Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI3994

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-04-2009
Datum publicatie
15-05-2009
Zaaknummer
AWB 09/2514 WVW
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verzoeker is te laat verschenen bij het voorgesprek dat onderdeel vormt van de EMA.

Hij bevond zich enkele minuten na de geplande tijd in het personeelsgedeelte van het cursusgebouw, alwaar hij is toegelaten.

Verweerder heeft, nu de betreffende omstandigheden niet zijn onderzocht, het bestreden besluit niet met de daartoe vereiste zorgvuldigheid voorbereid.

Voorts schending hoorplicht. Toewijzing voorlopige voorziening in dier voege dat primair besluit en beslissing op bezwaar worden geschorst tot zes weken na verzending van de uitspraak van de rechtbank in de hoofdzaak. Verzoeker dient per direct te worden behandeld als ware hij nog in het bezit van een geldig rijbewijs. Het voorgaande geldt onder de strikte voorwaarde dat verzoeker voldoet aan de verplichtingen verbonden aan de EMA.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

VOORZIENINGENRECHTER VAN DE RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Afdeling 3

Reg.nr.: AWB 09/2514 WVW

UITSPRAAK ingevolge artikel 8:84 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

op het verzoek om een voorlopige voorziening van

[verzoeker], wonende te [plaats], verzoeker,

gemachtigde mr. [A],

ter zake van het besluit van 23 maart 2009 van de Stichting Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR), verweerster, waarbij het bezwaar tegen het besluit van

26 februari 2009 ongegrond is verklaard. Verweerster heeft bij het gehandhaafde besluit van 26 februari 2009 besloten dat

I. verzoeker niet de vereiste medewerking aan de Educatieve Maatregel Alcohol en verkeer (hierna: EMA) heeft verleend, nu niet is gebleken van een geldige reden van verhindering;

II. het rijbewijs van verzoeker voor alle categorieën ongeldig wordt verklaard met ingang van de zevende dag na die van de dagtekening van dit besluit.

Verzoeker heeft tegen het besluit van 23 maart 2009 beroep ingesteld (AWB 09/2504 WVW). Voorts heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen (AWB 09/2514 WVW).

Het verzoek is op 27 april 2009 ter zitting behandeld.

Verzoeker is in persoon verschenen, bijgestaan door mr. [A].

Verweerster heeft zich laten vertegenwoordigen door [B].

I OVERWEGINGEN

1. De voorzieningenrechter ziet geen aanleiding om met toepassing van artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht eveneens te beslissen in de hoofdzaak.

2. Het oordeel van de voorzieningenrechter heeft een voorlopig karakter en is niet bindend in de bodemprocedure.

3. Op grond van de stukken en het verhandelde ter zitting wordt bij de beoordeling van het onderhavige verzoek van het volgende uitgegaan.

3.1 Bij besluit van 23 juli 2007 heeft verweerster verzoeker een onderzoek naar de geschikt-heid opgelegd en verzoeker medegedeeld dat hij verplicht is hieraan mee te werken.

Niet gebleken is dat tegen dit besluit rechtsmiddelen zijn aangewend.

3.2 Op 17 oktober 2007 heeft de officier van justitie verzoeker medegedeeld dat de politierechter in het arrondissement 's-Gravenhage op 14 september 2007 vonnis heeft gewezen in verband met overtreding van artikel 8, tweede lid, aanhef en onder b, van de Wegenverkeerswet 1994 (WVW 1994), gepleegd door verzoeker op 8 maart 2007. Verzoeker is veroordeeld tot het betalen van een geldboete van € 800,--, subsidiair 16 dagen hechtenis. Voorts is besloten tot ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van 8 maanden met aftrek overeenkomstig artikel 179, zesde lid, van de WVW 1994, waarvan 2 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

3.3 Bij besluit van 8 augustus 2008 heeft verweerster besloten dat de uitslag van het onderzoek geen aanleiding geeft tot het ongeldig verklaren van het rijbewijs en dat verzoeker verplicht is deel te nemen aan een EMA, waarvan de kosten voor rekening van verzoeker komen.

Niet gebleken is dat tegen dit besluit rechtsmiddelen zijn aangewend.

3.4 Bij brief van 10 oktober 2008 is verzoeker opgeroepen voor het individuele voorgesprek op 5 december 2008 om 11.30 uur, dat een verplicht onderdeel is van de EMA, en voor de cursusdagen op 19 december 2008, 9 januari 2009 en 30 januari 2009. Benadrukt is dat verzoekers rijbewijs onder meer ongeldig wordt verklaard als hij bij een cursusonderdeel te laat of niet verschijnt.

3.5 Bij negatief afloopbericht van 5 december 2008 heeft [D] verweerster medegedeeld dat verzoeker niet op het voorgesprek is verschenen. Verzoeker heeft rond 11.20 gebeld met de mededeling dat hij vast zit in het verkeer bij Zoetermeer en om die reden waarschijnlijk niet op tijd kan komen. Verzoeker heeft gevraagd of hij later kan komen en de administratie heeft hem medegedeeld dat hij na een kwartier te laat zijn niet meer zal worden toegelaten tot het voorgesprek. In verband met de planning is het niet mogelijk het voorgesprek op dezelfde dag later in de middag te realiseren. Op 12.05 heeft een collega van een andere afdeling verzoeker aangetroffen in een gedeelte van het gebouw waar verzoeker niet mag komen, de personeelsingang. Verzoeker heeft vervolgens aan degene die het afloopbericht heeft opgesteld medegedeeld dat hij al om 11.30 uur in het gebouw rondliep. Geconstateerd is dat het onmogelijk is om een half uur in het gebouw rond te lopen zonder opgemerkt te worden en dat het bovendien niet mogelijk is om om 11.20 uur vast te zitten in Zoetermeer, naar Den Haag te rijden, parkeerplek te zoeken in Den Haag en om 11.30 uur bij [D] aanwezig te zijn.

3.6 Bij e-mailbericht van 8 januari 2009 heeft verzoeker verweerster medegedeeld dat hij op 5 december 2008 op tijd is vertrokken voor het voorgesprek en dat hij door zijn vriend werd gebracht vanuit Zoetermeer. Er heeft een ongeval plaatsgevonden op de A12, die wat vertraging heeft veroorzaakt doordat de rijstroken waren afgesloten. Verzoeker beroept zich op overmacht.

3.7 Bij e-mailbericht van 18 februari 2009 heeft verzoeker verweerster medegedeeld dat hij precies op tijd kwam en de verkeerde deur naar binnen is gegaan door de haast, die is ontstaan door de wegafzetting. Hij stelt dat de deur voor hem werd geopend nadat hij had aangebeld en had verteld waarvoor hij kwam.

3.8 Bij het primaire besluit van 26 februari 2009 heeft verweerster besloten dat de reden van verhindering niet als geldige reden worden aangemerkt, dat verzoeker niet de vereiste medewerking aan de EMA heeft verleend en dat het rijbewijs van verzoeker ongeldig wordt verklaard met ingang van 5 maart 2009. Daarbij is toegelicht dat het alsnog meewerken aan de EMA de snelste manier is om in het bezit van een nieuw rijbewijs te komen.

3.9 Bij brief van 5 maart 2009 heeft verzoeker bezwaar gemaakt tegen het besluit van

26 februari 2009. Hij heeft daarbij verwezen naar een nieuwsartikel van 5 december 2008 betreffende een autobrand op 5 december 2008 rond 13.00 uur op de [straat] te

's-Gravenzande.

3.10 Bij e-mailbericht van 23 maart 2009 heeft verzoeker verweerster medegedeeld dat het verschuldigde bedrag voor de EMA op 12 maart 2009 van zijn rekening is afgeschreven.

3.11 Bij het thans bestreden besluit van 23 maart 2009 heeft verweerster het bezwaar van verzoeker ongegrond verklaard. De omstandigheid dat verzoeker wegens verkeersomstandigheden niet op tijd op het voorgesprek is verschenen, dient voor rekening en risico van verzoeker te komen. Daarbij wordt opgemerkt dat verzoeker, gelet op het nieuwsartikel, zich op het standpunt stelt dat hij wegens een verkeersopstopping vast zat in 's-Gravenzande. Uit het negatieve afloopbericht blijkt echter dat hij heeft doorgegeven dat hij vast zat in Zoetermeer. Vanwege de verschillende stellingen acht verweerster het niet aannemelijk en geloofwaardig dat verzoeker wegens een verkeersopstopping te laat op het voorgesprek is verschenen. Toegelicht is dat verzoeker, indien hij weer in het bezit wil komen van een nieuw rijbewijs, alsnog dient mee te werken aan de EMA.

3.12 Bij brief van 25 maart 2009 heeft verweerder bevestigd dat de kosten voor de EMA zijn ontvangen.

3.13 Bij brief van 26 maart 2009 is verzoeker opgeroepen voor het voorgesprek op

27 april 2009 om 13.00 uur en voor de cursusdagen op 11 mei 2009, 18 mei 2009 en

8 juni 2009.

4. Verzoeker heeft onder meer aangevoerd dat hij er alles aan heeft gedaan om op tijd op het voorgesprek te verschijnen. Hij bevond zich enkele minuten na 11.30 uur in het cursusgebouw. Bij de personeelsingang heeft hij op de intercom gedrukt en is hij vervolgens binnengelaten. Hij heeft de lift naar de 1e etage genomen en is in een gang vast komen te zitten. Vervolgens heeft hij twee maal telefonisch contact opgenomen met de receptie van de cursusinstantie. Doordat hij vast was komen te zitten in het gebouw heeft hij de persoon met wie hij het voorgesprek zou hebben later gezien.

Ter zitting heeft verzoeker zijn verontschuldigingen aangeboden voor het feit dat hij, ter ondersteuning van zijn bezwaar, verweerster bewust een nieuwsbericht heeft gezonden betreffende een verkeersopstopping elders.

5.1 Vooropgesteld wordt dat verweerder gelet op artikel 132, tweede lid, van de WVW 1994, indien de betrokkene geen medewerking heeft verleend aan de EMA, is gehouden om onverwijld over te gaan tot ongeldigverklaring van het rijbewijs van de houder.

5.2 Niet weersproken is dat verzoeker verweerders administratie op 5 december 2008 om 11.20 uur heeft gebeld met de mededeling dat hij vast zat in het verkeer bij Zoetermeer en dat hij waarschijnlijk niet op tijd aanwezig kon zijn voor het voorgesprek. Evenmin is weersproken dat verzoeker is toegelaten bij de personeelsingang van het cursusgebouw en dat verzoeker vervolgens in het personeelsgedeelte van het cursusgebouw vast is komen te zitten. Niet gebleken is dat verweerder deugdelijk onderzoek heeft verricht naar de betreffende omstandigheden. Dit had in bezwaar kunnen gebeuren. Het valt daarbij niet uit te sluiten dat verweerder bij nader onderzoek nog gegevens naar voren had kunnen brengen over hoe het volgens hem is verlopen. Het bestreden besluit van 23 maart 2009 is derhalve niet met de daartoe vereiste zorgvuldigheid voorbereid. In het licht van het voorgaande is geen sprake van een kennelijk ongegrond bezwaar. Verweerder heeft ten onrechte afgezien van het horen in bezwaar en daarmee de hoorplicht geschonden.

6. Gelet op het voorgaande komt het verzoek om een voorlopige voorziening voor toewijzing in aanmerking, in dier voege dat

- de besluiten van verweerster van 26 februari 2009 en 23 maart 2009 worden geschorst tot zes weken nadat de uitspraak van de rechtbank in de hoofdzaak (AWB 09/2504 WVW) is verzonden en

- verweerster verzoeker per direct dient te behandelen als ware hij nog in het bezit van een geldig rijbewijs.

Het voorgaande geldt onder de strikte voorwaarde dat verzoeker voldoet aan de verplichtingen verbonden aan de EMA.

7. De voorzieningenrechter ziet in dit geval aanleiding verweerster met toepassing van artikel 8:75, eerste lid, van de Awb te veroordelen in de kosten die verzoeker in verband met de behandeling van het verzoek redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,--

(1 punt voor het verzoekschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting met een waarde per punt van € 322,-- en wegingsfactor 1). Ten behoeve van verzoeker is een toevoeging aangevraagd krachtens de Wet op de rechtsbijstand. Dit verzoek is afgewezen. Er is derhalve geen toevoeging verleend. Dat een nieuw verzoek mogelijk tot afgifte van een toevoeging zal kunnen leiden kan hier niet aan afdoen.

De betaling van genoemd bedrag dient derhalve te geschieden aan verzoeker.

8. De voorzieningenrechter ziet aanleiding te bepalen dat verzoeker het voor deze procedure verschuldigde griffierecht, dat gelet op de connexiteit verschuldigd is voor zowel de hoofdzaak (AWB 09/2504 WVW) als voor het onderhavige verzoek (AWB 09/2514 WVW), op de in het dictum beschreven wijze dient te voldoen.

II BESLISSING

De voorzieningenrechter van de rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

1. wijst het verzoek om een voorlopige voorziening toe, in dier voege dat

- de besluiten van verweerster van 26 februari 2009 en 23 maart 2009 worden geschorst tot zes weken nadat de uitspraak van de rechtbank in de hoofdzaak (AWB 09/2504 WVW) is verzonden en

- verweerster verzoeker per direct dient te behandelen als ware hij nog in het bezit van een geldig rijbewijs,

een en ander onder de strikte voorwaarde dat verzoeker voldoet aan de verplichtingen verbonden aan de EMA;

2. veroordeelt verweerster in de proceskosten ten bedrage van € 644,--, onder aanwijzing van het CBR als rechtspersoon die deze kosten aan verzoeker dient te vergoeden;

3. bepaalt dat verzoeker het door hem verschuldigde griffierecht ad € 150,-- (2x) binnen twee weken dient te voldoen door het overmaken daarvan op bankrekening 19.23.25.795 ten name van MvJ Arrondissement Den Haag te Den Haag, onder vermelding van het registratienummer van het onderhavige verzoek en van de hoofdzaak.

4. gelast dat voornoemde rechtspersoon aan verzoeker het door hem te betalen griffierecht ad € 150,-- (met betrekking tot het onderhavige verzoek) vergoedt.

Aldus vastgesteld door mr. C.C. de Rijke-Maas, als voorzieningenrechter, in tegenwoordigheid van de griffier A.J. Faasse - van Rossum.

Uitgesproken in het openbaar op 29 april 2009.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan geen hoger beroep worden ingesteld.