Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH4584

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
03-03-2009
Datum publicatie
03-03-2009
Zaaknummer
09/535637-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte en aangeefster woonden beiden ten tijde van het tenlastegelegde op een zorg/woonboerderij waar mensen met een verstandelijke beperking onderdak vinden. Verdachte wordt verdacht van seksueel misbruik van aangeefster. De verdachte heeft in elk stadium van het proces ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de hem verweten gedragingen. Hij stelt dat hij op geen enkele wijze begrijpt waarom aangeefster hem van dergelijke handelingen beschuldigt. Verdachte ontkent niet dat hij regelmatig bij aangeefster op de kamer kwam, ook 's avonds. Aangeefster was namelijk in het bezit van een Wii spelcomputer, waarop verdachte graag speelde. In veel gevallen speelde hij met aangeefster samen. Alle (...) bewijsmiddelen zijn te herleiden tot slechts één bron, te weten aangeefster. De rechtbank stelt vast dat er geen verklaringen van getuigen zijn die in de periode dat de seksuele handelingen zouden hebben plaatsgevonden, iets van die handelingen hebben gezien of daarover (bijvoorbeeld van aangeefster) hebben gehoord. De rechtbank kan alleen bevestiging vinden voor de verklaring van aangeefster voor zover die ziet op de bezoeken van verdachte. Voor het overige tast de rechtbank volkomen in het duister. Dit betekent dat de rechtbank het aan verdachte ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen acht, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/535637-08

Datum uitspraak: 3 maart 2009

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1988,

laatstelijk wonende te [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 17 februari 2009.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr. B.J. de Deugd, advocaat te Nieuwerkerk aan den IJssel, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie, mr. R.R. Joesoef Djamil, heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1. primair ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 24 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en als bijzondere voorwaarde dat verdachte zich houdt aan de voorschriften hem gegeven door Reclassering Nederland, ook als die voorschriften inhouden behandeling bij De Waag, zolang die instelling zulks nodig acht.

Verder heeft de officier van justitie geconcludeerd dat de rechtbank de vordering van de benadeelde partij, [A], [adres], ingediend door de curator van de benadeelde partij zal toewijzen en ter zake van het gevorderde bedrag tevens een schadevergoedingsmaatregel zal opleggen, subsidiair 55 dagen hechtenis.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat,

hij op een of meer tijdstip(pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2008

tot en met 24 september 2008 te [P] door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) een vrouw, genaamd [A], heeft gedwongen tot het

ondergaan van (een) handeling(en) die bestond(en) uit of mede bestond(en) uit

het seksueel binnendringen van het lichaam van die [A], hebbende

verdachte (telkens)

-meermalen, althans eenmaal, (een of meer van) zijn vinger(s), in de vagina

van die [A] geduwd/gebracht

en/of

-meermalen, althans eenmaal, de borst(en) van die [A] betast/aangeraakt

en/of in de borst(en) van die [A] geknepen

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) (telkens) hierin dat verdachte

-heeft gedreigd die [A] van het leven te beroven als zij voornoemde

seksuele handelingen niet zou toestaan

en/of

-die [A] een (aardappelschil)mesje heeft getoond

en/of

-heeft gedreigd de hamster van die [A] te vermoorden of letsel toe te

brengen (met een electrische vliegenmepper) als zij hem, verdachte, niet zou

toelaten tot haar woning/kamer voornoemde seksuele handelingen niet zou

toestaan

en/of (aldus) voor die [A] een bedreigende situatie heeft doen ontstaan;

art 242 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op een of meer tijdstip)pen) in of omstreeks de periode van 1 juli 2008

tot en met 24 september 2008 te [P], door geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) en/of bedreiging met geweld of (een) andere

feitelijkhe(i)d(en) een vrouw, genaamd [A], heeft gedwongen tot het

plegen en/of dulden van een of meer ontuchtige handeling(en), bestaande uit

het meermalen, althans eenmaal,

-betasten en/of aanraken van de vagina en/of de borst(en) van die [A]

en/of

-knijpen in de borst(en) van die [A]

en bestaande dat geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) en/of die bedreiging

met geweld of die andere feitelijkhe(i)d(en) uit het

-die [A] te dreigen haar van het leven te beroven als zij voornoemde

seksuele handelingen niet zou toestaan

en/of

-het die [A] tonen van een (aardappelschil)mesje

en/of

-het dreigen de hamster van die [A] te vermoorden of letsel toe te

brengen (met een electrische vliegenmepper) als zij hem, verdachte, niet zou

toelaten tot haar woning/kamer en/of voornoemde seksuele handelingen niet zou

toestaan;

art 246 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak.

De rechtbank acht op grond van het onderzoek ter terechtzitting niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen de verdachte bij dagvaarding onder 1. primair en 1. subsidiair is ten laste gelegd, zodat hij daarvan dient te worden vrijgesproken.

Het bevel tot voorlopige hechtenis is met ingang van 18 februari 2009 opgeheven.

Deze beslissing is apart geminuteerd.

Overweging met betrekking tot de vrijspraak

Verdachte en het slachtoffer woonden beiden ten tijde van het tenlastegelegde op de zorg/woonboerderij te [P]. In de zorg/woonboerderij vinden mensen met een verstandelijke beperking onderdak die in het dagelijkse leven structuur en duidelijkheid nodig hebben.

Op 1 oktober 2008 heeft de heer [B], als GZ-psycholoog werkzaam op de zorg/woonboerderij [naam boerderij], aangifte gedaan van seksueel misbruik van een bewoonster (aangeefster) door een medebewoner (de latere verdachte). De seksuele handelingen zouden plaats hebben gevonden in het woonappartement van aangeefster. De heer [B] was bekend geworden met de beschuldigingen van aangeefster, nadat hij was ingelicht door een dienstdoende medewerkster. Deze medewerkster, [C], heeft op 25 september 2008 aangeefster, slechts gekleed in een slipje, op haar bed aangetroffen. Aangeefster heeft toen tegen deze begeleidster verklaard dat zij regelmatig verdachte via het dakraam had binnengelaten, dat zij bang was voor verdachte, dat ze hadden gevreeën en dat ze tijdens het vrijen beiden bloot waren.

Aangeefster is op 22 oktober 2008 middels een studioverhoor gehoord. Het verhaal van aangeefster zoals zij tijdens het verhoor bij de politie heeft verteld, is niet steeds consistent en verschilt op een aantal punten aanzienlijk met het verhaal dat zij tegen de getuige [C] heeft verteld. De rechtbank ziet zich daarom voor de vraag geplaatst of in het dossier voldoende wettig en overtuigend bewijs aanwezig is voor hetgeen verdachte, blijkens de dagvaarding, wordt verweten.

De verdachte heeft in elk stadium van het proces ontkend zich schuldig te hebben gemaakt aan de hem verweten gedragingen. Hij stelt dat hij op geen enkele wijze begrijpt waarom aangeefster hem van dergelijke handelingen beschuldigt. Verdachte ontkent niet dat hij regelmatig bij aangeefster op de kamer kwam, ook 's avonds. Aangeefster was namelijk in het bezit van een Wii spelcomputer, waarop verdachte graag speelde. In veel gevallen speelde hij met aangeefster samen.

Uit de verklaring van verdachte ter terechtzitting meent de rechtbank op te maken dat op de zorgboerderij over en weer bezoek bij elkaar meer regelmaat dan uitzondering was. Dat gebeurde zowel overdag als 's avonds.

De moeder van aangeefster heeft verklaard dat het gedrag van haar dochter sinds februari 2008 is veranderd. Ook heeft aangeefster regelmatig tegen haar moeder in mei/juni 2008 verteld dat zij dood wilde. In juli heeft aangeefster haar moeder gebeld en gezegd dat ze door de leiding van de zorgboerderij niet serieus werd genomen en dat ze door verdachte werd bedreigd.

Alle voornoemde bewijsmiddelen zijn te herleiden tot slechts één bron, te weten aangeefster. De rechtbank stelt vast dat er geen verklaringen van getuigen zijn die in de periode dat de seksuele handelingen zouden hebben plaatsgevonden, iets van die handelingen hebben gezien of daarover (bijvoorbeeld van aangeefster) hebben gehoord. De leiding was er wel van op de hoogte dat verdachte zijn kamer 's avonds en 's nachts verliet. Om die reden was volgens [B] bij verdachte een zogenaamde verklikker op zijn deur geplaatst. Ook aangeefster had een verklikker op haar deur.

Over het verklikker- en beveiligingssysteem bestaan naar het oordeel van de rechtbank onduidelijkheden. Getuige [D] heeft verklaard dat als deuren zijn voorzien van verklikkers, de leiding middels een melderkast kan zien wanneer zij geopend worden. Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat op alle deuren in de boerderij een verklikker bevestigd is. Uit de aangifte van [B], en uit de verklaringen van aangeefster en de verdachte is het voor de rechtbank niet duidelijk geworden wanneer deze vorm van controle - en bij welke bewoner - werd aangebracht. Dit klemt temeer omdat nu juist deze wijze van alarmering er kennelijk voor moest zorgen, dat illegale uitstapjes van bewoners werden voorkomen. De rechtbank heeft ook overigens geen inzicht gekregen in de beveiliging die kennelijk op de ramen van (enkele) bewoners was aangebracht om te voorkomen dat bewoners via de ramen hun appartement konden verlaten. Verdachte heeft ter zitting verklaard dat hij via zijn raam zijn appartement verliet om met een medebewoner wat te gaan 'spoken'. Toen dit uitkwam, is zijn raam voorzien van beveiliging in de vorm van drangers, waardoor hij niet langer door het raam naar buiten kon. Daarnaast heeft de rechtbank er ook geen zicht op of het mogelijk is om vanaf de begane grond het dakraam op de eerste verdieping van de zorgboerderij te bereiken, hetgeen volgens aangeefster de verdachte enkele keren zou hebben gedaan. Bij de rechtbank zijn er daarom vragen gerezen over de mogelijkheden van verdachte om 's avonds en 's nachts zijn kamer te verlaten.

Gelet op het bovenstaande kan de rechtbank alleen bevestiging vinden voor de verklaring van aangeefster voor zover die ziet op de bezoeken van verdachte. Voor het overige tast de rechtbank volkomen in het duister.

Dit betekent dat de rechtbank het aan verdachte ten laste gelegde niet wettig en overtuigend bewezen acht, zodat verdachte daarvan dient te worden vrijgesproken.

Ten slotte overweegt de rechtbank nog het volgende:

Uit het dossier blijkt dat aangeefster eerder in 2008 aangifte heeft gedaan van een verkrachting die zou hebben plaatsgevonden in maart 2008. Ook in dat geval zou de verkrachting zijn gepleegd door een medebewoner. Ter terechtzitting is gebleken dat vlak voor of rond het moment waarop de verweten handelingen van verdachte zouden hebben plaats gevonden, aangeefster op de hoogte is geraakt van het feit dat de verdachte van de eerste verkrachtingszaak van maart 2008 is vrijgesproken.

De rechtbank gaat ervan uit dat aangeefster op een bepaald moment een ervaring heeft meegemaakt die heel ingrijpend voor haar is geweest. Voor de rechtbank is niet komen vast te staan dat verdachte daar debet aan is. Gezien de eerdere zaak en de uitkomst van die zaak - vrijspraak voor die verdachte -, had het op het pad van het openbaar ministerie gelegen in de onderhavige zaak extra alert te zijn. Het stuitergedrag van aangeefster dat door de leiding van de zorgboerderij eind september 2008 wordt gesignaleerd, kan gezien het bovenstaande een gevolg zijn geweest van de afloop van de eerdere verkrachtingszaak, maar dit is niet verder onderzocht.

In dit licht bezien, zou - in het belang van zowel aangeefster als verdachte - gezien de eerdere door aangeefster gedane aangifte, onderzoek naar de geloofwaardigheid van haar verklaring voor de hand hebben gelegen. Tevens had onderzoek naar de mogelijkheden om vanaf de begane grond de eerste verdieping te bereiken en naar het functioneren van het aanwezige verklikker- en beveiligingssysteem voor de hand gelegen. Het betreft hier tekortkomingen, welke in dit stadium van het proces niet meer kunnen worden hersteld.

Nu de rechtbank de verdachte zal vrijspreken, behoeven de gedane verweren/verzoeken van de raadsman geen behandeling meer, daar naar het oordeel van de rechtbank de verdachte hierdoor niet in zijn verdediging is geschaad.

De vordering van de benadeelde partij.

[curator], wonende te [adres], heeft als curator van de benadeelde partij [A], een vordering tot schadevergoeding ingediend, groot € 5.000,00, zijnde een voorschot immateriële schade.

De rechtbank zal de benadeelde partij niet ontvankelijk verklaren in haar vordering tot schadevergoeding, aangezien verdachte van het hem tenlastegelegde zal worden vrijgesproken. Dit brengt mee, dat de benadeelde partij dient te worden veroordeeld in de kosten die de verdachte tot aan deze uitspraak in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft moeten maken, welke kosten de rechtbank begroot op nihil.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1. primair en 1. subsidiair ten laste gelegde feiten heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

bepaalt dat de benadeelde partij [A], wonende te [woonplaats] niet ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding, en dat deze haar vordering bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;

veroordeelt de benadeelde partij in de kosten die de verdachte in verband met zijn verdediging tegen die vordering heeft gemaakt, welke kosten tot aan deze uitspraak zijn begroot op nihil.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Poustochkine, voorzitter,

Meijers en Royakkers, rechters,

in tegenwoordigheid van Boel, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 3 maart 2009.

Mr. Meijers is buiten staat dit vonnis mee te ondertekenen.