Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH5737

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
12-03-2009
Datum publicatie
12-03-2009
Zaaknummer
AWB 09/895 BESLU
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Voorlopige voorziening
Inhoudsindicatie

Verweerder heeft besloten dat Café de Taveerne wordt gesloten voor een periode van 52 weken, ingaande 2 maart 2009. Het geschil betreft de vraag of verweerder in redelijkheid, op grond het gestelde in artikel 13b van de Opiumwet, tot sluiting over kon gaan van het door eiser geëxploiteerde Café De Taveerne. De voorzieningenrechter verklaart het beroep ongegrond en wijst het verzoek af.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Reg.nr.: AWB 09/895 BESLU

UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:86 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening en op het beroep van

[eiser] h.o.d.n. Café De Taveerne, wonende te [plaats], eiser,

ten aanzien van het besluit van 15 januari 2009 van de burgemeester van Delft, verweerder, waarbij verweerder het door eiser tegen het besluit van 18 juli 2008 ingediende bezwaar ongegrond heeft verklaard en heeft besloten dat Café de Taveerne aan de Burgwal 18 wordt gesloten voor een periode van 52 weken, ingaande 2 maart 2009.

Tegen dit besluit heeft eiser beroep ingesteld. Tevens heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.

Het verzoek is op 5 maart 2009 ter zitting behandeld, alwaar eiser in persoon is verschenen, bijgestaan door mr. M.G. Cantarella, advocaat te Den Haag, en verweerder werd vertegenwoordigd door mr. M.E. Gelpke.

Beoordeling van het verzoek om een voorlopige voorziening

Ingevolge artikel 8:81 van de Awb kan, indien tegen een besluit bij de rechtbank beroep is ingesteld dan wel, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt of administratief beroep is ingesteld, de voorzieningenrechter van de rechtbank die bevoegd is of kan worden in de hoofdzaak, op verzoek een voorlopige voorziening treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.

Op grond van het bepaalde in artikel 8:86 van de Awb kan de voorzieningenrechter, indien het verzoek om een voorlopige voorziening wordt gedaan indien beroep bij de rechtbank is ingesteld en de voorzieningenrechter van oordeel is dat na de zitting, bedoeld in artikel 8:83, eerste lid, van de Awb, nader onderzoek redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van de zaak, onmiddellijk uitspraak doen in de hoofdzaak.

Er bestaat aanleiding om in dit geval van laatstgenoemde bevoegdheid gebruik te maken.

Horecabedrijf Café De Taveerne, gevestigd op het adres Burgwal 18 te Delft wordt geëxploiteerd door de besloten vennootschap [A] B.V. Bij besluit van 18 juni 1999 is vergunning verleend als bedoeld in artikel 8 van de Exploitatieverordening Horeca 1998 ten behoeve van exploitatie van het Café De Taveerne. Daarnaast is bij besluit van 12 juli 2004, gewijzigd op 19 oktober 2005, aan de besloten vennootschap een Drank- en Horecavergunning verleend voor het uitoefenen van het horecabedrijf aan de Burgwal 18.

In de rapportage van 29 juni 2008, verzonden op 7 juli 2008, is verweerder namens het regiopolitiekorps Haaglanden, bureau Delft, medegedeeld dat op 10 februari 2008 een strafrechtelijk onderzoek is begonnen tegen een plaatselijke drugsdealer in Delft (hierna te noemen: verdachte 1), die zich in diverse cafés in de binnenstad zou ophouden.

De politie heeft blijkens de rapportage bij het onderzoek gebruik gemaakt van tapgesprekken en van later in de zaak afgelegde verklaringen, onder meer van verdachten 1, 4 en 5.

Uit dit alles is het volgende naar voren gekomen.

De stamkroeg van verdachte 1 was Café De Taveerne, van waaruit verdachte 1 handelde in harddrugs. Verdachte 1 kreeg deze harddrugs in het algemeen van zijn leverancier overgedragen en verkocht deze in en om Café De Taveerne door aan gebruikers en sub-dealers. Voorts werden de harddrugs door hem en zijn afnemers in Café De Taveerne gebruikt. Verdachte 1 werd op 10 april 2008 in Delft aangehouden bij een aflevering van cocaïne door zijn leverancier (verdachte 6). Daarbij werd bij verdachten een totale hoeveelheid van 59 ponypakjes met cocaïne van in totaal 25,6 gram aangetroffen en grote bedragen aan geld. Voorts werden de woning van verdachte 6, alsmede de woning van verdachte 5 (vaste barmedewerker van Café De Taveerne) doorzocht. Uit de tapgesprekken was namelijk gebleken dat verdachte 5 op de hoogte en betrokken was bij de handel in verdovende middelen van verdachte 1.

Gezien de uitkomst van het opsporingsonderzoek wordt in de rapportage geconstateerd dat er gesproken kan worden van een aantasting van de openbare orde en een inbreuk op het woon- en leefklimaat in en rond Café De Taveerne op de Burgwal te Delft. Een bestuurlijke reactie tegen dit horecabedrijf lijkt de politie dan ook gewenst.

Bij brief van 9 juli 2008 is eiser in kennis gesteld van het voornemen van verweerder om de inrichting tijdelijk voor de periode van twaalf maanden te sluiten. Verweerder heeft daarbij vermeld dat met deze maatregel onder meer wordt beoogd de verstoring van de openbare orde te beëindigen en de naamsbekendheid van een recreatie-inrichting als inrichting waar (hard)drugs aanwezig zijn dan wel gebruikt of verhandeld worden, teniet te doen. Eiser heeft op 15 juli 2008 zijn zienswijze kenbaar gemaakt.

Bij besluit van 18 juli 2008 heeft verweerder vervolgens de sluiting voor de duur van twaalf maanden van Café De Taveerne bevolen. Tegen dit besluit heeft eiser een bezwaarschrift ingediend. Voorts heeft eiser een verzoek ingediend tot het treffen van een voorlopige voorziening. Bij uitspraak van 29 augustus 2008 (AWB 08/5872 BESLU) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank het verzoek om een voorlopige voorziening toegewezen, in die zin dat het besluit van 18 juli 2008 wordt geschorst tot en met zes weken na de bekendmaking van de beslissing op bezwaar.

Bij proces-verbaal van 21 augustus 2008 heeft brigadier van politie [B] rapport uitgebracht over het onderzoek. Daarin heeft hij onder meer geconstateerd dat verdachte 1 harddrugs verkocht, onder meer aan vaste klanten van Café De Taveerne, en dat verdachte 1 laatstgenoemd café als zijn stamkroeg beschouwde.

Ingevolge artikel 13b, eerste lid, van de Opiumwet is de burgemeester bevoegd tot toepassing van bestuursdwang indien in voor publiek toegankelijke lokalen en daarbij behorende erven een middel als bedoeld in lijst I of II wordt verkocht, afgeleverd, verstrekt dan wel daartoe aanwezig is.

Ter uitvoering van zijn handhavingsbeleid heeft verweerder op 22 april 2002 het zogenaamde handhavingscenario vastgesteld. Dit is op 12 januari 2003 bekendgemaakt en gepubliceerd. In hoofdstuk II van het handhavingscenario staan de maatregelen vermeld die verweerder hanteert in geval van incidenten/overtredingen ten gevolge van gedrag van klanten/bezoekers voorzover het gedrag in directe relatie staat tot de horeca-inrichting en voor zover er sprake is van medeverwijtbaarheid aan de exploitant. Onderdeel C van dit hoofdstuk is van toepassing in situaties waarbij sprake is van drugshandel en bepaalt het volgende:

“De burgemeester kan, ter bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde, tot sluiting van een horeca-inrichting overgaan. Hiervoor is de burgemeester afhankelijk van politie-informatie. In ieder geval wordt tot sluiting van de horeca-inrichting voor maximaal 52 weken overgegaan indien buiten de horeca-inrichting, doch in directe relatie daarmee, harddrugs worden verhandeld en/of worden gebruikt. (…) De zwaarte van de overtreding of het incident en de relatie met het horecabedrijf zal hierbij maatgevend dienen te zijn voor de te nemen maatregel (beleidsvrijheid van de burgemeester).”

Het geschil betreft de vraag of verweerder in redelijkheid, op grond het gestelde in artikel 13b van de Opiumwet, tot sluiting over kon gaan van het door eiser geëxploiteerde Café De Taveerne te Delft.

De bevoegdheid genoemd in artikel 13b van de Opiumwet is geen strafrechtelijke, maar bestuursrechtelijke bevoegdheid. Anders dan eiser lijkt te willen betogen, is gebruikmaking van geanonimiseerde verklaringen dan ook niet in strijd met de beginselen van behoorlijk bestuur, nu het hier een bestuursrechtelijke procedure betreft waarin andere bewijsregels gelden dan in het strafrecht. Voorop staat hier dus niet de vraag naar de eventuele strafbaarheid van de verdachte(n), doch de vraag of er een duidelijk beeld bestaat van wat zich in en om de horeca-inrichting heeft afgespeeld, toegespitst op de periode tot aan het besluit in eerste aanleg.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is het, op grond van het door de politie opgemaakte rapport van 29 juni 2008, het proces-verbaal van 21 augustus 2008 alsmede de overgelegde volledige verslagen van verhoor en de volledige tapgesprekken, voldoende aannemelijk dat er gedurende de periode van februari 2008 tot april 2008 regelmatig harddrugs aanwezig waren in Café De Taveerne ten behoeve van verkoop, aflevering of verstrekking als bedoeld in artikel 13b van de Opiumwet. Daarbij is aannemelijk geworden dat er handel in harddrugs heeft plaatsgevonden die in directe relatie staat tot de exploitatie van het café. Daarbij is van belang dat op grond van de verklaringen aannemelijk is geworden dat verdachte 1 een stamgast was van het café en bekend stond als drugdealer. De voorzieningenrechter merkt daarbij op dat voor zover verdachte 1 buiten Café De Taveerne handelde in harddrugs, dit duidelijk wel in directe relatie met laatstgenoemde horecagelegenheid gebeurde, aangezien blijkens de overgelegde verslagen van telefoontaps verdachte 1 Café De Taveerne desgevraagd meermaals noemt als tref- en ontmoetingspunt.

Daarnaast is van belang dat uit meerdere verklaringen blijkt dat harddrugs in het café werden gebruikt en dat dit bekend was bij verscheidene medewerkers van het café.

Voorts is aannemelijk geworden dat een vaste barmedewerker (verdachte 5) volgens zijn eigen verklaringen niet alleen op de hoogte was van, maar ook persoonlijk betrokken was bij, de handel in harddrugs. Dat de levering of de betaling wellicht niet (altijd) in het café van eiser plaats hadden, doet daaraan niet af. Onder verkoop moet in dit kader het totaal aan handelingen worden verstaan dat rechtstreeks tot de overdracht van het verkochte leidt (zie uitspraak AbRS van 6 augustus 2003, LJN: AI0787).

Er is geen reden om te oordelen dat verweerder niet van de juistheid van de door de politie verstrekte informatie in deze mocht uitgaan. Dat er in het café geen doorzoeking of inval heeft plaatsgevonden waarbij drugs zijn aangetroffen, doet daar niet aan af, nu dit voor toepassing van de bevoegdheid genoemd in artikel 13b van de Opiumwet niet vereist is.

De stelling van eiser, dat de politieverslagen niet objectief zijn omdat hierin ontlastende verklaringen, feiten en omstandigheden niet genoemd worden, is op geen enkele wijze nader onderbouwd.

Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is gezien het vorenstaande voldoende aannemelijk geworden dat in Café De Taveerne handel in en gebruik van harddrugs heeft plaatsgevonden en dat dit de exploitant kan worden aangerekend. Verweerder was dus bevoegd tot het opleggen van de maatregel.

Vervolgens staat ter beoordeling of de opgelegde duur van de maatregel onevenredig is.

Verweerder heeft de oplegging van de maximumduur van 52 weken gemotiveerd door te wijzen op het feit dat ten eerste niet gebleken is dat de exploitant adequaat optrad tegen de verkoop, aflevering of verstrekking, dan wel de aanwezigheid van harddrugs voor dat doel in het café en ten tweede het feit dat uit de afgelegde verklaringen naar voren komt dat de barmedewerker van de Taveerne op de hoogte en zelfs actief betrokken was bij de drugshandel in en vanuit het café. Daarin acht verweerder de onderhavige zaak ook niet gelijk aan de door verzoeker genoemde andere horeca-inrichtingen die niet of slechts voor korte duur gesloten zijn verklaard op grond van artikel 13b Opiumwet. De voorzieningenrechter acht de door verweerder hiertoe gegeven toelichting overtuigend.

Met name acht de voorzieningenrechter een relevant verschil met café de Sport dat in het laatste geval is gebleken dat de exploitant reeds voor het besluit in eerste aanleg is overgegaan tot het treffen van effectieve maatregelen om drugshandel en –gebruik in het café tegen te gaan.

Gezien de door verweerder te behartigen bescherming van het woon- en leefklimaat en de openbare orde kan niet worden gezegd dat de duur van de sluiting niet in redelijke verhouding staat tot het daarmee beoogde doel, te weten het tenietdoen van de naamsbekendheid van de horecagelegenheid als plaats waar handel in en gebruik van harddrugs plaatsvindt. Dat er, zoals eiser stelt, geen verstoringen van de openbare orde hebben voorgedaan in en rond het café, gaat eraan voorbij dat de handel in, het gebruik van en de aanwezigheid van harddrugs op zichzelf reeds als verstoring van de openbare orde kan worden beschouwd.

Dat eiser ten slotte groot financieel belang heeft bij de exploitatie van de inrichting kan niet als bijzondere omstandigheid worden aangemerkt (zie onder meer Afdeling bestuursrechtspraak Raad van State, 5 januari 2005, LJN: AR8730).

Nu voorts nader onderzoek naar het oordeel van de voorzieningenrechter redelijkerwijs niet kan bijdragen aan de beoordeling van zaak, dient het beroep met toepassing van artikel 8:86 van de Awb, ongegrond te worden verklaard.

Gegeven de beslissing in de hoofdzaak is er geen aanleiding voor het treffen van een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter acht geen termen aanwezig voor een proceskostenveroordeling.

III BESLISSING

De voorzieningenrechter:

RECHT DOENDE:

1 verklaart het beroep ongegrond;

2 wijst het verzoek af.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak, voor zover daarbij op het beroep is beslist, kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Aldus gegeven door mr. C.C. Dedel-van Walbeek, als voorzieningenrechter, en in het openbaar uitgesproken op 12 maart 2009, in tegenwoordigheid van de griffier mr. H.G. Egter van Wissekerke.