Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH3091

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
28-01-2009
Datum publicatie
17-02-2009
Zaaknummer
08-6329, 317254
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Echtscheiding, convenant, ouderschapsplan

Het verzoek van partijen te bepalen dat de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw wordt vermeerderd met de wettelijke indexering voor het eerst per 1 januari 2009, dient te worden afgewezen nu de betaling van voornoemde bijdrage niet eerder in werking zal treden dan op de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

De rechtbank wijst er op dat dit betekent dat de vastgestelde bijdrage jaarlijks van rechtswege wordt gewijzigd met het wettelijk vast te stellen indexeringspercentage en derhalve dat de man gehouden is de aldus verhoogde alimentatie te voldoen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Enkelvoudige kamer

Rekestnummer: 08-6329

Zaaknummer: 317254

Datum beschikking: 28 januari 2009

Scheiding

Beschikking op het op 8 augustus 2008 ingekomen verzoek van:

[de man]

wonende te [plaats 1],

advocaat: mr. E.J.P. Nolet te 's-Gravenhage.

Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vrouw]

wonende te [plaats 2]

advocaat: mr. M. Boender-Radder te 's-Gravenhage.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:

- het verzoekschrift,

- het exploot van betekening van dit verzoekschrift,

- de brief d.d. 2 december 2008 van de zijde van de vrouw, voorzien van het door partijen overeengekomen echtscheidingsconvenant,

- de brief d.d. 4 december 2008 van de zijde van de vrouw, voorzien van het door partijen overeengekomen ouderschapsplan,

- de brief d.d. 16 december 2008 van de zijde van de man, betreffende de aanpassingen van het verzoekschrift.

De minderjarige [A.] heeft schriftelijk haar mening kenbaar gemaakt.

Beoordeling

Aan de wettelijke formaliteiten is voldaan.

De gestelde duurzame ontwrichting van het huwelijk is niet bestreden en staat dus in rechte vast, zodat het daarop steunende niet weersproken verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond voor toewijzing vatbaar is.

Partijen zijn in de loop van de procedure tot overeenstemming gekomen en hebben eensluidend verzocht de door hen getroffen onderlinge regeling, vastgelegd in het door de partijen overgelegde echtscheidingsconvenant en ouderschapsplan, in de beschikking op te nemen. De rechtbank acht dit verzoek met analoge toepassing van de wettelijke bepalingen omtrent gemeenschappelijke verzoeken tot echtscheiding toewijsbaar.

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

De verzochte partneralimentatie kan als op de wet gegrond worden toegewezen, met dien verstande dat op de voet van artikel 1:157 van het Burgerlijk Wetboek de verplichting tot het verschaffen van een uitkering tot levensonderhoud van de vrouw niet eerder intreedt dan op de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

Het verzoek van partijen te bepalen dat de bijdrage in het levensonderhoud van de vrouw wordt vermeerderd met de wettelijke indexering voor het eerst per 1 januari 2009, dient te worden afgewezen nu de betaling van voornoemde bijdrage niet eerder in werking zal treden dan op de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand.

De rechtbank wijst er ten overvloede op dat dit betekent dat de hiervoor vastgestelde bijdrage jaarlijks van rechtswege wordt gewijzigd met het wettelijk vast te stellen indexeringspercentage en derhalve dat de man gehouden is de aldus verhoogde alimentatie te voldoen.

De verzochte nevenvoorzieningen kunnen als niet weersproken en op de wet gegrond worden toegewezen, behoudens de ingangsdatum van de partneralimentatie en de ingangsdatum van de wettelijke indexering van voornoemde bijdrage.

Beslissing

De rechtbank:

spreekt uit de echtscheiding tussen: [de man], en [de vrouw], gehuwd op 29 februari 1996 in de gemeente 's-Gravenhage;

neemt op de door partijen getroffen onderlinge regeling van hun betrekkingen na de echtscheiding, zoals neergelegd in het (in fotokopie) aan deze beschikking gehechte convenant en ouderschapsplan en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de man, met ingang van 1 september 2008 en zolang de minderjarigen (gedeeltelijk) bij de vrouw wonen, voor de verzorging en opvoeding van de minderjarigen:

- [achternaam], [A.], geboren op [datum] 1996 te [plaats 2]

- [achternaam], [B.], geboren op [datum] 2000 te [plaats 1],

aan de vrouw, (bij co-ouderschap eventueel: medeverzorgt en opvoedt)zal betalen een bedrag van € 515,-- per maand, per kind, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart de bepaling van deze bijdrage uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat de man met ingang van de dag dat de beschikking van echtscheiding zal zijn ingeschreven in de registers van de burgerlijke stand tegen kwijting aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal uitkeren een bedrag van € 7.200,-- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen, en verklaart deze beschikking in zoverre uitvoerbaar bij voorraad;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mr. C.F. Mewe, tevens kinderrechter, bijgestaan door H. Devkinandan als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 28 januari 2009.