Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5925

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
13-03-2009
Datum publicatie
13-03-2009
Zaaknummer
09/650081-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mensenhandel. De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van mensenhandel, door twee prostituees in huis op te nemen en hen te werk te stellen waarbij de prostituees hun verdiensten af moesten staan. De verdachte en zijn mededader(s) hebben zich doelbewust ten koste van hun slachtoffers verrijkt en hebben daarbij grof geweld niet geschuwd.

Jeugddetentie van 299 dagen; waarvan 150 dagen voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar. Bijzondere voorwaarde: - dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften te geven door of namens Willem Schrikker Jeugdreclassering/Reclassering Nederland, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt een behandeling bij de Jutters en/of De Waag. Zie ook LJN BH5924.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer jeugdstrafzaken

Parketnummer 09/650081-08

Rolnummer 1

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in jeugdstrafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte 2],

geboren op [datum] 1991 te [plaats],

en wonende [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting met gesloten deuren van 27 februari 2009.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. S.M.C. van Beek, is verschenen en gehoord.

De officier van justitie mr. M.R.B. Mos heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het telastgelegde wordt veroordeeld tot jeugddetentie voor de duur van 5 maanden met aftrek van de tijd in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, en tevens tot jeugddetentie voor de duur van 5 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, met als bijzondere voorwaarden alle voorwaarden zoals deze zijn opgenomen in de schorsingsbeschikking van deze rechtbank d.d. 5 december 2008.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de dagvaarding, gemerkt A.

Vrijspraak.

Het standpunt van de officier van justitie met betrekking tot [A], zal niet worden gevolgd. Daartoe wordt overwogen dat in het algemeen kan worden gesteld dat van uitbuiting sprake kan zijn indien de betrokkene in een situatie verkeert die niet gelijk is aan de omstandigheden waarin een mondige prostituee in Nederland pleegt te verkeren. Een eventuele instemming van het slachtoffer met haar uitbuiting is dus niet bepalend. Wezenlijk is dat het slachtoffer in de gegeven omstandigheden geen andere keuze heeft dan in een toestand van uitbuiting te geraken of te blijven, zodat in feite de vrijwilligheid bij het slachtoffer geheel, althans in hoge mate ontbreekt.

Overwogen wordt dat ten aanzien van [A] niet wettig en overtuigend kan worden bewezen dat tussen de verdachte en [A] sprake was van een uitbuitingssituatie zoals hiervoor is omschreven. [A] was ervan overtuigd dat zij een relatie met medeverdachte [1] onderhield en heeft bij de rechter-commissaris ondubbelzinnig verklaard dat zij niet wilde stoppen met het werk als prostitué. Bovendien heeft zij ontkend dat de verdachte haar heeft gedwongen om geld af te geven. De verdachte zal daarom van dit onderdeel van de tenlastelegging worden vrijgesproken

De officier van justitie heeft zich in haar requisitoir voorts toegespitst op het huisvesten van prostituees met het oogmerk van uitbuiting. In de tenlastelegging zijn de middelen daartoe opgenomen. De officier van justitie heeft zich blijkbaar beperkt tot "geweld en andere feitelijkheden". Het bij het laatste gedachtestreepje opgenomen feit - het dreigen met geweld - is echter geen feitelijke uitwerking van het ten laste gelegde geweld of andere feitelijkheden. Om die reden zal de verdachte ook van dit onderdeel worden vrijgesproken.

Voorts behoeft motivering dat de verdachte zal worden vrijgesproken van het niet te eten geven van [B] en het opsluiten van [C]. Deze feiten vinden onvoldoende steun in het dossier. Dat [B] in het geheel niet te eten kreeg is immers niet gebleken. Omtrent [C] is weliswaar gebleken dat zij zich in een dermate benarde positie bevond dat zij op 5 juni 2008 naar het balkon is gevlucht om naar buren te seinen dat 112 gebeld moest worden. Het opsluiten kan echter niet worden bewezen.

Overwegingen omtrent het bewijs.

De verdediging heeft - zakelijk weergegeven - bepleit dat in dit geval niet kan worden aangenomen dat sprake is van uitbuiting. Daartoe is aangevoerd dat de ten laste gelegde feiten, voor zover bewezen, zich hebben afgespeeld binnen een zeer kort tijdsbestek. Voorts waren [C] en [B] al geruime tijd werkzaam in de prostitutiescéne. Verder kan onder deze omstandigheden niet worden aangenomen dat de verdachte hen onder zodanige druk heeft gezet, dat zij daardoor hun met prostitutiewerkzaamheden verdiende geld aan hem hebben afgedragen. De verdachte dient daarom te worden vrijgesproken, aldus de verdediging.

Overwogen wordt dat uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte en zijn mededader(s) aan [C] en [B] onderdak verschaften. Voorts blijkt dat deze dames werkzaam waren in de prostitutie en dat de verdachte en zijn mededaders daar nauw bij betrokken waren door deze dames naar hun werkplek te brengen. Verder is gebleken dat [C] en [B] al het door hen verdiende geld aan de verdachte en zijn mededader(s) dienden af te staan. Uit deze omstandigheden blijkt reeds dat sprake is van een uitbuitingssituatie. Dat [C] en [B] zich vrijwillig onder deze (arbeids)omstandigheden schikten, is niet gebleken. [C] en [B] zijn daarentegen mishandeld en door de in de tenlastelegging opgenomen en bewezenverklaarde feitelijkheden in een afhankelijke positie gebracht waardoor het oordeel gerechtvaardigd is dat de vrijwilligheid in hoge mate ontbrak. Dat zowel [C] en [B] zich beiden reeds na enkele dagen - door het ingrijpen of de bemoeienis van de politie - aan de situatie wisten te onttrekken, doet niet af aan het bewijs van de uitbuitingssituatie waarin [C] en [B] verkeerden.

De verdediging heeft voorts aangevoerd dat voorzover door [C] en [B] geld werd afgedragen, dat geld niet ten goede kwam aan de verdachte. De verdachte dient dus te worden vrijgesproken van de tenlastegelegde uitbuiting.

Dat verweer wordt verworpen aangezien uit de verklaring van de verdachte blijkt dat hij profiteerde van de door [C] en [B] gegenereerde inkomsten aangezien hij niets betaalde voor de kost en inwoning in het huis van de moeder van zijn medeverdachte.

De bewijsmiddelen.

De bewijsmiddelen zullen in die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis met de bewijsmiddelen vereist in een aan dit vonnis gehechte bijlage worden opgenomen.

De bewezenverklaring.

Door de inhoud van de vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast en is de rechtbank op grond daarvan tot de overtuiging gekomen en acht zij wettig en overtuigend bewezen, dat verdachte de bij dagvaarding vermelde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat het na te melden misdrijf

oplevert.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgrond aannemelijk is geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten en de omstandigheden waaronder zij zijn begaan en de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Daarbij is in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan medeplegen van mensenhandel, door twee prostituees in huis op te nemen en hen te werk te stellen waarbij de prostituees hun verdiensten af moesten staan.

De verdachte en zijn mededader(s) hebben zich doelbewust ten koste van hun slachtoffers verrijkt en hebben daarbij grof geweld niet geschuwd.

De uitbuiting van prostituees en het daarmee gepaard gaande geweld waaraan ook de verdachte een belangrijke bijdrage heeft geleverd, zijn ernstige feiten. Dit soort misdrijven veroorzaakt gevoelens van verontwaardiging en onveiligheid in de samenleving en stelt de prostitutie in een crimineel daglicht. Verdachte heeft hiermee ernstig inbreuk gemaakt op de lichamelijke en geestelijke integriteit van zijn slachtoffers.

De rechtbank heeft acht geslagen op het uittreksel Justitiële Documentatie, waaruit blijkt dat verdachte eerder met justitie in aanraking is geweest in verband met openlijke geweldpleging.

Voorts is acht geslagen op de over verdachte uitgebrachte rapporten van de Raad voor de Kinderbescherming en Bureau Jeugdzorg Haaglanden.

In de rapportages komt onder meer naar voren, dat de verdachte zich heeft gehouden aan de aan hem opgelegde schorsingsvoorwaarden. De verdachte maakt verder een positieve ontwikkeling door.

De rapporteurs zijn van mening dat de verdachte gebaat is bij een voorwaardelijke straf en voortzetting van intensieve begeleiding. Daarbij dient rekening te worden gehouden met het feit dat de verdachte binnenkort 18 jaar oud wordt en dat de begeleiding van Bureau Jeugdzorg op dat moment zal stoppen.

Aangezien verplicht reclasseringscontact voldoende mogelijkheden biedt om de begeleiding van de verdachte voort te zetten en bovendien een ruime termijn van twee jaar voor de behandeling mogelijk is, acht de rechtbank het opleggen van een deels voorwaardelijke straf met daaraan gekoppeld verplicht reclasseringscontact, passend en geboden. Het voorwaardelijke deel van de straf heeft tevens tot doel om de verdachte ervan te weerhouden om gedurende de proeftijd strafbare feiten te plegen.

Gelet op het vorenstaande is de rechtbank van oordeel dat na te melden straf passend en geboden is.

Toepasselijke wetsartikelen.

- De artikelen: 77a, 77g, 77h, 77i, 77x, 77y, 77z, 77aa, 77gg, 47, 273f van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank:

verklaart wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de telastgelegde feiten, zoals hierboven omschreven, heeft begaan en dat het bewezene uitmaakt:

Medeplegen van mensenhandel, meermalen gepleegd;

verklaart niet bewezen hetgeen ter zake meer of anders is ten laste gelegd en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart het bewezene en de verdachte te dier zake strafbaar;

veroordeelt de verdachte tot

jeugddetentie voor de duur van 299 dagen;

bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot: 150 dagen, niet ten uitvoer zal worden gelegd, zulks onder de algemene voorwaarde dat de veroordeelde zich vóór het einde van de hierbij op 2 jaar vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit en

onder de bijzondere voorwaarde:

- dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften te geven door of namens Willem Schrikker Jeugdreclassering/Reclassering Nederland, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt een behandeling bij de Jutters en/of De Waag;

verstrekt aan bovengenoemde instelling de opdracht om aan de veroordeelde hulp en steun te verlenen bij de naleving van de bijzondere voorwaarden krachtens het bepaalde bij artikel 77aa van het Wetboek van Strafrecht;

bepaalt dat de tijd, door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis is doorgebracht bij de uitvoering van de hem onvoorwaardelijk opgelegde jeugddetentie in mindering wordt gebracht;

in verzekering gesteld op : 9 juli 2008;

in voorlopige hechtenis gesteld op : 11 juli 2008;

gevangenhouding : 25 juli 2008;

geschorst op : 5 december 2008;

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte.

Dit vonnis is gewezen door

mr. Timmermans, kinderrechter, voorzitter,

mr. De Bruijn en De Groot , kinderrechters,

in tegenwoordigheid van mr. E. Chomsky, griffier.

Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van deze rechtbank van 13 maart 2009.