Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI2623

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-04-2009
Datum publicatie
29-04-2009
Zaaknummer
334322/FT-RK 09.696
Rechtsgebieden
Insolventierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Nieuw verzoek voor het afgeven van een bevel ex artikel 287a van de Faillissementswet. Het feit dat eerder een dwangakkoord is afgegeven, staat niet aan het toewijzen van het huidige verzoek in de weg.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

rekestnummer: 334322/FT-RK 09.696

nummer verklaring: LDS0230800659

uitspraakdatum: 23 april 2009

RECHTBANK TE 'S-GRAVENHAGE

sector civiel recht - meervoudige kamer

[verzoekster]

wonende te [adres, woonplaats]

verzoekster,

heeft een verzoek ingediend waarin gevraagd wordt om een bevel op de voet van art. 287a, 1e lid, van de Faillissementswet aan vijf schuldeisers, namelijk Laser Nederland B.V., Far East, KPN (Inkasso Unie B.V.), Vereniging Buma (Swier en van der Weijden gerechtsdeurwaarders) en Aegon Bank N.V., om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling.

Het verzoek voldoet aan de daaraan gestelde eisen.

Het verzoek is behandeld ter terechtzitting van 16 april 2009. Verzoekster en [schuldhulpverlener Plangroep] zijn gehoord. Voornoemde schuldeisers zijn niet verschenen, hoewel zij daartoe behoorlijk opgeroepen zijn.

Standpunt verzoekers

Op 15 januari 2009 is op basis van een daartoe door Plangroep opgesteld verzoek een bevel afgegeven door de rechtbank aan twee schuldeisers om in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling. Inmiddels is gebleken van Plangroep dat dit verzoek en mitsdien ook dit bevel berust op een vergissing van een medewerker van Plangroep, aangezien deze twee schuldeisers reeds akkoord waren gegaan met het voorstel.

Ter zitting heeft de heer [schuldhulpverlener] van Plangroep medegedeeld dat alle schuldeisers op de hoogte zijn gebracht van de gemaakte vergissing.

Verzoekster stelt dat de vijf thans genoemde schuldeisers in redelijkheid niet hebben kunnen komen tot een weigering van de medewerking aan de schuldregeling die verzoekster heeft aangeboden. De schuldeisers met de hoogste schuldenlast hebben zich akkoord verklaard en de weigerachtige schuldeisers vertegenwoordigen minder dan 5% van het totale schuldenpakket. Verzoekster heeft een negatieve afloscapaciteit. Derhalve is conform de aflostabel van de NVVK een betaalvoorstel gedaan op basis van een afloscapaciteit van € 57,- per maand.

Standpunt schuldeisers

Vereniging Buma (Swier en van der Weijden) heeft schriftelijk aangeven het voorstel destijds te hebben afgewezen omdat een toelichting op de berekening van het voorstel ontbrak. Zij zal conform de uitspraak van de rechtbank handelen. De overige schuldeisers hebben hun weigering van medewerking aan de door verzoekster aangeboden schuldregeling niet mondeling of schriftelijk toegelicht.

Beoordeling

1. De rechtbank dient in deze situatie allereerst de vraag te beantwoorden of het enkele feit dat reeds eerder een verzoek op grond van artikel 287a lid 1 Fw is toegewezen, het toewijzen van een nieuw verzoek op grond van hetzelfde wetsartikel belemmert.

De rechtbank is van oordeel dat deze vraag ontkennend dient te worden beantwoord nu verzoekster zelf niet verantwoordelijk is voor de foutieve gang van zaken en hierdoor derhalve niet benadeeld mag worden.

Daarnaast heeft het op onjuiste feiten gebaseerde vonnis van 15 januari 2009 geen ongewenste juridische gevolgen nu de twee schuldeisers die daarmee gedwongen werden in te stemmen met de aangeboden schuldregeling hier reeds vrijwillig mee akkoord waren gegaan en de aangeboden schuldregeling alsmede de schuldenlast van verzoekster ongewijzigd zijn gebleven. Bovendien staat het vonnis van 15 januari 2009 niet aan het thans voorliggende verzoek in de weg nu eerder slechts een contractuele relatie tot stand is gekomen tussen verzoeker en de schuldeisers die haar - vrijwillig of gedwongen - zijn aangegaan en voornoemde weigerachtige schuldeisers hier derhalve geheel buiten zijn gebleven. Aannemelijk is dat de situatie buitengewoon gecompliceerd zou worden indien de rechtbank thans het gevraagde bevel zou weigeren, maar zoals hierna wordt overwogen doet dit geval zich niet voor.

2. De rechtbank dient de vraag te beantwoorden of de betrokken schuldeisers in redelijkheid tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen. Zij wijst het verzoek toe indien sprake is van een onevenredigheid tussen het belang dat schuldeisers hebben bij de uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en het belang van verzoekster dat door de weigering wordt geschaad.

De aangeboden schuldregeling is door de rechtbank reeds eerder getoetst en is ongewijzigd gebleven. De weigerachtige schuldeisers vertegenwoordigen slechts een zeer klein deel van de totale schuldenlast en hebben geen inhoudelijke gronden voor hun weigering aangevoerd. Op grond van het voorgaande is de rechtbank, in aanmerking genomen de onevenredigheid tussen het belang van schuldeisers bij uitoefening van de bevoegdheid tot weigering en de belangen van verzoekster of van de overige schuldeisers die door die weigering worden geschaad, van oordeel dat schuldeisers in redelijkheid niet tot weigering van instemming met de schuldregeling hebben kunnen komen. Het verzoek dient derhalve te worden toegewezen.

BESLISSING

De rechtbank:

- beveelt Laser Nederland B.V., Far East, KPN (Inkasso Unie B.V.), Vereniging Buma (Swier en van der Weijden gerechtsdeurwaarders) en Aegon Bank N.V. in te stemmen met de door verzoekster aangeboden schuldregeling, zoals vastgelegd in de brief van de gemeente Leidschendam-Voorburg van 7 augustus 2008.

Gewezen door mrs. A.J.M. Slot, F.A.M. Veraart en T.F.C.E. Rikmenspoel, leden van genoemde kamer, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 april 2009 in tegenwoordigheid van mr. H.A. Verheij, griffier.

rekestnummer: 334322/FT-RK 09.696

toewijzing ex art. 287a lid 1 Fw.

Tegen deze uitspraak kunnen de schuldeisers die het verzoek betrof gedurende acht dagen na de dag van deze uitspraak in hoger beroep komen, in te stellen door een verzoekschrift, in te dienen ter griffie van het gerechtshof

te 's-Gravenhage