Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI5286

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
02-06-2009
Zaaknummer
273383 - HA ZA 06-3202
Rechtsgebieden
Civiel recht
Omgevingsrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Afgebroken onderhandelingen.

Tussen partijen zou een overeenkomst betreffende de renovatie van het schoolgebouw tot stand zijn gekomen. Mondriaan zou de onderhandelingen tussen partijen onrechtmatig hebben afgebroken, terwijl eisereres in conventie, verweerster in reconventie erop mocht vertrouwen dat de opdracht tot renovatie aan haar zou worden verstrekt, althans dat uit de onderhandelingen enigerlei overeenkomst zou resulteren.

Eisereres in conventie, verweerster in reconventie vordert na wijziging en vermeerdering van eis indien nodig ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst met betrekking tot de renovatie van het onderhavige schoolgebouw en veroordeling van Mondriaan tot betaling van EUR 374.671,88, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 26 juni 2006 en kosten.

De rechtbank laat eisereres in conventie, verweerster in reconventie toe zich bij akte uit te laten over de gevorderde externe en interne kosten en verwijst de zaak daartoe naar de rol van 27 mei 2009 voor akte aan de zijde van eisereres in conventie, verweerster in reconventie, waarop Mondriaan op een termijn van vier weken bij akte zal mogen reageren.

Wetsverwijzingen
Burgerlijk Wetboek Boek 6
Burgerlijk Wetboek Boek 6 162
Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOR 2009/184
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 273383 / HA ZA 06-3202

Vonnis van 29 april 2009

in de zaak van

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

[eisereres in conventie, verweerster in reconventie],

gevestigd te [woonplaats],

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A.H. Vermeulen,

tegen

de stichting

STICHTING EBC REGIO HAAGLANDEN EN OMSTREKEN,

gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. H.J.A. Knijff.

Partijen zullen hierna [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] en Mondriaan worden genoemd.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding, met producties;

- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie, met productie;

- het tussenvonnis van 6 december 2006;

- het proces-verbaal van comparitie van 4 april 2007 en de daarin genoemde stukken;

- de conclusie van repliek in conventie en van antwoord in reconventie, tevens houdende akte wijziging en vermeerdering van eis, met productie;

- de conclusie van dupliek in conventie en van repliek in reconventie, met productie;

- de conclusie van dupliek in reconventie;

- het tussenvonnis van 1 oktober 2008.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] is een aannemer.

2.2. De stichting EBC Regio Haaglanden en omstreken handelt onder de naam Mondriaan Onderwijsgroep en is een regionale onderwijsinstelling. Mondriaan is eigenaar van een schoolgebouw aan de Mijnbouwstraat 25 te Delft (hierna: het schoolgebouw).

2.3. Op 7 juli 2004 hebben partijen een zogenoemde afstandsverklaring getekend, met daarin de volgende bepalingen.

"De ondergetekenden:

De Mondriaan onderwijsgroep

(...)

te dezen rechtsgeldig vertegenwoordigd door de heer [A] in de functie van directeur Bouwzaken, hierna te noemen AANBESTEDER

en

[eisereres in conventie, verweerster in reconventie]

(...)

hierna te noemen AANNEMER

in aanmerking nemende:

> dat AANBESTEDER de renovatie van de locatie Mijnbouwstraat 25 te Delft tot stand wenst te brengen, verder aan te duiden als het werk

(...)

Partijen verklaren het navolgende te zijn overeengekomen, respectievelijk elkaar de volgende garanties gegeven te hebben:

1. AANBESTEDER garandeert jegens AANNEMER dat deze als eerste en enige gegadigde is uitgenodigd tot het plegen van overleg en het voeren van onderhandelingen omtrent de door de AANNEMER aangeboden dan wel aan te bieden voorwaarden, in welke vorm dan ook, betrekking hebbend op het tot stand brengen van het werk.

2. Partijen zullen in onderling overleg naar de eisen van de goede trouw streven naar het tot stand komen van een overeenkomst tussen partijen krachtens welke AANBESTEDER aan AANNEMER de uitvoering van het werk opdraagt en AANNEMER deze opdracht aanvaardt.

3. Indien het overleg, als bedoeld in artikel 2, ondanks daartoe door partijen verrichte inspanningen onverhoopt niet zou blijken te kunnen leiden tot een overeenkomst als bedoeld in artikel 2, zal AANBESTEDER daarna vrij zijn te handelen naar eigen goeddunken, mits hij, indien hij de onderhandelingen met AANNEMER wenst te beëindigen, deze schriftelijk met de redenen omkleed, mededeling doet van de beëindiging van de onderhandelingen en hem daarbij onvoorwaardelijk van eventuele inmiddels gedane bindende prijsaanbiedingen, c.q. onderdelen daarvan, ontslaat.

Dit document zal hierna de voorovereenkomst worden genoemd.

2.4. Op 17 maart 2005 heeft [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] een plan van aanpak opgesteld en aan Mondriaan verzonden.

2.5. Mondriaan heeft het plan van aanpak laten beoordelen door een derde, PRC. Op 2 mei 2005 heeft [A] namens Mondriaan het advies van PRC naar aanleiding van het plan van aanpak aan [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] gestuurd. Dit advies bestaat onder andere uit een toets van het plan op het programma van eisen, inhoudende dat een aantal onderdelen niet is opgenomen in het plan.

2.6. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] heeft Mondriaan op 13 mei 2005 geantwoord naar aanleiding van het advies van PRC. In dit antwoord heeft [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] puntsgewijs gereageerd op de volgens PRC ontbrekende onderdelen.

2.7. In het voorjaar van 2005 is Mondriaan in gesprek geraakt met een projectontwikkelaar, [B], over de mogelijkheden het schoolgebouw aan [B] te verkopen en na renovatie terug te huren.

2.8. Op 14 juli 2005 heeft de secretaris van het College van Bestuur van Mondriaan het volgende aan [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] geschreven:

"Hierbij deel ik u mede, dat het pand Mijnbouwstraat 25 te Delft in principe is verkocht aan [B] c.s. Wij hebben in het contract met hen aangegeven dat wij onder voorwaarden gebonden zijn aan de partij die de eventuele verbouwing gaat verzorgen.

Uw aanbieding voor de renovatie - zoals gepresenteerd aan onze directeur bouwzaken, de heer [A] - voldoet aan onze verwachtingen: zij is enerzijds compleet en anderzijds marktconform. Uiteraard dient een en ander nog nader definitief te worden vastgesteld.

Wij hebben [B] gemeld, dat wij ervan uitgaan, dat als [B] eigenaar van het pand wordt, zij de opdracht voor renovatie dan gunnen aan [eisereres in conventie, verweerster in reconventie], die de uitvoering vervolgens zal doen conform het aan [A] gepresenteerde plan.

[B] is nog in onderhandeling met de gemeente Delft over de huurtermijn. Indien hierover geen overeenstemming bereikt wordt, blijft de Mondriaan onderwijsgroep eigenaar en verkrijgt [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] de opdracht van de Mondriaan onderwijsgroep.

In verband met de huidige vakantietijd, ziet het ernaar uit, dat de zekerheid of [B] dan wel de Mondriaan onderwijsgroep opdrachtgever zal zijn, niet voor half augustus verkregen wordt. Gezien de tijdsdruk zijn wij van mening, dat u al wel verder kunt gaan met het definitief ontwerp, waar dan de definitieve prijsstelling op kan worden gebaseerd."

2.9. Op enig moment hierna heeft [B] [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] verzocht een prijsopgave te doen ten behoeve van de renovatie van het schoolgebouw.

2.10. Bij brief van 19 oktober 2005 heeft [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] in reactie op dit verzoek aan [B] geschreven dat zij reeds met Mondriaan een overeenkomst heeft met betrekking tot de renovatie.

2.11. Bij brief van 18 november 2005 aan [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] heeft [A] namens Mondriaan het volgende geschreven:

"In vervolg op ons schrijven van 14 juli 2005 en uw schrijven van 19 oktober jl. aan [B] c.s. willen wij u het volgende mededelen.

De Mondriaan Onderwijsgroep heeft geen bouwteamovereekomst met enige vennootschap van de [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] Groep. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] Groep Bouw B.V. en de Mondriaan Onderwijsgroep hebben op 6 juli 2004 niet meer dan een afstandsverklaring ondertekend.

De Mondriaan Onderwijsgroep is voornemens het pand Mijnbouwstraat 25 te Delft te verkopen aan [B] c.s. Onze rechtsverhouding tot [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] vormt een onderdeel van de verkooponderhandelingen; wij streven ernaar onze rechtsverhouding tot [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] zonder beperkingen op [B] c.s. te doen overgaan.

Op dit moment wordt er door Bouw Management te Hoofddorp een hernieuwd programma van eisen gemaakt, dat gaat dienen als basis voor de renovatie en derhalve ook voor een hernieuwde prijsopgave. Wanneer [B] c.s. u een nieuwe prijsopgave op basis van het nieuwe programma van eisen vraagt, zal zij dit doen uit hoofde van de door ons aan hen overgedragen rechtsverhouding.

Wij verzoeken u derhalve hen als zodanig te erkennen en naar hen uit dien hoofde te reageren."

2.12. Bij brief van 10 februari 2006 heeft [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] aan [B] een brief gestuurd met daarin de volgende passage:

"Daarnaast willen wij bij de Mondriaan Stichting informeren over de definitieve aankoop van [B] van de locatie. Wij hebben hiervan namelijk geen bevestiging ontvangen. Zolang wij deze niet hebben ontvangen impliceert dit dat er nog immer sprake is van een overeenkomst tussen [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] Groep Bouw en de Mondriaan Stichting.

Wanneer er evenwel een bevestiging komt van de verkoop vanuit de Mondriaan gaan wij ervan uit dat onze afspraken één op één overgenomen worden door de kopende partij. Mocht onze totaalaanbieding derhalve door [B] terzijde worden gelegd en afspraken worden gemaakt met een ander bouwkundige partij, dan zullen wij genoodzaakt zijn alle door ons gemaakte kosten (architect, calculatie e.d.), derving van dekking overhead en winst en risico bij de Mondriaan Stichting in rekening te brengen.

Omdat wij kiezen voor een constructieve opstelling zullen wij trachten op 10 februari a.s. één en ander aan u te overleggen, maar u zult eveneens begrijpen dat wij gezien het bovenstaande ons alle rechten moeten voorbehouden."

2.13. Op 22 februari 2006 heeft [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] [B] een offerte gestuurd voor de renovatie van het schoolgebouw. Op 15 maart 2006 heeft [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] een aanvullende offerte gedaan.

2.14. Op 20 maart 2006 heeft [B] [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] bericht dat zij overeenstemming heeft met Mondriaan over de overname van het schoolgebouw en dat de opdracht voor renovatie van het schoolgebouw op basis van vergelijking met andere aanbieders niet aan [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] gegund kan worden.

2.15. In haar brief van 24 maart 2006 aan Mondriaan heeft [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] onder andere het volgende geschreven:

"Onze opstelling in deze is ongewijzigd; onderhandelings- en contractspartner in deze is voor ons de Mondriaan Onderwijsgroep."

2.16. Op 29 juni 2006 heeft [B] [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] in de gelegenheid gesteld een nieuwe offerte uit te brengen. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] heeft geen nieuwe offerte uitgebracht.

2.17. Bij brief van 10 juli 2006 heeft de raadsman van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] Mondriaan gesommeerd te bevestigen dat alle verplichtingen voortvloeiend uit de rechtsverhouding tussen [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] en Mondriaan correct zullen worden nagekomen.

2.18. Mondriaan heeft het schoolgebouw niet aan [B] verkocht en afgezien van de renovatie ervan.

3. Het geschil

in conventie

3.1. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] vordert na wijziging en vermeerdering van eis - samengevat en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

i. indien nodig ontbinding van de tussen partijen bestaande overeenkomst met betrekking tot de renovatie van het schoolgebouw aan de Mijnbouwstraat 25 te Delft,

ii. veroordeling van Mondriaan tot betaling van EUR 374.671,88, vermeerderd met wettelijke handelsrente vanaf 26 juni 2006 en kosten. Deze vordering bestaat uit een bedrag van EUR 147.628,21 aan interne en externe kosten, een bedrag van EUR 128.688,98 aan derving algemene kosten en een bedrag van EUR 98.354,69 aan derving winst en risico.

3.2. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] legt aan haar vordering primair ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst betreffende de renovatie van het schoolgebouw tot stand is gekomen en dat Mondriaan is tekortgeschoten in de nakoming van die aanneemovereenkomst. Subsidiair voert [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] aan dat Mondriaan de onderhandelingen tussen partijen onrechtmatig heeft afgebroken, terwijl [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] erop mocht vertrouwen dat de opdracht tot renovatie aan haar zou worden verstrekt, althans dat uit de onderhandelingen enigerlei overeenkomst zou resulteren.

3.3. Mondriaan voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

in reconventie

3.4. Mondriaan vordert - samengevat en voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:

i. een verklaring voor recht dat de voorovereenkomst tussen partijen is ontbonden dan wel geëindigd,

ii. een verklaring voor recht dat Mondriaan geen vergoeding ter zake van kosten of schade aan [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] is verschuldigd,

met veroordeling van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] in de kosten.

3.5. Ter onderbouwing van haar vordering stelt Mondriaan dat niet zijzelf, maar [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] de onderhandelingen tussen partijen heeft beëindigd. Voorts legt Mondriaan aan haar vordering ten grondslag hetgeen zij ook in conventie als verweer heeft gevoerd. Dit zal hierna worden besproken.

3.6. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

in conventie

overeenkomst

4.1. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] heeft haar primaire stelling dat zij met Mondriaan een aanneem-overeenkomst heeft gesloten voor de renovatie van het schoolgebouw als volgt onderbouwd. Volgens [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] hebben partijen overeenstemming bereikt over haar plan van aanpak, doordat [A] heeft gezegd dat het plan van aanpak voldeed aan de verwachtingen en doordat de heer [C], lid van het College van Bestuur van Mondriaan, mondeling zijn akkoord aan het plan van aanpak heeft gegeven. Dit is vervolgens bevestigd in de brief van 14 juli 2005, aldus [eisereres in conventie, verweerster in reconventie]. Mondriaan heeft betwist dat een aanneemovereenkomst tot stand is gekomen en gesteld dat [A] altijd heeft gezegd dat hij niet gemandateerd was en dat elk besluit langs de Raad van Toezicht moest voor goedkeuring. Voorts is de brief van 14 juli 2005 onbevoegd verzonden, aldus Mondriaan. Tot slot heeft Mondriaan gesteld dat het plan van aanpak niet was gebaseerd op het definitieve programma van eisen en dat partijen geen overeenstemming hebben bereikt over de prijs.

4.2. De rechtbank oordeelt als volgt.

4.3. Mondriaan heeft in algemene zin betwist dat zij het plan van aanpak van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] heeft aanvaard. Echter, zij is niet concreet ingegaan op de stelling van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] met betrekking tot de opmerking van [A] over dat plan en het mondelinge akkoord van [C]. Naar het oordeel van de rechtbank heeft Mondriaan deze stelling van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] dan ook onvoldoende betwist.

4.4. Uit de tekst van de voorovereenkomst blijkt dat [A] in elk geval bevoegd was namens Mondriaan die overeenkomst te sluiten. Bovendien heeft [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] betwist dat [A] altijd heeft gezegd dat elk besluit langs de Raad van Toezicht moest voor goedkeuring. Tegen die achtergrond is de rechtbank van oordeel dat Mondriaan haar verweer dienaangaande onvoldoende heeft onderbouwd. Dit verweer zal dan ook worden verworpen.

4.5. Uit het voorgaande volgt dat vast staat dat [A], de directeur Bouwzaken die bevoegd was Mondriaan te vertegenwoordigen, positief heeft gereageerd op het plan van aanpak van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] en dat [C], lid van het College van Bestuur van Mondriaan, zijn akkoord aan dit plan heeft gegeven. Onder die omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] mocht aannemen dat de secretaris van het College van Bestuur bevoegd was om namens Mondriaan de mededelingen, zoals opgenomen in de brief van 14 juli 2005, te doen.

4.6. De rechtbank is echter met Mondriaan van oordeel dat [eisereres in conventie, verweerster in reconventie], gelet op de summiere bewoordingen van het door haar gehanteerde programma van eisen, zeker in relatie tot de omvang van de renovatie, er niet van mocht uitgaan dat dit het definitieve programma van eisen betrof. Dit betekent dat het plan van aanpak van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie], dat gebaseerd is op het globale programma van eisen, onvoldoende bepaald is om als aanbod te kunnen gelden dat door aanvaarding tot totstandkoming van een overeenkomst zou kunnen leiden.

4.7. Naar het oordeel van de rechtbank hebben de opmerking van [A] en het akkoord van [C] op het plan van aanpak dan ook niet geleid tot totstandkoming van een aanneemovereenkomst. Daarbij komt dat in de brief van 14 juli 2005 staat dat de aanbieding van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] weliswaar compleet en marktconform is, maar dat zij nog definitief moet worden vastgesteld. Ook staat in deze brief dat [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] een definitief ontwerp zal maken, waar de definitieve prijsstelling op kan worden gebaseerd. Met Mondriaan is de rechtbank dan ook van oordeel dat uit deze brief niet kan worden afgeleid dat partijen reeds op enig voor de totstandkoming van een aanneemovereenkomst relevant punt overeenstemming hebben bereikt. Dit betekent dat tussen partijen nog geen overeenkomst tot renovatie tot stand is gekomen. De vordering tot ontbinding van de aanneem-overeenkomst zal dan ook - bij eindvonnis - worden afgewezen.

afgebroken onderhandelingen

4.8. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] heeft aan haar vordering subsidiair ten grondslag gelegd dat Mondriaan de onderhandelingen heeft afgebroken, terwijl [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] erop mocht vertrouwen dat een aanneemovereenkomst tot stand zou komen. Mondriaan heeft hiertegen onder andere aangevoerd dat van het afbreken van onderhandelingen geen sprake is aangezien [B] in haar plaats is getreden en de verplichtingen uit de voorovereenkomst van haar heeft overgenomen.

4.9. De rechtbank verwerpt dit verweer van Mondriaan. Immers, niet is gebleken dat [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] met contractsovername heeft ingestemd, terwijl voorts niet is voldaan aan het vereiste van artikel 6:159 lid 1 BW, te weten een tussen Mondriaan en [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] opgemaakte akte.

4.10. Bij de beantwoording van de vraag of sprake is van het afbreken van onderhandelingen, neemt de rechtbank het volgende in aanmerking. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] en Mondriaan hebben een voorovereenkomst gesloten en ter uitvoering daarvan onderhandeld over de renovatie. In de brief van 14 juli 2005 heeft Mondriaan enerzijds aangekondigd dat zij voornemens is het pand aan [B] te verkopen en anderzijds [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] uitgenodigd verder te gaan met het definitief ontwerp. Vervolgens heeft Mondriaan in haar brief van 18 november 2005 verdere onderhandelingen van de hand gewezen en [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] verwezen naar [B] als onderhandelingspartij. Ook nadien heeft Mondriaan zich afzijdig gehouden van de onderhandelingen. Gezien deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat Mondriaan op een dusdanige wijze [B] als onderhandelingspartner naar voren heeft geschoven en tegelijkertijd zichzelf naar de achtergrond heeft gemanoeuvreerd, dat gezegd kan worden dat zij de onderhandelingen heeft afgebroken.

4.11. Met betrekking tot de vraag of het Mondriaan vrij stond de onderhandelingen met [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] te beëindigen stelt de rechtbank het volgende voorop. In het algemeen geldt dat onderhandelende partijen zich jegens elkaar moeten gedragen overeenkomstig de eisen van redelijkheid en billijkheid. Dit betekent dat partijen verplicht zijn hun gedrag mede door elkaars gerechtvaardigde belangen te laten bepalen. Tegen deze achtergrond geldt dat in de onderhandelingsfase ieder van de onderhandelende partijen vrij is de onderhandelingen af te breken, tenzij dit op grond van het gerechtvaardigd vertrouwen van de wederpartij in het totstandkomen van de overeenkomst of in verband met de andere omstandigheden van het geval onaanvaardbaar zou zijn. In het onderhavige geval wordt de rechtsverhouding tussen partijen bovendien beheerst door de voorovereenkomst, waarin kort gezegd is bepaald dat partijen in onderling overleg naar de eisen van de goede trouw zullen streven naar de totstandkoming van een overeenkomst tot renovatie. In deze voorovereenkomst is bovendien bepaald op welke wijze Mondriaan de onderhandelingen kan beëindigen indien het overleg, ondanks daartoe door partijen verrichte inspanningen, niet zou blijken te kunnen leiden tot een aanneemovereenkomst.

4.12. Bij de beantwoording van de vraag of het Mondriaan in dit concrete geval vrij stond de onderhandelingen af te breken, neemt de rechtbank allereerst in aanmerking dat partijen hun intentie om tot overeenstemming te komen hebben vastgelegd in de voorovereenkomst en daaraan uitvoering hebben gegeven door daadwerkelijk met elkaar te onderhandelen. Voorts is van belang dat Mondriaan, zoals hiervoor in rechtsoverweging 4.3. en 4.5. is vastgesteld, positief heeft gereageerd op het plan van aanpak van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie]. Zo heeft Mondriaan in de brief van 14 juli 2005 geschreven dat [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] verder kon gaan met het definitief ontwerp. Gelet op deze omstandigheden is de rechtbank van oordeel dat [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] er in het najaar van 2005 geen rekening mee behoefde te houden dat Mondriaan op dat moment de onderhandelingen zou afbreken. Bovendien heeft Mondriaan zich niet gehouden aan de in de voorovereenkomst vastgelegde wijze van beëindiging van de onderhandelingen. Tegen deze achtergrond is de rechtbank van oordeel dat het afbreken van de onderhandelingen, zonder vergoeding van de door [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] gemaakte kosten, onaanvaardbaar is.

4.13. Het voorgaande betekent dat Mondriaan gehouden is de door [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] gemaakte kosten aan haar te vergoeden. De gevorderde vergoeding van het zogenaamde positief contractsbelang - in dit geval de posten 'derving algemene kosten' en 'derving winst en risico' - zal worden afgewezen, aangezien de onderhandelingen naar het oordeel van de rechtbank nog niet dusdanig ver gevorderd waren, dat [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] er gerechtvaardigd op mocht vertrouwen dat tussen partijen daadwerkelijk een overeenkomst tot stand zou komen.

4.14. Mondriaan heeft verweer gevoerd tegen de gevorderde externe en interne kosten. Voor vergoeding komen in aanmerking de gemaakte kosten die, indien de overeenkomst wel tot stand was gekomen, voor rekening van Mondriaan zouden zijn geweest. Externe kosten zullen veelal zijn begrepen in de aanneemsom, zodat zij in beginsel voor vergoeding in aanmerking komen. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] heeft ter onderbouwing van de externe kosten drie facturen van Bouw Consulting Twente en een factuur van Imtech overgelegd. In de bijlagen bij het plan van aanpak bevinden zich twee tekeningen met als onderschrift 'BCT' en twee documenten die zijn opgesteld door Imtech. Met Mondriaan is de rechtbank van oordeel dat dit vooralsnog onvoldoende is ter onderbouwing van de externe kosten.

4.15. De interne kosten zijn door [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] onderbouwd met een overzicht van het totaal aantal gewerkte uren per werknemer. Dit overzicht maakt niet inzichtelijk hoe dit aantal uren is opgebouwd en op welke werkzaamheden de uren betrekking hebben. Ook blijkt hieruit niet in hoeverre ook deze kosten (volledig) zouden zijn doorberekend in de aanneemsom, indien de overeenkomst wel tot stand was gekomen. [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] zal in de gelegenheid worden gesteld zich bij akte nader uit te laten over de externe en interne kosten. Zij zal haar stellingen zo veel mogelijk dienen te onderbouwen door middel van stukken. Mondriaan zal in de gelegenheid worden gesteld bij akte te reageren.

in reconventie

4.16. Mondriaan heeft gesteld dat [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] de onderhandelingen heeft afgebroken door, nadat [B] haar daartoe op 29 juni 2006 had uitgenodigd, geen offerte meer uit te brengen. De rechtbank heeft in conventie reeds overwogen dat geen sprake is geweest van contractsovername door [B] en dat Mondriaan zelf bij brief van 18 november 2005 de onderhandelingen heeft afgebroken. Van een afbreken van de onderhandelingen door [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] in de zomer van 2006 kan dus geen sprake zijn. Dit betekent dat de onder i. gevorderde verklaring voor recht bij eindvonnis zal worden afgewezen.

4.17. Met [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] is de rechtbank van oordeel dat Mondriaan geen belang heeft bij de gevorderde verklaring voor recht dat zij geen vergoeding aan [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] is verschuldigd. De rechtsverhouding tussen partijen dienaangaande zal immers reeds volgen uit de in conventie te nemen beslissing. Dit betekent dat ook de onder ii. gevorderde verklaring voor recht bij eindvonnis zal worden afgewezen.

in conventie en in reconventie voorts

4.18. Iedere beslissing wordt aangehouden.

4.19. Dit vonnis is om organisatorische redenen gewezen door een andere rechter dan die, ten overstaan van wie de comparitie van partijen heeft plaatsgevonden.

5. De beslissing

De rechtbank

in conventie

5.1. laat [eisereres in conventie, verweerster in reconventie] toe zich bij akte uit te laten over de gevorderde externe en interne kosten, rekening houdend met hetgeen de rechtbank daarover in 4.14. en 4.15. heeft overwogen;

5.2. verwijst de zaak daartoe naar de rol van 27 mei 2009 voor akte aan de zijde van [eisereres in conventie, verweerster in reconventie], waarop Mondriaan op een termijn van vier weken bij akte zal mogen reageren;

in conventie en in reconventie

5.3. houdt iedere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.J. Schaberg en in het openbaar uitgesproken op 29 april 2009 in tegenwoordigheid van de griffier.