Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BI0964

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
19-03-2009
Datum publicatie
14-04-2009
Zaaknummer
AWB 08/473 WRB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens het ontbreken van procesbelang. Rechtshulpverlener in beklagzaak over inbeslaggenomen goederen (art. 552a Sv.), waarvoor een toevoeging is verleend, ontvangt een vergoeding waarop de eigen bijdrage van de rechtzoekende in mindering is gebracht. Betoogd wordt dat artikel 44, derde lid, Wrb. ook in een dergelijk geval moet leiden tot opnihilstelling van de eigen bijdrage. Raad voor Rechtsbijstand volgt dat betoog niet en handhaaft de vaststelling van de vergoeding, onder aftrek van de eigen bijdrage.

Ten tijde van de behandeling van het beroep ter zitting is in de onderliggende strafzaak vonnis gewezen en is vrijspraak gevolgd. De rechtzoekende kan verweerder dan verzoeken de eigen bijdrage op nihil te stellen. Nu langs die weg het doel van de procedure kan worden bereikt, ontbreekt procesbelang. Volgt niet-ontvankelijkverklaring beroep.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

derde afdeling, enkelvoudige kamer

Reg.nr.: AWB 08/473 WRB

UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

in het geding tussen

mr. [eiseres], kantoorhoudende te [plaats], eiseres,

en

de Raad voor Rechtsbijstand 's-Gravenhage, verweerder.

I. Ontstaan en loop van het geding

Op 16 mei 2007 heeft eiseres, advocaat te Den Haag, verweerder verzocht om vaststelling van de vergoeding van de door haar ingevolge de Wet op de rechtsbijstand (verder: Wrb) op toevoeging (3 EO0830) verleende rechtsbijstand aan haar cliënt [A] inzake een klacht over de weigering tot teruggave van inbeslaggenomen goederen (code Z120).

Bij besluit van 12 juni 2007 heeft verweerder de vergoeding van eiseres vastgesteld op € 499,78, waarna, onder aftrek van de eigen bijdrage van cliënt van € 338,50, een bedrag van € 161,28 aan haar is uitbetaald.

Bij brief van 18 juni 2007 heeft eiseres tegen dat besluit bezwaar gemaakt. Per fax van 30 augustus 2007 heeft eiseres enkele vragen van verweerder beantwoord.

Bij besluit van 3 december 2007 (verzonden: 10 december 2007) heeft verweerder, onder overneming van het advies van de Commissie voor Bezwaar van 29 november 2007, het bezwaar ongegrond verklaard.

Bij brief van 15 januari 2008 heeft eiseres tegen dat besluit bij de rechtbank beroep ingesteld. Bij brief van 15 februari 2008 zijn de gronden van het beroep aangevuld.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden.

Het beroep is op 5 maart 2009 ter zitting behandeld.

Eiseres is in persoon verschenen.

Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door [B].

II. Motivering

1. De rechtbank moet in dit beroep beoordelen of het bestreden besluit, gelet op de daartegen ingebrachte beroepsgronden, in rechte stand kan houden

2. Eiseres heeft aangevoerd dat verweerder op de haar toekomende vergoeding ten onrechte de door haar cliënt verschuldigde eigen bijdrage in mindering heeft gebracht. Aan haar cliënt is een toevoeging verleend voor een beklag over de inbeslagneming van goederen en de weigering deze aan cliënt terug te geven (artikel 552a, zevende lid, Wetboek van Strafvordering) (Sv). Eiseres betoogt dat artikel 44, derde lid, van de Wrb er toe moet leiden dat haar cliënt geen eigen bijdrage verschuldigd is, nu de beklagprocedure is geëindigd zonder dat een straf of maatregel is opgelegd dan wel zonder dat artikel 9a Wetboek van Strafrecht (Sr.) is toegepast. Er dient daarom geen eigen bijdrage op de aan eiseres toekomende vergoeding in mindering te worden gebracht.

Verder heeft eiseres een beroep op het gelijkheidsbeginsel gedaan: in de toevoeging onder nummer 3EC2538, eveneens met code Z120, is de eigen bijdrage op nihil gesteld.

3. Verweerder gaat er van uit dat voor een beklagprocedure over inbeslaggenomen goederen een afzonderlijke toevoeging kan worden verleend. Ook dan blijft echter de relatie met de onderliggende strafzaak bestaan. Eerst als de onderliggende strafzaak eindigt zonder oplegging van straf of maatregel dan wel zonder toepassing van artikel 9a Sr., kan de rechtzoekende aan verweerder verzoeken de eigen bijdrage op nihil te stellen. Dat aan die voorwaarde is voldaan stond ten tijde van het nemen van het besteden besluit nog niet vast.

Verweerder is aan het beroep op het gelijkheidsbeginsel voorbijgegaan. Nog daargelaten dat verweerder niet kan beoordelen of in de toevoeging onder nummer [nummer] sprake is van een gelijksoortige situatie, is verweerder volgens vaste jurisprudentie niet gehouden een eerder gemaakte fout te herhalen.

4. De rechtbank staat allereerst voor de vraag of eiseres in haar beroep kan worden ontvangen.

4.1 Deze procedure betreft de vaststelling van de vergoeding van eiseres als rechtshulp- verlener in een zaak waarin zij voor een cliënt een toevoeging had verkregen. Bij de vaststelling van de vergoeding is haar belang rechtstreeks betrokken. Eiseres kan daarom in beginsel in haar beroep worden ontvangen.

4.1 Desgevraagd heeft eiseres verklaard dat haar cliënt bij vonnis van de politierechter in de rechtbank 's-Gravenhage van 12 februari 2009 is vrijgesproken van hetgeen hem ten laste was gelegd. Cliënt kan dus ingevolge artikel 44, derde lid, van de Wrb bij verweerder een verzoek indienen zijn eigen bijdrage op nihil te stellen. Alsdan zal de vergoeding van eiseres nader worden vastgesteld en zal haar door verweerder € 338,50 worden nabetaald. Eiseres dient aan haar cliënt de eigen bijdrage terug te betalen, indien hij deze reeds aan haar had betaald.

Eiseres heeft voorts verklaard graag een uitspraak van de rechtbank te verkrijgen over de reikwijdte van artikel 44, derde lid, van de Wrb in relatie tot de beklagprocedure van artikel 552a Sv., omdat meer cliënten van haar met deze problematiek te maken hebben.

4.2 De rechtbank is van oordeel dat met de vrijspraak van haar cliënt [A] het belang van eiseres bij dit beroep is komen te vervallen. Genoemde cliënt heeft nu immers de mogelijkheid (eiseres te machtigen) een verzoek tot verweerder te richten tot het op nihil stellen van zijn eigen bijdrage. Aan eiseres wordt dan een aanvulling ter hoogte van de eerder in mindering gebrachte eigen bijdrage uitbetaald, eventueel onder terugbetaling van de eigen bijdrage door eiseres aan haar cliënt. Gesteld noch gebleken is dat de genoemde cliënt aan een dergelijk verzoek niet zou willen meewerken.

Uitgaande van de voorgaande overweging is een situatie ontstaan waarin het doel dat eiseres met het instellen van het beroep voor ogen stond met dit beroep niet meer bereikt kan worden. Dat doel is immers reeds langs een andere weg binnen bereik gekomen.

Nu het bestuursrechtelijke beroep voorts niet dient ter beantwoording van academische of algemene rechtsvragen of voor het afgeven van verklaringen voor recht, maar betrekking heeft op het beoordelen van een belang dat rechtstreeks bij een bepaalde publiekrechtelijke rechtshandeling is betrokken, kan eiseres niet in haar beroep worden ontvangen. Het beroep moet daarom niet-ontvankelijk worden verklaard.

5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. Beslissing

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

Verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

Aldus gegeven door mr. J.W. Sentrop en in het openbaar uitgesproken op

19 maart 2009, in tegenwoordigheid van de griffier Y.E. de Loos.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.