Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6091

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
17-03-2009
Zaaknummer
09-925692-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel - loverboypraktijken. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen mishandelen van zijn vriendin. Tevens heeft de verdachte zijn vriendin ertoe gedwongen voor hem in de prostitutie te werken. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mensenhandel in vereniging ten aanzien van B, door haar samen met zijn mededader te werven om in de prostitutie te gaan werken. Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van C. C is een zwakbegaafde jonge vrouw die onvoldoende voor zichzelf op kan komen. De verdachte heeft C door middel van de typerende "loverboy-techniek" van "grooming" weten in te palmen. Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling, bedreiging en beschadiging van een personenauto ten aanzien van zijn ex-vriendin.

Gevangenisstraf van 4 jaren met aftrek waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar en bijzondere voorwaarden:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geveen door of namens het leger des Heils te Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht, ook indien dat inhoudt een behandeling bij de GGZ vanwege zijn alcoholverslaving, het volgen van een agressieregulatietraining of het ondergaan van relatietherapie; dat de veroordeelde generlei wijze contact op zal nemen met slachtoffer C.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/925692-08

Datum uitspraak: 13 maart 2009

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] ([land]) op [datum] 1985,

adres: [adres].

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Midden Holland - Huis van bewaring "De Geniepoort" te Alphen aan den Rijn.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 27 februari 2009.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. M.G. Cantarella, is verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. M.R.B. Mos en van hetgeen door de raadsman van de verdachte mr. M.G. Cantarella, advocaat te 's-Gravenhage, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 29 augustus 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk een persoon

(te weten zijn vriendin [A]), met zijn, verdachte's, vuist

(met kracht) in/tegen het gezicht heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art. 304 ahf onder 1 Wetboek van Strafrecht

art. 300 lid 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij in de periode van 1 april 2008 tot en met 31 augustus 2008 te 's-Gravenhage en/of Amsterdam en/of Utrecht, dan wel elders in Nederland, (telkens) een ander, genaamd [A] (telkens) door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden, dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht, heeft geworven, en/of bewogen zich beschikbar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten te weten prostitutiewerkzaamheden danwel heeft hij, verdachte enige handelingen ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [A] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, immers heeft hij verdachte

- die [A] meermalen, althans geslagen en/of verkracht en/of

- gedreigd haar dochtertje en/of haar ouders te mishandelen en/of te doden en/of

- (telkens) het door die [A] met prostitutiewerkzaamheden (zelfstandig) verdiende geld weggenomen en/of gestolen en/of

- (telkens) als die [A] naar haar geld vroeg, die [A] geslagen en/of verkracht;

en/of

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en met 31 augustus 2008 te 's-Gravenhage en/of te Amsterdam en/of te Utrecht en/of (elders) in Nederland opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [A], immers heeft hij, verdachte, meermalen althans eenmaal (een) geldbedrag(en), die/dat door die [A] met prostitutiewerkzaamheden was/waren verdiend en/of verkregen, van die [A] afgenomen en/of gekregen;

art. 273f Wetboek van Strafrecht

3.

ter berechting gevoegde zaak met parketnummer 09/655589-08

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en met 22 juni 2008 te Utrecht en/of Eindhoven en/of elders in Nederland, opzettelijk een persoon (teweten zijn vriendin [A]), een of meerdere ma(a)l(en):

- tegen het gezicht en/of het hoofd heeft geslagen en/of

- (krachtig) aan de haren heeft getrokken en/of

- tegen het hoofd en/of het lichaam heeft geschopt en/of getrapt,

waardoor die [A] letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art. 300 jo. 304 Wetboek van Strafrecht

4.

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 22 april 2007 te Best en/of te Eindhoven en/of te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [B], (telkens) door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik te maken van een kwetsbare positie, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [B] en/of die andere meisjes en/of vrouwen immers heeft/hebben hij, verdachte en/of zijn mededader(s):

- (tweemaal) een telefoon van die [B] en/of de identiteitskaart

van die [B] afgenomen en/of

- die [B] (onder dwang) uitgekleed en/of terwijl zij uitgekleed werd haar met een GSM gefilmd en/of

- die [B] opgedragen voor hem, verdachte en/of zijn mededader(s) te gaan werken in de prostitutie (waardoor en/of waarna die [B] haar goederen weer terug kon krijgen) en/of

- die [B] opgedragen op een vastgestelde tijd op een vastgestelde plaats klaar te staan met kleding en/of geld (tenminste 500 euro) en/of

- die [B] gezegd dat indien die [B] naar de politie zou gaan, dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) zou gaan schieten;

art. 273f onder 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij in of omstreeks in de periode van 1 januari 2005 tot en met 22 april 2007

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, [B] en/of

een of meer nog onbekend gebleven meisjes en/of vrouwen,

(telkens) door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden of door

dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing

en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik te maken van een

kwetsbare positie, heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten danwel heeft hij, verdachte enige handelingen ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [B] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, immers heeft hij verdachte en/of zijn mededader(s):

- (tweemaal) een telefoon van die [B] en/of de identiteitskaart

van die [B] afgenomen en/of

- die [B] (onder dwang) uitgekleed en/of terwijl zij uitgekleed werd haar met een GSM gefilmd en/of

- die [B] opgedragen voor hem, verdachte en/of zijn mededader(s) te gaan werken in de prostitutie (waardoor en/of waarna die [B] haar goederen weer terug kon krijgen)

- en/of die [B] opgedragen op een vastgestelde tijd op een vastgestelde plaats klaar te staan met kleding en geld (tenminste 500 euro) en/of

- die [B] gezegd dat indien die [B] naar de politie zou gaan, dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) zou gaan schieten;

art. 273f onder 1 Wetboek van Strafrecht

subsidiair:

hij in of omstreeks de periode van 1 september 2006 tot en met 22 april 2007 te Best en/of te Eindhoven en/of te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [B], (telkens) door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik te maken van een kwetsbare positie, te werven, vervoeren, over te brengen, te huisvesten of op te nemen, met met het oogmerk van uitbuiting van die [B] en/of die andere meisjes en/of vrouwen door

- (tweemaal) een telefoon van die [B] en/of de identiteitskaart

van die [B] af te nemen en/of

- die [B] (onder dwang) uit te kleden en/of terwijl zij uitgekleed werd haar met een GSM te filmen en/of

- die [B] op te dragen voor hem, verdachte en/of zijn mededader(s) te gaan werken in de prostitutie (waardoor en/of waarna die [B] haar goederen weer terug kon krijgen) en/of

- die [B] op te dragen op een vastgestelde tijd op een vastgestelde plaats klaar te staan met kleding en/of geld (tenminste 500 euro) en/of

- die [B] te zeggen dat indien die [B] naar de politie zou gaan, dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) zou gaan schieten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 273f onder 1 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij in of omstreeks in de periode van 1 januari 2005 tot en met 22 april 2007

te 's-Gravenhage en/of elders in Nederland,ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om [B] (telkens) door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke

omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik te maken van een

kwetsbare positie, te dwingen en/of te bewegen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten danwel enige handelingen te ondernemen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [B] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, door

- (tweemaal) een telefoon van die [B] en/of de identiteitskaart

van die [B] af te nemen en/of

- die [B] (onder dwang) uit te kleden en/of terwijl zij uitgekleed werd haar met een GSM te filmen en/of

- die [B] op te dragen voor hem, verdachte en/of zijn mededader(s) te gaan werken in de prostitutie (waardoor en/of waarna die [B] haar goederen weer terug kon krijgen) en/of

- die [B] op te dragen op een vastgestelde tijd op een vastgestelde plaats klaar te staan met kleding en geld (tenminste 500 euro) en/of

- die [B] te zeggen dat indien die [B] naar de politie zou gaan, dat hij verdachte en/of zijn mededader(s) zou gaan schieten, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art. 273f onder 1 Wetboek van Strafrecht

5.

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 15 juli 2008 te Amsterdam en/of Nijmegen en/of elders in Nederland, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [C]

(telkens) door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik te maken van een kwetsbare positie of door het geven of ontvangen van betalingen of voordelen om de instemming van die meisjes/vrouwen te krijgen die zeggenschap over die [C] heeft, heeft geworven, vervoerd, overgebracht, gehuisvest of opgenomen, met het oogmerk van uitbuiting van die [C] immers heeft/hebben hij, verdachte:

- via MSN contact met die [C] gelegd en/of

- via internet kenbaar gemaakt dat die [C] sexuele diensten verrichtte en/of

- die [C] naar het prostitutiegebied in Amsterdam gebracht en/of

- die [C] telefoonnummers gegegeven van prostitutiepanden in Amsterdam en/of

- die [C] (vervolgens) tot prostitutie gedwongen en/of gebracht en/of

(vervolgens)

- die [C] opgedragen haar verdiende geld geheel of ten dele af te staan en/of (daartoe)

- die [C] bedreigd en/of

- persoonlijke eigendommen, zoals telefoon en/of pinpas van die [C] afgenomen en/of

- die [C] verkracht en/of tot orale sex gedwongen (teneinde haar in de prostitutie te brengen en/of te houden);

en/of

hij in of omstreeks de periode van 1 juli 2008 tot en met 15 juli 2008 te Amsterdam en/of Nijmegen en/of elders in Nederland, [C]

(telkens) door dwang, geweld of één of meer andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of één of meer andere feitelijkheden en/of door afpersing en/of fraude en/of misleiding dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en/of door misbruik te maken van een kwetsbare positie heeft/hebben gedwongen en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten danwel heeft hij, verdachte enige handelingen ondernomen waarvan hij wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat die [C] zich daardoor beschikbaar stelde tot het verrichten van prostitutiewerkzaamheden, immers heeft hij verdachte via MSN contact met die [C] gelegd en/of

- via internet kenbaar gemaakt dat die [C] sexuele diensten verrichtte en/of

- die [C] naar het prostitutiegebied in Amsterdam gebracht en/of

- die [C] telefoonnummers gegegeven van prostitutiepanden in Amsterdam en/of

- die [C] (vervolgens) tot prostitutie gedwongen en/of gebracht en/of

(vervolgens)

- die [C] opgedragen haar verdiende geld geheel of ten dele af te staan en/of (daartoe)

- die [C] bedreigd en/of

- persoonlijke eigendommen, zoals telefoon en/of pinpas van die [C] afgenomen en/of

- die [C] verkracht en/of tot orale sex gedwongen (teneinde haar in de prostitutie te brengen en/of te houden);

en/of

hij in of omstreeks de periode va 1 juli 2008 tot en met 15 juli 2008 te Amsterdam en/of te Nijmegen en/of (elders) in Nederland opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [C] door die [C] het door haar met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld aan hem, verdachte, te laten afstaan:

art. 273f onder 1 Wetboek van Strafrecht

6.

hij op of omstreeks 10 juli 2008 te Nijmegen, door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid [C] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die (mede) bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [C], te weten zijn, verdachtes, penis in haar mond brengen, welk geweld of andere feitelijkheid en/of welke bedreiging met geweld of andere feitelijkheid hierin heeft/hebben bestaan dat verdachte opzettelijk haar hoofd heeft vastgepakt en/of haar hoofd (met kracht) naar zijn, verdachtes, kruis heeft geduwd en/of tegen haar heeft gezegd dat zij hem, verdachte, moest pijpen;

art. 242 Wetboek van Strafrecht

Ter berechting wordt gevoegd de zaak met parketnummer 09/925692-08

7.

hij op of omstreeks 22 april 2007 te Eindhoven [D] en/of [E] opzettelijk heeft mishandeld door die [E] met gebalde vuist tegen het hoofd te slaan en/of te stompen en/of door een fles tegen het hoofd van die [E] te gooien en/of in de richting van die [E] en [D] te gooien waardoor die [E] en [D] pijn en/of letsel heeft/hebben bekomen;

art. 300 Wetboek van Strafrecht

8.

hij op of omstreeks 19 maart 2007 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [E], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte, heeft vernield en/of beschadigd en/of onbruikbaar gemaakt;

art. 350 Wetboek van Strafrecht

9.

hij op of omstreeks 22 april 2007 te Eindhoven [E] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde [E] dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je kapot als je mij niet wilt"en/of "ik steek je huis in de fik"en/of "ik vermink je gezicht, althans woorden van gelijke driegende aard of strekking;

art. 285 Wetboek van Strafrecht.

3. Het bewijs(1)

Het standpunt van de officier van justitie.

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat de verdachte zich in de periode van 1 april 2008 tot en met 22 juni 2008 en op 29 augustus 2008 te 's-Gravenhage schuldig heeft gemaakt aan mishandeling van [A].

Tevens zou hij zich in de periode van 1 april 2008 tot en met 31 augustus 2008 schuldig hebben gemaakt aan mensenhandel, door [A] op ongeoorloofde wijze te bewegen prostitutiewerkzaamheden te verrichten en haar financieel uit te buiten. De verdachte zou haar daarbij meermalen hebben geslagen en bedreigd. De officier van justitie heeft vrijspraak gevraagd voor het verwijt dat hij [A] ook heeft verkracht.

De verdachte wordt tevens verweten dat hij zich in de periode van 1 april 2007 tot en met 22 april 2007, al dan niet samen met een ander of anderen, heeft schuldig gemaakt aan mensenhandel, door [B] op ongeoorloofde wijze op te dragen in de prostitutie te gaan werken. Daarbij zou hij haar onder andere hebben bedreigd.

De verdachte wordt eveneens verweten dat hij zich in de periode van 1 juli 2008 tot en met 15 juli 2008 schuldig heeft gemaakt aan mensenhandel door [C] op ongeoorloofde wijze in de prostitutie te laten werken. Daarbij zou de verdachte haar onder andere hebben bedreigd. De officier van justitie heeft vrijspraak gevraagd voor de ten laste gelegde gedwongen orale seks met [C].

Tevens wordt de verdachte verweten dat hij zich op 19 maart 2007 te Eindhoven heeft schuldig gemaakt aan het vernielen van de personenauto van [E], dat hij [E] en [D] op 22 april 2007 heeft mishandeld en dat hij [E] heeft bedreigd.

Voor zover de officier vrijspraak heeft gevraagd en de rechtbank daarin mee is gegaan, wordt daarop in het hierna volgende niet verder ingegaan.

Het standpunt van de verdediging.

De raadsman van de verdachte heeft zich gerefereerd met betrekking tot het eerste ten laste gelegde feit (mishandeling) alsmede het achtste feit (beschadiging auto).

De raadsman van de verdachte heeft een gedeeltelijke vrijspraak van het derde feit (mishandelingen) bepleit.

Voorts heeft hij vrijspraak bepleit van het tweede, vierde en vijfde feit (mensenhandel), alsmede het zesde feit (verkrachting), zevende (mishandeling) en het negende feit (bedreiging).

In het hierna volgende zal het standpunt van de raadsman per feit zakelijk worden weergegeven bij de overwegingen van de rechtbank.

Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van feit 1:

Aangezien de verdachte dit feit heeft bekend en de raadsman van de verdachte geen vrijspraak heeft bepleit, wordt volstaan met de volgende weergave van de bewijsmiddelen.

a. Op 29 augustus 2008 hebben verbalisanten gezien dat de verdachte met kracht met zijn rechtervuist hard tegen de linkerkant van het gezicht van [A] sloeg.(2)

b. [A] heeft aangifte tegen de verdachte gedaan. Zij weet zich te herinneren dat zij stond te huilen en met haar linkerhand naar haar linkerwang greep. In de taxi voelde zij dat de linkerkant van haar gezicht, vanaf haar wenkbrauw naar haar oor, pijn deed. Zij voelde een kloppende pijn op haar wang en in haar hoofd.(3)

c. In het dossier bevindt zich een fotoreportage, waaruit het letsel van [A] blijkt. Te zien is dat de linkerzijde van haar gezicht is opgezwollen.(4)

d. De verdachte heeft verklaard dat hij [A] een tik met een dichte hand heeft gegeven.(5)

Ten aanzien van feit 2:

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat aan de verklaringen die [A] heeft afgelegd bij de politie voorbij dient te worden gegaan aangezien zij bij de rechter-commissaris heeft verklaard dat de politie haar de woorden in de mond heeft gelegd en dat zij vrijwillig werkzaam was in de prostitutie. Voor zover er al dreigementen zijn geuit door de verdachte stonden deze niet in verband met haar werk in de prostitutie. Voor zover [A] is geslagen, vond dat plaats in de relationele sfeer. Van dwang om zich te prositueren is geen sprake, aldus de raadsman die in dit verband nog heeft gewezen op een uitspraak van de meervoudige kamer van deze rechtbank van 22 april 2008 (LJN BD0152).

Overwogen wordt dat [A] bij de rechter-commissaris niet is teruggekomen op onderdelen in haar politieverklaring die voor de verdachte belastend zijn. Dat betreft het dreigen en de mishandelingen door de verdachte. Voorts zijn er geen aanknopingspunten in de verklaringen van de verdachte gevonden die zouden moeten leiden tot het oordeel dat de politie haar dermate sturend zou hebben ondervraagd dat getwijfeld dient te worden aan de betrouwbaarheid van de door [A] bij de politie afgelegde verklaringen. De politieverklaringen van [A] vinden voldoende steun in de verklaringen van de verdachte. De politieverklaringen van [A] zijn dermate overtuigend dat zij voor het bewijs gebezigd zullen worden.

Dat neemt niet weg dat de rechtbank anders oordeelt over de mate van vrijwilligheid van de door [A] verrichte prostitutiewerkzaamheden. Daar waar [A] bij de politie en de rechter-commissaris heeft verklaard dat zij vrijwillig werkte als prostituee kan de rechtbank haar alleen volgen voor zover [A] zelf de keuze heeft gemaakt om in de prostitutie te gaan werken. Dat deed zij immers al voordat zij de verdachte kende.

De situatie werd echter anders vanaf het moment dat de verdachte al het door [A] verdiende geld afpakte en in het vervolg door haar af liet staan. [A] heeft verklaard dat wanneer zij om haar geld vroeg, mishandeld werd. Uit haar verklaring blijkt verder dat de verdachte haar met zware dreigementen onder druk zette. Die dreigementen kunnen onder deze omstandigheden geen ander doel dienen dan om [A] aan zich te binden en blijvend te profiteren van het door haar verdiende geld. Hij wist dat zij haar geld in de prostitutie verdiende. Verder bevond [A] zich in een kwetsbare positie omdat de verdachte het door haar verdiende geld regelmatig afpakte. Het argument dat de bedreigingen en de mishandelingen los dienen te worden gezien van de prostitutiewerkzaamheden van de verdachte kan onder deze omstandigheden dan ook niet worden gevolgd.

De verdachte zal wel worden vrijgesproken van het onderdeel waarin ten laste is gelegd dat zij is verkracht. De verkrachting vindt geen steun in andere bewijsmiddelen dan de verklaring van de aangeefster.

Voorts blijkt uit de overige ten laste gelegde feiten die wel wettig en overtuigend bewezen worden geacht dat sprake was van een uitbuitingssituatie. Hoewel [A] aanvankelijk vrijwillig werkte als prostituee, wijzigden de omstandigheden, zoals hiervoor besproken, dermate dat van deze vrijwilligheid weinig over bleef. De vrijwilligheid van [A] ontbrak vanwege de mishandelingen en de dreigementen, in hoge mate. Voorts wordt onder deze omstandigheden ook de afzonderlijk ten laste gelegde uitbuiting bewezen geacht. De verweren van de raadsman worden dus verworpen.

De volgende bewijsmiddelen zijn redengevend voor dit oordeel.

a. [A] heeft verklaard dat zij sinds haar achttiende in de prostitutie werkt. Toen zij een relatie kreeg met de verdachte, bewaarde ze het door haar verdiende geld aanvankelijk zelf. Vanaf april 2008 begon de verdachte het door haar verdiende geld af te pakken. De verdachte wist dat zij haar geld met prostitutie verdiende. Als [A] naar haar geld vroeg, werd zij door de verdachte geslagen.(6)

b. [A] heeft verklaard dat de verdachte haar meermalen heeft bedreigd, door te zeggen dat hij haar zou slaan en haar dochtertje en haar familie zou vermoorden of iets aan zou doen. (7)

c. De verdachte heeft verklaard dat hij geld van [A] in bezit had. Dit betreft geld dat zij in de prostitutie had verdiend.(8)

d. De verdachte heeft verklaard dat hij als hij boos wordt, hij eerder zijn handen gebruikt en gaat slaan en dat dit in het verleden wel vaker is gebeurd.(9)

Ten aanzien van feit 3:

De raadsman van de verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat er niet voldoende bewijs voor handen is om de verdachte als pleger van meer dan twee mishandelingen te

beschouwen.

Dit verweer faalt. Voor het bewijs is het voldoende dat vast staat dat de verdachte [A] meerdere keren heeft mishandeld.

a. [A] heeft verklaard dat de verdachte haar in de periode van april tot en met juni 2008 meerdere keren heeft mishandeld.(10)

b. In het dossier bevindt zich een fotoreportage, waaruit het letsel van [A] blijkt. Te zien is dat de linkerzijde van haar gezicht is opgezwollen.(11)

c. De verdachte heeft bekend dat hij [A] in het gezicht heeft geslagen en aan de haren heeft getrokken.(12)

d. De verdachte heeft verklaard dat hij als hij boos wordt, hij eerder zijn handen gebruikt en gaat slaan en dat dit in het verleden wel vaker is gebeurd.(13)

Ten aanzien van feit 4:

De raadsman van de verdachte heeft enkele kanttekeningen geplaatst bij de wijze waarop verbalisant [verbalisant 1] van de politie Haaglanden te werk is gegaan. De rechtbank gaat daaraan voorbij aangezien gesteld noch gebleken is van enige onrechtmatigheid omtrent het optreden van verbalisant [verbalisant 1].

De raadsman van de verdachte heeft voorts gewezen op tegenstrijdigheden in de verklaringen van [B] en enkele voorbeelden genoemd.

Met de raadsman moet worden geoordeeld dat de verklaringen van [B] inderdaad vragen oproepen. De rechtbank kan echter meegaan met het argument dat [B] aanvankelijk schroom had om te verklaren zoals ten aanzien van hetgeen in het huis van [F] is voorgevallen.(14) Ook daar waar de verdachte verklaard heeft over de rollen van [G] en [verdachte] met betrekking tot degene die haar mobiele telefoons heeft gestolen, is haar eigen lezing van de feiten zoals is weergegeven in haar bij de rechter-commissaris afgelegde verklaring, begrijpelijk.(15) Voorts kan de raadsman van de verdachte niet worden gevolgd in zijn standpunt dat de verklaring van [B] over hetgeen in de "Backstreet" zou zijn voorgevallen afbreuk doet aan haar verklaring om de eenvoudige reden dat niet toetsbaar is wat daar zou zijn voorgevallen. Daarnaar is immers verder geen onderzoek gedaan. Bovendien komt de verklaring van [B] over dat incident niet op voorhand over als een volstrekt ongerijmd en daarom ongeloofwaardig verhaal. Uit het onderzoek - zie de bewezenverklaarde mishandelingen - is immers gebleken dat de verdachte zich met enige regelmaat agressief heeft gedragen. Bij deze stand van zaken is er geen grond voor het oordeel dat aan de verklaringen van [B] geen waarde dient te worden gehecht. Het verweer van de raadsman wordt dus verworpen.

Voorts wordt overwogen dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het onderdeel dat zij (in het huis van [F]) onder dwang is uitgekleed en gefilmd met een mobiele telefoon. Naar dat onderdeel van de tenlastelegging is onvoldoende onderzoek verricht zodat voor dat verwijt onvoldoende overtuigend bewijs voor handen is.

Wel wordt wettig en overtuigend bewezen geacht dat de verdachte [B] heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting. Uit de bewijsmiddelen blijkt dat hij en zijn mededader [B] in een kwetsbare positie brachten door haar telefoons en identiteitsbewijs af te pakken. Van dwang is sprake omdat zij deze spullen alleen zou terug krijgen als zij voor de verdachte en zijn mededader zou gaan werken en daartoe op de afgesproken plaats klaar zou staan. Verder heeft de verdachte haar met geweld bedreigd hetgeen ook kan worden aangemerkt als een middel om [B] in zijn greep te krijgen teneinde haar voor de prostitutie te werven. Zowel de positie waarin de verdachte [B] bracht als de dwang en de bedreiging doen ernstig afbreuk aan een vrije keuze om in de prostitutie te gaan werken. Door op deze wijze te werven, ontbrak de vrijwilligheid van [B] in hoge mate.

Van het oogmerk van uitbuiting is ten aanzien van [B] niet direct gebleken. Gelet op de werkwijze van de verdachte zoals blijkt uit de bewezen verklaarde feiten ten aanzien van [A] en [C], waar de verdachte het verdiende geld af liet staan, acht de rechtbank het bestanddeel "oogmerk van uitbuiting" echter ook in dit geval wettig en overtuigend bewezen.

Tenslotte wordt overwogen dat sprake is van een voltooid delict omdat de verdachte wervingsactiviteiten heeft verricht met het doel om [B] aan het werk te krijgen in de prostitutie. Dat zij zich niet voor de verdachte heeft geprostitueerd doet daar niet aan af. Verdachte dient daarom wel vrijgesproken te worden van hetgeen cumulatief/alternatief is tenlastegelegd.

Naast de in de overwegingen vermelde bewijsmiddelen zijn de volgende bewijsmiddelen redengevend voor het oordeel van de rechtbank dat het tenlaste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen wordt geacht.

a. [B] heeft op 23 april 2007 verklaard dat [verdachte] en [G] haar hebben gezegd dat zij voor hen moest gaan werken. Ze moest bij een sportcomplex in Best klaar gaan staan en een tas met kleding en € 500,- meenemen om een kamer te huren. [G] pakte haar identiteitskaart uit haar kontzak en gaf deze niet terug. [B] begreep dat zij als prostituee moest gaan werken. Verder heeft zij verklaard dat de verdachte al eerder haar telefoon had gestolen en dat [verdachte] heeft gedreigd dat hij zou gaan schieten als [B] naar de politie zou gaan, om te vertellen dat zij voor hem moest gaan tippelen. Voorts heeft [B] verklaard dat [G] en [verdachte] hebben gezegd dat ze al haar goederen terug kon krijgen als ze die dag bij het sportcomplex klaar zou staan.(16)

b. [B] heeft op 22 oktober 2008 verklaard dat zij ongeveer een week voor 15 april 2007 [verdachte] in Eindhoven was tegengekomen. Ze kan zich herinneren dat [verdachte] een algemeen verhaal over prostitutie begon en over geld en of het iets voor haar was om als prostituee te werken. Ook vroeg hij haar of ze wist dat hij dat werk al langer deed waarop zij ja heeft geantwoord omdat zij van anderen had gehoord dat hij een loverboy was. Een dag later is zij door [verdachte] gebeld met het verzoek om naar het station in Best te komen. Toen ze aldaar arriveerde is ze bij [verdachte] en een andere jongen in de auto gaan zitten. [verdachte] vertelde over werken in de prostitutie in Antwerpen waarbij ze € 1.000,- per dag kon verdienen. Verder heeft [B] verklaard dat haar telefoon is afgepakt en dat ze haar naar Antwerpen wilden brengen om haar te laten zien hoe de prostitutie aldaar werkt. Nadat de vader van [B] belde is afgezien van deze autorit. Op 22 april 2007 is haar identiteitskaart gestolen door [G] en een andere mobiele telefoon door [verdachte].(17)

c. [B] is door de politie geconfronteerd met een foto van de verdachte. Zij heeft verklaard dat hij de persoon is die zij [verdachte] noemt.(18)

d. De vader en de broer van [B] hebben [G] zien wegrennen bij het sportcomplex in Best; van de plek waar [B] klaar moest staan met kleding en een geldbedrag van € 500,-.(19)

Ten aanzien van de feiten 5 en 6:

De raadsman van de verdachte heeft bepleit dat [C] vrijwillig voor de verdachte in de prostitutie is gaan werken. De verdachte heeft met haar via msn gesprekken gevoerd waaruit blijkt dat zij er gaandeweg zelf voor koos om voor de verdachte in de prostitutie te gaan werken. Voor zover [C] heeft verklaard dat dit niet juist is, is haar verklaring ongeloofwaardig omdat uit het onderzoek is gebleken dat zij zich op haar computer via internet oriënteerde op het werken als prostituee. Ook toen ze als prostituee werkte, was aan haar niet te merken dat dit tegen haar wil was. Bij een controle door de zedenpolitie gaf ze aan dat zij werkte om een eigen bedrijf te kunnen starten en getuige [I] heeft verklaard dat ze ontspannen over kwam. De raadsman heeft verder de juistheid van de verklaring van [C] betwist voor zover zij heeft verklaard dat de verdachte haar controleerde en geld op kwam halen. Met de officier van justitie is de verdediging van mening dat er geen bewijs is voor de ten laste gelege verkrachting.

Overwogen wordt dat in het standpunt van de verdediging onvoldoende onderkend wordt welk proces er heeft plaatsgevonden waardoor [C] uiteindelijk in de prostitutie terecht is gekomen en welke rol de verdachte in dat proces heeft gespeeld. Juist in zaken als deze dient nauwkeurig te worden bezien hoe de eerste contacten tussen de verdachte en de aangeefster verliepen, wat het uiteindelijke resultaat is geweest en op welke wijze de verdachte in de tussenliggende tijd betrokken was. In de hierna volgende overwegingen zal allereerst aan de hand van chat-gesprekken en de verklaring van [C] en de verdachte, worden besproken van welke feiten en omstandigheden de rechtbank uit zal gaan bij de beoordeling van de vraag in hoeverre [C] vrijwillig in de prostitutie is terechtgekomen.

Zondag 6 juli 2008

Uit het onderzoek is gebleken dat [C] in een chat-gesprek op 6 juli 2008 op diens uitnodiging met de verdachte in contact is gekomen. Reeds in dit eerste chat-gesprek dat in een tijdsbestek van drie kwartier plaats vond, werden er over en weer seksueel getinte opmerkingen gemaakt.

Maandag 7 juli 2008

De volgende dag is het [C] die contact opneemt met de verdachte. In dat chat-gesprek komt aan de orde dat zij elkaar zouden kunnen ontmoeten voor een seksueel contact. In het chat-gesprek van dezelfde avond dat kort daarop volgt, is het de verdachte die contact legt met [C]. [C] vraagt de verdachte of hij komt om seks met haar te hebben. Het is in dit gesprek dat de verdachte voor het eerst een vraag stelt die in verband kan worden gebracht met prostitutie. Hij vraagt wat voor werk [C] doet, waarop zij antwoordt, dat ze dom werk doet. Direct daarna vraagt de verdachte of ze achter de ramen werkt of zo. Vervolgens vertelt [C] dat ze werkt als caissière en stelt de verdachte voor om voor hem te werken: "kom voor mij werken, heb je in 1 dag je maand salaris". De verdachte zegt kort daarna: "heb nog plaats in onze club". [C] geeft daarop onder meer het volgende aan: "Ik wil jou wel voor 1000 euro per dag hele dag neuken, maar ga niet heel Damsco en omgeving afwerken voor 50 euro. Nee. Ik wil mijn eigen longe cafe (...) Ik zoek een rijke vent (...) I.Am not that kind of girl." Vervolgens nodigt [C] de verdachte uit om naar haar toe te komen om seks met haar te hebben. Daarna komt aan de orde dat de verdachte zelf een vriendin heeft en van haar af wil. De verdachte geeft aan dat hij wel seks met [C] wil "morgen over morgen" en vraagt haar om haar telefoonnummer, welk nummer ze ook geeft. Vervolgens flirten de verdachte en [C] nog verder waarbij opvalt dat [C] de verdachte onder andere via de webcam probeert te verleiden en dat de verdachte [C] bevestigt en aanmoedigt. De verdachte stelt voor om die avond te komen, maar [C] wil dat niet omdat ze de volgende dag moet werken. Opvallend is dat de verdachte haar dan probeert te bewegen om niet naar haar werk te gaan "je gaat niet dan, fuck it zie het maar als een investering in je toekomst. gwn morgen ziekmelden." De verdachte dringt daarna verder aan door voor te stellen om elkaar de volgende dag in de middag te ontmoeten. Ook dat wijst [C] af omdat ze moet werken. [C] benadrukt dat het haar wel serieus is maar dat ze geen eenmalig contact wil. Daarop geeft de verdachte aan dat hij wel een maand bij [C] wil blijven. Vervolgens flirten de verdachte en [C] verder waarbij [C] benadrukt dat zij beter is dan de vriendin van de verdachte. Daarop antwoordt de verdachte: "ga je ook zoveel geld voor mij verdienen dan kom ik morgen bij jou wonen". [C] antwoordt dat zij niet op die manier haar geld gaat verdienen en dat ze over een paar jaar met een eigen café geld wil verdienen. In het vervolg van het gesprek zegt de verdachte dat hij veel geld nodig heeft en niet genoeg heeft aan het door [C] verdiende geld. Met haar maandsalaris zegt hij twee dagen te doen en dat zijn vriendin in één dag het maandsalaris en de uitkering van [C] (1.100 euro) verdient. De verdachte nodigt [C] nog een keer uit om voor hem te werken: "luister, je bent mooier je pijpt beter ewa jah kom werken dan" en zegt dat hij bij zijn huidige vriendin puur voor het geld is en dat hij [C] gewoon leuk vindt en dat hij met haar trouwt als ze geld voor hem verdient. [C] antwoordt dat ze liever betere seks dan geld heeft en dat ze geen hoertje wil zijn. De verdachte en [C] flirten verder. Opvallend is verder dat [C] de verdachte aantrekkelijk zegt te vinden en dat de verdachte op onzekere vragen van [C] over haar volle lichaam antwoordt dat ze er goed uit ziet. Het gesprek eindigt met de afspraak om elkaar die avond nog te bellen.

Dinsdag 8 juli 2008

De volgende middag neemt de verdachte weer contact op met de verdachte. In dit chat-gesprek komt onder andere aan de orde dat de verdachte weg wil bij zijn vriendin en dat hij geen geld heeft. [C] belooft daarop dat zij vrijdagavond voor de verdachte wil gaan werken, mits het niet achter een raam maar in een gewoon hotel is. Daarnaast blijft [C] aandringen op een relatie met de verdachte. Over het door [C] te verdienen geldt merkt de verdachte op: "jij gaat werken, geld geef je aan mij, ik investeer in onze weed plantage, 15 duizend euro en na 8 weeken haal je 90 rooien uit, is alvast een beetje tog, koop voor je duurste kleeren alleen maar D&G en versace. (...) als je wil kan je nu al beginne tot 1 uur snachts?" De verdachte geeft vervolgens instructies: "ok dan regel ik nu een raam voor jou (...) ik zal je heel de dag in de gaten houden. (...) maar je moet wel weten je wordt veel geneukt en niet kijken hoe mensen eruit zien want alleen met mij neuk je met liefde dus je kan niemand weigeren hoe lelijk diegene ook is, je doet het voor het geld niet voor de liefde, schijt aan gewoon neuken, eerst betalen dan neuken (...) jij staat achter de raam betalen jou, komen binnen neuken zijn binne 10 min weer weg en eid van de avond als ik je kom ophalen dan geef je die geld pas, 50 euro per klant voor 10 min. (...) ok dus zo gaan we het doen tenzij je nee zegt dan hout het op tog. (...) geloof mij zodra je daarachter staat ga ik nooit meer weg bij jou maar jah na de eerste dag dat je daar staat moet mijn naam wel groot achter op je rug." Afgesproken wordt dat [C] toch op donderdagavond al komt. [C] geeft verder aan dat zij samen met de verdachte rijk wil worden, dat ze seks met hem wil en dat ze een toekomst met hem wil. [C] geeft tenslotte nog wel aan dat ze haar gewone werk ook wil blijven doen.

Overwogen wordt dat uit de hiervoor genoemde chat-gesprekken blijkt dat de verdachte geld wilde verdienen door [C] voor hem te laten werken als raamprostituee. [C] gaf aanvankelijk aan dat zij dat niet wilde maar liet zich door de verdachte ompraten waardoor zij - zoals de raadsman heeft opgemerkt - "gaandeweg achter de ramen is terecht gekomen". Enerzijds wenste [C] een bestendige relatie aan te gaan met de verdachte. Anderzijds verbond de verdachte daar de voorwaarde aan dat zij voor hem als prostituee moest gaat werken. [C] heeft bij herhaling aangegeven dat de relatie voor haar belangrijker was dan het zijn van een bron van inkomsten voor de verdachte. Verder wordt duidelijk dat de verdachte al het door [C] in de prostitutie te verdienen geld in zijn bezit wenste te krijgen door voor te stellen om een groot geld bedrag te investeren in een wietkwekerij zodat ze samen rijk zouden kunnen worden.

Donderdag 10 juli 2008

[C] heeft verklaard dat zij op donderdagochtend werd gebeld door de verdachte en dat hij had gezegd dat hij er door zijn vriendin was uitgezet omdat hij [C] als vriendin wilde hebben. Vervolgens stond hij op het station in Nijmegen. [C] heeft zich ziekgemeld bij haar werk en heeft de verdachte van het station opgehaald. Thuis aangekomen heeft ze de verdachte toegang verschaft tot het internet via haar laptop en heeft hij ingelogd op een site. Vervolgens heeft de verdachte zich voor de webcam laten pijpen door [C]. Die avond werd er naar [C] gebeld door mannen die vroegen of zij het meisje was van de site en is er een man bij haar thuis geweest met wie ze tegen betaling seks heeft gehad. Het geld dat de man betaalde, moest ze afgeven aan de verdachte.

Overwogen wordt dat de verdachte heeft erkend dat hij [C] heeft gepijpt. Voorts bestaan er bij de rechtbank, gelet op de chat-gesprekken met de verdachte die aan dit seksueel contact zijn vooraf gegaan, geen twijfels omtrent de juistheid van hetgeen [C] hierover heeft verklaard. In het hierna volgende zal verder nog worden ingegaan op de vraag of [C] de verdachte vrijwillig heeft gepijpt.

Vrijdag 11 juli 2008 en zaterdag 12 juli 2008

[C] heeft voorts verklaard dat zij op vrijdagochtend nog een man heeft ontvangen met wie ze tegen betaling seks heeft gehad. Ook nu moest [C] het door haar verdiende geld aan de verdachte afgeven. In de avond is zij met de verdachte naar Amsterdam gegaan. Daar gaf hij aan dat [C] moest bellen om een kamer te huren. Zij heeft die avond tot de volgende ochtend vijf uur, gewerkt als prostituee. De verdachte kwam een aantal keren langs lopen en nam het geld in ontvangst. In de nacht van zaterdag op zondag heeft [C] wederom werkzaamheden verricht als prostituee. De verdachte vertelde dat ze meer moest gaan verdienen. Verdachte nam het door [C] verdiende geld wederom in ontvangst.

Gelet op het voorgaande bestaan er bij de rechtbank ook geen twijfels over de juistheid van de weergave van deze feiten en omstandigheden door [C].

Zondag 11 juli 2008

[C] heeft verder verklaard dat de verdachte op zondag ruzie heeft gekregen met de verdachte. Deze ruzie kwam erop neer dat de verdachte aangaf, dat [C] naar hem moest luisteren en dat er dan niets zou gebeuren. Daarvoor zou de verdachte tegen [C] hebben gezegd dat hij haar grote bek dicht zou slaan, dat hij zijn vriendin ook al het ziekenhuis in heeft geslagen en dat haar dat ook kon overkomen.

Gelet op de mishandelingen van zijn vriendin, die in deze zaak bewezen zijn verklaard, en hetgeen aan deze ruzie vooraf is gegaan, heeft de rechtbank geen enkele reden om te twijfelen aan de juistheid van deze verklaring van [C].

Maandag 12 juli 2008

[C] heeft verklaard dat zij op maandag ook gewerkt heeft en dat zij op het station in Amsterdam om haar telefoon vroeg om iemand te bellen. De verdachte wilde dat echter niet, waarna hij tegen haar heeft gezegd dat hij haar telefoon kapot zou gooien als ze nog een keer om haar telefoon zou vragen. Vervolgens is [C] terug gegaan naar haar woning in Nijmegen.

Ook de weergave van deze door [C] beschreven feiten, acht de rechtbank in het licht van het voorgaande overtuigend.

Met het vaststellen van deze feiten en omstandigheden die zich in een periode van enkele dagen plaatsvonden, behoeft het nauwelijks motivering dat [C] in een positie verkeerde die niet gelijk was aan de positie waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. [C] moest immers al haar verdiensten afstaan aan de verdachte.

Daarmee is echter de vraag nog niet beantwoord of de vrijwilligheid van [C] geheel of in hoge mate ontbrak. Dienaangaande wordt het volgende overwogen.

Uit de chat-gesprekken blijkt dat [C] naïef over komt. Zo is het opmerkelijk dat [C] zich in een paar dagen door een onbekende man via chat-gesprekken (met webcam) en telefoongesprekken om liet praten om voor hem in de prostitutie te gaan werken. Het is minstens zo opmerkelijk dat zij leek te geloven dat de verdachte bij zijn vriendin weg zou gaan en dat hij samen met haar een mooie toekomst op zou bouwen waarbij alleen zij zou werken en veel geld zou verdienen waardoor ze samen rijk zouden kunnen worden. De verdachte heeft niet veel moeite hoeven te doen om [C] achter de ramen te krijgen en om haar al het door haar verdiende geld aan hem af te laten staan. Gelet op deze omstandigheden ziet de rechtbank zich gesteld voor de vraag of er in dit geval omstandigheden zijn aan te wijzen die het naïeve en impulsieve gedrag van [C] kunnen verklaren.

Uit een nauwkeurige lezing van de chat-gesprekken blijkt allereerst dat de verdachte via chat-gesprekken contact heeft gelegd met [C] teneinde haar op een geslepen wijze te werven ten behoeve van de prostitutie waarbij het op voorhand al de bedoeling was dat [C] al haar verdiensten ten behoeve van de verdachte diende af te staan. Hij wist [C] door haar te bevestigen en aan te moedigen, snel voor zich in te palmen. De verdachte gaat daarbij zo voortvarend te werk dat [C] nauwelijks de tijd had om tot zichzelf te komen. De verdachte geeft in die chat-gesprekken weliswaar enkele keren aan dat het de eigen keuze is van [C] en dat deze keuze belangrijk is voor haar verdere leven, maar geeft haar nauwelijks tijd en ruimte om daarover na te denken. Integendeel, hij stelt haar voor een absolute keuze. De rechtbank acht het van groot belang om deze gang van zaken te beoordelen tegen de achtergrond dat [C] een IQ heeft van 67, wat inhoudt dat haar intelligentie in het grensgebied van licht verstandelijk gehandicapt en zwakbegaafdheid ligt.(20) In dat licht bezien heeft de verdachte [C] overrompeld door snel te werk te gaan. Aangenomen kan worden dat [C] de bedoelingen van de verdachte niet dan wel onvoldoende heeft kunnen doorzien. Onder deze omstandigheden had iemand als [C] geen reële kans om een verstandige afweging te maken over het werken in de prostitutie. Integendeel, de verdachte drong zich op door plotsklaps op donderdagochtend op het station in Nijmegen te staan en [C] te bellen met de smoes dat hij en zijn vriendin uit elkaar waren waardoor hij op straat stond. Verder was de eerste ontmoeting met [C] op donderdag 10 juli 2008 voor de verdachte blijkbaar geen reden om af te zien van zijn plannen. Hij is echter in hetzelfde tempo doorgegaan door zich die donderdag voor de webcam door [C] te laten pijpen waarop mannen een afspraak met [C] konden maken. Een paar uur later had [C] haar eerste klant en de volgende dag zat zij op aanwijzingen van de verdachte achter de ramen in Amsterdam. Het gedrag van de verdachte jegens [C] krijgt vervolgens een steeds grimmiger karakter. De verdachte heeft [C] nog verder in een kwetsbare positie gebracht door haar telefoon en pinpas af te nemen. Hij heeft haar tenslotte dreigend duidelijk gemaakt dat zij naar hem moest luisteren.

Door op deze wijze te werk te gaan bij een vrouw met een matige intelligentie heeft de verdachte misbruik gemaakt van uit feitelijke verhoudingen voortvloeiend overwicht en haar kwetsbare positie. Geoordeeld wordt dat de vrijwilligheid van [C] in hoge mate ontbrak en dat sprake is van een uitbuitingssituatie.

Uit het voorgaande volgt dat de rechtbank ook ten aanzien van het onder 6. ten laste gelegde feit van oordeel is dat de vrijwilligheid van [C] ontbreekt. Door de genoemde feitelijkheden heeft de verdachte [C] gedwongen om hem te pijpen. De verdachte liet zich immers enkel pijpen om de reden dat hij zodoende reclame kon maken voor de door [C] te verrichten prostitutiewerkzaamheden. De rechtbank begrijpt uit de verklaring van [C] dat dit een open verbinding betrof via een site op internet, waarna telefonisch met [C] kon worden afgesproken, hetgeen ook gebeurde. De rechtbank acht derhalve zowel het onder 5. als onder 6. ten laste gelegde feit wettig en overtuigend bewezen.

De volgende bewijsmiddelen zijn redengevend voor dit oordeel.

a.De TMF chat-gesprekken tussen de verdachte en [C].(21)

b.De aangifte waarin [C] heeft verklaard dat de verdachte via chat-gesprekken contact heeft gelegd met haar en heeft gezegd dat zij geld in de prostitutie kon verdienen. Voorts heeft hij via internet kenbaar gemaakt dat [C] seksuele diensten verrichtte. Hij heeft [C] naar Amsterdam gebracht, telefoonnummers van prostitutiepanden gegeven waarna [C] als prostitué aan het werk is gegaan. Verder heeft de verdachte de telefoon en pinpas van [C] afgepakt en haar bedreigd. Het geld dat [C] als prostituee verdiende moest ze afstaan aan de verdachte.(22) Voorts heeft [C] in deze aangifte verklaard dat zij de verdachte heeft gepijpt, dat dit op internet kwam via de webcam en dat zij vervolgens werd gebeld door mannen die seks met haar wilden.(23)

c. De verdachte heeft erkend dat hij [C] voor zich heeft laten werken als prostituee en dat zij voor hem in Amsterdam achter de ramen heeft gewerkte en dat zij geld aan hem af moest staan.(24)

d. De verdachte heeft erkend dat hij zich door [C] heeft laten pijpen.(25)

Ten aanzien van feit 7:

De verdachte zal worden vrijgesproken van het gooien van een fles tegen het hoofd van [E] omdat uit het onderzoek is gebleken dat dit niet een fles maar een glas betrof. Dat betekent dat de verdachte eveneens dient te worden vrijgesproken van de mishandeling van [D]. De rechtbank acht wel wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte [E] heeft gestompt waardoor zij pijn had. De volgende bewijsmiddelen zijn daarvoor redengevend.

a. [E] heeft verklaard dat zij op 22 april 2007 in café Backstreet te Eindhoven op haar achterhoofd is geslagen door de verdachte, waardoor zij hevige pijn voelde.(26)

b. [D] heeft verklaard dat de verdachte agressief was jegens [E].(27)

c. De verdachte heeft verklaard dat hij ruzie had met [E].(28)

Ten aanzien van feit 8:

De rechtbank acht deze beschadiging van een auto wettig en overtuigend bewezen op grond van de volgende bewijsmiddelen.

a. [E] heeft verklaard dat de verdachte op 19 maart 2007 met [E] wilde praten. Nadat zij had aangegeven dat niet te willen, heeft de verdachte tegen haar auto aangetrapt.(29)

b. De verdachte heeft bekend dat hij een trap tegen de auto heeft gegegeven en dat er daardoor een deuk in de deur zat.(30)

Ten aanzien van feit 9:

Anders dan de raadsman acht de rechtbank dit feit wettig en overtuigend bewezen. Daartoe zijn de volgende bewijsmiddelen redengevend.

a. [E] heeft verklaard dat de verdachte op 22 april 2007 te Eindhoven [E] heeft bedreigd, door te zeggen dat hij haar kapot zou maken als zij hem niet wilde.(31)

b. De verdachte heeft erkend dat hij woedend was op [E] en verklaard dat het mogelijk is dat hij haar heeft bedreigd.(32)

3.4 De bewezenverklaring

Op grond van vorenstaande acht de rechtbank wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder feit 1, feit 2 eerste en tweede alternatief, feit 3, feit 4 eerste alternatief, feit 5 eerste, tweede en derde alternatief, feit 6, feit 7, feit 8 en feit 9 telastgelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de telastlegging voorkomende type- en taalfouten, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - dat:

1.

hij op 29 augustus 2008 te 's-Gravenhage opzettelijk een persoon

(te weten zijn vriendin [A]), met zijn, verdachtes, vuist

met kracht in het gezicht heeft geslagen/gestompt, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

2.

hij in de periode van 1 april 2008 tot en met 31 augustus 2008 te 's-Gravenhage en Utrecht, dan wel elders in Nederland, een ander, genaamd [A] door dwang, geweld of andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of andere feitelijkheden, heeft geworven, en/of bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten te weten prostitutiewerkzaamheden, immers heeft hij verdachte

- die [A] meermalen geslagen en verkracht en

- gedreigd haar dochtertje en haar ouders te mishandelen en te doden en

- het door die [A] met prostitutiewerkzaamheden (zelfstandig) verdiende geld weggenomen en

- als die [A] naar haar geld vroeg, die [A] geslagen;

en

hij in of omstreeks de periode van 1 april 2008 tot en met 31 augustus 2008 te 's-Gravenhage en Utrecht en (elders) in Nederland opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [A], immers heeft hij, verdachte, meermalen geldbedragen, die door die [A] met prostitutiewerkzaamheden waren verdiend van die [A] afgenomen en gekregen;

3.

hij in de periode van 1 april 2008 tot en met 22 juni 2008 te Utrecht en Eindhoven, opzettelijk [A], meerdere malen:

- tegen het gezicht en/of het hoofd heeft geslagen en

- (krachtig) aan de haren heeft getrokken en

- tegen het hoofd en het lichaam heeft geschopt en getrapt,

waardoor die [A] letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden;

4.

hij in de periode van 1 april 2007 tot en met 22 april 2007 te Best en te Eindhoven, tezamen en in vereniging met een ander, [B] door dwang of andere feitelijkheden of door dreiging met geweld of andere feitelijkheden, heeft geworven met het oogmerk van uitbuiting van die [B], immers hebben hij, verdachte en zijn mededader:

- (tweemaal) een telefoon van die [B] en de identiteitskaart

van die [B] afgenomen en

- die [B] opgedragen voor hem, verdachte en zijn mededader te gaan werken in de prostitutie (waardoor en waarna die [B] haar goederen weer terug kon krijgen) en

- die [B] opgedragen op een vastgestelde tijd op een vastgestelde plaats klaar te staan met kleding en geld (500 euro) en

- die [B] gezegd dat indien die [B] naar de politie zou gaan, dat hij verdachte en/of zijn mededader zou gaan schieten;

5.

hij in de periode van 1 juli 2008 tot en met 15 juli 2008 te Amsterdam en Nijmegen, [C] door dwang of andere feitelijkheden en door dreiging met geweld of andere feitelijkheden dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik te maken van een kwetsbare positie heeft geworven en vervoerd met het oogmerk van uitbuiting van die [C] immers heeft hij, verdachte:

- via MSN contact met die [C] gelegd en

- via internet kenbaar gemaakt dat die [C] sexuele diensten verrichtte en

- die [C] naar het prostitutiegebied in Amsterdam gebracht en

- die [C] telefoonnummers gegegeven van prostitutiepanden in Amsterdam en

- die [C] tot prostitutie gedwongen en gebracht en

- die [C] opgedragen haar verdiende geld geheel af te staan en (daartoe)

- die [C] bedreigd en

- persoonlijke eigendommen, zoals telefoon en pinpas van die [C] afgenomen en

- die [C] tot orale sex gedwongen (teneinde haar in de prostitutie te brengen);

en

hij in de periode van 1 juli 2008 tot en met 15 juli 2008 te Amsterdam en Nijmegen,

[C] door dwang of andere feitelijkheden en door dreiging met geweld of andere feitelijkheden dan wel door misbruik van uit feitelijke omstandigheden voortvloeiend overwicht en door misbruik te maken van een kwetsbare positie heeft gedwongen en bewogen zich beschikbaar te stellen tot het verrichten van arbeid en/of diensten (prostitutiewerkzaamheden), immers heeft hij verdachte contact met die [C] gelegd en

- via internet kenbaar gemaakt dat die [C] sexuele diensten verrichtte en

- die [C] naar het prostitutiegebied in Amsterdam gebracht en

- die [C] telefoonnummers gegegeven van prostitutiepanden in Amsterdam en

- die [C] tot prostitutie gedwongen en gebracht en

- die [C] opgedragen haar verdiende geld af te staan en (daartoe)

- die [C] bedreigd en

- persoonlijke eigendommen, zoals telefoon en pinpas van die [C] afgenomen en

- die [C] tot orale sex gedwongen (teneinde haar in de prostitutie te brengen);

en

hij in de periode van 1 juli 2008 tot en met 15 juli 2008 te Amsterdam en te Nijmegen opzettelijk voordeel heeft getrokken uit de uitbuiting van [C] door die [C] het door haar met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld aan hem, verdachte, te laten afstaan.

6.

hij op 10 juli 2008 te Nijmegen, door geweld of een andere feitelijkheid [C] heeft gedwongen tot het ondergaan van handelingen die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [C], te weten zijn, verdachtes, penis in haar mond brengen, welk geweld of andere feitelijkheid hierin heeft bestaan dat verdachte opzettelijk haar hoofd heeft vastgepakt en haar hoofd (met kracht) naar zijn, verdachtes, kruis heeft geduwd en tegen haar heeft gezegd dat zij hem, verdachte, moest pijpen;

7.

hij op 22 april 2007 te Eindhoven [E] opzettelijk heeft mishandeld door die [E] met gebalde vuist tegen het hoofd te stompen waardoor die [E] pijn heeft bekomen.

8.

hij op 19 maart 2007 te Eindhoven opzettelijk en wederrechtelijk een personenauto, toebehorende aan [E], heeft beschadigd.

9.

hij op 22 april 2007 te Eindhoven [E] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, immers heeft verdachte opzettelijk voornoemde Kerkhof dreigend de woorden toegevoegd: "ik maak je kapot als je mij niet wilt".

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat de verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder feit 1, feit 2 eerste en tweede alternatief, feit 3, feit 4 eerste en tweede alternatief, feit 5 eerste, tweede en derde alternatief, feit 7, feit 8 en feit 9 wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 4 jaren, waarvan 1 jaar voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarden reclasseringscontact, ook als dat agressietraining inhoudt en een contactverbod ten aanzien van slachtoffer [C]. Ten aanzien van feit 6 verzoekt de officier van justitie om vrijspraak, omdat dit feit niet wettig en overtuigend bewezen kan worden.

De officier van justitie vordert, indien de rechtbank ten aanzien van feit 4 meent dat er geen sprake is van een voltooid delict, dat dan in ieder geval de poging daartoe bewezen is te achten zoals subsidiair is telastgelegd onder feit 4 eerste en tweede alternatief.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsman heeft zich verzet zich tegen het opleggen van een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf, omdat dit het leven van cliënt en zijn huidige relatie met [A] zwaar onder druk zal zetten. De raadsman verzoekt derhalve, indien de rechtbank tot een bewezenverklaring van de feiten komt, om het opleggen van een straf die gelijk is aan het voorarrest en om het opleggen van een voorwaardelijke vrijheidsstraf in combinatie met een werkstraf.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank gaat voorbij aan het standpunt van de verdediging omdat zij de feiten te ernstig acht om te volstaan met de door de raadsman voorgestelde straf.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan het meermalen mishandelen van zijn vriendin [A], hetgeen hij ook heeft bekend. Tevens heeft de verdachte [A] vanaf april 2008 ertoe gedwongen voor hem in de prostitutie te werken. Aanvankelijk heeft de verdachte haar geld gestolen, maar later heeft hij het geld door haar af laten staan waarbij hij misbruik heeft gemaakt van de situatie. De verdachte heeft [A] onder zware druk gezet door niet alleen te dreigen met geweld, maar haar ook daadwerkelijk te slaan. De verdachte heeft zich door deze vorm van uitbuiting schuldig gemaakt aan mensenhandel.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mensenhandel in vereniging ten aanzien van [B], door haar samen met zijn mededader te werven om in de prostitutie te gaan werken. De rechtbank neemt het de verdachte bijzonder kwalijk dat hij zijn slachtoffer onder zware druk gezet, door te dreigen te gaan schieten als zij naar de politie zou gaan.

Verder heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mensenhandel ten aanzien van [C]. [C] is een zwakbegaafde jonge vrouw die onvoldoende voor zichzelf op kan komen. De verdachte heeft [C] door middel van de typerende "loverboy-techniek" van "grooming" weten in te palmen. De verdachte heeft op ernstige wijze een inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van [C] door haar achter de ramen in Amsterdam te zetten, zich te laten prostitueren en tevens misbruik van haar te maken door orale seks met hem te hebben. Ook moest [C] al het door haar verdiende geld aan de verdachte afstaan.

Door aldus te handelen heeft de verdachte ernstig misbruik gemaakt van een drietal vrouwen. De verdachte heeft zijn persoonlijk gewin daarbij uitdrukkelijk voorop gesteld. De rechtbank is van oordeel dat deze vorm van mensenhandel - de zogenaamde "loverboypraktijken" - reeds uit het oogpunt van generale preventie fors bestraft dient te worden.

Voorts heeft de verdachte zich schuldig gemaakt aan mishandeling, bedreiging en beschadiging van een personenauto ten aanzien van zijn ex-vriendin [E]. Door de mishandeling heeft de verdachte niet alleen het slachtoffer pijn toegebracht maar ook gezorgd voor gevoelens van onveiligheid bij personen die zich in het café bevonden. Door de bedreiging heeft de verdachte bij het slachtoffer gevoelens van angst en onveiligheid teweeg gebracht. De trap tegen de auto, heeft financiële schade tot gevolg.

Bij het bepalen van de op te leggen straf is tevens acht geslagen op een de verdachte betreffend uittreksel uit het Justitieel Documentatieregister d.d. 01 september 2008. Zoals blijkt uit dit uittreksel is de verdachte in het verleden veelvuldig voor diefstallen en ernstige geweldsdelicten veroordeeld.

Voorts is acht geslagen op een Voorlichtingsrapport van de afdeling reclassering van de Stichting Welzijn- en Gezondheidszorg Van het Leger des Heils in het Arrondissement 's-Gravenhage, d.d. 20 november 2008. De rapporteur adviseert om een (deels) voorwaardelijke vrijheidsstraf op te leggen met een verplicht reclasseringscontact als bijzondere voorwaarde, ook als dat inhoudt het volgen van een agressietraining en behandeling bij het GGZ voor verdachtes alcoholverslaving en eventuele relatietherapie.

De rechtbank zal het advies van de reclassering overnemen en acht een vrijheidsstraf van na te noemen duur passend en geboden. Een deel daarvan zal voorwaardelijk worden opgelegd met de door de reclassering voorgestelde bijzondere voorwaarden.

7. De vordering van de benadeelde partij

7.1. De vordering

[B] heeft zich gesteld en vordert aan materiële schade een bedrag van € 3.671,42 en aan immateriële schade een bedrag van € 3000,00. Het totale bedrag aan gevorderde schadevergoeding bedraagt derhalve € 6.671,42.

7.2. Het standpunt van de officier van justitie

De officier van justitie heeft geconcludeerd dat het bedrag aan materiële schadevergoeding niet alleen aan de verdachte kan worden verweten. De vordering tot immateriële schadevergoeding wordt weliswaar onderbouwd door een uitspraak, maar deze is niet als bijlage bij de vordering gevoegd. De officier van justitie meent daarom dat aan [B] een voorschot ten bedrage van € 1.000,- dient te worden toegekend voor zowel de materiële als de immateriële schade, met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel indien de rechtbank tot een veroordeling komt.

7.3. Het standpunt van de verdediging

De raadsman meent dat de vordering niet van zodanig eenvoudige aard is, dat die in deze strafzaak kan worden afgedaan. De indruk bestaat dat er ten aanzien van de immateriële schade kennelijk al eerder psychische problemen bij [B] aanwezig waren, waardoor deze niet volledig aan de verdachte te wijten is. De raadsman verzoekt de rechtbank daarom de vordering niet-ontvankelijk te verklaren.

7.4. Het oordeel van de rechtbank

De rechtbank zal de benadeelde partij niet-ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien de vordering niet van zo eenvoudige aard is dat zij zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en is gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 14d, 55, 57, 242, 273f, 285, 300, 304, 350 van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het bij gewijzigde dagvaarding onder feit 1, feit 2 eerste en tweede alternatief, feit 3, feit 4 eerste alternatief, feit 5 eerste, tweede en derde alternatief, feit 6, feit 7, feit 8 en feit 9 telastgelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 en feit 3:

mishandeling van zijn levensgezel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 2 eerste en tweede alternatief en feit 5 eerste, tweede en derde alternatief :

mensenhandel, meermalen gepleegd;

ten aanzien van feit 4 eerste alternatief :

mensenhandel in vereniging;

ten aanzien van feit 6:

verkrachting;

ten aanzien van feit 7:

mishandeling;

ten aanzien van feit 8:

opzettelijk en wederrechtelijk enig goed dat geheel ten dele aan een ander toebehoort, beschadigen;

ten aanzien van feit 9:

bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 4 (vier) jaren;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 29 augustus 2008,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 1 september 2008,

gevangenhouding : 15 september 2008,

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 1 jaar niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit alsmede onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarden;

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geveen door of namens het leger des Heils te Den Haag, zolang die instelling zulks nodig acht, ook indien dat inhoudt een behandeling bij de GGZ vanwege zijn alcoholverslaving, het volgen van een agressieregulatietraining of het ondergaan van relatietherapie;

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid van het Wetboek van Strafrecht;

dat de veroordeelde generlei wijze contact op zal nemen met slachtoffer [C].

bepaalt dat de benadeelde partij [B] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat zij de vordering in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten door de verdachte ter verdediging tegen die vordering gemaakt, tot op heden begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Timmermans, voorzitter,

De Bruijn en De Groot, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. Chomsky, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 13 maart 2009.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt -tenzij anders vermeld- bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren van de politie Haaglanden. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's betreffen dit de pagina's van de processen-verbaal met het nummer PL1512/2008/45040 (blz. 01 t/m 37), gedateerd 31 augustus 2008, PL15J1/2008/3207 (doorgenummerd blz. 01 t/m 266), PL0915/08-009754 (blz. 01 t/m 33), PL08-091129 (doorgenummerd blz. 01 t/m 550), PL08900/08-091129 (ongenummerd) en PL 2233/07-004220 (blz. 01 t/m 20).

2 Proces-verbaal van aanhouding, PL1512/2008/45040, blz. 12

3 Proces-verbaal van verhoor aangever [A], PL1512/2008/45040, blz. 23

4 Eigen waarneming van de rechtbank van de fotoreportage die is gevoegd bij het proces-verbaal van verhoor aangever [A] (vervolg aangifte), PL1512/2008/45040, blz. 27-28

5 Proces-verbaal van verhoor verdachte, PL1512/2008/45040, blz. 34 alsmede de verklaring van de verdachte ter terechtzitting.

6 Proces-verbaal van verhoor aangever [A], PL1512/2008/45040, blz. 22-24 en het niet door [A] ondertekende proces-verbaal van verhoor getuige [A], PL15J1/2008/3207, blz. 18-19

7 Proces-verbaal van verhoor [A], PL1512/2008/45040, blz. 23 en het niet door [A] ondertekende proces-verbaal van verhoor getuige [A], PL15J1/2008/3207, blz. 19

8 Proces-verbaal van verhoor verdachte, PL15J1/2008/3207, blz. 123

9 Proces-verbaal van verhoor verdachte, PL15J1/2008/3207, blz. 122

10 Proces-verbaal van verhoor aangever [A], proces-verbaal PL0915/08-009754, blz. 17 en 18

11 Eigen waarneming van de rechtbank van de fotoreportage die is gevoegd bij het proces-verbaal van verhoor aangever [A], PL0915/08-009754, blz. 20-21

12 Proces-verbaal van verhoor verdachte, PL0915/08-009754, blz. 31

13 Proces-verbaal van verhoor verdachte, PL15J1/2008/3207, blz. 122

14 Proces-verbaal van aangifte [B], PL15J1/2008/3207, blz. 242

15 Getuigenverklaring van [B] bij de rechter-commissaris van deze rechtbank, afgelegd op 15 januari 2009 onder 15 en 16

16 Proces-verbaal van aangifte [B], PL15J1/2008/3207, blz. 243

17 Proces-verbaal van aangifte [B], PL15J1/2008/3207, blz. 237 e.v., meer in het bijzonder blz. 239, 240 en 241

18 Proces-verbaal van verhoor aangeefster [B], PL 15J1/2008/3207, blz. 234

19 Proces-verbaal van getuige [B], PL15J1/2008/3207, blz. 222

20 Een geschrift, te weten een psychologisch onderzoek d.d. 21 oktober 2004, proces-verbaal PL08-091129, blz. 41-42

21 Een geschrift, te weten een schriftelijke weergave van de tussen de verdachte en [C] gevoerde chatgesprekken, BOB-dossier, blz. 434 tot en met 496 in hun geheel en meer in het bijzonder de in de overwegingen opgenomen passages.

22 Proces-verbaal van aangifte [C], PL08-091129, blz. 58 e.v., meer in het bijzonder blz. 62, 62 en 63

23 Idem, blz. 69 tot en met 72.

24 Proces-verbaal van verhoor verdachte, PL081A/08-091129, blz. 292 e.v., meer in het bijzonder blz. 295, 296

25 Proces-verbaal van verhoor verdachte, PL081A/08-091129, blz. 332 e.v., meer in het bijzonder blz. 337

26 Proces verbaal van aangifte [E], PL 2233/07-004220, blz. 4

27 Proces-verbaal van aangifte door [D], PL2204/07-047922, blz. 6 e.v.

28 Proces-verbaal van verhoor verdachte, PL2233/07-047898, blz. 15 e.v.

29 Proces-verbaal van aangifte [E], PL 2233/07-004220, blz. 9

30 Verklaring verdachte, PL 2233/07-004220, blz. 13

31 Proces verbaal van aangifte [E], PL 2233/07-004220, blz. 10

32 Proces-verbaal van verhoor verdachte, PL 2233/07-004220, blz. 13