen,

eisers,

advocaat mr. R.A.F. Harmsen te Zeist,

tegen:

1. Mr [Y],

wonende te ’s-Gravenhage,

2. de besloten vennootschap L&A [Y] en Associates B.V.,

gevestigd te ’s-Gravenhage,

gedaagden,

advocaat mr. F.H. Tiethoff te ’s-Gravenhage.

1. Het procesverloop

Eisers hebben de voorzieningenrechter op 26 mei 2009 met spoed verzocht een datum te bepalen voor een zitting om gedaagden te dagvaarden voor de voorzieningenrechter van deze rechtbank ter voorkoming van een door gedaagden aangezegde executoriale verkoop van aandelen van eisers op 28 mei 2009 te 11.00 uur. De behandeling van de zitting is bepaald op 27 mei 2009 te 12.00 uur. Gedaagden zijn op die datum vrijwillig verschenen. De zaak is vervolgens behandeld. Op 27 mei 2009 te 16.00 uur is vervolgens door middel van een verkort vonnis uitspraak gedaan. Het onderstaande vormt daarvan de uitwerking.

2. De feiten

Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting van 27 mei 2009 wordt in dit geding van het volgende uitgegaan.

2.1. De voorzieningenrechter verwijst naar zijn feitenvaststelling in het vonnis in kort geding van 13 oktober 2008 (met rolnummer KG 08-1107) waarin ook naar de feitenvaststelling in het vonnis in kort geding van 16 april 2008 (met rolnummer KG 07/803 (onder 2)) wordt verwezen.

In aanvulling op deze vaststelling wordt nog van het volgende uitgegaan.

2.2. Bij vonnissen van 16 april 2008 (met rolnummer KG ZA 07/803) en van 13 oktober 2008 (met rolnummer KG ZA 08-1107) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank eisers veroordeeld om aan gedaagden ter inzage te verstrekken alle originele bescheiden die opgemaakt zijn of betrekking hebben op alle door (een of meer van) hen verrichte feitelijke en of rechtshandelingen waarbij [X] Planetarium en Haags Ruimtetheater B.V., h.o.d.n. Omniversum (hierna: Omniversum) partij is, is geworden of geweest respectievelijk op straffe van een dwangsom van € 10.000,– per dag en tot een maximum van € 500.000,– en op straffe van een dwangsom van € 50.000,– per dag en tot een maximum van € 500.000,–

2.3. Bij vonnis van 15 oktober 2008 van deze rechtbank is ondermeer het aandeelhoudersbesluit van Omniversum van 1 juni 2007 vernietigd waarin gedaagde sub 1 was ontslagen als statutair bestuurder en is Omniversum veroordeeld om de vernietiging te gehengen en te gedogen; voorts zijn eisers veroordeeld om zich na betekening van dit vonnis te onthouden van elke rechtshandeling en/of bestuurshandeling die betrekking heeft op Omniversum, op straffe van een dwangsom van € 1.000.000,– per overtreding. Tegen het vonnis is appel ingesteld.

2.4. Het vonnis van 16 april 2008 is op 25 april 2008 aan eisers betekend. Het vonnis van 13 oktober 2008 is op 17 oktober 2008 aan eisers betekend.

2.5. Op 25 juni en 4 juli 2008 hebben gedaagden executoriaal beslag gelegd ten laste van eiseres sub 1 (hierna SMH) op de door SMH gehouden aandelen in Omniversum, terzake van de verbeurde dwangsommen uit hoofde van het vonnis 16 april 2008.

2.6. Bij exploit van 20 november 2008 hebben gedaagden de dwangsommen uit hoofde van het vonnis van 13 oktober 2008 opgeëist.

2.7. Bij brief van 27 oktober 2008 heeft de advocaat van gedaagden aan de toenmalige advocaat van eisers gespecificeerd aangegeven welke stukken er ontbraken.

2.8. Bij e-mail van 7 februari 2009 heeft eiser sub 3 gereageerd op de brief van 27 oktober 2008.

2.9. Bij beschikking van 26 maart 2009 met zaak- en rolnummer 315221/HA RK 08-741 heeft deze rechtbank de termijn bepaald waarbinnen, de wijze waarop, alsmede de voorwaarden waaronder de verkoop en overdracht van de in beslag genomen aandelen dienen te geschieden.

2.10. Bij exploit van 27 april 2009 hebben gedaagden, nu uit kracht van de grosse van het vonnis, zoals gewezen tussen partijen d.d. 16 april 2008 door deze rechtbank, bij proces-verbaal van de deurwaarder van 4 juli 2008 executoriaal beslag is gelegd ten laste van eiseres sub 1 op alle aandelen die eiseres sub 1 houdt in Omniversum, aan eiseres sub 1 aangezegd dat tot executoriale verkoop zal worden overgaan op donderdag 28 mei 2009 om 11.00 uur.

3. De vordering, de gronden daarvoor en het verweer

3.1. Eisers vorderen – zakelijk weergegeven –

I primair:

Gedaagden te verbieden om de in beslag genomen aandelen in Omniversum op 28 mei 2009 te doen verkopen en het executoriale beslag op de aandelen in Omniversum op te heffen, althans gedaagden te gelasten binnen 24 uur na betekening van dit vonnis het executoriale beslag op te heffen;

subsidiair:

gedaagden te verbieden om de in beslag genomen aandelen in Omniversum vóór 20 juli 2009 te verkopen en te bepalen dat de executoriale verkoop na 20 juli 2009 slechts kan plaatsvinden indien WMZ Investment B.V. (hierna WMZ) en/of [A] niet vóór 20 juli 2009 schriftelijk hebben verklaard dat zij afstand doen van alle mogelijke vorderingen die zij jegens Omniversum geldend zouden kunnen maken uit hoofde van de door eisers namens Omniversum met WMZ respectievelijk [A] aangegane overeenkomsten;

II de dwangsommen zoals opgelegd bij vonnis van de voorzieningenrechter van deze rechtbank van 16 april 2008 en 13 oktober 2008 in de tussen partijen gevoerde korte gedingen te matigen tot nihil, althans tot een door de voorzieningenrecht in goede justitie te bepalen bedrag.

3.2. Daartoe voeren eisers het volgende aan.

Eisers hebben een groot aantal e-mails (16 pagina’s) aan gedaagden in oktober 2008 beschikbaar gesteld, om aan te tonen dat zij geen informatie hebben achtergehouden. Ook volgt dat uit de daarop gevoerde correspondentie. Eisers hebben derhalve voldaan aan de beide vonnissen. De dwangsommen dienen derhalve gematigd te worden tot nihil althans tot een in goede justitie te bepalen bedrag. Aanleiding voor de gehouden kort gedingen waren de in januari 2007 gesloten raamovereenkomst met WMZ en de overeenkomst met [A] die eisers namens Omniversum zijn aangegaan. Inmiddels wordt door eisers onderhandeld met WMZ en [A] om de aangegane overeenkomsten te ontbinden en om te bereiken dat Omniversum door WMZ en [A] zal worden ontslagen van iedere daaruit voortvloeiende of daarmee samenhangende verplichting. De noodzaak voor de opgelegde informatieverstrekking is daarmee geheel, althans grotendeels, vervallen. De subsidiaire vordering ziet op het feit dat het overleg met WMZ en [A] nog niet is afgerond. Als de primaire vordering niet kan worden toegewezen, dient de verkoop van de aandelen te worden uitgesteld zodat eisers voldoende tijd hebben om met WMZ en [A] tot overeenstemming te komen.

Voorts voldoet de executoriale verkoop niet aan de voorschriften. Voor de executoriale verkoop zijn drie biljetten aangeslagen. Verder is een advertentie geplaatst in het dagblad Trouw. Ook krijgen de kandidaat kopers slechts de beschikking over de financiële gegevens die via de Kamer van Koophandel openbaar beschikbaar zijn. De laatst gedeponeerde jaarrekening betreft boekjaar 2007. Gedaagden hebben zich onvoldoende ingespannen om potentiële kopers te interesseren, hetgeen er toe zal leiden dat er onvoldoende gegadigden op de veiling aanwezig zullen zijn en er te weinig serieuze biedingen zullen worden uitgebracht. De kans is groot dat de aandelen dan ook voor een onaanvaardbaar laag en irreëel bedrag verkocht zullen worden. Verder hebben eisers mogelijkheden met behulp van de familie [X] alternatieve vermogensbestanddelen aan te bieden aan gedaagden om de vordering van gedaagden te voldoen. Binnen de familie is inmiddels daartoe een overleg opgestart.

Tussen partijen bestaat al een zeer lange machtsstrijd. Een aantal rechtszaken is nog niet ten einde. Door de gedwongen verkoop van de aandelen in Omniversum worden eisers hun mogelijkheden ontnomen om hun gelijk te bewijzen.

Verder is, gelet op de uitspraak van de ondernemingskamer, de overdracht ten titel van beheer van de aandelen die eiseres sub 1 houdt in het geplaatste kapitaal van Omniversum bevolen aan mr. E.D. Wiersma te Den Haag. Dit brengt op zichzelf al een waardedrukkend effect mee en bovendien zijn de aandelen overgedragen zodat dit een goederenrechtelijk effect heeft.

3.3. Gedaagden voeren gemotiveerd verweer, dat hierna, voor zover nodig, zal worden besproken.

4. De beoordeling van het geschil

4.1. Vaststaat dat eisers bij vonnis van 16 april 2008 op straffe van een dwangsom van € 10.000,- per dag (met een maximum van € 500.000,-) zijn veroordeeld om aan gedaagden bescheiden betreffende de gang van zaken rond het Omniversum te verstrekken. Bij vonnis van 13 oktober 2008 heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank vastgesteld dat het onaannemelijk is dat eisers niet meer informatie kunnen overleggen dan zij tot op heden hadden gedaan. Eisers zijn derhalve opnieuw, ditmaal op straffe van een dwangsom van € 50.000,- per dag (met een maximum van € 500.000,-), veroordeeld om de bedoelde bescheiden aan gedaagden ter beschikking te stellen.

Nu een verdere versterking van het bevel met de dwangsom nodig was is voldoende vast komen te staan dat eisers niet hebben voldaan aan de veroordeling in het (aan eisers betekende) vonnis van 16 april 2008 en dat eisers daarmee de in dat vonnis opgelegde (maximale) dwangsom van € 500.000,- hebben verbeurd.

4.2. Gedaagden stellen zich op het standpunt dat eisers ook aan de veroordeling in het (aan eisers betekende) vonnis van 13 oktober 2008 niet hebben voldaan. Eisers stellen daartegenover dat zij aan de hand van 16 pagina’s e-mails alle in dit vonnis bedoelde relevante informatie aan gedaagden hebben verstrekt. Nog daargelaten of deze e-mails (die alle dateren uit 2006 en 2007 maar zijn uitgedraaid in 2008) als originele bescheiden als in dit vonnis bedoeld kunnen worden aangemerkt, hebben gedaagden aan de hand van de brief van de advocaat van gedaagden van 27 oktober 2008 aannemelijk gemaakt dat niet alle in het vonnis van 13 oktober 2008 bedoelde bescheiden zijn overgelegd. In deze brief heeft de advocaat van gedaagden immers aan de hand van een gedetailleerd overzicht uiteengezet dat veel informatie onvolledig was en overigens grotendeels ontbrak. Nu eisers tegenover dit gedetailleerde overzicht niet – althans onvoldoende – aannemelijk hebben gemaakt dat alle door de advocaat van gedaagden genoemde bescheiden wel zouden zijn overgelegd, dan wel niet relevant zouden zijn, is naar voorlopig oordeel komen vast te staan dat eisers ook niet hebben voldaan aan de veroordeling in het vonnis van 13 oktober 2008 en daarmee ook de daarin opgelegde dwangsommen (tot een maximum van € 500.000,-) hebben verbeurd.

4.3. Eisers hebben voorts aangevoerd dat de verbeurde dwangsommen tot nihil moeten worden gematigd nu executie daarvan in strijd zou zijn met de redelijkheid en billijkheid en onevenredig nadeel veroorzaakt voor eisers. Eisers hebben zich er in dat verband op beroepen dat zij in onderhandeling zijn over de ontbinding van de overeenkomsten met WMZ en [A] en dat de familie van eiser sub 3 financieel zal bijspringen. Eisers hebben echter onvoldoende aannemelijk gemaakt dat deze onderhandelingen tot iets zullen leiden in het licht van het verweer van gedaagden dat deze recent gestarte gesprekken in een zeer prematuur stadium verkeren. Bovendien hebben zij niet onderbouwd dat en waarom de familie van eiser sub 3 thans nog zou willen bijspringen. Deze omstandigheden nemen bovendien niet weg dat eisers de in de vonnissen van 16 april en 13 oktober 2008 bedoelde informatie eerder hadden kunnen en moeten verstrekken. Daaraan doen de thans wellicht plaatsvindende onderhandelingen niet af. Dat geldt temeer nu een tweede veroordeling op straffe van een dwangsom noodzakelijk is geweest waaraan eisers bovendien maar in beperkte mate hebben voldaan. Voor matiging van de verbeurde dwangsommen bestaat derhalve geen aanleiding.

4.4. Executie door middel van de verkoop van de inmiddels ten titel van beheer overgedragen aandelen in Omniversum is naar voorlopig oordeel mogelijk. Daargelaten of de rechten van eiseres sub 1 als belanghebbende van de aandelen als een pandrecht moet worden gekwalificeerd of een ander recht, is de overdracht van haar positie als belanghebbende mogelijk. De verkrijger van de aandelen zal na overdracht van de positie van eiseres sub 1 als belanghebbende in de aandelen dezelfde zijn als die eiseres sub 1 voor de overdracht had. In dat verband is van belang dat de overdracht van de aandelen ten titel van beheer er toe dient om de aandeelhouder zijn stemrecht in een vennootschap (tijdelijk) te ontnemen, maar niet zijn vermogensrechtelijke belang bij die aandelen. Aangenomen wordt op die grond dat de beheerder van de aandelen deze niet mag vervreemden of bezwaren. Er bestaat daarom geen beletsel voor overdracht van de positie van eiseres sub 1 als belanghebbende.

4.5. Eisers hebben zich voorts verzet tegen executie van de aandelen omdat deze door de wijze waarop die plaatsvindt, onder meer doordat de aankondiging daarvan summier is geweest, naar alle waarschijnlijkheid weinig zal opleveren. Eisers erkennen dat op zich voor de aanzegging van de veiling voor de verkoop van de aandelen de wettelijke weg is gevolgd. Daarnaast komt de gang van zaken voor risico van eisers, nu zij aan zichzelf te wijten hebben dat er dwangsommen zijn verbeurd. Nu gedaagden onbetwist hebben aangevoerd dat de aandelen het enige vermogensbestanddeel zijn van eisers waarop zij zich kunnen verhalen, viel voor eisers te verwachten dat gedaagden dat zouden doen. Dat deze executie weinig zal opbrengen, vormt dan ook geen reden om de executie niet toe te staan.

4.6. Uit het vorenstaande volgt dat de primaire en subsidiaire vorderingen van eisers zullen worden afgewezen. Uit deze afwijzing volgt dat tevens de (separaat) gevorderde matiging van de dwangsommen niet wordt toegewezen. Nu bij abuis deze vordering in het verkorte vonnis onder de afgewezen subsidiaire vordering is geschaard, zal deze vordering in de onderhavige beslissing alsnog apart worden afgewezen. In die zin wijkt het dictum af van het verkorte vonnis.

4.7. Eisers zullen, als de in het ongelijk gestelde partij, worden veroordeeld in de kosten van dit geding.

5. De beslissing

De voorzieningenrechter:

- wijst zowel onder I het primair, als het onder I subsidiair, als het onder II gevorderde af;

- veroordeelt eisers in de kosten van dit geding, tot dusverre aan de zijde van gedaagden begroot op € 1.078,--, waarvan € 816,-- aan salaris advocaat en € 262,-- aan griffierecht en verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. R.J. Paris en in het openbaar uitgesproken op 27 mei 2009.

esk