Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2862

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
16-04-2009
Datum publicatie
01-05-2009
Zaaknummer
AWB 08/4861 WWB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het weigeren van een doelgroepverklaring is geen besluit in de zin van de Awb. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Eerste afdeling, meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 08/4861 WWB

UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

In het geding tussen

[eiser], wonende te [plaats], eiser,

en

het college van burgemeester en wethouders van Gouda, verweerder.

Ontstaan en loop van het geding

Bij brief van 30 oktober 2007, verzonden 5 november 2007, heeft verweerder aan eiser medegedeeld dat hem geen doelgroepverklaring dak- en thuislozen wordt verstrekt.

Bij besluit van 26 mei 2008 heeft verweerder, overeenkomstig het advies van de bezwaarschriftencommissie Gouda van 17 april 2008, het hiertegen door eiser gemaakte bezwaar niet-ontvankelijk verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiser bij brief van 3 juli 2008, ingekomen bij de rechtbank op dezelfde datum, beroep ingesteld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Het beroep is - tezamen met het beroep in de zaak met reg.nr. AWB 08/4867 - gevoegd behandeld ter zitting van 29 januari 2009. Eiser heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. R.G. van den Heuvel, advocaat te Gouda. Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [A]. Na de zitting zijn de zaken weer gesplitst. In beide zaken wordt afzonderlijk uitspraak gedaan.

Motivering

Eiser is op 13 juni 2007 ontslagen uit detentie. Op 10 juli 2007 heeft hij een uitkering krachtens de Wet werk en bijstand (WWB) aangevraagd in de gemeente Gouda. Omdat hij ten tijde van de aanvraag geen vast woonadres had, is door medewerkers van verweerder aan eiser toestemming verleend om het adres van het Leger des Heils in Gouda als briefadres te gebruiken. Hiertoe is aan eiser bij brief van 10 juli 2007 een doelgroepverklaring verstrekt, geldig tot en met 30 september 2007. Bij besluit van 17 augustus 2007 is de aanvraag van eiser om een WWB-uitkering buiten behandeling gelaten. Het tegen dit besluit gemaakte bezwaar is niet-ontvankelijk verklaard. Bij uitspraak van deze rechtbank van 5 augustus 2008 (reg.nr. AWB 08/2041 WWB) is het beroep van eiser tegen dit besluit kennelijk ongegrond verklaard. Tegen deze uitspraak heeft eiser geen verzet gedaan.

Op 2 oktober 2007 heeft eiser zich bij verweerder gemeld met het verzoek om zijn doelgroepverklaring te verlengen. Aan eiser is gevraagd een overnachtingenlijst in te vullen. Aan dit verzoek heeft eiser niet voldaan. Bij brief van 30 oktober 2007 heeft verweerder de afgifte van een doelgroepverklaring geweigerd op de grond dat niet kon worden vastgesteld of eiser behoorde tot de doelgroep dak- en thuislozen. Hiertegen heeft eiser bezwaar gemaakt. Bij besluit van 26 mei 2008 heeft verweerder het bezwaar niet-ontvankelijk verklaard op de grond dat het weigeren van een doelgroepverklaring geen besluit is als bedoeld in artikel 1:3 van de Awb.

Eiser heeft in beroep aangevoerd dat het hem onmogelijk wordt gemaakt een bijstandsuitkering aan te vragen door de weigering hem een doelgroepverklaring te verstrekken. Nu deze weigering van een doelgroepverklaring een impliciete afwijzing van een bijstandsuitkering inhoudt, heeft deze wel degelijk rechtsgevolg.

De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of het weigeren van een doelgroepverklaring dak- en thuislozen een besluit in de zin van de Awb is.

Ingevolge artikel 40, eerste lid, van de WWB bestaat het recht op bijstand jegens het college van de gemeente waar de belanghebbende woonplaats heeft als bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, en 11 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek. Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bijstand aan een belanghebbende zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens wordt verleend door het college van een bij die maatregel aan te wijzen gemeente.

Ingevolge het tweede lid verbindt het college aan de verlening van bijstand aan een belanghebbende zonder adres als bedoeld in artikel 1 van de Wet gemeentelijke basisadministratie persoonsgegevens de verplichting dat hij aangifte doet van een door hen ter beschikking gesteld briefadres als bedoeld in artikel 1 van die wet.

Blijkens de tekst en toelichting bij artikel 40, tweede lid, van de WWB wordt beoogd de groep daklozen zonder adres (zwervers) de mogelijkheid te bieden om hun recht op bijstand te effectueren. Om verificatie van het recht op bijstand mogelijk te maken wordt aan de bijstandsverlening aan daklozen zonder adres de verplichting verbonden dat deze aangifte doen van een door B en W ter beschikking gesteld briefadres.

Uit het handboek WWB van de gemeente Gouda blijkt het volgende:

Cliƫnten die niet over een adres als hierboven genoemd beschikken behoren tot de categorie dak- en thuislozen. Gouda heeft een regionale functie voor de bijstandsverlening aan dak- en thuislozen. Op grond van artikel 40, tweede lid, van de WWB moet Gouda een adres aan deze categorie personen ter beschikking stellen om bijstandsverlening mogelijk te maken. Iemand beschikt over een briefadres indien hij een adres heeft waar voor hem bestemde post in ontvangst genomen wordt, en waar zorg gedragen wordt dat die post hem bereikt. In Gouda wordt aan deze categorie de mogelijkheid geboden om zich in te schrijven bij Het Kompas [= Leger des Heils, rechtbank].

Tot de doelgroep dak- en thuislozen behoren dus belanghebbenden die:

* geen woon- en/of briefadres hebben en in de regio verblijven;

* en in aanmerking komen voor een bijstandsuitkering (WWB).

Op grond van de overeenkomst met het Leger des Heils wordt op de volgende wijze gewerkt:

* De Dienst Arbeid en Inkomen (DAI) beoordeelt of een dak- en thuisloze behoort tot de doelgroep om in aanmerking te komen voor de uitgifte van een briefadres.

* DAI beoordeelt of een dak- en thuisloze aanspraak kan maken op een uitkering voor levensonderhoud op grond van de WWB.

* Indien een dak- en thuisloze behoort tot de doelgroep en een uitkeringsaanvraag WWB kan indienen, geeft DAI een doelgroepverklaring af.

* Met de doelgroepverklaring verplicht DAI de belanghebbende zich te melden bij Het Kompas voor de administratieve inschrijving.

* Indien een dak- en thuisloze niet tot de doelgroep behoort, geeft DAI een weigering af.

Gemachtigde van verweerder heeft ter zitting toegelicht dat een doelgroepverklaring niet alleen wordt verstrekt in het kader van een bijstandsaanvraag. Ook kan een dergelijke verklaring worden gevraagd door personen die een andere uitkering aanvragen, een bankrekening willen openen of werk aanvaarden en hiervoor een adres nodig hebben. Er dient slechts beoordeeld te worden of men tot de doelgroep behoort.

Uit de overgelegde stukken blijkt dat eiser, na het verlopen van zijn doelgroepverklaring op 30 september 2007, op 2 oktober 2007 heeft gevraagd om verlenging van deze doelgroepverklaring. Tijdens dit gesprek heeft hij gemeld dat hij op dat moment bezig was een uitkering krachtens de Ziektewet aan te vragen. Uit de rapportage van 30 oktober 2007 naar aanleiding van de vervolggesprekken op 18 oktober 2007 en 30 oktober 2007 blijkt dat met eiser alleen gesproken is over de doelgroepverklaring en is een bijstandsuitkering niet ter sprake gekomen. Naar het oordeel van de rechtbank heeft eiser op 2 oktober 2007 slechts een verlenging van zijn doelgroepverklaring gevraagd en niet tevens een bijstandsuitkering aangevraagd. De in het handboek WWB neergelegde werkwijze van verweerder voorziet erin dat gelijktijdig met een doelgroepverklaring een bijstandsuitkering wordt aangevraagd, maar hierin ziet de rechtbank geen aanleiding te concluderen dat een doelgroepverklaring niet voor andere doeleinden kan worden gevraagd. Het is immers logisch dat het handboek WWB de aanvraag van een doelgroepverklaring in samenhang met een bijstandsuitkering behandelt. Naar het oordeel van de rechtbank ligt het ook niet voor de hand dat alleen een bijstandsgerechtigde een doelgroepverklaring kan vragen, nu met deze verklaring toestemming wordt gegeven het adres van het Leger des Heils als briefadres te gebruiken. Ook andere personen dan bijstandsgerechtigden kunnen een reden hebben een briefadres te vragen. Een vaststaande koppeling tussen een doelgroepverklaring en een bijstandsuitkering acht de rechtbank dan ook niet aannemelijk. De beoordeling of iemand behoort tot de kring van personen voor wie een doelgroepverklaring is bedoeld is ook een heel andere dan de beoordeling of iemand in aanmerking komt voor een bijstandsuitkering. De rechtbank ziet dan ook geen aanleiding om de in de brief van 30 oktober 2007 vervatte beslissing dat aan eiser geen doelgroepverklaring wordt verstrekt, op te vatten als een impliciete weigering van verweerder om eiser een bijstandsuitkering te verlenen. Naar het oordeel van de rechtbank roept deze beslissing geen rechtsgevolgen in het leven.

Gelet op het voorgaande is de rechtbank van oordeel dat de brief van 30 oktober 2007 niet kan worden aangemerkt als een besluit in de zin van artikel 1:3 van de Awb. Verweerder heeft het bezwaar van eiser tegen deze brief terecht niet-ontvankelijk verklaard.

Het beroep is ongegrond.

Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep ongegrond.

Aldus gegeven door mr. M.J. van den Bergh, mr.drs. J.E.M.G. van Wezel en mr. W.E. Doolaard en in het openbaar uitgesproken op 16 april 2009, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.W.W. Koppe.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Centrale Raad van Beroep.