Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI6126

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-05-2009
Datum publicatie
03-06-2009
Zaaknummer
AWB 08/8213 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Afwijzing door de Stichting Fonds voor de Letteren van aanvragen voor een projectbeurs voor vertalingen. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

derde afdeling, meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 08/8213 BESLU

UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

[eiser], wonende te [plaats],

en

de Stichting Fonds voor de Letteren, gevestigd te Amsterdam, verweerster.

I Ontstaan en loop van het geding

Bij besluit van 24 juli 2008 zijn drie aanvragen van eiser voor een projectbeurs voor vertalingen afgewezen.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 4 augustus 2008 bezwaar gemaakt.

Bij brief van 1 september 2008 heeft verweerster met toepassing van artikel 3:48, tweede lid, van de Awb haar besluit nader gemotiveerd.

Bij besluit van 6 oktober 2008 heeft verweerster met toepassing van artikel 7:3 aanhef en onder c, van de Awb het bezwaar ongegrond verklaard en de afwijzing gehandhaafd.

Bij brief van 12 november 2008 heeft eiser beroep ingesteld.

Verweerster heeft bij brief van 13 januari 2009 de op de zaak betrekking hebbende stukken en een verweerschrift ingediend. Verweerder heeft ten aanzien van drie individuele preadviezen een beroep gedaan op artikel 8:29, eerste lid, van de Awb en verzocht dat de kennisneming van die stukken tot de rechtbank beperkt dient te blijven.

Bij beslissing van 5 maart 2009 heeft een enkelvoudige kamer van deze rechtbank het verzoek gehonoreerd.

De zaak is op 1 april 2009 ter zitting behandeld.

Eiser is in persoon verschenen

Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [A], werkzaam bij verweerster.

Ter zitting heeft eiser de rechtbank toestemming verleend uitspraak te doen op basis van de drie individuele preadviezen waarvan hij geen kennis heeft mogen nemen.

II Motivering

1. De Stichting Fonds voor de Letteren is een op grond van artikel 9, eerste lid, van de Wet op het specifiek cultuurbeleid (hierna: de Wsc) door de minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap opgerichte rechtspersoon die tot doel heeft het instandhouden, ontwikkelen, sociaal en geografisch spreiden of anderszins verbreiden van een of meer cultuuruitingen te bevorderen door daartoe subsidies te verstrekken.

Ingevolge artikel 10, vierde lid, eerste volzin van de Wsc stelt het bestuur van een fonds één of meer reglementen vast, waarin in ieder geval worden vastgelegd de werkwijze, de procedure en de criteria die het bestuur bij het vaststellen van subsidies hanteert, alsmede de verplichtingen die aan de subsidieontvanger worden opgelegd.

Ingevolge artikel 11 van de Wsc verstrekt het bestuur van een fonds subsidies als bedoeld in artikel 9, eerste lid, bij beschikking.

Het bestuur van verweerster laat zich ingevolge artikel 8, tweede lid, van haar statuten over de subsidieaanvragen adviseren door een adviesraad, waarvan de leden een brede kennis bezitten op het terrein van de nationale en internationale letterkunde en deskundigheid op specifieke onderdelen daarvan.

Het Algemeen reglement van de Stichting Fonds voor de Letteren (hierna: het reglement) bevat de algemene bepalingen omtrent de subsidieverlening door het Fonds.

Ingevolge artikel 1, onder h, van het reglement, is een projectsubsidie: een financiële bijdrage voor een bepaald tijdvak verleend ten behoeve van de voorbereiding en/of uitvoering van een project.

Ingevolge artikel 5, eerste lid en onder a en c, van het reglement - voor zover hier van belang - wordt een projectsubsidie slechts verstrekt indien het bestuur van het Fonds voldoende positieve verwachtingen ten aanzien van het resultaat van het voorgestelde project heeft, en het project is gericht op publicatie van werk in Nederlandse of Friese vertaling.

Ingevolge artikel 5, tweede lid, van het reglement, kan het bestuur van het Fonds in deelreglementen nadere vereisten stellen ten aanzien van het verstrekken van de verschillende subsidievormen.

Ingevolge artikel 10, eerste lid, van het reglement, wint het bestuur het advies in van adviescommissies die zijn samengesteld uit leden van de adviesraad, alvorens te beslissen over een ingediende aanvraag om financiële ondersteuning.

De Regeling projectwerkbeurzen voor literaire vertalers (hierna: de regeling) bevat regels voor projectsubsidies waarmee het Fonds beoogt bij te dragen aan de totstandkoming van de vertaling van literair werk in het Nederlands, dat wordt uitgegeven bij een erkende uitgever in een redelijke oplage en dat in de reguliere boekhandel verkrijgbaar is.

Ingevolge die regeling wordt de beoordeling van de aanvragen voorbereid door een Adviescommissie Projectwerkbeurzen, bestaande uit minimaal drie en maximaal vijf leden van de Adviesraad van het Fonds, die daarbij gebruik kan maken van preadviezen van externe deskundigen.

Bij het nemen van beslissingen wordt rekening gehouden met een combinatie van factoren, waarbij de kwaliteitsfactor voorop staat.

Inhoudelijke factoren zijn

a. Het literaire belang en/of literaire kwaliteit, omvang en moeilijkheidsgraad van het te vertalen werk;

b. De verwachtingen die het bestuur heeft ten aanzien van het resultaat, gebaseerd op de volgende factoren.

- vertaalkwaliteit van het reeds in boekvorm gepubliceerde literaire werk (c.q. het opgevoerde toneelwerk), met name die vertalingen waarvoor eerder een projectwerkbeurs is toegekend.

- ontwikkeling van de vertaalkwaliteit

- ervaring van de vertaler op het vertaalgebied waarop de aanvraag betrekking heeft

- tijdsinvestering

- (eventuele) samenwerking met andere vertalers

- (mate van) realisering van eerdere, met een projectwerkbeurs ondersteunde vertaalprojecten.

c. Het publicatieritme.

Bij de beoordeling van de vertaalkwaliteit worden door het Fonds vier categorieën onderscheiden: 'goed', 'redelijk of voldoende', 'matig of onvoldoende' en 'slecht'. De vertaalkwaliteit dient in beginsel tenminste het gemiddelde oordeel "redelijk of voldoende' te krijgen om tot verlening van een projectwerkbeurs te kunnen leiden.

2. Verweerster heeft de drie aanvragen voor toekenning van projectwerkbeurzen voor de vertaalprojecten The Cleft, Bright Shiny Morning en Alfred and Emily afgewezen omdat de adviescommissie op grond van de adviezen niet voldoende positieve verwachtingen heeft van de vertaalkwaliteit uit het Engels.

Een belangrijke negatieve factor was de inhoud van de twee uitgebrachte preadviezen over de kwaliteit van de enige op dat moment beschikbare vertaling in boekvorm uit het Engels van eiser: The Cleft van Doris Lessing. Zorgvuldigheidshalve heeft het bestuur over de vertaalkwaliteit nog een aanvullend advies ingewonnen bij een externe adviseur, die ook negatief oordeelde.

3. Na met toepassing van art. 8:29 Awb van de individuele preadviezen kennis te hebben genomen, is de rechtbank van oordeel dat in die adviezen persoonlijke beleidsopvattingen zijn vervat. De adviezen bevatten waarderingen en meningen van de preadviseurs over de door hen beoordeelde vertalingen.

Gelet op de al aan eiser verstrekte informatie, waarbij ook de namen van alle adviesraadsleden en de externe adviseur bekend zijn geworden, de relatieve beslotenheid van het culturele werkterrein waardoor vele rapporteurs bekend kunnen zijn binnen het circuit van de letteren en de noodzakelijkheid dat de adviseurs hun werk vrijelijk en openhartig kunnen verrichten, heeft verweerder zich in redelijkheid op het standpunt kunnen stellen dat ten aanzien van de preadviezen geen verdere informatie diende te worden verstrekt.

Ten aanzien van de beroepsgronden overweegt de rechtbank het volgende.

4. Ingevolge artikel 3:48, eerste en tweede lid, van de Awb kan de vermelding van de motivering van een besluit achterwege blijven indien redelijkerwijs kan worden aangenomen dat daaraan geen behoefte bestaat, maar wordt deze zo spoedig mogelijk verstrekt als een belanghebbende daarom verzoekt. Verweerster heeft in artikel 13, derde en vierde lid, van het reglement er voor gekozen bij besluiten als waartegen het beroep is gericht toepassing te geven aan artikel 3:48 omdat zij ermee bekend is dat de meeste auteurs (vertalers en schrijvers) in het geheel geen behoefte hebben aan een motivering van een subsidiebesluit. Bij een toewijzend besluit ervaren veel auteurs de motivering als overbodig, terwijl een spontane motivering van een afwijzend besluit als (te) belastend wordt ervaren.

Aldus heeft verweerster voldoende inzichtelijk gemaakt dat redelijkerwijs kan worden aangenomen dat de vermelding van de motivering achterwege kan blijven.

5. In het geval van eiser is naar aanleiding van zijn brief van 4 augustus 2008 de nadere motivering van het besluit van 24 juli 2008 bij brief van 1 september 2008 aan eiser bekend gemaakt. Hiermee is voldaan aan het in artikel 3:48, tweede lid, van de Awb gestelde dat de motivering zo spoedig mogelijk wordt verstrekt. Bovendien is eiser naar het oordeel van de rechtbank niet in zijn belangen geschaad aangezien zijn brief van 4 augustus 2008 als bezwaarschrift is aangemerkt en verweerster reeds op 6 oktober 2008 op dat bezwaarschrift heeft beslist.

6. Eiser heeft aanvankelijk gesteld dat het fonds niet het recht toekomt om een kwaliteitsoordeel te geven over het vertaalwerk voor zover tussen de vertaler en een uitgever artikel 1 van het Modelcontract voor de uitgave van een vertaling van een literair werk van toepassing is, omdat de vertaler zich dan immers heeft verbonden tot het leveren van een naar inhoud en stijl getrouw en onberispelijke Nederlandse vertaling rechtstreeks uit het oorspronkelijk werk. De rechtbank gaat ervan uit dat deze stelling niet langer wordt gehandhaafd aangezien eiser ter zitting heeft verklaard in te zien dat, gezien de doelstelling die met subsidiëring wordt beoogd, verweerster het recht toekomt een eigen kwaliteitsoordeel te geven.

7. De wijze waarop aanvragen op projectsubsidies worden beoordeeld heeft verweerster neergelegd in de regelgeving weergegeven in overweging 1. De vertaalkwaliteit dient in beginsel tenminste het gemiddelde oordeel "redelijk of voldoende" te krijgen om tot verlening van een projectbeurs te kunnen leiden. Het standpunt van eiser dat deze regels onwerkbaar zijn deelt de rechtbank niet. De omstandigheid dat andere opdrachtgevers van eiser hebben geoordeeld dat zijn vertaalwerk kwalitatief beantwoordt aan hun maatstaven laat onverlet dat zijn vertaalwerk betreffende de Engelse taal tenminste het gemiddelde oordeel "redelijk of voldoende"diende te krijgen om eiser in aanmerking te laten komen voor de vertaalsubsidie. Een positieve beoordeling van een vertaalwerk van eiser uit het Greiks, maakt dit niet anders.

8. In gevallen als het onderhavige, waarbij het gaat om objectivering van naar hun aard subjectieve oordelen die zich niet licht in woorden laten (samen)vatten, kunnen aan de door verweerder ingewonnen adviezen slechts beperkte motiveringseisen worden gesteld. Het gaat erom dat de aanvrager enigermate inzicht wordt verschaft in de gedachtengang die eraan ten grondslag ligt (zie bijvoorbeeld Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 25 juni 2003, LJN: AH 8613). Het aan het bestreden besluit ten grondslag gelegde advies, zoals beperkt weergegeven in de nadere motivering voldoet in ruime mate aan die eis. Ook overigens bestaat geen grond voor het oordeel dat het advies van de commissie naar inhoud of wijze van totstandkoming onvolledig is of zodanige gebreken vertoont dat verweerder zich daarop niet - of niet zonder meer - heeft mogen baseren.

9. Gezien het vorenstaande ziet de rechtbank geen grond voor het oordeel dat verweerder na afweging van de betrokken belangen niet in redelijkheid tot de in bezwaar gehandhaafde afwijzing heeft kunnen komen.

10. Het beroep is ongegrond. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III Beslissing

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

Verklaart het beroep ongegrond.

Aldus vastgesteld door mr. G.P. Kleijn, mr. C.C. Dedel-van Walbeek en mr. A.P. Pereira Horta, in tegenwoordigheid van de griffier H. Pop.

Uitgesproken in het openbaar op 13 mei 2009.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.