Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI5835

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-05-2009
Datum publicatie
29-05-2009
Zaaknummer
09-758426-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft een 50-jarige vrouw, met wie hij gedurende enkele maanden voorafgaande aan zijn daad een relatie had, vermoord en haar daarmee haar kostbaarste bezit, het leven, ontnomen. Verdachte heeft verklaard dat hij het delict heeft gepleegd omdat hij overspannen was, onder meer door zijn relatie met het slachtoffer.De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door hierop te reageren met moord, een uitermate egoïstische en volstrekt zinloze daad heeft begaan. De rechtbank rekent het de verdachte ernstig aan dat hij, nadat hij het slachtoffer had neergeschoten, ook nog eens op de openbare weg met zijn vuurwapen op de woonboot heeft geschoten. Dit moet voor omstanders een buitengewoon beangstigende situatie zijn geweest. Tevens houdt de rechtbank ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat ten tijde van het plegen van het delict de destijds vijf jaar oude kleindochter van het slachtoffer op de woonboot aanwezig was. Gevangenisstraf van 16 jaren met aftrek.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/758426-08

Datum uitspraak: 29 mei 2009

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1953,

adres: [adres],

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting "Haaglanden P.C.S. Unit 2" te 's-Gravenhage.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 10 februari 2009, 6 april 2009 en 15 mei 2009.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. W. Bos en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. C. Maat, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 30 oktober 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [A] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg,

- de keel en/of hals van die [A] (met kracht en/of enige tijd) dichtgeknepen en/of dichtgedrukt en/of

- die [A] (meermalen) op het hoofd gestompt en /of geslagen en of

- met een vuurwapen (van/op korte afstand) meerdere kogels in het hoofd en/of het lichaam van die [A] geschoten,

tengevolge waarvan voornoemde [A] is overleden;

art 289 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 30 oktober 2008 te 's-Gravenhage een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (merk: FN, model: 35, kaliber: 9mm, serienummer GV B25486) en/of munitie van categorie III, te weten 41 (volmantel)patro(o)n(en) (merk: Barnaul, kaliber:

9mm Luger (9x19)) voorhanden heeft gehad;

De in deze telastelegging gebruikte termen en uitdrukkingen worden, voorzover

daaraan in de Wet wapens en munitie betekenis is gegeven, geacht in dezelfde

betekenis te zijn gebezigd;

art 26 lid 1 Wet wapens en munitie

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:

Feit 1: [A], al dan niet met voorbedachten rade, heeft gedood.

Feit 2: een vuurwapen en munitie voorhanden heeft gehad.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte feit 1, impliciet primair en feit 2 heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft niet betwist dat verdachte het slachtoffer heeft gedood. De raadsvrouw heeft betoogd dat geen veroordeling ter zake van moord kan volgen, omdat niet wordt voldaan aan het bestanddeel "met voorbedachten rade."

Het wapenbezit kan volgens de verdediging bewezen worden verklaard.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging(1)

Feit 1

De rechtbank gaat, gelet op de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, uit van de volgende feiten en omstandigheden, die blijken uit de in de voetnoten genoemde bewijsmiddelen en waarover tussen de officier van justitie en de verdediging ter zitting geen discussie is geweest:

Op 30 oktober 2008 omstreeks 19.00 uur, is de politie naar aanleiding van een melding naar de [adres] te Den Haag gestuurd. De verbalisant die als eerste politiebeambte ter plaatse kwam, zag voor de eerste woonboot op de [adres] een man staan. De verbalisant sprak de man aan en de man wendde zich tot de politieambtenaar en zei: "Ik heb haar doodgeschoten." De man hief tijdens deze woorden zijn rechter hand op en hield een pistool met de loop omhoog. De verdachte vertelde dat zijn ex in de boot lag en dat ze dood was. De verdachte is hierop aangehouden. Het wapen is uit handen van verdachte in beslag genomen. De verdachte bleek te zijn genaamd: [verdachte].(2) In de woonboot troffen verbalisanten vervolgens het lichaam van een vrouw aan. Het gezicht van de vrouw zat onder het bloed en onder de vrouw lag een grote hoeveelheid bloed op de grond. Toen de verbalisanten geen hartslag constateerden zijn ze met de reanimatie gestart. Toen dit geen nut meer bleek te hebben, zijn de verbalisanten met de reanimatie gestopt.(3)

Het slachtoffer bleek te zijn: [A], geboren op [datum] 1958 te [plaats]. Op het stoffelijk overschot heeft een sectie plaatsgevonden in het Nederlands Forensisch Instituut.(4)

Pathologie onderzoek.(5)

Op 2 november 2008 heeft F.R.W. van de Groot, arts en patholoog, een schouw verricht op het stoffelijk overschot van het slachtoffer. Uit het deskundigenrapport blijkt, zakelijk weergegeven, het volgende.

Er was sprake van circa 9 schotkanalen. 6 hiervan verliepen door de rechterarm, een door het gelaat van links naar rechts of andersom en een door de hersenen, van boven naar onderen, naar achter en iets naar links. Gezien de bloeduitstorting rondom verschillende schotkanalen was (tenminste een deel) bij leven opgelopen en het verklaart het intreden van de dood zondermeer op basis van hersenfunctieverlies, weefselschade en bloedverlies. Er was bij sectie sprake van meervoudig oppervlakkig letsel van de gezichtshuid, deels ook met huidverscheuring en onderliggende bloeduitstorting. Dit was het gevolg van herhaaldelijke inwerking van uitwendig botsend mechanisch geweld zoals bijvoorbeeld bij herhaaldelijk slaan zou kunnen optreden. Ook deze letsels waren gezien de wondreacties bij leven opgelopen. Ofschoon ernstig hebben ze, in verhouding tot de ernst van het schotletsel geen grote rol van betekenis gespeeld bij het intreden van de dood. Er was bij sectie tevens sprake van vele stipvormige bloeduitstortinkjes in het gelaat, aan de lippen en in de bindvliezen van de ogen. Tevens was er huidkneuzing met enige bloeduitstorting hoog aan de hals. Dergelijke kenmerken zijn niet specifiek maar zouden kunnen optreden bij aanhoudend samendrukkend geweld op de hals waarbij bloedstuwing optreedt. Indien dergelijke, veronderstelde geweldinwerking tijdig wordt opgeheven behoeft dit niet dodelijk te verlopen. Biologisch onderzoek aan het strottenhoofd toonde geen beschadigingen.

Bij letseldatering worden voornamelijk letsels gezien die kort voor dan wel tijdens het intreden van de dood zijn opgelopen. Het letsel links naast het oog toonde een beginnende vorderende vitale wondreactie waarbij de dood beter past bij b.v. 10 a 15 minuten dan bij een letsel dat kort voor het intreden van de dood is opgelopen.

Verdachte heeft zowel bij de politie als ter terechtzitting over de gebeurtenissen op 30 oktober 2008 een verklaring van dezelfde inhoud en strekking afgelegd, die samengevat op het volgende neerkomt.

Verdachte is vanuit zijn woning naar de woonboot van het slachtoffer gegaan. Hij heeft een rugzak met daarin onder meer het pistool en een grote hoeveelheid munitie meegenomen .(6) Verdachte ging naar eigen zeggen naar het slachtoffer toe met de bedoeling haar te laten schrikken en om een antwoord omtrent de aard en kwaliteit van hun relatie te forceren. Volgens verdachte ging het slachtoffer gelijk "razen en tieren." Toen knapte er iets.(7) Er ontstond een ruzie. Het pistool zat op dat moment nog in de tas van verdachte. Verdachte heeft het slachtoffer tijdens de ruzie geslagen. Het gevecht vond plaats bij de doucheruimte bij de slaapkamer. De tas van verdachte, met daarin het pistool, stond op dat moment in de eethoek. Verdachte heeft de keel van het slachtoffer dicht gedrukt. Hij dacht daarmee het slachtoffer om het leven te hebben gebracht. Plotseling zag hij het slachtoffer als ware het een spook of een engel achter hem in het keukengedeelte staan. Verdachte schrok hiervan.(8) Hierna zag hij dat het slachtoffer in elkaar gezakt was. Verdachte heeft verklaard dat hij vervolgens dacht: "ik maak het maar af en mezelf ook.". Vervolgens heeft hij het wapen uit de rugtas gehaald, uit de daaromheen gewikkelde doek gerold, doorgeladen, en negen keer op het slachtoffer geschoten . Verdachte is met het kleinkind van het slachtoffer naar de buren gegaan en heeft het kind afgegeven.(9) Hierna is verdachte teruggelopen naar de boot van het slachtoffer. Terwijl hij terug liep ging zijn telefoon en kreeg hij [B] aan de lijn Hij keek door het raam en zag het slachtoffer liggen. Hierop heeft hij nog vier keer op de boot geschoten. Verdachte dacht dat zijn wapen hierna leeg was.(10)

De verklaringen van verdachte met betrekking tot de gebeurtenissen op 30 oktober 2008, worden bevestigd door de verklaringen van verschillende getuigen. Getuige [C] heeft verklaard dat hij op 30 oktober 2008 op het terras van zijn woonboot aan de [adres] in Den Haag was. Hij hoorde opeens iemand "Hé buurman" zeggen en zag een man op de kade staan met een meisje van ongeveer zes jaar oud. Het leek alsof het meisje in shock was. De man vroeg of getuige [C] het alarmnummer wilde bellen en zei: "mijn vrouw is dood." De man toonde een pistool. Vervolgens heeft getuige [C] 112 gebeld. Getuige [C] heeft het meisje overgenomen van de man en hoorde hem zeggen: "ik heb mijn vrouw gedood". Terwijl hij een medewerker van de alarmcentrale aan de lijn had, hoorde hij drie schoten.(11)

Getuige [B] heeft verklaard dat hij verdachte de bewuste donderdagavond op zijn gsm heeft opgebeld, ergens rond 19.00 uur. Verdachte klonk volgens [B] rustig, maar omdat getuige [B] iets aanvoelde, vroeg hij: "Je bent toch geen gekke dingen aan het doen?" Verdachte antwoordde hierop: "Ik heb het gedaan. Ik heb haar net doodgeschoten." Direct daarna hoorde getuige [B] 4 a 5 knallen achter elkaar. Het leek op schoten. Verdachte vroeg toen: "Geloof je mij nu?" (12)

Naast de getuigenverklaringen vinden de verklaringen van verdachte met betrekking tot het delict eveneens bevestiging in het deskundigenrapport van het NFI, waaruit blijkt dat uit de resultaten van vergelijkend DNA-onderzoek het volgende kan worden geconcludeerd:

Van het celmateriaal in de bemonstering van de ruwe delen van het vuurwapen is een onvolledig DNA-profiel verkregen van een man. Dit onvolledig DNA profiel matcht met het DNA van de verdachte [verdachte]. De kans dat het DNA profiel van een willekeurig gekozen man matcht met het aangetroffen DNA profiel is kleiner dan één op één miljard.(13)

Tevens vinden de verklaringen van verdachte bevestiging in het onderzoek met betrekking tot het wapen en de munitie. Uit het wapen -en munitieonderzoek is gebleken dat de negen aangetroffen hulzen met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid zijn verschoten met het pistool dat in beslag is genomen. De vijf aangetroffen kogels zijn zeer waarschijnlijk afgevuurd uit de loop van het pistool dat in beslag is genomen.(14) Het wapen betreft een FN Browning pistool, waarvan het patroonmagazijn maximaal 13 patronen kan bevatten.(15)

De rechtbank overweegt dat de verklaring van verdachte, dat hij waarschijnlijk het pistool uiteindelijk heeft leeggeschoten, bevestiging vindt in het aantal in het slachtoffer aangetroffen schotkanalen (9 stuks) en het aantal inschoten aan de buitenkant van de woonboot (te weten 3 inschoten in de betimmering onder het raam en één doorschot in het raam).(16)

Voor wat betreft de bewezenverklaring van de voor moord vereiste voorbedachten rade overweegt de rechtbank als volgt.

Naar het oordeel van de rechtbank kan uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting niet worden afgeleid dat verdachte reeds voordat hij zich naar het slachtoffer begaf, het plan had om haar van het leven te beroven. Volgens vaste jurisprudentie van de Hoge raad is voor een bewezenverklaring van voorbedachten rade, ook wel aangeduid met de woorden "na kalm beraad en rustig overleg", echter voldoende dat komt vast te staan dat de verdachte tijd had zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit, zodat hij gelegenheid heeft gehad na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn voorgenomen daad en zich daarvan rekenschap te geven.

Uit verschillende getuigenverklaringen leidt de rechtbank af dat verdachte op 30 oktober 2008, voordat hij naar de woonboot van het slachtoffer is gegaan, zich in het café "[café]" bevond. Getuige [D] heeft verklaard dat hij met verdachte aan de bar heeft gezeten en dat verdachte whisky heeft gedronken. Omstreeks 18.30 uur stond verdachte op en zei: "Ik ga nu spijkers met koppen slaan."(17) Getuige [E] heeft verklaard dat verdachte 30 oktober 2008 omstreeks 18.15 uur café "[café]" binnen kwam, whisky dronk en plotseling op stond en zei: "ik moet even iets gaan regelen."(18) Gelet op de verklaring van verdachte, dat hij vanuit zijn eigen woning naar de woonboot van het slachtoffer is gegaan, gaat de rechtbank ervan uit dat verdachte, na zijn cafébezoek, naar zijn woning is gegaan om daar zijn rugzak met daarin onder andere het wapen en de munitie op te halen.

Verdachte en het slachtoffer kwamen op hetzelfde moment bij de woonboot aan.(19) In de woonboot kregen verdachte en het slachtoffer ruzie, waarna verdachte, gelet op zijn eigen verklaringen hierover en gelet op de bevindingen van de patholoog, het slachtoffer heeft geslagen en verwurgd. Verdachte dacht dat het slachtoffer dood was, maar dit bleek niet het geval te zijn. Verdachte heeft vervolgens zijn wapen uit zijn rugzak gepakt, heeft het wapen, dat apart in een doek gewikkeld was, uit de doek gehaald (20) en heeft het wapen doorgeladen. Gelet op de bevindingen van de patholoog zijn na het slaan en het verwurgen, nog zo'n 10 a 15 minuten verstreken, alvorens verdachte het slachtoffer heeft neergeschoten. Uit schotresten onderzoek is voorts gebleken dat verdachte het slachtoffer op een afstand van maximaal 150 centimeter heeft beschoten.(21)

Op grond hiervan concludeert de rechtbank dat verdachte doelbewust heeft gehandeld en dat er meerdere momenten waren waarbij verdachte voldoende tijd had zich te beraden op het te nemen of het genomen besluit. De rechtbank is van oordeel dat het aantal door verdachte geloste schoten hiernaast eveneens duidt op de absolute intentie om de klus af te maken. Hetzelfde geldt voor de vier schoten die verdachte heeft gelost op de woonboot toen hij daar het slachtoffer zag liggen.

De rechtbank is van oordeel dat de kalmte van verdachte verder kan worden afgeleid uit het gedrag van verdachte direct na de daad. Verdachte heeft immers na het neerschieten van het slachtoffer, het kleinkind van het slachtoffer naar een verderop gelegen woonboot gebracht en tegen de bewoner van de woonboot gezegd dat hij het slachtoffer had vermoord.

Verdachte heeft voorts meerdere verklaringen afgelegd, waarin hij in verschillende bewoordingen aangeeft dat hij "met voorbedachten rade" heeft gehandeld. Tijdens zijn overbrenging heeft verdachte verteld dat hij zich bedrogen voelde door de vrouw die hij had neergeschoten. Verdachte zei hierbij dat hij hoopte dat ze dood was en zei dat het waarschijnlijk wel zo zou zijn omdat hij 13 keer geschoten had. Tijdens zijn insluiting vertelde verdachte nogmaals dat hij met voorbedachten rade de vrouw had doodgemaakt. Toen de Technische Recherche sporen bij verdachte ging afnemen, heeft verdachte weer herhaaldelijk verteld over zijn daad, over zijn voornemen, over zijn voorbedachten rade en zijn motieven daartoe. Hij heeft verteld dat hij thuis had nagedacht om haar te vermoorden. Hij had ook nagedacht om zichzelf dood te schieten, maar daar zag hij vanaf omdat het slachtoffer daar te gemakkelijk mee weg zou komen. (22) Op 30 oktober 2008 heeft verdachte tijdens zijn eerste verhoor onder meer het volgende verklaard:

Ik heb het een beetje gepland en niet gepland.(23) Luister, ik heb het met voorbedachten rade gedaan, ik heb d'r vermoord.(24) Het is niet echt mijn bedoeling geweest om haar te doden. Maar toch, de consequentie zat erin.(25)

Gelet op het vorenstaande volgt de rechtbank de verdediging niet in haar standpunt dat de levensberoving door verdachte het gevolg is geweest van een ogenblikkelijke gemoedsbeweging, maar is de rechtbank van oordeel dat voor hem de tijd en de gelegenheid hebben bestaan zich te beraden en na te denken over de betekenis en de gevolgen van zijn daad, maar dat dit niet heeft geleid tot enige vorm van inkeer of bezinning, het tegendeel.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank de voorbedachten rade wettig en overtuigend bewezen.

Feit 2

Verdachte heeft verklaard dat hij het wapen en de munitie die hij bij zich had, reeds 2 jaren in zijn bezit had en dat hij deze had gekregen van een overleden vriend.(26) Het wapen en de munitie zijn in beslag genomen.(27)

Uit nader onderzoek naar het wapen en de munitie is het volgende gebleken:

- het wapen betrof een wapen van categorie III, merk FN, model 35, kaliber 9 mm, serienummer GV B254 86.

- de munitie betrof 41 volmantelpatronen van categorie III, merk Barnaul, kaliner 9 mm Luger (9 x 19).(28)

De rechtbank acht ook dit feit wettig en overtuigend bewezen.

3.4 De bewezenverklaring

1.

hij op 30 oktober 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk en met voorbedachten rade [A] van het leven heeft beroofd, immers heeft verdachte met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,

- de keel en/of hals van die [A] dichtgeknepen en dichtgedrukt en

- die [A] op het hoofd gestompt en

- met een vuurwapen (op korte afstand) kogels in het hoofd en het lichaam van die [A] geschoten,

tengevolge waarvan voornoemde [A] is overleden

2.

hij op 30 oktober 2008 te 's-Gravenhage een wapen van categorie III, te weten een vuurwapen (merk: FN, model: 35, kaliber: 9mm, serienummer GV B25486) en munitie

van categorie III, te weten 41 volmantelpatronen (merk: Barnaul, kaliber: 9mm Luger (9x19)) voorhanden heeft gehad;

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van een omstandigheid die zijn strafbaarheid uitsluit.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd verdachte te veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 16 jaren, met aftrek van de tijd die verdachte in verzekering en in voorlopige hechtenis heeft doorgebracht.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de hoogte van de op te leggen straf.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte.

Daarbij heeft de rechtbank in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft op 30 oktober 2008 een 50-jarige vrouw, met wie hij gedurende enkele maanden voorafgaande aan zijn daad een relatie had, vermoord en haar daarmee haar kostbaarste bezit, het leven, ontnomen. Verdachte heeft verklaard dat hij het delict heeft gepleegd omdat hij overspannen was, onder meer door zijn relatie met het slachtoffer. Hij kon geen vat krijgen op deze relatie. Het slachtoffer manipuleerde hem, kwam afspraken niet na en vernederde hem, aldus verdachte. De rechtbank is van oordeel dat verdachte, door hierop te reageren met moord, een uitermate egoïstische en volstrekt zinloze daad heeft begaan. Voorts heeft verdachte door zijn handelen de nabestaanden onherstelbaar leed toegebracht. Uit de zich in het dossier bevindende slachtofferverklaringen van de zoon en dochter van het slachtoffer blijkt van het verdriet dat zij hebben en de grote impact dat dit op hun leven heeft.

Door een delict als het onderhavige is de rechtsorde zeer ernstig geschokt. Het brengt in de maatschappij gevoelens van onrust en onveiligheid te weeg. De rechtbank rekent het de verdachte ernstig aan dat hij, nadat hij het slachtoffer had neergeschoten, ook nog eens op de openbare weg met zijn vuurwapen op de woonboot heeft geschoten. Dit moet voor omstanders een buitengewoon beangstigende situatie zijn geweest. Tevens houdt de rechtbank ten nadele van verdachte rekening met de omstandigheid dat ten tijde van het plegen van het delict de destijds vijf jaar oude kleindochter van het slachtoffer op de woonboot aanwezig was.

De rechtbank heeft kennis genomen van de verschillende rapportages die omtrent de persoon van verdachte zijn uitgebracht. Dr. B.A. Blansjaar, psychiater, concludeert dat er geen aanwijzingen zijn voor een ziekelijke stoornis en /of gebrekkige ontwikkeling van de geestvermogens van verdachte, anders dan habitueel misbruik van alcohol en intoxicatie met alcohol ten tijde van het ten laste gelegde. W.J.L. Lander, klinisch psycholoog, concludeert dat in de persoonlijkheid van verdachte antisociale en narcistische trekken aanwijsbaar zijn. Deze trekken zijn niet zodanig vanuit de ontwikkeling in de persoonlijkheid verankerd dat er sprake is van een persoonlijkheidsstoornis.

Zowel Blansjaar als Lander hebben geconcludeerd dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar kan worden geacht.(29)

Gelet op voornoemde conclusies, die gedragen worden door de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting, is de rechtbank van oordeel dat het onder feit 1 bewezen verklaarde feit de verdachte volledig kan worden toegerekend.

De rechtbank slaat verder acht op het uittreksel uit het justitieel documentatieregister d.d. 3 november 2008 waaruit blijkt dat verdachte niet eerder in aanraking is geweest met justitie voor soortgelijke feiten.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat in deze zaak een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van na te melden duur een passende reactie vormt en geboden is.

7. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

7.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 6.405,80. Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 6.405,80, subsidiair 67 dagen hechtenis ten behoeve van de slachtoffers genaamd [F] en [G].

7.2. Het standpunt van de verdediging

De vordering is door verdachte niet betwist en verdachte heeft aangegeven bereid te zijn de vordering te betalen. De raadsvrouw van verdachte heeft vraagtekens geplaatst bij de noodzakelijkheid van enkele gevorderde reiskosten.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

[F] en [G], hebben zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 6.405,80.

De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze van de vordering zich leent voor behandeling in deze strafzaak. De vordering is door de verdachte niet betwist en is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 bewezen verklaarde feit.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 6.405,80.

De rechtbank zal voorts de gevorderde wettelijke rente toewijzen, nu vast is komen te staan dat de schade met ingang van 30 oktober 2008 is ontstaan.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezen verklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 6.405,80, ten behoeve van de slachtoffers genaamd [F] en [G].

8. De in beslaggenomen goederen

8.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen onder 1 en 2 genummerde voorwerpen zullen worden onttrokken aan het verkeer.

8.2. Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich niet uitgelaten over de in beslaggenomen goederen.

8.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de op de beslaglijst onder 1 en 2 genummerde voorwerpen onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien

met betrekking tot deze voorwerpen de onder 1 en 2 bewezen verklaarde feiten zijn begaan en deze voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

9. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregelen zijn gegrond op de artikelen:

- 24c, 36b, 36c, 36f, 57 en 289 van het Wetboek van Strafrecht;

- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

10. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1, impliciet primair en 2 tenlastegelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1, impliciet primair:

moord;

ten aanzien van feit 2:

handelen in strijd met artikel 26 van de Wet Wapens en Munitie, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 16 (zestien) jaren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op: 31 oktober 2008,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 4 november 2008,

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [F] en [G], een bedrag van € 6.405,80, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 30 oktober 2008 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan,

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot

€ 6.405,80, ten behoeve van de slachtoffers genaamd [F] en [G];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 67 dagen.

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst onder 1 en 2 genummerde voorwerpen, te weten:

1. 1 stk pistool, kl zwart, browning HP 9 mm

2. 41 stk munitie, patronen 9 mm;

Dit vonnis is gewezen door

mrs H.J. de Graaff, voorzitter,

J.J.P. Bosman en H. Dragtsma, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. N. de Jong, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 29 mei 2009.

1 Waar hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.

2 Verdachtendossier [verdachte], proces-verbaal van aanhouding, pv-nummer PL1514/2008/56658-3

3 Zaakdossier Helios, bijlage AH, proces-verbaal van bevindingen, pv nummer PL/1514/2008/56658-5, pagina 3 t/m 5

4 Zaakdossier Helios, proces-verbaalnummer 1509/20085/4021, overzichts pv, pagina 4

5 Bijlage U bij relaas proces-verbaal forensisch onderzoek, deskundigenrapport van het NFI d.d. 5 maart 2009, NFI zaaknummer 2008.10.31.217, sectienummer 2008-393/FG094, pagina 227 en 228

6 Verklaring verdachte ter terechtzitting d.d. 15 mei 2009

7 Verdachtendossier [verdachte]-1, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pagina 99

8 Verdachtendossier [verdachte]-1, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pagina 100

9 Verdachtendossier [verdachte]-1, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pagina 101

10 Verdachtendossier [verdachte]-1, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pagina 102

11 Zaakdossier Helios, bijlage G, proces-verbaal van verhoor getuige [C], pv nummer PL/1514/2008/56658-4, pagina 1 en 2

12 Zaakdossier Helios-1, bijlage G, proces-verbaal van verhoor getuige [B], pv nummer 1509/2008/4021, pagina 55

13 Bijlage R bij relaas proces-verbaal forensisch onderzoek, deskundigenrapport van het NFI d.d. 26 februari 2009, NFI zaaknummer 2008.10.31.217, pagina 214

14 Bijlage Q bij relaas proces-verbaal forensisch onderzoek, deskundigenrapport van het NFI d.d. 10 februari 2009, NFI zaaknummer 2008.10.31.217, pagina 207

15 Zaakdossier Sol, bijlage AH, proces-verbaal omschrijving vuurwapen, pv nummer 1509/2008/4021, pagina 4

16 Relaas proces-verbaal forensisch onderzoek, pagina 4 (tweede forensisch technisch onderzoek plaats delict)

17 Zaakdossier Helios, bijlage G, proces-verbaal van verhoor getuige [D], pv nummer PL/1514/2008/4021, pagina 52

18 Zaakdossier Helios, bijlage G, proces-verbaal van verhoor getuige [E], pv nummer PL/1514/2008/4021, pagina 37

19 Verklaring verdachte ter terechtzitting

20 Verdachtendossier [verdachte], proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] 30-10-2008, pagina 32

21 Bijlage O bij relaas proces-verbaal forensisch onderzoek, deskundigenrapport van het NFI d.d. 22 januari 2009, NFI zaaknummer 2008.10.31.217, pagina 195 t/m 197

22 Zaakdossier Helios, bijlage AH, proces-verbaal van bevindingen, pv-nummer PL/1514/2008/56658-6, pagina 1 en 2

23 Verdachtendossier [verdachte], proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] 30-10-2008, pagina 19

24 Verdachtendossier [verdachte], proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] 30-10-2008, pagina 23

25 Verdachtendossier [verdachte], proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte] 30-10-2008, pagina 24

26 Verdachtendossier [verdachte]-1, proces-verbaal van verhoor verdachte [verdachte], pagina 96

27 Beslagdossier, pv nummer PL15J2/2008/4021-29, pagina 24 en 25

28 Zaakdossier Sol-1, bijlage AH, proces-verbaal bureau recherche expertise, pagina 6 en 7

29 Pro Justitia rapportage d.d. 9 december 2008 van dr. B.A. Blansjaar, psychiater en Pro Justitia rapportage d.d. 29 december 2008 van W.J.L. Lander, psycholoog