Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH6046

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-03-2009
Datum publicatie
13-03-2009
Zaaknummer
09/758400-07
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Niet in geschil is dat de hiervoor aangehaalde gesprekken die worden toegeschreven aan verdachte ook daadwerkelijk door hem zijn gevoerd. Dit betekent dat hij op 31 maart en 1 april 2004 contact heeft gehad met, volgens het onderzoek, [X], een medeverdachte in deze zaak en over wie verdachte ter terechtzitting van 16 mei 2008 heeft verklaard dat hij hem kent. Verder kan worden vastgesteld dat de persoon van verdachte overeenkomsten vertoont met het door [slachtoffer] gegeven signalement van het bodybuilder type. De rechtbank overweegt dat het voorgaande een aanwijzing oplevert voor verdachtes betrokkenheid bij de hem tenlastegelegde feiten. Nu zich in het dossier echter geen aanvullende bewijsmiddelen bevinden die deze aanwijzing nader concretiseren of ondersteunen, is de rechtbank van oordeel dat niet voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring. De door het Openbaar Ministerie benadrukte (sportieve) verleden van verdachte, wat daarvan ook zij, maakt dat oordeel niet anders. Verdachte zal daarom van de hem gemaakte verwijten worden vrijgesproken. Zie ook LJN: BH5643, BH5940 en BH5997 (medeverdachten)

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/758400-07

Datum uitspraak: 11 maart 2009

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officieren van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1959,

adres: [adres].

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is - na een regiezitting op 5 maart en 10 maart 2008 - gehouden ter terechtzitting van 14, 16, 21 en 22 april 2008, 16 mei 2008, 2 oktober 2008, 26 en 29 januari 2009, 4 en 26 februari 2009.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officieren van justitie

mrs. Backer en Ferdinandusse en van hetgeen door de raadsman van de verdachte, mr. J-H. L.C.M. Kuijpers, advocaat te Amsterdam, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. Het feitelijk relaas

De rechtbank gaat uit van de volgende feiten, welke ook voor het Openbaar Ministerie en de verdediging vast staan:

* sinds eind 1996 bankierde (medeverdachte) [Q] bij de Clariden Bank (een volle dochter van Crédit Suisse) te Zürich, in verband met de op handen zijnde verkoop van Het Financiële Dagblad;

* [slachtoffer] werd, op aanbeveling van mr. [A], de civielrechtelijk advocaat van [Q], relationship manager voor [Q];

* het opzetten van een trustconstructie, die voorzag in de afdekking van de risico's voor [Q], was onderdeel van die op handen zijnde verkoop van Het Financiële Dagblad;

* [Q] heeft, eveneens met het oog op die op handen zijnde verkoop van Het Financiële Dagblad, de rechtspersoon [naam rechtspersoon] Investments Ltd opgericht;

* de directie over [naam rechtspersoon] werd gevoerd door [trustkantoor] Holdings Ltd., een trustkantoor gelieerd aan de Clariden Bank/Credit Suisse;

* eind 1999 introduceerde [Q] [B] bij de Clariden Bank;

* [Q] nam samen met [B] deel in het vastgoedproject "[vastgoedproject]";

* [B] opende een zakelijke rekening bij de Clariden Bank op naam van zijn besloten vennootschap [BV] Holding en een privérekening onder nr. [nummer], die met de codenaam "[codenaam]" werd aangeduid;

* [slachtoffer] werd de accountmanager voor [B] en [BV] Holding;

* [Q] heeft blanco pandbrieven (hierna: pledges) ondertekend(1);

* deze pledges worden op enig moment door de Clariden Bank ingeroepen als gevolg waarvan banktegoeden van [Q] zijn bevroren, en een geschil ontstaat tussen [Q] enerzijds en [slachtoffer] en de Clariden Bank anderzijds(2);

* [Q] verwijt [slachtoffer] dat laatstgenoemde de blanco, door [Q] ondertekende, pledges zonder zijn toestemming heeft gebruikt om een krediet aan [B] te dekken(3);

* sinds 2001 zijn er door en namens [Q] (moeizame) besprekingen gevoerd met de Clariden Bank en [slachtoffer], teneinde [slachtoffer] te bewegen een verklaring op te stellen dat de pledges door hem oneigenlijk waren gebruikt(4);

* [slachtoffer] heeft tot 1 april 2004 steeds geweigerd een dergelijke verklaring op te stellen(5);

* [Q] stelt als gevolg van het handelen van [slachtoffer] een verlies te hebben geleden van € 475.499(6);

* in de zomer van 2001 vertrok [slachtoffer] bij de Clariden Bank en begon, als zelfstandig vermogensbeheerder, zijn eigen bedrijf(7);

* op 1 april 2004 hebben [Q] en [slachtoffer] elkaar in restaurant [naam restaurant] te Den Haag ontmoet en hun gesprek vervolgens voortgezet in het kantoor van [Q], boven restaurant [naam restaurant](8);

* tijdens deze ontmoeting heeft [slachtoffer] in het kantoor van [Q] één verklaring met de hand geschreven en één reeds bestaande tekst voorzien van zijn handtekening; beide stukken zien op het handelen van [slachtoffer] ten aanzien van de pledges(9);

* mr. [A] is op enig moment bij deze ontmoeting in het kantoor van [Q] aanwezig geweest(10);

* op 1 april 2004, omstreeks 12.10 uur, is een automobiliste op het Lange Voorhout vlak voor hotel Des Indes ingereden op de heer Van Aartsen, destijds voorzitter van de VVD-fractie in de Tweede Kamer(11);

* op 2 april 2004 is [slachtoffer] in Zürich (Zwitserland) naar het politiebureau gegaan om aangifte te doen tegen [Q] en onbekende anderen(12);

* op 2 april 2004 is [slachtoffer] door arts dr. [C] onderzocht. In haar rapport stelt zij de diagnose: schedelkneuzing, halswervel-distortie en thoraxkneuzing(13);

* op 5 april 2004 zijn de door [slachtoffer] in het kantoor van [Q] getekende verklaringen door mr. [A] aan [D], een oud-medewerker van de Clariden Bank, gefaxt(14);

* op 13 april 2004 heeft [slachtoffer] tegenover de Zwitserse politie een verklaring afgelegd(15);

* op 30 juni 2004 is [Q], naar aanleiding van de aangifte en de verklaring van [slachtoffer] op de luchthaven te Zürich (Zwitserland) aangehouden(16);

3. De tenlastelegging

Aan de verdachte is - na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting van 14 april 2008 - ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 01 april 2004 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk [slachtoffer] wederrechtelijk van de vrijheid heeft beroofd en/of beroofd gehouden, immers heeft (hebben) hij verdachte en/of een of meer van zijn mededader(s) met dat opzet

- onder valse voorwendselen (zijnde de belofte dat die [slachtoffer] aan een nieuwe zakenrelatie zou worden voorgesteld) naar een (kantoor)ruimte (van de heer [Q]) gelokt en/of

- in een/die (kantoor)ruimte (van de heer [Q]) de uitweg geblokkeerd (door er voor te gaan staan) en/of

- de deur op slot gedaan en/of

- die [slachtoffer] in een stoel gedrukt en/of gedrukt gehouden en/of

- die [slachtoffer] geschopt en/of getrapt tegen het lichaam en/of

- die [slachtoffer] geslagen en/of gestompt tegen het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam en/of

- (die [slachtoffer]) dreigend een schaar en/of een briefopener getoond en/of voor het gezicht van die [slachtoffer] gehouden en/of

- met een schaar en/of een briefopener stekende bewegingen gemaakt in de richting van die [slachtoffer] en/of

- tegen die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] de waarheid moest zeggen anders zou hij niet meer uit het kantoor komen en/of dat een zakelijk geschil (met de Clariden Bank) moest

worden opgelost anders zou geweld worden gebruikt, althans woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

en aldus voor die [slachtoffer] een dreigende situatie gecreëerd waaraan hij zich niet kon onttrekken en/of die [slachtoffer] gedurende enige tijd belet te gaan en te staan waar hij

wilde;

art 282 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 01 april 2004 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met één of meer anderen, althans alleen, opzettelijk en met voorbedachten rade mishandelend, althans opzettelijk mishandelend, een persoon, [slachtoffer], opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk heeft geschopt en/of getrapt tegen het lichaam en/of heeft geslagen en/of gestompt tegen het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam, tengevolge waarvan [slachtoffer] enig lichamelijk letsel heeft bekomen en/of pijn heeft ondervonden;

art 301 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks 01 april 2004 te 's-Gravenhage, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) opzettelijk dreigend een schaar en/of een briefopener getoond en/of voor het gezicht van die [slachtoffer] gehouden en/of met die schaar en/of die briefopener stekende bewegingen gemaakt in de richting van die [slachtoffer] en/of tegen die [slachtoffer] gezegd dat die [slachtoffer] de waarheid moest zeggen anders zou hij niet meer uit het kantoor komen en/of dat een zakelijk geschil (met de Clariden Bank) moest worden opgelost anders zou geweld worden gebruikt en/of woorden van gelijke dreigende aard en/of strekking;

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4.

hij op of omstreeks 01 april 2004 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van (een) geschreven verklaring(en) (betreffende een zakelijk geschil), in elk geval van enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s), welk geweld en/of welke bedreiging met geweld bestond(en) uit het schoppen en/of trappen tegen het lichaam en/of het slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam en/of het dreigend tonen van een schaar en/of een briefopener en/of het maken van stekende bewegingen naar die [slachtoffer] met die schaar en/of die briefopener;

art 317 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

en/of

hij op of omstreeks 01 april 2004 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, [slachtoffer], door geweld of enige andere feitelijkheid en/of door bedreiging met geweld of enige andere feitelijkheid gericht tegen [slachtoffer] wederrechtelijk heeft gedwongen iets te doen, niet te doen of te dulden, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) die [slachtoffer] gedwongen (een) verklaring(en) (betreffende een zakelijk geschil met [Q]) te tekenen terwijl het geweld en/of die bedreiging met geweld bestond uit het schoppen en/of trappen tegen het lichaam en/of het slaan en/of stompen tegen het hoofd en/of het gezicht en/of het lichaam en/of het dreigend tonen van een schaar en/of een briefopener en/of het maken van stekende bewegingen naar die [slachtoffer] met die schaar en/of die briefopener;

art 284 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

4. Het strafrechtelijk onderzoek(17)

Het strafrechtelijk onderzoek tegen [Q] is, na zijn aanhouding in Zwitserland op 30 juni 2004, als volgt verlopen:

* op 30 juni 2004, 1, 2, en 16 juli 2004 is [Q] in Zwitserland gehoord en heeft - kort samengevat - verklaard, dat [slachtoffer] de bewuste verklaringen vrijwillig heeft opgesteld c.q. ondertekend(18);

* op 1 en 14 juli 2004 en op 17 augustus 2004 is aangever [slachtoffer] aanvullend in Zwitserland gehoord en heeft - kort samengevat - verklaard, dat hij door [Q] en vier anderen in het kantoor van [Q] is opgesloten, mishandeld, bedreigd en gedwongen verklaringen te schrijven c.q. te ondertekenen(19);

* op 5, 8, 9 en 12 juli 2004 is [D] in Zwitserland gehoord(20);

* op 16 juli 2004 is [Q] in Zwitserland, door officier van justitie mevrouw S. Steinhauser, in vrijheid gesteld(21).

* op 2 september 2004 is het medisch rapport van dr. [C] d.d. 2 april 2004, door prof.dr. [E] en dr. [C] toegelicht(22);

* op 14 oktober 2005 is een medisch commentaar opgesteld door dr.med. [F] betreffende de bevindingen in het medisch rapport van dr. [C](23);

* op 9 en 16 februari 2006 is door het Openbaar Ministerie te Zwitserland een verzoek gedaan aan het Ministerie van Justitie tot overname van het strafonderzoek inzake [Q](24);

* op 10 november 2006 heeft het Arrondissementsparket te Den Haag aan het Ministerie van Justitie bericht dat het de strafvervolging tegen [Q] van de Zwitserse autoriteiten zal overnemen, waarbij het de Zwitserse autoriteiten om aanvullende informatie heeft verzocht(25);

* op 16 januari 2007 heeft het Ministerie van Justitie aanvullende informatie van het Openbaar Ministerie te Zwitserland ontvangen, waaronder het onder [Q] in beslaggenomen notitie- en adresboekje alsmede de door aangever [slachtoffer] op 1 april 2004 ondertekende bescheiden(26);

* op 21 januari 2007 is in Nederland aangevangen met het "[naam restaurant]" onderzoek(27);

* op 30 januari 2007 heeft er overleg plaatsgevonden tussen officieren van justitie mr. Ferdinandusse en mr. Zwinkels over informatie uit het Madras onderzoek waaruit naar voren kwam dat [X] en [mevr. Y] mogelijk konden worden aangemerkt als medeverdachten in dit onderzoek(28);

* op 13 maart 2007 is een gerechtelijk vooronderzoek tegen [Q] geopend;

* op 21 maart 2007 is aangever [slachtoffer] door de politie in Nederland gehoord en heeft een foto Oslo-confrontatie plaatsgevonden, waarbij aan [slachtoffer] foto's zijn getoond van onder meer [X] en [mevr. Y](29); [slachtoffer] heeft geen van de gezichten op de foto's herkend als een aanwezige tijdens zijn ontmoeting met [Q] op 1 april 2004;

* op 28 maart 2007 heeft officier van justitie mr. Zwinkels toestemming gegeven om opgenomen telecommunicatie uit het onderzoek Madras te gebruiken in dit onderzoek(30);

* op 2 april 2007 werd ter doorzoeking en inbeslagneming binnengetreden in het kantoor van mr. [A] te Amsterdam(31); daarbij zijn enkele bescheiden in beslag genomen;

* op 4 april 2007 werden [X] en [mevr. Y] aangehouden, verhoord en in verzekering gesteld(32);

* op 5 april 2007 is [mevr. Y], na haar tweede verhoor, in vrijheid gesteld(33);

* op 6 april 2007 is [Q] aangehouden, verhoord en in verzekering gesteld(34);

* op 8 april 2007 zijn [Q] en [X] in vrijheid gesteld(35);

* op 18 april 2007 is mr. [A] als getuige ten overstaan van de rechter-commissaris gehoord(36);

* op 15 mei 2007 heeft de rechter-commissaris afwijzend beslist op het verzoek van de verdediging van [Q] om [G], [H] en [I] als getuigen te horen(37);

* op 17 juli 2007 heeft de raadkamer het tegen deze afwijzing gerichte bezwaarschrift ongegrond verklaard(38);

* op 26 juli 2007 heeft B.F.L. Oude Grotebevelsborg, forensisch arts, werkzaam bij het Nederlands Forensisch Instituut (hierna: NFI), een rapport uitgebracht op basis van het medisch rapport van dr. [C](39);

* op 9 augustus 2007 heeft drs. S.J.M. Eikelenboom-Schieveld, forensisch medisch onderzoeker, werkzaam bij Independent Forensic Services (hierna: IFS), op verzoek van de verdediging van [Q] gerapporteerd over een door haar uitgevoerde contra-expertise (40);

* op 20 augustus 2007 zijn [X] en [mevr. Y] ten overstaan van de rechter-commissaris als getuigen gehoord(41);

* op 22 oktober 2007 heeft de officier van justitie mr. Ferdinandusse per brief aan de rechter-commissaris bericht [Q] te hebben 'weggedagvaard'(42);

* op 23 oktober 2007 is door de verdediging van [Q] een bezwaarschrift tegen de dagvaarding ingediend(43);

* op 24 oktober 2007 is mr. [A] als verdachte door de politie gehoord(44);

* op 24 oktober 2007 zijn [X] en [mevr. Y] als verdachten door de politie gehoord(45);

* op 25 oktober 2007 is [Q] als verdachte door de politie gehoord(46);

* op 30 oktober 2007 is, op verzoek van de verdediging van [Q], een aanvullend rapport betreffende het letsel van aangever [slachtoffer] opgesteld door drs. S.J.M. Eikelenboom-Schieveld, forensisch medisch onderzoeker, werkzaam bij IFS(47);

* op 1 november 2007 is een aanvullend rapport betreffende het letsel van aangever [slachtoffer] opgesteld door B.F.L. Oude Grotebevelsborg, forensisch arts, werkzaam bij het NFI(48);

* op 5 november 2007 heeft de rechtbank, raadkamer in strafzaken, het ingediende bezwaarschrift tegen de dagvaarding d.d. 23 oktober 2007 ongegrond verklaard(49);

* op 5 november 2007 heeft de eerste regiezitting plaatsgevonden in de zaken tegen [Q], [X] en [mevr. Y], op welke zitting het preliminaire verweer van de verdediging, inhoudende dat de officier van justitie niet-ontvankelijk dient te worden verklaard wegens het 'wegdagvaarden', is verworpen; daarbij is overwogen dat de vraag of de officier van justitie oneigenlijk gebruik had gemaakt van de wettelijke bepaling om te dagvaarden eventueel bij de inhoudelijke behandeling van de zaak wederom aan de orde zou kunnen komen(50);

* op 23 november 2007 is [D] als getuige in Zwitserland rogatoir gehoord, in het bijzijn van rechter-commissaris mr. M.A.J. van de Kar, de officier van justitie en de verdediging van [Q](51);

* op 26 november 2007 werden tapgesprekken uit het Lathyrus onderzoek ter beschikking gesteld van het [naam restaurant] onderzoek(52);

* op 8 januari 2008 is [verdachte] aangehouden, verhoord en in verzekering gesteld(53);

* op 30 januari 2008 is aangever [slachtoffer] ten overstaan van de rechter-commissaris gehoord(54);

* op 5 maart 2008 heeft (wederom) een regiezitting plaatsgevonden(55);

* op 10 maart 2008 heeft de rechtbank haar beslissing gegeven op de op 5 maart 2008 door de verdediging gedane verzoeken(56);

* op 21 maart 2008 is, op verzoek van de verdediging van [Q], een rapport van het IFS opgesteld door drs. S.J.M. Eikelenboom-Schieveld, forensisch medisch onderzoeker(57);

* op 14, 16, 21 en 22 april 2008 vond de inhoudelijke behandeling ter terechtzitting plaats van de zaken tegen [Q], [X], [mevr. Y] en [verdachte]. Op deze zitting zijn gehoord: de getuigen [slachtoffer], [A] alsmede de verdachten in de zaken tegen de medeverdachten en als getuige-deskundigen Oude Grotebevelsborg en Eikelenboom-Schieveld(58); de getuigen [A] en [slachtoffer] hebben een aantal vragen niet beantwoord met een beroep op een hen toekomend verschoningsrecht, [slachtoffer] op grond van een naar zijn zeggen op hem rustende geheimhoudingsplicht naar Zwitsers recht als (ex-) bankmedewerker;

* op 24 april 2008 heeft de rechtbank, middels een rechtshulpverzoek aan de Zwitserse autoriteiten, vragen gesteld aan de getuige [slachtoffer] over de door hem gestelde geheimhoudingsplicht(59);

* op 28 april 2008 heeft de rechtbank de reactie van de Zwitserse autoriteiten op haar rechtshulpverzoek d.d. 24 april 2008 ontvangen(60);

* op 16 mei 2008 is de behandeling van de zaak ter terechtzitting voortgezet(61). Tevens heeft het Openbaar Ministerie op deze datum een aanvullend rechtshulpverzoek verzonden aan de Zwitserse autoriteiten betreffende de mogelijke geheimhoudingsplicht voor [slachtoffer];

* op 21 augustus 2008 heeft de rechtbank de reactie van de Zwitserse autoriteiten op het rechtshulpverzoek - een brief van officier van justitie Steinhauser d.d. 9 juli 2008 - ontvangen(62);

* op 2 oktober 2008 is de behandeling van de zaak ter terechtzitting voortgezet(63);

* op 26 januari 2009 is de behandeling van de zaak ter terechtzitting voortgezet en is door het Openbaar Ministerie gerequireerd in de zaken tegen [Q], [X] en [verdachte];

* op 29 januari 2009 is ter terechtzitting door de raadslieden gepleit in de zaken tegen [Q] en [X];

* op 4 februari 2009 is ter terechtzitting door mr. Kuijpers gepleit in de zaak tegen [verdachte], is vervolgens door het Openbaar Ministerie gerepliceerd in de zaken tegen [Q], [X] en [verdachte] en is door mr. Kuijpers gedupliceerd in de zaak tegen [verdachte];

* op 26 februari 2009 is ter terechtzitting door de raadslieden gedupliceerd in de zaken tegen [Q] en [X], is door het Openbaar Ministerie gerequireerd in de zaak tegen [mevr. Y], is door mr. Nan in deze zaak gepleit, waarna door het Openbaar Ministerie is gerepliceerd en door mr. Nan is gedupliceerd. Vervolgens is aan de verdachten [Q], [X] en [mevr. Y] de gelegenheid geboden het laatste woord te voeren (mr. Kuijpers heeft per faxbericht te kennen gegeven dat [verdachte] afstand doet van zijn recht op het laatste woord(64)); daarna is het onderzoek in alle vier zaken gesloten(65).

5. De beoordeling van de tenlastelegging

5.1 Het standpunt van het Openbaar Ministerie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat [Q] aangever [slachtoffer] op 1 april 2004 onder valse voorwendselen naar Den Haag heeft gelokt, hij samen met [X], [mevr. Y], [verdachte] en een onbekend gebleven Surinaamse man, [slachtoffer] in zijn kantoor heeft doen opsluiten, mishandelen en bedreigen alsmede [slachtoffer] heeft gedwongen verklaringen te schrijven c.q. te ondertekenen, met welke verklaringen [Q] zijn bevroren banktegoeden bij de Clariden Bank kon opeisen.

Het Openbaar Ministerie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat [verdachte] (als medepleger) deze feiten heeft begaan. Daarbij baseert het Openbaar Ministerie zich onder meer op de verklaringen van aangever [slachtoffer] en de tapgesprekken. Ook wordt meegewogen hetgeen bekend is over de persoon van [verdachte]; een voormalig freefighter met de bijnaam [bijnaam]. Dit past, aldus het Openbaar Ministerie, bij de rol die [slachtoffer] hem in zijn verklaringen toedicht.

Gevorderd wordt dat verdachte ter zake van de hem bij gewijzigde dagvaarding onder 1, 2, 3, en 4 (eerste en tweede cumulatief/alternatief) ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, waarvan 3 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren.

5.2 Het standpunt van de verdediging

De verdediging heeft zich op het standpunt gesteld dat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is om te komen tot een bewezenverklaring. Zo ontbreekt een bewijstechnische onderbouwing voor het bestaan van een relatie tussen de telefoongesprekken van [X] met [verdachte] en hetgeen volgens de officieren van justitie op 1 april 2004 in het kantoor van [Q] is gebeurd. Ook acht de verdediging geen enkel bewijs aanwezig dat [verdachte] op die dag in dat kantoor is geweest. Verder is er geen bewijs dat de identificatie die [slachtoffer] door middel van het geven van een signalement heeft gedaan, juist is. Bovendien, zo vervolgt de verdediging, heeft [slachtoffer] verdachte niet herkend. De verdediging bepleit dan ook een algehele vrijspraak.

5.3 De beoordeling van de tenlastelegging

In de kern gaat het in deze zaak om de vraag hoe de door aangever [slachtoffer] op 1 april 2004 in het kantoor van [Q] opgestelde c.q. ondertekende verklaringen tot stand zijn gekomen: vrijwillig of gedwongen.

5.3.1 De verklaringen van aangever [slachtoffer]

Aangever [slachtoffer] heeft zowel bij de Kantonspolizei te Zürich (Zwitserland) en bij de politie in Nederland als ten overstaan van de rechter-commissaris en ter terechtzitting van 14 april 2008 over de gebeurtenissen op 1 april 2004 verklaringen afgelegd, welke op hoofdlijnen dezelfde inhoud hebben.

De rechtbank geeft hieronder - samengevat - de eerste verklaring van aangever [slachtoffer] weer, zoals hij deze op 13 april 2004 ten overstaan van de Zwitserse politie heeft afgelegd in samenhang met de daaraan gehechte door hemzelf opgestelde, ongedateerde, verklaring.

[slachtoffer] heeft verklaard dat de heer [D], een voormalige collega van de Clariden bank, een boodschap op zijn antwoordapparaat had achtergelaten, waarop hij [D] heeft teruggebeld. [D] deelde hem mede dat hij hem bij een nieuwe Nederlandse klant zou willen introduceren. Zij kwamen overeen dat [slachtoffer] op 1 april 2004 te 11.00 uur de nieuwe cliënt in restaurant [naam restaurant] te Den Haag zou ontmoeten. [slachtoffer] arriveerde op 1 april 2004 omstreeks 10.55 uur bij restaurant [naam restaurant] en zag daar [Q] die tegen hem zei dat de nieuwe cliënt nog moest komen. Zij dronken samen koffie en vervolgens stelde [Q] voor om in zijn kantoor op de nieuwe cliënt te wachten. Na eerst ongeveer een half uur over een nieuwe zaak te hebben gesproken, begon [Q] ineens over het kredietplafond dat aan de heer [B] was verstrekt. Na ongeveer 10 minuten hierover te hebben gediscussieerd, kwamen 3 mannen en een vrouw met een kleine hond, die een boxer neus had, het kantoor binnen. Een negroïde man stond bij de deur en sloot deze met behulp van een sleutel af. De twee andere mannen gingen links en rechts naast [slachtoffer] op de bank zitten. Na ongeveer 10 minuten werd [slachtoffer] verzocht aan het bureau plaats te nemen. Nadat [slachtoffer] was gaan zitten, hield één van die twee mannen hem vast en de andere man schopte hem met een sportschoen met vlakke zool tegen de borst. Daarna werd hij door deze man in zijn nek, gezicht en op het achterhoofd geslagen. Ook riep deze man dat hij eindelijk de waarheid moest zeggen en de uitspraak van [Q] moest bevestigen, want anders zou hij niet meer uit het kantoor komen. Ook werd met een schaar voor zijn gezicht gezwaaid en de man die hem had geslagen wilde met een briefopener op hem insteken, maar werd door [Q] tegengehouden. [Q] legde twee schriftelijke stukken op het bureau die [slachtoffer] moest ondertekenen. Nadat [slachtoffer] zijn handtekening had gezet, werd hij gesommeerd een paspoort of een identiteitskaart te tonen. Zijn identiteitskaart werd vervolgens gekopieerd. Daarna werd hem opnieuw een van te voren opgestelde tekst - met daarop het adres van een andere [naamgenoot slachtoffer] in [plaats], voorgehouden - die hij moest overschrijven en ondertekenen. Na lange tijdspanne, met steeds nieuwe bedreigingen en klappen, verlieten de vechtersbaas, de neger en de dame het kantoor. Kort daarop werd er getelefoneerd en kwam de advocaat van [Q], mr. [A], het kantoor binnen. [A] controleerde de documenten en keurde ze goed. [A] deelde [slachtoffer] mede dat de papieren geen problemen voor [slachtoffer] zouden veroorzaken. Vervolgens verliet de andere man van de knokploeg het kantoor om naar het toilet te gaan en hij liet daarbij de deur open. [slachtoffer] heeft daarop het kantoor overhaast verlaten, op de liftknop gedrukt om de lift naar boven te halen, maar is via de trap naar beneden gerend. Beneden stond de dame nerveus voor de lift te wachten. Vervolgens is hij rennend naar de parkeergarage gegaan en is hij via Breda naar de luchthaven van Brussel gereden. Onder hevige pijnen en in paniek heeft hij daar het vliegtuig naar Zürich genomen. Op 2 april 2004 is hij naar het politiebureau in Zürich gegaan om aangifte te doen. Een agent van politie adviseerde hem voor onderzoek naar het ziekenhuis te gaan. [slachtoffer] heeft verklaard dat hij enorm bang is dat [Q] zijn bedreigingen tegen hem en zijn familie waar maakt en dat hij ook aan de heer dr. [I], advocaat van de Clariden Bank, heeft verteld wat er was gebeurd.

[slachtoffer] heeft de man die hem heeft vastgehouden en in de stoel heeft gedrukt omschreven als een persoon die lijkt op [autocoureur], de formule 1 coureur, circa 190 cm lang, slank en bruin verbrand, leeftijd ongeveer midden 30. De vrouw met de hond heeft [slachtoffer] omschreven als rond de 30, lang blond haar tot de borst, circa 170 tot 175 cm lang en slank postuur. De man die hem heeft geslagen, omschrijft [slachtoffer] als een bodybuilder type, stevig postuur, circa 180 tot 185 cm lang, gemillimeterd haar, ongeveer 40 tot 45 jaar oud. De man die bij de deur stond omschrijft [slachtoffer] als een neger uit Suriname, circa 175 tot 178 cm lang, ongeveer midden 30. Ook heeft [slachtoffer] verklaard dat allen Engels tegen hem spraken en onderling Nederlands.(66)

5.3.2 De tapgesprekken

In het dossier bevinden zich onder andere de navolgende, uit het onderzoek Madras afkomstige, tapgesprekken.

Deze tapgesprekken zijn in dat onderzoek dan wel in dit dossier toegeschreven aan de hieronder bij naam genoemde personen. De rechtbank zal, voor zover van belang, omtrent de juistheid hiervan later een oordeel geven.

* op 31 maart 2004 te 14.58 uur vindt een gesprek plaats tussen [X] en [verdachte]. Zij gaan die avond om 18.30 uur wokken in Amsterdam(67). Het door [X] gebelde telefoonnummer [telefoonnummer] staat nog steeds op naam van [verdachte].(68);

* op 31 maart 2004 te 15.04 uur belt [X] naar het telefoonnummer [nummer] in gebruik bij een man met een Surinaams accent.(69);

* op 31 maart 2004 te 19.33 uur belt [X] naar [Q] met de mededeling dat hij er om acht uur is.(70);

* uit de opgenomen telefoongesprekken welke over de telecommunicatielijn [nummer] van [X] kwamen, bleek dat de paallocaties aantonen dat deze gsm zich zowel op de avond van 31 maart 2004 tussen 20.47 uur en 21.34 uur als op 1 april 2004 overdag in de nabijheid van het kantoor van [Q] bevond.(71);

* op 31 maart te 20.48 uur belt [X] naar prepaid nummer [prepaid nummer]. Via een openstaande lijn is [mevr. Y] te horen kennelijk in gesprek via een andere telefoon. [X] zegt: "je hoort hem he. (...) dat ik wel bijgeluiden hoor...heb ik harder gezet. Dit zullen we in de auto opnemen. (...) dan kunnen...gewoon daar boven toe. Dus dit...zo wordt het opgenomen."(72);

* op 31 maart 2004 te 21.21 uur belt [X] met prepaid nummer [numer]. Op de achtergrond is te horen dat er een telefoon over gaat. [X] zegt vervolgens: "als ik nu opneem kunnen we gewoon praten."(73);

* op 31 maart 2004 te 21.22 uur belt [X] wederom met prepaid nummer [nummer]. Op de achtergrond is te horen dat [X] in gesprek is en het heeft over een microfoon en over 'het open springen'.(74);

* op 31 maart 2004 vanaf 21.34 uur belt [X] wederom naar de onbekende man met het Surinaamse accent. [X] geeft om 21.47 uur aan dat hij bij hem is.(75);

* op 1 april 2004 te 9.06 uur belt [X] met [verdachte]. [X] zegt dat het toch een half uurtje eerder is.(76);

* op 1 april 2004 te 10.18 uur belt [X] met prepaid nummer [nummer] en vraagt [mevr. Y] op de achtergrond op de bank te gaan zitten en normaal te gaan praten. Vervolgens vraagt hij aan [mevr. Y] om ergens anders te gaan zitten(77);

* op 1 april 2004 te 11.04 uur: belt een man naar [X] en zegt: "ik ga nu koffie met hem drinken beneden".(78)

* op 1 april 2004 te 11.11 uur belt [X] wederom naar de prepaid gsm met nummer [nummer] en de verbinding blijft open staan. Het betreft een achtergrondgesprek in de Engelse taal tussen [Q] en [slachtoffer]. [X] is tijdens het gesprek op de achtergrond te horen en zegt: "die zit buiten volgens mij."(79);

* op 1 april 2004 te 11.18 uur belt [X] uit naar prepaid nummer [nummer], de verbinding blijft open staan. Aan het begin van het gesprek wordt gevraagd: "Wat neem je nou op?". Het betreft een gesprek in de Engelse taal tussen [Q] en [slachtoffer].(80);

* op 1 april 2004 te 11.59 uur zegt [mevr. Y] over de telefoon tegen [X]: "ja, wij komen eraan, wij liepen achter jou."(81);

* op 1 april 2004 te 14.09 uur belt [X] met [mevr. Y] en hij vraagt haar: "kan jij zo naar buiten toe, die man effe ontvangen? Over een paar minuten is hij hier." Waarop [mevr. Y] vraagt: "ik sta hier ja, moet ik de auto meenemen en papieren?" [X] antwoordt hierop: "nee, nee gewoon laten staan want hij is met 10 minuten hier, gewoon laten staan, in de auto zitten, de deuren op slot enne uh wachten tot ie komt." Vervolgens vraagt [mevr. Y]: "en wat moet ik met onze auto, want uh daar moet natuurlijk geld bij."(82);

* op 1 april 2004 te 14.23 uur belt [X] wederom met [mevr. Y] en zegt: "hij is er over 1 minuut".(83);

* op 1 april 2004 te 14.43 uur belt [X] wederom met [mevr. Y]. Zij vraagt meteen waar hij is. [X] komt net naar buiten en vraagt waar zij staat. [mevr. Y] zegt dat zij net naar boven is gegaan om de sleutels te brengen. [X] zegt dat hij buiten staat, met de trap is gegaan en alles bij zich heeft.(84);

* op 1 april 2004 te 14.49 en 14.50 uur probeert [X] tevergeefs [verdachte] te bellen.(85). Direct daarna, om 14.51 uur, belt [X] tevergeefs de Surinaamse man.(86);

* op 1 april 2004 te 15.13 uur belt [X] met de Surinaamse man en zegt: "die meeting duurde wat langer. (...) m'n excuses, je weet hoe die mensen lang kunnen praten af en toe." Daarop zegt de Surinaamse man: "ja maakt niet uit, maar het was wel effe nodig toch dus uhh."(87);

* op 1 april 2004 te 15.14 uur belt [X] met [verdachte] en biedt hem zijn excuses aan voor het lang duren van de ontmoeting. [verdachte] zegt dat het alleen rot was dat hij daar beneden stond, maar wel een beetje door de straten heen kon wandelen.(88);

* Op 1 april 2004 te 15.55 belt [X] met [Q], omdat hij iets bij [Q] heeft laten staan en dat komt ophalen. Om 16.08 uur belt [Q] [X] met de vraag of hij er bijna is.(89)

5.3.3 Het oordeel van de rechtbank

Niet in geschil is dat de hiervoor aangehaalde gesprekken die worden toegeschreven aan [verdachte] ook daadwerkelijk door hem zijn gevoerd. Dit betekent dat hij op 31 maart en 1 april 2004 contact heeft gehad met, volgens het onderzoek, [X], een medeverdachte in deze zaak en over wie [verdachte] ter terechtzitting van 16 mei 2008 heeft verklaard dat hij hem kent. Verder kan worden vastgesteld dat de persoon van [verdachte] overeenkomsten vertoont met het door [slachtoffer] gegeven signalement van het bodybuilder type.

De rechtbank overweegt dat het voorgaande een aanwijzing oplevert voor [verdachte]s betrokkenheid bij de hem tenlastegelegde feiten. Nu zich in het dossier echter geen aanvullende bewijsmiddelen bevinden die deze aanwijzing nader concretiseren of ondersteunen, is de rechtbank van oordeel dat niet voldoende wettig en overtuigend bewijs voorhanden is om te komen tot een bewezenverklaring. De door het Openbaar Ministerie benadrukte (sportieve) verleden van verdachte, wat daarvan ook zij, maakt dat oordeel niet anders. [verdachte] zal daarom van de hem gemaakte verwijten worden vrijgesproken.

6. De beslissing

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij gewijzigde dagvaarding onder 1, 2, 3 en 4, eerste en tweede cumulatief/alternatief, tenlastegelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. Elkerbout, voorzitter,

Milders en Spros, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. Maat, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 11 maart 2009.

1 Pleitnota van mrs. Wladimiroff, Verbruggen en Van Stratum, d.d. 29 januari 2009, pagina 17 t/m 20.

2 Brief van mr. [A] d.d. 17 september 2007, pagina 339 t/m 341 en Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 38 en 147.

3 Proces-verbaal, pagina 122 en Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 100 en 101.

4 Verklaring van mr. [A] d.d. 18 april 2007, pagina 304, onder punt 9 en pleitnota van mrs. Wladimiroff, Verbruggen en Van Stratum, d.d. 29 januari 2009, pagina 19.

5 Verklaring van mr. [A] d.d. 18 april 2007, pagina 304 t/m 306.

6 Door de verdediging ingebrachte civiele concept dagvaarding d.d. 16 januari 2009.

7 Verklaring [slachtoffer], proces-verbaal terechtzitting d.d. 14 april 2008, pagina 36 en pleitnota van mrs. Wladimiroff, Verbruggen en Van Stratum, d.d. 29 januari 2009, pagina 18 en 20.

8 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 71 en pleitnota van mrs. Wladimiroff, Verbruggen en Van Stratum, d.d. 29 januari 2009, pagina 17 en 24.

9 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 35, 36 en 38. Pleitnota van mrs. Wladimiroff, Verbruggen en Van Stratum, d.d. 29 januari 2009, pagina 20 en 25.

Deze verklaringen zijn tevens als bijlagen aan dit vonnis gehecht.

10 Verklaring van mr. [A] d.d. 18 april 2007, pagina 302, onder punt 4 en pleitnota van mrs. Wladimiroff, Verbruggen en Van Stratum, d.d. 29 januari 2009, pagina 20 en 26.

11 Proces-verbaal, pagina 221.

12 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 73.

13 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 58 en 59.

14 Dossier Zwitserland, bijlage II, pagina 335. Tevens de verklaring van [D] d.d. 9 juli 2004, dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 147, inhoudende: "ik heb kopieën per fax gekregen van [A]".

15 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 67 t/m 70.

16 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 43.

17 Waar wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Waar wordt verwezen naar pagina's, betreft dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer 1512/2007/10021, regiopolitie Haaglanden, gedateerd 16 april 2007, met bijlagen.

18 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 74 t/m 92, 97 t/m 107 en 185 t/m 205.

19 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 67 t/m 70, 93 t/m 96, 160 t/m 183 en 227 t/m 249.

20 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 108 t/m 110, 111 t/m 134, 135 t/m 151 en 152 t/m 157.

21 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 65 en 66.

22 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 257 en 258.

23 Pagina 350 en 351.

24 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 3 t/m 32.

25 Pagina 299 en 300.

26 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 34 t/m 38.

27 Proces-verbaal, pagina 6.

28 Proces-verbaal, pagina 9.

29 Proces-verbaal, pagina 144 t/m 161 en 162 t/m 167.

30 Proces-verbaal, pagina 216.

31 Proces- verbaal, pagina 11 en Proces-verbaal van binnentreden en doorzoeking ter inbeslagneming (104, 110 Sv) d.d. 5 april 2007, opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier.

32 Proces-verbaal, pagina 33 t/m 40 en 168 t/m 170 (t.a.v. [X]), 43 t/m 49 en 171 (t.a.v. [mevr. Y]).

33 Proces-verbaal, pagina 13, 173 t/m 178.

34 Proces-verbaal, pagina 23 t/m 29 en 193 t/m 196.

35 Proces-verbaal, pagina 14.

36 Proces-verbaal, pagina 301 t/m 311.

37 Los bij het dossier gevoegd.

38 Los bij het dossier gevoegd.

39 Pagina 334 t/m 337.

40 Pagina 352 t/m 357.

41 Proces-verbaal, pagina 577 t/m 579 (t.a.v. [X]) en 581 t/m 583 (t.a.v. [mevr. Y]).

42 Los bij het dossier gevoegd.

43 Los bij het dossier gevoegd.

44 Proces-verbaal, pagina 471 t/m 474.

45 Pagina 468 en 466.

46 Pagina 475.

47 Pagina 586 en 587.

48 Pagina 588 t/m 594.

49 Los bij het dossier gevoegd.

50 Een proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 5 november 2007 betreffende [Q], opgemaakt en ondertekend door mr. Elkerbout, voorzitter, en mr. Van der Sar, griffier.

51 Los bij het dossier gevoegd.

52 Proces-verbaal, pagina 527.

53 Proces-verbaal, pagina 503 t/m 512.

54 Een proces-verbaal van verhoor van [slachtoffer], opgemaakt en ondertekend door de rechter-commissaris belast met de behandeling van strafzaken in deze rechtbank en de griffier.

55 Een proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 5 maart 2008 betreffende de verdachte, opgemaakt en ondertekend door mr. Elkerbout, voorzitter, en mr. Maat, griffier.

56 Een proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 5 maart 2008 betreffende de verdachte, opgemaakt en ondertekend door mr. Elkerbout, voorzitter, en mr. Maat, griffier, pagina 15 en 16.

57 Los bij het dossier gevoegd.

58 Een proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 14, 16, 21 en 22 april 2008 betreffende de verdachte, opgemaakt en ondertekend door mr. Elkerbout, voorzitter, en mr. Maat, griffier.

59 Bijlage 3 bij het proces-verbaal terechtzitting d.d. 16 mei 2008.

60 Bijlage 4 bij het proces-verbaal terechtzitting d.d. 16 mei 2008.

61 Een proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 16 mei 2008 betreffende de verdachte, opgemaakt en ondertekend door mr. Elkerbout, voorzitter, en mr. Maat, griffier.

62 Bijlage 1 bij het proces-verbaal terechtzitting d.d. 2 oktober 2008.

63 Een proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 2 oktober 2008 betreffende de verdachte, opgemaakt en ondertekend door mr. Elkerbout, voorzitter, en mr. Maat, griffier.

64 Faxbericht afkomstig van mr. Kuijpers d.d. 24 februari 2009.

65 Een proces-verbaal van de openbare terechtzitting van 26, 29 januari, 4 en 26 februari 2009 betreffende de verdachte, opgemaakt en ondertekend door mr. Elkerbout, voorzitter, en mr. Maat, griffier.

66 Dossier Zwitserland, bijlage I, pagina 67 t/m 73.

67 Pagina 370, 387 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 602 en 603.

68 Proces-verbaal, pagina 496.

69 Pagina 388 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 524.

70 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 224, pagina 392 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 524.

71 Proces-verbaal, pagina 370.

72 Proces-verbaal van bevindingen, pagina 603.

73 Pagina 396.

74 Pagina 395.

75 Pagina 398, 401, 403 en 404.

76 Pagina 405 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 604.

77 Pagina 406 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 521.

78 Pagina 435.

79 Proces-verbaal, pagina 370 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 521.

80 Pagina 408 t/m 410, 478 t/m 490 en de verklaring van verdachte ter terechtzitting op 22 april 2008, (proces-verbaal terechtzitting 14, 16, 21 en 22 april 2008, pagina 185).

81 Pagina 437.

82 Pagina 411 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 604 en 605.

83 Pagina 412 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 605.

84 Pagina 413 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 605 en 606.

85 Pagina 415 en 416.

86 Pagina 417.

87 Pagina 423 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 606.

88 Pagina 424 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 606 en 607.

89 Pagina 439 en 440 en proces-verbaal van bevindingen, pagina 553. Het telefoonnummer [telefoonnummer] is, blijkens pagina 115, het telefoonnummer van het kantoor van verdachte.