Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI1407

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
05-03-2009
Datum publicatie
16-04-2009
Zaaknummer
AWB 08/6022 PARKBL
Rechtsgebieden
Belastingrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Naffingsaanslag parkeerbelasting Gemeente Leiden.

Bij volledige lezing van de tekst op de display van de parkeerzuil aan de Kaasmarkt in de gemeente Leiden, kan niet anders worden geconcludeerd dan dat voor parkeren op vergunninghoudersplaatsen een ander tarief geldt dan voor parkeren op niet-vergunninghoudersplaatsen. Daarom had eiser bij parkeren op een vergunninghouderplaats, niet de vrije keuze uit al deze tarieven op de parkeerzuil. Beroep ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Enkelvoudige belastingkamer

Procedurenummer: AWB 08/6022 PARKBL

Uitspraakdatum: 5 maart 2009

Proces-verbaal van de mondelinge uitspraak als bedoeld in artikel 8:67 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in het geding tussen

[X], wonende te [Z], eiser,

en

de heffingsambtenaar van de gemeente [P], verweerder.

De bestreden uitspraak op bezwaar

De uitspraak van verweerder van 6 augustus 2008 op het bezwaar van eiser tegen de aan eiser opgelegde naheffingsaanslag parkeerbelasting (aanslagnummer [nummer]).

Zitting

Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 19 februari 2009.

Eiser is daar in persoon verschenen, bijgestaan door [A]. Namens verweerder is verschenen [B], bijgestaan door de heer [C].

1 Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.

2 Gronden

2.1 Op donderdag 26 juni 2008 om 13:53 uur heeft eiser de auto met kenteken [kenteken] geparkeerd op een parkeerplaats aan de Kaasmarkt te Leiden. Deze locatie is door het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Leiden aangewezen als een vergunninghoudersplaats waar geparkeerd kan worden met een vergunning of met een dag-, week-, maand- of jaarkaart.

2.2 Tijdens een controle op voormelde datum en tijdstip heeft een parkeercontroleur geconstateerd dat er in het voertuig een betaalbewijs parkeerbelasting van € 6 aanwezig was. Naar aanleiding daarvan is voormelde naheffingsaanslag aan eiser opgelegd van € 53, zijnde € 4 aan belasting en € 49 aan kosten.

2.3 Eiser stelt dat de naheffingsaanslag ten onrechte is opgelegd en heeft daartoe - zakelijk weergegeven - het volgende aangevoerd. De tekst vermeld op de display van de parkeerzuil gaf eiser de keuze uit meerdere tarieven; hij heeft daarbij gekozen voor het tarief van € 2 per uur. Uit de tekst van de display op de parkeerzuil, valt, naar eiser stelt, niet op te maken dat voor parkeren op een vergunninghouderplaats een ander tarief geldt dan het door hem gekozen tarief.

2.4 Verweerder heeft - samengevat - aangevoerd dat de plaats waar de auto stond een zogenaamde vergunninghoudersplaats is, waar slechts mag worden geparkeerd met een van gemeentewege verstrekte vergunning of met een dag-, week-, maand- of jaarkaart. In de auto bevond zich niet een dergelijke vergunning of parkeerkaart, maar wel een bewijs voor betaald parkeren van € 6. Dit is echter niet voldoende. Het tarief voor een dagkaart bedraagt € 10, daarom is € 4 nageheven. Uit de tekst op het display komt voldoende tot uitdrukking dat het parkeertarief van € 2 per uur, het tarief voor kort parkeren, niet van toepassing is op vergunninghouderplaatsen.

2.5 In onderdeel II, 2, van de Tarieven- en kostentabel, behorende bij de Verordening Parkeerbelastingen 2008 is - voorzover hier van belang - bepaald: "Het tarief voor parkeren op een vergunninghoudersplaats, anders dan krachtens een parkeervergunning, bedraagt:

- per dag of een gedeelte daarvan € 10;" Ingevolge artikel 6, eerste lid, van de Verordening parkeerbelastingen 2008 van de gemeente Leiden, wordt parkeerbelasting geheven bij wege van voldoening op aangifte. Indien een op deze wijze geheven belasting geheel of gedeeltelijk niet is betaald, kan zij op de voet van artikel 20 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen worden nageheven.

2.6 Vaststaat dat eiser zijn auto heeft geparkeerd op een vergunninghouderplaats. Hoewel de rechtbank aan de hand van de overgelegde foto's van de display op de parkeerzuil, niet uitsluit dat bij gedeeltelijke lezing van de tekst op deze display de indruk zou kunnen ontstaan dat het eerste vermelde parkeertarief van € 2 per uur, ook geldt voor de vergunninghouderplaatsen, stelt de rechtbank tevens vast dat bij lezing van de gehele tekst van de display niet anders kan worden geconcludeerd dan dat voor parkeren op vergunninghouderplaatsen een ander tarief geldt. De rechtbank kan eiser dan ook niet volgen in zijn stelling dat hij na zorgvuldige lezing van de gehele tekst, tot de conclusie kwam dat hij de keuze had uit alle tarieven vermeld op de display. Mitsdien is het beroep van eiser ongegrond.

2.7 Gelet op het vorenoverwogene is het beroep ongegrond verklaard.

2.8 De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Deze uitspraak is gedaan op 5 maart 2009 en op dezelfde dag in het openbaar uitgesproken door mr. R.C.H.M. Lips, in tegenwoordigheid van M.E.M. Altena, griffier.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kunnen partijen binnen zes weken na de verzenddatum hoger beroep instellen bij het gerechtshof te 's-Gravenhage (belastingkamer), Postbus 20021, 2500 EA Den Haag.

Bij het instellen van hoger beroep dient het volgende in acht te worden genomen:

1. - bij het beroepschrift wordt een afschrift van deze uitspraak overgelegd.

2. - het beroepschrift moet ondertekend zijn en ten minste het volgende vermelden:

a. de naam en het adres van de indiener;

b. een dagtekening;

c. een omschrijving van de uitspraak waartegen het hoger beroep is ingesteld;

d. de gronden van het hoger beroep.