Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH4228

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
27-02-2009
Datum publicatie
27-02-2009
Zaaknummer
09/757882-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte een overval gepleegd op een pizzeria. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van geladen vuurwapens, waarmee zij de aanwezigen hebben bedreigd. Als verdachte en zijn medeverdachte vervolgens vluchten en door een aantal aanwezigen worden achtervolgd, schieten zij in de richting van hun achtervolgers, kennelijk met de bedoeling om niet te worden gepakt. Daarbij wordt gericht en meermalen geschoten op twee van de achtervolgers. Verdachte en zijn medeverdachte hebben het bovendien niet gelaten bij de hiervoor omschreven overval. Ondanks de wijze waarop die overval was verlopen en waarbij zij gericht hebben geschoten, waardoor de afloop voor een tweetal slachtoffers fataal had kunnen zijn, vonden zij het kennelijk geen enkel probleem om wederom - en wel zeer kort daarna - een overval te gaan plegen. Die overval was reeds in voorbereiding en heeft slechts geen doorgang gevonden door voortijdig ingrijpen van het arrestatieteam. Gevangenisstraf van 11 jaren met aftrek. Zie ook LJN BH4227.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector Strafrecht

Meervoudige strafkamer

Parketnummer 09/757882-08

Datum uitspraak: 27 februari 2009

Tegenspraak

(Promis)

De rechtbank 's-Gravenhage heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek ter terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte 2],

geboren te [plaats] ([…]) op [datum] 1985,

thans gedetineerd in de penitentiaire inrichting Rijnmond,

Huis van Bewaring "De IJssel" te Krimpen aan den IJssel.

1. Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 24 oktober 2008, 5 december 2008 en 13 februari 2009.

De rechtbank heeft kennis genomen van de vordering van de officier van justitie mr. I.J.E.H.C. Degeling en van hetgeen door de raadsvrouw van verdachte mr. A. Neermawatie Nandoe, advocaat te Wassenaar, en door de verdachte naar voren is gebracht.

2. De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:

1.

hij op of omstreeks 04 juli 2008 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met

een ander of anderen, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen

- een (gouden) ketting en/of

- een autosleutel van een personenauto merk Audi A3 en/of

- een sleutelhanger Eiffeltoren en/of

- een geldbedrag (van ongeveer 330 euro) en/of

- een mobiele telefoon merk Sony Ericsson en/of

- een of meer sleutelbos(sen) en/of

- een geldbedrag (van ongeveer 150 euro),

in elk geval enig goed, geheel of ten dele toebehorende aan

- [A]en/of

- [B]en/of

- [C]en/of

- [D],

in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn

mededader(s), welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd

van geweld en/of bedreiging met geweld tegen

- [A]en/of

- [E]en/of

- [D] en/of

- [B]en/of

- [F]en/of

- [C],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te

maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn

mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld en/of welke bedreiging met geweld

bestond(en) uit het

- tonen van een of meer vuurwapen(s), althans op (een) vuurwapen(s)

gelijkend(e) voorwerp(en) en/of

- richten van een vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp

op (het gezicht van die) [A]en/of die [E] en/of die

[D] en/of die [B] en/of [F]en/of die [C]en/of

- plaatsen en/of drukken van/met een vuurwapen, althans een op een vuurwapen

gelijkend voorwerp op de/een slaap van die [A]en/of

- slaan met een vuurwapen, althans met een op een vuurwapen gelijkend

voorwerp, in ieder geval met een hard en/of zwaar voorwerp op het hoofd/in

het gezicht van die [A]en/of

- tegen de achterzijde van het hoofd van die [C]drukken van een

vuurwapen, althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp en/of

- beetpakken en/of het naar zich toe trekken van die [A]en/of

- met zich meetrekken van die [A]en/of

- op (het lichaam van) die [E] gaan staan en/of

- op de grond gooien/duwen van die [D] en/of

- uit de hand van die [C]trekken van een sleutelbos en/of

- bij de nek omhoog trekken van die [C]en/of

- doorzoeken van de kleding/zakken van die [B] en/of [D] en/of [F]

en/of

- roepen/zeggen: "Kas, kluis, tas" en/of "geld" en/of "Maak die deur open,

anders schiet ik" en/of "que kassa" en/of "doe die ding open" en/of "loop

naar achteren" en/of "kassa, kassa" en/of

- trappen in de rug van die [E] en/of

- roepen/schreeuwen dat die [E] op de grond moest gaan

liggen en/of dat hij/zij achter de toonbank moesten kruipen en/of "liggen"

en/of "ga liggen, liggen" en/of

- met een of meerdere vuurwapen(s) schieten in de richting van die [A]en/of D. [F];

art 310 Wetboek van Strafrecht

art 312 lid 2 ahf/sub 2 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op of omstreeks 04 juli 2008 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of

anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade en/of [F] van het leven te beroven, tezamen en in

vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en al dan

niet na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapens meermalen,

althans eenmaal, geschoten heeft/hebben op de zich in zijn, verdachtes, en/of

zijn mededaders nabijheid bevindende [A]en/of [F], terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

art 289 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 47 lid 1 ahf/sub 1 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 04 juli 2008 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander,

althans alleen, al dan niet met voorbedachten rade, aan een persoon genaamd [A]

[A]en/of [F], opzettelijk en al dan niet na kalm beraad en

rustig overleg zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een of

meermalen met een of meerdere vuurwapens heeft/hebben geschoten in de richting

van die [A]en/of [F], terwijl de uitvoering van dat voorgenomen

misdrijf niet is voltooid;

art 302 lid 1 Wetboek van Strafrecht

art 45 lid 1 Wetboek van Strafrecht

meer subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of

een veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 04 juli 2008 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met

een ander [A]en/of [F]heeft bedreigd met enig misdrijf

tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft

verdachte opzettelijk dreigend op of aan de openbare weg een of meer

vuurwapens heeft getoond en/of een of meermalen heeft geschoten in de

richting van die [A]en/of [F]

art 285 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op of omstreeks de periode van 10 juli 2008 tot en met 11 juli 2008 te

Amsterdam en/of Rotterdam en/of Schiedam en/of Capelle aan den Ijssel, in

ieder geval in Nederland ter voorbereiding van het met anderen of een ander te

plegen misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van

acht jaren of meer is gesteld, te weten medeplegen van diefstal met geweld

en/of afpersing, althans een met anderen of een ander te plegen misdrijf

waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van acht jaren of

meer is gesteld, opzettelijk

- een (gestolen) (vlucht)auto merk Opel Astra, kleur paars/blauw en/of

- valse en/of gestolen kentekenplaten [NUMMER] en/of

- valse en/of gestolen kentekenplaten [NUMMER] en/of

- een of meer vuurwapen(s) en/of

- een pruik en/of

- (een) pantie(s) en/of

- handschoenen en/of

- touw en/of

- een sporttas en/of

- een mes

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, heeft

verworven en/of vervaardigd en/of ingevoerd en/of doorgevoerd en/of uitgevoerd

en/of voorhanden heeft gehad;

art 46 lid 1 Wetboek van Strafrecht

3. Het bewijs

3.1 Het standpunt van de officier van justitie

De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte samen met een ander een gewapende overval heeft gepleegd op pizzeria [pizzeria], waarbij verdachte en zijn mededader tijdens hun vlucht met voorbedachten rade gericht op twee medewerkers van de pizzeria hebben geschoten, en samen met die ander een tweede overval heeft voorbereid.

De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank wettig en overtuigend bewezen zal verklaren dat verdachte feit 1, de poging moord ten laste gelegd onder feit 2 primair en feit 3 heeft begaan.

3.2 Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van feit 1 en 2

De raadsvrouw van verdachte heeft zich op het standpunt gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte de hem ten laste gelegde overval heeft gepleegd en hierop volgend de medewerkers van de beroofde pizzeria heeft beschoten.

De raadsvrouw van verdachte heeft aangevoerd dat

- bij verdachte geen van de gestolen goederen zijn aangetroffen,

- de overvallers onder meer Nederlands met elkaar spraken, een taal die verdachte niet machtig is,

- er geen DNA van verdachte is aangetroffen op de hulzen die op de plaats delict zijn gevonden en

- het door de telefoon van verdachte aanstralen van telefoonmasten in Den Haag en het telefonisch contact met medeverdachte [verdachte 1] onvoldoende is voor een veroordeling voor de overval.

Ten aanzien van feit 3

De raadsvrouw van verdachte heeft gesteld dat niet bewezen kan worden dat verdachte de hem ten laste gelegde voorbereidingshandelingen ten behoeve van een diefstal met geweld en/of afpersing heeft gepleegd. Verdachte heeft weliswaar op 11 juli 2008 bij [verdachte 1] in de Opel Corsa gezeten, maar hij wist niet dat deze auto gestolen was, noch dat de andere in deze auto aangetroffen goederen gestolen waren. Bovendien was er geen sprake van een bewuste en nauwe samenwerking.

3.3 De beoordeling van de tenlastelegging1

De rechtbank leidt uit de inhoud van het dossier en het verhandelde ter terechtzitting het volgende af.

Ten aanzien van feit 1 en 2

Binnenkomst

Het slachtoffer [A]heeft verklaard dat op 4 juli 2008 omstreeks 23.30 uur twee mannen met panty's over hun hoofd zijn pizzeria "[pizzeria]" binnenkomen. De mannen hebben beiden een vuurwapen.2 Ook de slachtoffers [B], [F], [C]en [D] hebben in hun aangifte dienovereenkomstig verklaard.3

[A]

Eén van de daders richt zijn vuurwapen op het gezicht van [A]en plaatst dit daarna tegen diens slaap.4 [F]neemt dit waar.5 De man pakt vervolgens de kraag van het T-shirt van [A]en trekt hem naar zich toe. De man roept "Kas, kluis, tas" en "Geld". De man trekt [A]naar de toonbank, waar de kassa zich bevindt.6 [E]hoort de man "Que kassa" en "Doe die ding open" roepen.7 Volgens [C]roept de man "Kassa, kassa".8 [A]maakt de kassa open. De man pakt vervolgens een handvol papiergeld en steekt dit in zijn broekzak. Later blijkt € 330,00 te zijn weggenomen. [A]raakt met de man in worsteling en ziet kans hem op de grond te werpen. De man houdt de gouden ketting van [A]vast tijdens de val, waardoor deze breekt.9 [B] hoort de worsteling terwijl hij op de grond ligt.10

Terwijl [A]met de man op de grond ligt slaat de mededader van de man hem met diens vuurwapen in het gezicht.11 [C]hoort de klap en daarna hoort hij [A]roepen "Niet slaan, daar staat de kassa". Na de overval ziet [C]een beurse plek op het gezicht van [A].12 Later ontdekt [A]dat de daders ook zijn autosleutel van een Audi A3 met sleutelhanger hebben weggenomen.13

[D], [B], [F]

[D] heeft verklaard dat hij na binnenkomst van de overvallers naar het toilet is gevlucht.14 [A]ziet de mededader van de man die hem vast heeft gepakt naar het toilet lopen en hoort hem roepen "Maak die deur open, anders schiet ik".15 [D] komt naar buiten en moet op de grond gaan liggen, terwijl een vuurwapen op hem wordt gericht. De man doorzoekt vervolgens zijn zakken en pakt € 150,00.16 [F] ziet dat [D] op de grond wordt geduwd en dat er iets uit zijn zakken wordt weggenomen.17 [B] en [F] hebben verklaard dat zij met [D] op de grond moesten gaan liggen, terwijl een vuurwapen door dezelfde man op hen werd gericht.18 Tegen [F] roept de man eerst "Loop naar achteren".19 De man doorzoekt vervolgens de zakken van [B] en neemt een sleutelbos en een mobiele telefoon, merk Sony Ericsson, weg.20 [F] ziet dat bij [B] uit zijn zakken een mobiele telefoon en iets anders wordt weggenomen. Ook bij [F] worden de zakken doorzocht, doch niets buitgemaakt.21

[C]

[C]heeft bij de politie verklaard dat hij voor de ingang van de pizzeria stond toen de overvallers arriveerden. Eén van de mannen richt een pistool op het hoofd van [C]. De man trekt vervolgens een sleutelbos uit zijn hand en roept dat hij moet gaan liggen. De man trekt [C]daarna bij de nek omhoog en plaatst zijn vuurwapen tegen de achterzijde van zijn hoofd. In de winkel moet [C]opnieuw op de grond gaan liggen.22

[E]

[E] heeft verklaard dat één van de twee mannen een vuurwapen op hem heeft gericht. Een man roept dat hij op de grond moet gaan liggen en achter de toonbank moet kruipen. De man roept "Liggen" en "Ga liggen, liggen". [E] wordt vervolgens in de rug getrapt om op de grond te gaan liggen, waarna de mannen op hem stappen alsof hij vloerbedekking is.23

Antilliaans

[E], [C]en [D] hebben verklaard dat zij de daders onderling op enig moment Antilliaans horen spreken.24 [E] herkent het accent als afkomstig van Curaçao.25 De rechtbank merkt op dat door de overvallers slechts in heel beperkte mate Nederlandse woorden zijn gebruikt, dat in ieder geval medeverdachte [verdachte 1] de Nederlandse taal goed machtig is en dat zij niet aannemelijk acht dat de in Nederland verblijvende verdachte in het geheel geen Nederlandse woorden zou kunnen uitspreken.

Achtervolging en schietpartij

Na de worsteling met [A]rennen de daders de zaak uit. [A]rent achter de daders aan. Wanneer [A]hen bijna heeft ingehaald draaien de beide mannen zich om en schieten meermalen gericht op hem.26 Ook [F], [B] en [D] rennen achter de daders aan.27 [F] heeft verklaard dat één van de mannen tijdens de achtervolging zijn vuurwapen op [A]en hem richt, waarna [F] meerdere schoten hoort.28 [D] ziet en hoort dat beide mannen op [A]schieten.29 Getuige [getuige] ziet en hoort twee mannen richting twee andere mannen schoten lossen.30

Vluchtauto

[A]ziet de overvallers wegrijden in een paarse Opel, type Astra of Vectra]31 [D] ziet de mannen in een donkere Opel Astra vertrekken.32 Ook [F] spreekt over een donkere Opel.33

Contact met [verdachte 1]

Op de avond van de overval, 4 juli 2008, heeft het telefoonnummer [nummer], het telefoonnummer van verdachte, tweemaal telefonisch contact met het telefoonnummer [nummer], het nummer van zijn medeverdachte [verdachte 1].34 De telefoongesprekken vinden plaats om 19.16 en 19.23 uur en duren beide iets minder dan een minuut.35

Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 februari 2009 verklaard dat hij [verdachte 1] de middag van 4 juli 2008 heeft gezien, maar later die dag niet meer.36

[verdachte 1] heeft verklaard dat hij zich niet kan herinneren dat hij die gesprekken met verdachte heeft gevoerd. Hij denkt die avond geen enkel telefoontje te hebben gepleegd.37 Later heeft [verdachte 1], als getuige in de zaak tegen verdachte, gesteld dat hij die dag en avond niemand heeft gebeld.38Ter terechtzitting van 13 februari 2009 heeft verdachte geweigerd opheldering ter zake te verschaffen.39

Verdachte heeft bij de politie aanvankelijk verklaard dat hij niets weet van [verdachte 1] en niet met hem is bevriend.40 Daarna heeft verdachte verklaard dat hij [verdachte 1] ongeveer twee maanden kende.41 Ter terechtzitting van 13 februari 2009 heeft verdachte deze verklaring echter weer gewijzigd en verklaard dat hij [verdachte 1] één of twee weken kende.42 [verdachte 1] heeft verklaard dat hij verdachte pas een week kent.43 Ter terechtzitting van 13 februari 2009 verklaart [verdachte 1], als getuige in de zaak tegen verdachte, echter dat hij verdachte al een paar weken kent.44

De rechtbank stelt vast dat verdachte en [verdachte 1] bij herhaling wisselend, vaag en tegenstrijdig verklaren over de duur van periode dat zij elkaar kennen en over hun contacten in de vroege avond van 4 juli 2008. De rechtbank acht de verklaringen van verdachte en [verdachte 1] op dit punt dan ook ongeloofwaardig.

Den Haag

De telefoon van verdachte straalt op 4 juli 2008 om 22.11, 22.14, 22.17 en 22.18 uur twee masten in de Den Haag aan, die zich bovendien dicht in de buurt van de plaats van de overval bevinden.45 Verdachte heeft hierover ten overstaande van de rechter-commissaris verklaard dat hij die avond bij zijn vriendin [Q] in Rotterdam is geweest. Verdachte heeft geopperd dat misschien vrienden van hem met zijn telefoon in Den Haag hebben gebeld.46

Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 februari 2009 uitdrukkelijk verklaard dat hij op de avond van 4 juli 2008 was op de plaats waar zijn telefoon is aangestraald en voorts dat hij om 22.17 uur een SMS-bericht aan zijn vriendin [Q] heeft verzonden. Hij kan vervolgens niet verklaren waarom zijn telefoon bij het verzenden van dat SMS-bericht een telefoonmast in Den Haag aanstraalt. Verdachte snapt ook niet waarom zijn telefoon om 22.11 en 22.14 uur, wanneer hij -zoals hij ter terechtzitting heeft verklaard- de telefoon in zijn bezit heeft, ook masten in Den Haag aanstraalt. Hij houdt vol dat hij elk geval niet in Den Haag was. Kort na 22.17 uur, om ongeveer 22.30 uur, leent verdachte in Charlois te Rotterdam zijn telefoon aan "[M]" (fonetisch). Verdachte gaat vóór 00.30 uur met de metro terug naar Capelle aan den IJssel. "[M]" geeft zijn telefoon die nacht in Capelle aan verdachte terug, aldus verdachte.47

De telefoon van [verdachte 1] straalt op 4 juli 2008 om 22.01 en 23.24 uur - derhalve vlak voor het tijdstip van de overval - een telefoonmast in Den Haag aan, die zich zeer dicht in de buurt van plaats van de overval bevindt.48 [verdachte 1] heeft ten overstaan van de politie verklaard dat hij langer dan twee maanden geleden in Den Haag is geweest. Op 4 juli 2008 was hij volgens zijn verklaring in elk geval niet in Den Haag. Hij heeft die dag wel in de rode Opel Corsa van zijn vriend "[vriend]" gereden in Rotterdam, Capelle en Amsterdam.49 Op deze avond wordt met het toestel van [verdachte 1] rond 19.30 uur meermalen gebeld met "[p1]" en om rond 20.30 uur met "[p2]", personen die voorkomen in het adresboek van verdachte.50 Verdachte heeft echter gesteld dat hij die dag en avond niemand heeft gebeld.51

De telefoonnummers van verdachte en [verdachte 1] stralen op 5 juli 2008 vervolgens tussen 00.23 en 0.58 uur - derhalve kort na het tijdstip van de overval - eenzelfde telefoonmast in Rotterdam aan. Daarna stralen beide nummers (tegelijkertijd) om 01.29 uur opnieuw eenzelfde telefoonmast in Rotterdam aan.52 Verdachte heeft ten overstaande van de rechter-commissaris verklaard dat het kan kloppen dat hij later op de avond in Rotterdam heeft gebeld.53

[verdachte 1] heeft verklaard dat hij verdachte die dag niet heeft gezien.54 Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 februari 2009 echter verklaard dat hij [verdachte 1] de middag van 4 juli 2008 wel heeft gezien, doch later die dag niet meer.55

De rechtbank stelt vast dat de verklaringen van verdachte en [verdachte 1] dat zij op 4 juli 2008 elkaar in de avond niet hebben gezien en niet in Den Haag zijn geweest, zeer wisselend zijn, onderling niet overeenstemmen en strijdig zijn met de vastgelegde telefoongegevens, die op zichzelf niet zijn bestreden. De rechtbank concludeert daarom dat de verklaring dat verdachte die avond niet in Den Haag is geweest kennelijk leugenachtig is, te meer nu hij laatstelijk zelf heeft verklaard het SMS-bericht om 22.17 uur zelf te hebben verzonden en hij ter terechtzitting bovendien heeft verklaard dat hij zich bevond waar zijn telefoon is aangestraald. Verdachte kan dus - anders dan hij heeft verklaard - niet op dat moment in Charlois, Rotterdam, zijn geweest, waarmee tevens vast staat dat het niet mogelijk is dat hij aldaar - zoals hij zegt - om 22.30 uur zijn telefoon aan "[M]" heeft uitgeleend.

Geld

[Q] verklaart dat haar vriend, verdachte, na 4 juli 2008 een broek, twee shirts, een riem en een broek voor haar heeft gekocht, terwijl hij dit volgens haar niet vaak doet. Verdachte heeft contant betaald.56 Daarnaast zegt [verdachte 1] in een telefoongesprek op 5 juli 2008 om 9.45 uur, de ochtend na de overval, tegen zijn vriendin [R] dat hij "de boormachine" zal terugbrengen, "omdat hij nu geld heeft".57

De rechtbank leidt uit het voorgaande af dat beide verdachten (vlak) na de overval over meer (contant) geld beschikten.

Conclusie

De rechtbank acht op grond van de hierboven opgesomde bewijsmiddelen, te weten -kort weergegeven-:

- het gelijktijdig of zeer kort na elkaar aanstralen van (deels dezelfde) telefoonmasten door de mobiele telefoons van verdachte en [verdachte 1] in Den Haag en Rotterdam, zowel voor als na de overval,

- de verklaring van verdachte dat hij zelf op 4 juli 2008 om 22.17 uur een SMS-bericht aan zijn vriendin heeft verzonden en dat hij zich toen bevond op de plaats waar zijn telefoon werd aangestraald,

- het observeren van verdachte in een paars/blauwe Opel Corsa, vergelijkbaar met de waargenomen vluchtauto na de overval en

- de plotselinge beschikking over meer geld (vlak) na de overval bij beide verdachten

wettig en overtuigend bewezen dat verdachte met zijn medeverdachte [verdachte 1] de ten laste gelegde overval heeft gepleegd.

De rechtbank neemt daarbij in aanmerking dat de verklaringen van verdachte op punten die een door hem geschetst mogelijk alternatief scenario zouden moeten ondersteunen zeer wisselend, op onderdelen tegenstrijdig en overigens dusdanig vaag zijn, dat de rechtbank hier geen geloof aan hecht.

Poging tot moord respectievelijk doodslag

Op grond van de hiervoor aangehaalde bewijsmiddelen staat vast dat verdachte en zijn medeverdachte [verdachte 1] zich tijdens hun vlucht hebben omgedraaid, hun wapen op de achtervolgers hebben gericht en meermalen hebben geschoten. Deze omstandigheden zijn op zich onvoldoende om tot de conclusie te komen dat verdachten hebben nagedacht over en zich rekenschap hebben gegeven van de betekenis en de gevolgen van hun handelen. Van overige feiten en omstandigheden die tot een andere conclusie zouden kunnen leiden, is niet gebleken uit de bewijsmiddelen. Voor de vaststelling dat sprake is geweest van kalm beraad en rustig overleg biedt het bewijsmateriaal dus onvoldoende steun, zodat de rechtbank de voor poging tot moord vereiste voorbedachte raad niet bewezen acht. Wel komt de rechtbank op grond van de aangehaalde bewijsmiddelen tot de conclusie dat sprake is van poging tot doodslag in vereniging, nu verdachte en [verdachte 1] gericht op hun achtervolgers hebben geschoten en daarbij op zijn minst bewust de naar algemene ervaringsregels aanmerkelijke kans hebben aanvaard dat één of meer van die achtervolgers ten gevolge daarvan van het leven zouden worden beroofd.

Ten aanzien van feit 3

Tapgesprekken

Op 8, 10 en 11 juli 2008 hebben verdachte en medeverdachte [verdachte 1] meermalen contact met elkaar via hun mobiele telefoons.

- 8 juli 2008

10.54 uur: Verdachte en [verdachte 1] spreken elkaar over "dat ding". [verdachte 1] zegt: "het is beter als wij tot vrijdag wachten".58

- 10 juli 2008

17.38 uur: [verdachte 1] zegt "ik ben er klaar voor". Verdachte antwoordt "eigenlijk moet het morgen". Verdachte vraagt hoe ze elkaar morgenochtend vroeg zullen ontmoeten. [verdachte 1] stelt voor elkaar 's nachts te ontmoeten en te "wachten totdat het tijd is".59

19.36 uur: [verdachte 1] en verdachte spreken elkaar over "dat ding" waarop verdachte niet wil wachten. [verdachte 1] zegt dat hij geld nodig heeft. Verdachte antwoordt hierop "dat is wat ik tegen je zeg: je moet mij komen ophalen, we gaan dan daar naartoe om die dingen te doen, we verdelen onze dingen precies precies". Verdachte zegt ook "blijf vandaag rustig zodat we dat ding netjes doen, ik neem gewoon nette dingen mee".60

20.15 uur: Verdachte stuurt een SMS-bericht aan [verdachte 1]: "broer: haal een panty en handschoenen voor mij morgen".61

- 11 juli 2008

6.33 uur: [verdachte 1] zegt tegen verdachte dat hij geen panty en "dinges" heeft. Verdachte antwoordt hierop dat dat niet geeft, hij heeft wel "dinges".62

7.13 uur: Verdachte heeft het over "dat ding" bekijken als ze "daar" aankomen zodat ze daar morgen "netjes" aan komen rijden. Hij vraagt [verdachte 1] te kijken of hij "dat ding" ziet.63

7.23 uur: [verdachte 1] zegt tegen verdachte dat hij hartstikke blut is en "dit ding" vandaag moet doen. Verdachte antwoordt dat het ook hartstikke slecht gaat met hem.64

16.41 uur: Verdachte belt met zijn vriendin [Q] om die rode tas klaar te leggen. Hij heeft de tas nodig om spullen in te doen. Hij gaat niet op reis. Hij vraagt zijn vriendin al zijn reispapieren eruit te halen zodat niks achterblijft met zijn naam erop.65

Verdachte heeft ten overstaande van de politie verklaard dat hij zich niet herinnert dat hij [verdachte 1] op 8 juli 2008 dan wel op 10 juli 2008 heeft gesproken. Hij was niet van plan om iets met [verdachte 1] te doen, hij heeft niets met hem besproken. Vervolgens heeft verdachte zich op zijn zwijgrecht beroepen.66

Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 februari 2009 als volgt verklaard.

- Hij weet niets van het SMS-bericht dat vanaf zijn telefoonnummer naar [verdachte 1] is verzonden, waarin om een panty en handschoenen wordt gevraagd.67

- Hij kan zich niet herinneren waar de telefoongesprekken met verdachte inzake "geld" en "nette dingen" over gingen.68

- Het "netjes" aan komen rijden betrof het aanrijden naar de plek waar verdachte badkamerspullen wilde kopen.69

- Het "ding" dat verdachte en verdachte 11 juli 2008 gingen doen was verhuizen.

- "Dat ding" waar verdachte niet op wilde wachten kan hij zich ter terechtzitting niet herinneren.70

- Verdachte en [verdachte 1] hadden om 4.00 uur afgesproken omdat het buiten toch al licht was en rustiger op straat.71

[verdachte 1] heeft aanvankelijk ten overstaan van de politie verklaard dat hij de ochtend van 11 juli 2008 met niemand telefonisch contact heeft gehad.72 Toen [verdachte 1] met de getapte telefoongesprekken is geconfronteerd heeft hij zijn verklaring evenwel als volgt gewijzigd:

- Hij ging die dag verdachte ophalen om te helpen met verhuizen, maar toen hij bij verdachte aankwam hoefde het niet meer.73

- Het spreken over geld betrof een betaling aan hem voor zijn hulp bij het verhuizen van verdachte .74

- Het verzoek van verdachte om onder meer een panty mee te nemen betrof een panty voor verdachte die hij onder zijn pet draagt, nu hij door die pet kaal wordt.75 [verdachte 1] heeft evenwel ter terechtzitting van 13 februari 2009, als getuige in de zaak tegen verdachte, verklaard dat het SMS-bericht van verdachte sokken betrof en niet een panty.76

- [verdachte 1] heeft verklaard dat "dat ding" dat ze gingen bekijken het huis was dat verdachte voor het verhuizen zou aanwijzen. Zodoende zouden [verdachte 1] en verdachte het huis de volgende dag in één keer kunnen vinden, oftewel "netjes" aan kunnen komen rijden.77

De rechtbank stelt vast dat in de telefoongesprekken en het SMS-bericht tussen verdachte en [verdachte 1], gelet op de inhoud ervan, kennelijk sprake is van versluierd taalgebruik door te spreken in termen van "ding", "netjes doen", "dinges", "dingen", "nette dingen". Naar het oordeel van de rechtbank valt uit de overige stukken in het dossier en de context die daaruit blijkt, op te maken dat dit versluierd taalgebruik bedoeld is om te verhullen dat het in deze gesprekken gaat over het plannen van een gewapende overval. Tevens blijkt uit de gesprekken dat verdachte en [verdachte 1] geld nodig hadden en daarom "dit ding" moesten doen. De verklaringen van verdachte en [verdachte 1] over de inhoud en betekenis van deze gesprekken zijn wisselend en komen niet met elkaar overeen. Bovendien geven hun verklaringen, in geen enkele vorm, afzonderlijk noch in samenhang, een sluitende verklaring voor hetgeen daadwerkelijk tijdens de getapte gesprekken is gezegd. De rechtbank acht de verklaringen van verdachte en [verdachte 1] ter zake de telefoongesprekken en het SMS-bericht daarom niet geloofwaardig.

Observatie

Op 11 juli 2008 wordt verdachte door het observatieteam van de politie gevolgd. Het observatieteam heeft het volgende waargenomen. [verdachte 1] vertrekt vanuit Rotterdam met een donkere Opel Astra en haalt verdachte om 12.12 uur op in Schiedam. Verdachte en [verdachte 1] rijden samen naar Amsterdam. [verdachte 1] gaat om 13.15 uur een flat aan de Kleiburg te Amsterdam binnen. Verdachte wacht voor het portiek. Om 14.26 uur vertrekken verdachte en [verdachte 1] met de Opel Astra De beide verdachten kijken opvallend veel achterom.

Om 15.20 staat de auto ongeveer een kwartier voor een LIDL supermarkt in Amsterdam geparkeerd. Verdachte en [verdachte 1] stappen uit om etensresten in een vuilnisbak te gooien. [verdachte 1] bezoekt vervolgens om 15.44 uur een coffeeshop te Amsterdam. Verdachte blijft in de auto zitten. Daarna rijden de twee in de Opel Astra richting Den Haag.78 Zij bezoeken om 16.30 uur het benzinestation Bospoort aan de A4. Verdachte en [verdachte 1] lopen beiden de tankshop binnen. Om 16.47 uur vertrekken zij opnieuw met de Opel Astra. Verdachte en [verdachte 1] zitten om 18.04 uur in de geparkeerde auto nabij een LIDL supermarkt te Schiedam. Ze kijken de omgeving af. Ruim 20 minuten later vertrekken zij. Beiden kijken direct na vertrek achterom. Verdachte en [verdachte 1] rijden dan naar Rotterdam.79

Verdachte heeft hieromtrent aanvankelijk verklaard dat hij op 11 juli 2008 niet bij [verdachte 1] in de auto heeft gezeten.80 Hij stelt 's ochtends in Amsterdam en de hele middag bij zijn vriendin [Q] in Capelle te zijn geweest.81 [Q] heeft echter verklaard dat zij verdachte 's middags niet thuis aantrof.82 Verdachte heeft zijn verklaring later gewijzigd en verteld dat hij die dag naar Amsterdam is gegaan met de trein. In Amsterdam heeft hij voor badkamerspullen gekeken, omdat je daar goedkope spullen kan krijgen. [verdachte 1] heeft hem met de auto in Amsterdam opgehaald en in Capelle aan den IJssel afgezet. Hij heeft met [verdachte 1] voor een supermarkt op een vriend van [verdachte 1] staan wachten. Hij kwam tussen 12.00 en 12.30 uur thuis.83 Verdachte heeft ter terechtzitting verklaard dat hij die dag met [verdachte 1] in de auto naar Amsterdam is gereden. Verdachte is op een markt in Amsterdam geweest om goedkope badkamerspullen te zoeken. Verdachte heeft in de LIDL supermarkt te Amsterdam drinken gekocht.84

[verdachte 1] heeft ten overstaande van de politie hierover verklaard dat hij op 11 juli 2008 in Amsterdam is geweest met verdachte en hem daarna heeft thuisgebracht. Hij ontkent aanvankelijk bij een tankstation te zijn geweest, maar bekent dit na confrontatie met beveiligingsbeelden alsnog.85 [verdachte 1] heeft verklaard dat hij die ochtend met niemand telefonisch contact heeft gehad. Hij gaat verdachte ophalen om te helpen met verhuizen, maar wanneer hij bij hem aankomt hoeft het niet meer.86

[verdachte 1] heeft ter terechtzitting van 13 februari 2009, als getuige in de zaak tegen verdachte, hierover verklaard dat hij met verdachte naar Amsterdam is gereden om iets te kopen en omdat [verdachte 1] zijn vriendin wilde opzoeken. Hij is inderdaad bij een tankstation geweest. Bij de LIDL supermarkt te Schiedam zijn [verdachte 1] en verdachte uit de auto gestapt en de winkel binnengegaan. [verdachte 1] heeft daar een tijd staan wachten op een vriend. [verdachte 1] heeft ter terechtzitting niet willen verklaren hoe laat hij verdachte die dag heeft opgehaald, noch waarom hij voor de LIDL supermarkt in Amsterdam stond te wachten. [verdachte 1] heeft vervolgens geweigerd ook op andere punten nader te verklaren over die dag.87

De rechtbank stelt vast dat verdachte en [verdachte 1] ter terechtzitting van 13 februari 2009 leugenachtige verklaringen hebben afgelegd ter zake hun handelingen op 11 juli 2008.

Verdachte heeft immers verklaard dat hij bij de LIDL supermarkt te Amsterdam drinken heeft gekocht. Dit strijdt met de door het observatieteam waargenomen handelingen dat verdachte in de auto is blijven zitten.

[verdachte 1] heeft verklaard dat hij en verdachte bij de LIDL supermarkt te Schiedam uit de auto zijn gestapt en de winkel zijn binnengegaan. Ook dit strijdt met de door het observatieteam waargenomen handelingen dat zij in de auto zijn blijven zitten.

De rechtbank acht de verklaringen van verdachte en [verdachte 1] ter zake hun handelingen op 11 juli 2008 daarom kennelijk leugenachtig.

Aanhouding [verdachte 1]

[verdachte 1] wordt bij aanhouding op 11 juli 2008 aangetroffen in een gestolen paars/blauwe Opel Astra, kenteken [NUMMER ], waarin hij die dag met verdachte is geobserveerd.

In de auto worden onder meer aangetroffen:

- zwart lederen handschoenen,

- zwarte stoffen handschoenen,

- mes,

- twee kentekenplaten [NUMMER],

- een stuk touw,

- een sporttas,

- een schaar en

- een pruik voorzien van zwart kroeshaar.88

De kentekenplaten [NUMMER ] en [NUMMER] blijken te zijn gestolen.89 In de broekzak van [verdachte 1] wordt een zwart vuurwapen aangetroffen.90 De veiligheidspal stond op F (vuren).91

Vuurwapen

Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 februari 2009 verklaard dat hij het wapen niet heeft gezien.92

[verdachte 1] heeft wisselend verklaard over de wijze waarop en het tijdstip waarop hij het bij hem aangetroffen vuurwapen heeft verkregen - hetgeen volgens hem is gebeurd tijdens het plassen in de bosjes.93 Bovendien worden deze verklaringen door de neef van [verdachte 1], [S], weersproken, die heeft verklaard dat verdachte het wapen eerder heeft aangeschaft.94 De rechtbank leidt uit het dossier af dat de verklaringen van [verdachte 1] strijdig zijn met de waarnemingen van de beide observatieteams die [verdachte 1] op 11 juli 2008 hebben geobserveerd en met de verklaring van [S] .95 De rechtbank acht aldus ook deze verklaringen kennelijk leugenachtig.

Opel Astra

[verdachte 1] heeft wisselend en vaag verklaard over het verkrijgen van de bij hem aangetroffen paars/blauwe Opel Astra, te weten dat hij deze van of via "[M]" of van een junk heeft geleend en pas één of twee dagen in zijn bezit had.96 Bovendien worden deze verklaringen door zijn neef [S] weersproken, die heeft verklaard dat verdachte de auto al veel langer in zijn bezit had.97 De rechtbank acht de verklaringen van [verdachte 1] ook op dit punt ongeloofwaardig.

Pruik, handschoenen, touw

Verdachte heeft ter terechtzitting van 13 februari 2009 verklaard dat hij de pruik en handschoenen niet heeft gezien.98

Veruiterlijking criminele intentie

De rechtbank leidt uit het dossier en het verhandelde ter terechtzitting af dat verdachte voorbereidingshandelingen tot een diefstal met geweld en/of afpersing in vereniging met zijn medeverdachte [verdachte 1] heeft gepleegd. De bij [verdachte 1] aangetroffen voorwerpen in de Opel Astra, waarin verdachte een dag lang is geobserveerd, konden immers afzonderlijk voor wat betref het doorgeladen vuurwapen, en gezamenlijk naar hun uiterlijke verschijningsvorm ten tijde van het handelen dienstig zijn voor het misdadig doel dat de verdachte en zijn medeverdachte met het gebruik van de voorwerpen voor ogen had. De criminele intentie van verdachte en zijn medeverdachte blijkt uit:

- de getapte telefoongesprekken en het getapte SMS-bericht met versluierd taalgebruik inzake het plannen van een overval omdat beiden geld nodig hebben,

- de observaties van de politie waarbij verdachte en zijn medeverdachte onder meer, zonder aannemelijke verklaring, 20 minuten bij een supermarkt hebben staan wachten zonder uit te stappen en

- de constatering dat verdachte en zijn mededader een week eerder ook een gewelddadige overval hebben gepleegd.

Tegen de achtergrond hiervan en van de hiervoor vermelde leugenachtige en/of tegenstrijdige en/of onaannemelijke verklaringen van de verdachte, acht de rechtbank de verklaring van verdachte dat hij niet wist dat de genoemde voorwerpen zich in de auto bevonden niet geloofwaardig.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de aangetroffen voorwerpen, te weten een doorgeladen vuurwapen, een gestolen auto, twee sets gestolen kentekenplaten, een mes, twee paar handschoenen, een pruik, een sporttas, een stuk touw en een schaar naar algemene ervaringsregels op de gemiddelde rechtsgenoot -mede gelet op vorenstaande bewijsmiddelen- geen andere indruk maken dan dat deze kennelijk bestemd waren voor een misdadig doel, te weten het in vereniging plegen van diefstal met geweld en/of afpersing.

Bewust en nauwe samenwerking

Voorts is er naar het oordeel van de rechtbank ter uitvoering van het gezamenlijk plan een overval te gaan plegen sprake geweest van een bewuste en nauwe samenwerking tussen verdachte en medeverdachte [verdachte 1]. Daartoe acht de rechtbank de volgende feiten en omstandigheden - kort weergegeven - redengevend:

- de tapgesprekken en het SMS-bericht tussen verdachte en [verdachte 1] en

- de observaties van de politie op 11 juli 2008.

Voorts neemt de rechtbank in aanmerking dat het afleggen van de kennelijk leugenachtige verklaringen ten aanzien van de activiteiten van verdachte en [verdachte 1] op 11 juli 2008 niet kunnen zijn afgelegd met een ander doel dan om de voorbereidingshandelingen (mede) te verhullen.

Het desbetreffende verweer van de raadsvrouw faalt derhalve.

3.4 De bewezenverklaring

1.

hij op 04 juli 2008 te 's-Gravenhage tezamen en in vereniging met

een ander, althans alleen, met het oogmerk van wederrechtelijke

toeëigening heeft weggenomen

- een gouden ketting en

- een autosleutel van een personenauto merk Audi A3 en

- een sleutelhanger en

- een geldbedrag van ongeveer 330 euro en

- een mobiele telefoon merk Sony Ericsson en

- sleutelbossen en

- een geldbedrag van ongeveer 150 euro,

toebehorende aan

- [A]c.q.

- [B]c.q.

- [C]c.q.

- [D],

welke diefstal werd voorafgegaan en vergezeld en gevolgd

van geweld en bedreiging met geweld tegen

- [A]en

- [E]en

- [D] en

- [B]en

- [F]en

- [C],

gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te

maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en aan zijn

mededader de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het

gestolene te verzekeren, welk geweld c.q. welke bedreiging met geweld

bestond uit het

- tonen van vuurwapens en

- richten van een vuurwapen op (het gezicht van die) [A]en die [E] en die

[D] en die [B] en [F]en die [C]en

- plaatsen en drukken van een vuurwapen op de slaap van die [A]en

- slaan met een vuurwapen in het gezicht van die [A]en

- tegen de achterzijde van het hoofd van die [C]drukken van een

vuurwapen en

- beetpakken en het naar zich toe trekken van die [A]en

- met zich meetrekken van die [A]en/of

- op het lichaam van die [E] gaan staan en

- op de grond duwen van die [D] en

- uit de hand van die [C]trekken van een sleutelbos en

- bij de nek omhoog trekken van die [C]en

- doorzoeken van de kleding/zakken van die [B] en [D] en [F] en

- roepen: "Kas, kluis, tas" en "geld" en "Maak die deur open,

anders schiet ik" en "que kassa" en "doe die ding open" en "loop

naar achteren" en "kassa, kassa" en

- trappen in de rug van die [E] en

- schreeuwen dat die [E] op de grond moest gaan

liggen en dat zij achter de toonbank moesten kruipen en "liggen"

en "ga liggen, liggen" en

- met vuurwapens schieten in de richting van die [A]en/of [F];

2.

hij op 04 juli 2008 te 's-Gravenhage ter uitvoering van het door

verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander

opzettelijk [A]en [F] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met die ander met dat opzet, met vuurwapens meermalen geschoten heeft op de zich in zijn, verdachtes, en

zijn mededaders nabijheid bevindende [A]en/of [F], terwijl de

uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;

3.

hij in de periode van 10 juli 2008 tot en met 11 juli 2008 te

Schiedam ter voorbereiding van het met een ander

plegen van een misdrijf waarop naar de wettelijke omschrijving een gevangenisstraf van

meer dan acht jaren is gesteld, te weten medeplegen van diefstal met geweld

en/of afpersing, opzettelijk

- een gestolen vluchtauto, merk Opel Astra, kleur paars/blauw en

- gestolen kentekenplaten [NUMMER ] en

- gestolen kentekenplaten [NUMMER] en

- een vuurwapen en

- een pruik en

- handschoenen en

- touw en

- een sporttas en

- een mes

kennelijk bestemd tot het in vereniging begaan van dat misdrijf, voorhanden heeft gehad;

4. De strafbaarheid van de feiten

Er zijn geen feiten of omstandigheden aannemelijk geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten. Dit levert de in de beslissing genoemde strafbare feiten op.

5. De strafbaarheid van de verdachte

Verdachte is eveneens strafbaar, omdat niet is gebleken van omstandigheden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6. De straf/maatregel

6.1. De vordering van de officier van justitie

De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 12 jaren, met aftrek van de door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van de uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebrachte tijd.

6.2. Het standpunt van de verdediging

De raadsvrouw heeft ter zake van de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten bepleit dat verdachte dient te worden vrijgesproken.

Subsidiair heeft de raadsvrouw, in geval van oplegging van een onvoorwaardelijke gevangenisstraf, een gevangenisstraf gelijk aan de voorlopige hechtenis bepleit.

6.3. Het oordeel van de rechtbank

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft samen met zijn medeverdachte een overval gepleegd op een pizzeria, waar op dat moment de eigenaar, personeelsleden en klanten aanwezig waren. Daarbij hebben zij gebruik gemaakt van geladen vuurwapens, waarmee zij de aanwezigen hebben bedreigd. Zij hebben daarbij de slachtoffers gedwongen om op de grond te gaan liggen en hun zakken doorzocht. Alle aanwezigen werden gedwongen hun geld en goederen af te geven. Daarbij wordt veel geweld gebruikt. Eén van de overvallers heeft een pistool tegen de slaap van de eigenaar van de pizzeria gezet. Toen deze zich verzette werd hij in zijn gezicht geslagen met een pistool. Een andere medewerker kreeg te horen dat er op hem zou worden geschoten als hij niet de deur van het toilet zou openmaken, alwaar hij zich had verscholen. De vuurwapens zijn op verschillende aanwezigen gericht. Sommigen werden met geweld (duwen, trekken) tegen de grond gewerkt en zelfs is niet geschroomd om op het lichaam van één van de aanwezigen te gaan staan.

Als verdachte en zijn medeverdachte vervolgens vluchten en door een aantal aanwezigen worden achtervolgd, schieten zij in de richting van hun achtervolgers, kennelijk met de bedoeling om niet te worden gepakt. Daarbij wordt gericht en meermalen geschoten op twee van de achtervolgers. Dat deze daardoor niet het leven hebben gelaten, kan een gelukkige omstandigheid worden genoemd die echter geenszins aan verdachte en zijn medeverdachte te danken is. Het handelen van verdachte en zijn medeverdachte getuigt van een volkomen gebrek aan respect voor de waarde van het menselijk leven. Zij wilden koste wat kost met hun buit ontsnappen en deinsden nergens voor terug om dat te bewerkstelligen. Daarbij hebben zij zelfs niet geaarzeld het leven van anderen in de waagschaal te stellen. Zij hebben uitsluitend uit eigenbelang gehandeld. De rechtbank rekent dit verdachte en zijn medeverdachte zwaar aan.

In dat verband overweegt de rechtbank het volgende.

Anders dan de officier van justitie acht de rechtbank het plegen van een poging tot moord - als feit 2 ten laste gelegd - niet bewezen. De rechtbank komt tot een bewezenverklaring van een poging tot doodslag. Zij is evenwel van oordeel dat die doodslag op grond van de omstandigheden kan worden aangemerkt als een gekwalificeerde doodslag in de zin van artikel 288 Wetboek van Strafrecht, dat wordt beschouwd als een zwaarder delict dan "eenvoudige" doodslag. Er is immers sprake van een gewapende overval, waarna de daders, teneinde met de gestolen goederen te ontkomen, gericht op hun achtervolgers hebben geschoten. Aldus is sprake van een poging tot doodslag, voorafgegaan door een ander strafbaar feit en met het kennelijke doel om zich straffeloosheid en/of zich het bezit van de gestolen goederen te verzekeren. De rechtbank stelt vast dat (poging tot) die gekwalificeerde doodslag niet ten laste is gelegd, maar zij zal bij de bepaling van de strafmaat wel met deze omstandigheid in strafverzwarende zin rekening houden.

Daarnaast hebben de bewezenverklaarde feiten - mede door het gebruikte geweld - grote onrust en gevoelens van verontwaardiging en onveiligheid in de maatschappij teweeg gebracht, niet alleen bij de directe slachtoffers, maar in de gehele samenleving. Verdachte en zijn medeverdachte hebben ook in het geheel geen oog gehad voor de naar ervaringsregels veelal langdurige traumatische gevolgen, die een dergelijke brute en gewelddadige overval voor de direct betrokkenen, die met vuurwapens zijn bedreigd, kan hebben. Ook dit wordt hen in hoge mate aangerekend.

Verdachte en zijn medeverdachte hebben het bovendien niet gelaten bij de hiervoor omschreven overval. Ondanks de wijze waarop die overval was verlopen en waarbij zij gericht hebben geschoten, waardoor de afloop voor een tweetal slachtoffers fataal had kunnen zijn, vonden zij het kennelijk geen enkel probleem om wederom - en wel zeer kort daarna - een overval te gaan plegen. Die overval was reeds in voorbereiding en heeft slechts geen doorgang gevonden door voortijdig ingrijpen van het arrestatieteam.

Verdachte en zijn medeverdachte zijn nietsontziend en deinsden er kennelijk - gezien het feit dat er onder andere een vuurwapen in hun auto is aangetroffen - niet voor terug wederom gebruik te gaan maken van een vuurwapen, met alle mogelijke gevolgen voor derden.

Ter effening van de schok die aan de rechtsorde is toegebracht kan niet anders worden gereageerd dan met een gevangenisstraf van zeer lange duur.

Met betrekking tot de persoon van verdachte heeft de rechtbank acht geslagen op een verdachte betreffende antecedentenstaat, afkomstig van het openbaar ministerie van de Nederlandse Antillen. Daaruit blijkt dat verdachte aldaar eerder is veroordeeld ter zake van gewelddadige strafbare feiten, te weten het medeplegen van afpersing en diefstal met geweldpleging. Voorts blijkt daaruit dat verdachte op 16 oktober 2007 voorwaardelijk in vrijheid is gesteld, met een proeftijd die eindigt op 19 juli 2010.

De rechtbank weegt de omstandigheid dat verdachte de thans bewezenverklaarde feiten binnen die proeftijd heeft begaan en dat de hem eerder opgelegde forse vrijheidsstraf verdachte er kennelijk niet van heeft weerhouden opnieuw zeer ernstige en soortgelijke stafbare feiten te plegen als een voor verdachte verzwarende omstandigheid mee bij het bepalen van de duur van de op te leggen gevangenisstraf.

7. De vordering van de benadeelde partij / de schadevergoedingsmaatregel

7.1. De vordering van de officier van justitie

Ten aanzien van [A]

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [A]tot een bedrag van € 3.326,17. De officier van justitie heeft hiertoe aangevoerd dat de schadeposten inzake het bij de overval weggenomen geld, het vervangen van de autosloten, de gederfde omzet en het smartengeld voldoende zijn onderbouwd en daarom in hun geheel toewijsbaar. Voor wat betreft de weggenomen gouden ketting heeft de officier van justitie een bedrag € 350,00 redelijk geacht. Ter zake van de gevorderde kosten van de rechtsbijstand heeft de officier van justitie geconcludeerd tot het toewijzen van een voorschot ter hoogte van € 1.000,00.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.326,17, subsidiair 46 dagen hechtenis ten behoeve van [A].

Ten aanzien van [B]

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij [B]in zijn geheel, te weten een bedrag van € 1.694,85.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.694,85, subsidiair 33 dagen hechtenis ten behoeve van [B].

7.2. Het standpunt van de verdediging

Ten aanzien van [A]en [B]

De raadsman van de verdachte heeft gesteld dat nu vrijspraak voor feit 1 en 2 moet volgen, de vordering van de benadeelde partij dient te worden afgewezen.

Ten aanzien van [A]

De raadsman van de verdachte heeft subsidiair aangevoerd dat nu een bon ter zake van de gestolen gouden ketting ontbreekt, dit deel van de vordering van de benadeelde partij niet-ontvankelijk moet worden verklaard.

7.3. Het oordeel van de rechtbank

Ten aanzien van [A]

[A]heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 5.361,85.

De rechtbank acht de vordering voor wat betreft de schadeposten ter zake het bij de overval weggenomen geld, het vervangen van de autosloten, de gederfde omzet en het smartengeld van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. De vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. De rechtbank zal de gevorderde schadevergoeding voor deze posten in zijn geheel toewijzen.

Voor de schadepost ter zake de gouden ketting acht de rechtbank een schadevergoeding van € 900,00 toewijsbaar, nu de gevorderde € 1.800,00 de nieuwprijs van de ketting betrof. Voor het overige gevorderde bedrag zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

Voor de schadepost ter zake de rechtsbijstand heeft de rechtbank het puntenstelsel in civiele zaken toegepast. De rechtbank acht op basis van dit puntenstelsel een schadevergoeding van € 600,00 toewijsbaar. Voor het overige gevorderde bedrag zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 3.476,17.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.476,17 ten behoeve van [A].

De rechtbank bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

Ten aanzien van [B]

[B]heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 1.694,85.

De rechtbank acht de vordering ter zake de bij de overval weggenomen mobiele telefoon van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. De vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij. Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van de onder 1 en 2 bewezenverklaarde feiten. De rechtbank zal de gevorderde schadevergoeding voor deze post in zijn geheel toewijzen.

Voor de schadepost ter zake de immateriële schade acht de rechtbank een schadevergoeding van € 1.500,00 toewijsbaar, waarbij zij zich baseert op de smartengeldgids van de ANWB en het maandblad Verkeersrecht (laatste editie-2006). Voor het overige gevorderde bedrag zal de rechtbank de vordering niet-ontvankelijk verklaren.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 1.649,85.

Dit brengt mee dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met zijn vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de onder 1 en 2 bewezen verklaarde strafbare feiten is toegebracht en verdachte voor deze feiten zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 1.649,85 ten behoeve van [B].

De rechtbank bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

8. De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen: 24c, 36f, 45, 46, 47, 57, 287 en 312 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

9. De beslissing

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 primair en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1:

diefstal, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen, voorafgegaan, vergezeld en gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen personen, gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en gemakkelijk te maken en om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en zijn mededader de vlucht mogelijk te maken en het bezit van het gestolene te verzekeren;

ten aanzien van feit 2 primair:

medeplegen poging tot doodslag;

ten aanzien van feit 3:

medeplegen van voorbereiding van diefstal met geweld tegen personen en/of afpersing, terwijl het feit wordt gepleegd door twee of meer verenigde personen;

verklaart het bewezen verklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 11 (ELF) JAREN;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht;

in verzekering gesteld op : 11 juli 2008,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 15 juli 2008;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partijen gedeeltelijk toe en veroordeelt verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan:

[A], een bedrag van € 3.426,17 en

[B], een bedrag van € 1.649,85;

wijst de vordering tot schadevergoeding van [A] ter zake het bij de overval weggenomen geld voor wat betreft de € 50,00 die de benadeelde partij via teruggave beslag ontvangt, af;

bepaalt dat de benadeelde partijen voor het overige niet-ontvankelijk zijn in de vorderingen tot schadevergoeding, en dat zij dit gedeelte van de vorderingen in zoverre slechts bij de burgerlijke rechter kunnen aanbrengen;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partijen gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de staat van een bedrag groot € 3.476,17 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [A]en € 1.649,85 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [B];

bepaalt dat in geval noch volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van respectievelijk 47 en 32 dagen;

bepaalt dat de verdachte bij gehele of gedeeltelijke betaling door zijn mededader(s) aan de benadeelde partij, dan wel bij gehele of gedeeltelijke voldoening van de, aan de mededader(s) opgelegde, verplichting tot betaling aan de staat, zal zijn bevrijd tot de hoogte van het betaalde bedrag.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. S.L. Donker, voorzitter,

R. Brand en M.H. Rochat, rechters,

in tegenwoordigheid van mr. D. Wesseldijk, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 februari 2009.

1 Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren. Waar wordt verwezen naar dossierpagina's, betreft dit de pagina's van het doorgenummerde proces-verbaal met het nummer PL1533/2008/36681 van de politie Haaglanden.

2 Pag. 84-85

3 Pag. 91-91, 94-95, 97-98 en 107-108

4 Pag. 84-85

5 Pag. 94-95

6 Pag. 84-85

7 Pag. 87-88

8 Pag. 97-98

9 Pag. 84-85

10 Pag. 91-92

11 Pag. 84-85

12 Pag. 97-98

13 Pag. 84-85

14 Pag. 107-108

15 Pag. 84-85

16 Pag. 107-108

17 Pag. 94-95

18 Pag. 91-92 en 94-95

19 Pag. 94-95

20 Pag. 91-92

21 Pag. 94-95

22 Pag. 97-98

23 Pag. 87-88 en 156-157

24 Pag. 87-88, 97-98 en 107-108

25 Pag. 87-88

26 Pag. 84-85

27 Pag. 91-92

28 Pag. 94-95

29 Pag. 107-108

30 Pag. 173

31 Pag. 84-85

32 Pag. 107-108

33 Pag. 94-95

34 Pag. 146 en 192

35 Pag. 146

36 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

37 Pag. 410 en 412

38 Pag. 595

39 Verklaring van [verdachte 1] ter terechtzitting van 13 februari 2009.

40 Pag. 204

41 Pag. 418

42 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

43 Pag. 410 en 412

44 Verklaring van [verdachte 1] ter terechtzitting van 13 februari 2009.

45 Pag. 146 en 621

46 Verklaring van verdachte ten overstaande van de rechter-commissaris op 15 juli 2008.

47 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

48 Pag. 146A en 621

49 Pag. 192-193

50 Pag. 146D, 431 en 435

51 Pag. 595

52 Pag. 146A

53 Verklaring van verdachte ten overstaande van de rechter-commissaris op 15 juli 2008.

54 Pag. 596

55 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

56 Pag. 217

57 Tap 01, nr. 25, p. 10

58 Tap 03, nr. 73, p. 28

59 Tap 03, nr. 120, p. 45

60 Tap 03, nr. 123, p. 47-48

61 Tap 03, nr. 124, p. 48

62 Tap 03, nr. 128, p. 50-51

63 Tap 03, nr. 134, p. 53

64 Tap 03, nr. 137, p. 54-55

65 Pag. 373, tap 07, nr. 141

66 Pag. 420-421

67 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

68 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

69 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

70 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

71 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

72 Pag. 414

73 Pag. 414

74 Pag. 414

75 Pag. 414-415

76 Verklaring van [verdachte 1] ter terechtzitting van 13 februari 2009.

77 Pag. 414-415

78 Pag. 292-293

79 Pag. 1-2 van ongenummerd proces-verbaal met het nummer PL2008-07-11.A van de politie Haaglanden.

80 Pag. 204

81 Pag. 207

82 Pag. 215

83 Pag. 418-419

84 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

85 Pag. 411

86 Pag. 414

87 Verklaring van [verdachte 1] ter terechtzitting van 13 februari 2009.

88 Pag. 147-148 en 551-552

89 Pag. 460-464, 471-477 en 585-589

90 Pag. 249

91 Pag. 150

92 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.

93 Pag. 191 en 411, verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 december 2008, pag. 257-261, 293 en pag. 1 van ongenummerd proces-verbaal met het nummer PL2008-07-11.A van de politie Haaglanden, verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 december 2008 en verklaring van [verdachte 1] ter terechtzitting van 13 februari 2009.

94 Pag. 337

95 Pag. 257-261, 292-293 en pag. 1 van ongenummerd proces-verbaal met het nummer PL2008-07-11.A van de politie Haaglanden.

96 Pag. 191, 198, 410, 412, 594 en 596 en verklaring van verdachte ter terechtzitting van 5 december 2008 en verklaring van [verdachte 1] ter terechtzitting van 13 februari 2009.

97 Pag. 337

98 Verklaring van verdachte ter terechtzitting van 13 februari 2009.