Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH0751

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
14-01-2009
Datum publicatie
23-01-2009
Zaaknummer
09/758322-07 Kenmerk RK: 08/1640
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Raadkamer
Inhoudsindicatie

Auto met hoge waarde is in oktober 2007 op voet van art. 94 Sv onder belanghebbende in beslag genomen nadat hiermee een aantal ernstige verkeersovertredingen waren begaan. In augustus 2008 is het beslag gehandhaafd als conservatour beslag als bedoeld in art. 94a Sv ten laste van belanghebbende. Klaagster is van mening dat het beslag dient te worden opgeheven en dat de auto aan haar dient te worden geretourneerd, aangezien de auto niet aan belanghebbende maar aan haar in eigendom toebehoort. Huurkoop of koop op afbetaling?

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
JOW 2009, 21
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Parketnummer: 09/758322-07

Kenmerk RK: 08/1640

Beschikking van de rechtbank 's-Gravenhage, meervoudige raadkamer in strafzaken, op het klaagschrift ex artikel 552a van het Wetboek van Strafvordering van:

de commanditaire vennootschap [X],

gevestigd te [P],

te dezer zake domicilie kiezend te Nijmegen,

Tooropstraat 7 ten kantore van mr. P.H.W.M. Roelofs.

Dit klaagschrift is blijkens een daarvan opgemaakte akte op 3 juni 2008 ter griffie van deze rechtbank ingediend en strekt tot teruggave aan klaagster van een personenauto, merk BMW, type 760 Li, met kenteken [kenteken] (verder: de auto).

De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafdossier met parketnummer 09/758322-07 alsmede van het proces-verbaal nr. PL15A4/2007/19695-F van de Financiële Recherche Unit van de Politie Haaglanden.

De rechtbank heeft het klaagschrift op 3 oktober 2008 in raadkamer behandeld. Klaagster, bijgestaan door mr. P.H.W.M. Roelofs, advocaat te Nijmegen, is bij die gelegenheid gehoord.

Namens de belanghebbende [A] is in raadkamer verschenen mr. J.C. Spigt, advocaat te Rotterdam, die verklaarde uitdrukkelijk gemachtigd te zijn.

De officier van justitie heeft in raadkamer geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het klaagschrift.

Bij brief van 10 oktober 2008 heeft de rechtbank klaagster verzocht nadere stukken in het geding te brengen. Klaagster heeft bij brief d.d. 24 oktober 2008, ter griffie van de rechtbank binnengekomen op 27 oktober 2008, aan dit verzoek voldaan. Belanghebbende heeft zich bij brief d.d. 25 november 2008 over deze stukken uitgelaten. De officier van justitie heeft zich per emailbericht d.d. 5 december 2008 over deze stukken uitgelaten, inhoudende dat zijn standpunt ongewijzigd blijft.

Beoordeling

Het klaagschrift is tijdig ingediend en de rechtbank is bevoegd tot afdoening daarvan.

De auto is op 16 oktober 2007 op de voet van artikel 94 Sv onder [A] in beslag genomen, nadat hiermee een aantal ernstige verkeersovertredingen waren begaan. Na verkregen machtiging van de rechter-commissaris is het beslag met ingang van 5 augustus 2008 gehandhaafd als conservatoir beslag als bedoeld in artikel 94a Sv ten laste van [A].

Klaagster is van mening dat het beslag dient te worden opgeheven en dat de auto aan haar dient te worden geretourneerd, aangezien de auto niet aan [A] maar aan haar in eigendom toebehoort. Zij voert daartoe kort gezegd aan dat zij de auto op 5 december 2006 heeft gekocht en geleverd heeft gekregen, waarna zij deze aan [A] heeft verhuurd. De huur is inmiddels opgezegd. Aangezien het een auto met een hoge waarde betreft, heeft klaagster groot belang bij een spoedige teruggave zodat zij de exploitatie van de auto kan voortzetten en zo haar verlies kan beperken. Klaagster is bovendien op geen enkele wijze betrokken geweest bij de feiten naar aanleiding waarvan het beslag is gelegd. Nu het belang van strafvordering zich daar ook overigens niet tegen verzet, weigert de officier van justitie dan ook ten onrechte het beslag op te heffen en de auto aan klaagster te retourneren.

De officier van justitie stelt zich op het standpunt dat de auto wel degelijk in eigendom toebehoort aan [A]. In elk geval staat naar het oordeel van de officier van justitie op grond van de hierna te bespreken gang van zaken rond de aankoop en het gebruik van de auto niet buiten redelijke twijfel dat klaagster als eigenaar moet worden aangemerkt, zodat het klaagschrift ongegrond is.

Ook [A] meent dat de eigendom van de auto bij hem berust. Eveneens onder verwijzing naar de hierna te bespreken gang van zaken rond de aankoop stelt hij daartoe dat hij de intentie had om direct de eigendom van de auto te verwerven en dat hij na de door hem verrichte aanbetalingen er ook vanuit mocht gaan dat hij eigenaar was. Hij wijst er daarbij op dat ook niet is voldaan aan de vereisten van artikel 7A:1576j van het Burgerlijk Wetboek (verder: BW). Met de officier van justitie stelt [A] zich dan ook op het standpunt dat het klaagschrift ongegrond is.

Nu het hier gaat om een conservatoir beslag geldt als criterium bij de beoordeling van het klaagschrift of, zoals ook door de officier van justitie is aangevoerd, buiten redelijke twijfel staat dat klaagster als eigenaar van de auto moet worden aangemerkt. Uitgaande van deze maatstaf oordeelt de rechtbank als volgt.

Op grond van het dossier (in het bijzonder het proces-verbaal van de Financiële Recherche Unit van de Politie Haaglanden) en het verhandelde ter zitting staat omtrent de aankoop het gebruik van de auto het volgende vast:

- [A] heeft de auto begin december 2006 gezien bij autobedrijf [B] te [Q] en een proefrit gemaakt. Aansluitend heeft hij aan [B] een aanbetaling gedaan van € 1.300,-.

- Omdat [A] met [B] geen overeenstemming kon bereiken over (naar de rechtbank begrijpt) de financiering van de auto heeft hij contact opgenomen met klaagster met de vraag of zij hem een leaseovereenkomst kon aanbieden. Klaagster drijft een onderneming die zich blijkens haar inschrijving in het handelsregister onder meer bezighoudt met de handel in automobielen, financiering en leasing.

- De heer [C] van klaagster heeft [A] hierop een mondeling aanbod gedaan dat door hem is geaccepteerd.

- Op 5 december 2006 heeft [A] een bedrag van € 35.000,- contant aan klaagster betaald. Aansluitend zijn [A] en [C] naar [B] gegaan. [C] heeft de auto hier namens klaagster gekocht voor een bedrag € 59.800,-. Rekening houdend met de reeds door [A] verrichte aanbetaling van € 1.300,- bedroeg de restant koopprijs € 58.500,-. [C] heeft dit bedrag ter plaatse voldaan, met gebruikmaking van het bedrag van € 35.000,- dat hij eerder op de dag van [A] had gekregen.

- (Het kenteken van) de auto is aansluitend op naam van klaagster gesteld, waarna [A] met de auto is weggereden.

- Klaagster en [A] hebben hun rechtsverhouding vastgelegd in een aantal met elkaar samenhangende overeenkomsten, te weten een hoofdovereenkomst, een huurovereenkomst en twee bijlagen bij de huurovereenkomst. Op deze huurovereenkomst zijn voorts algemene voorwaarden van toepassing. Kopieën hiervan zijn ten tijde van de inbeslagname ook in de auto aangetroffen.

- Uit deze overeenkomsten en bijlagen, in onderlinge samenhang gelezen, volgt dat klaagster de auto met ingang van 5 december 2006 voor de duur van 24 maanden aan [A] verhuurt. De huur bedraagt € 1.510,- (excl. btw) per maand (€ 1.797,50 incl. btw). Hierbij is op voorhand overeengekomen dat [A] de auto aan het eind van de looptijd van de huurovereenkomst van klaagster koopt voor een bedrag ("restwaarde") van € 35.000,- excl. btw. Het reeds door [A] betaalde bedrag van € 35.000,- geldt gedurende de looptijd van de huurovereenkomst als borgstelling en aan het einde van de looptijd als betaling van de overeengekomen koopprijs. Belastingen en verzekeringen zijn voor rekening van [A].

- Klaagster heeft ten behoeve van de auto een WA-cascoverzekering gesloten. Op het polisblad staat klaagster als verzekeringneemster vermeld. De verschuldigde premies zijn separaat aan [A] doorberekend.

- [A] heeft tot het moment van inbeslagname in totaal negen termijnen, tezamen € 16.177,50 (incl. btw), voldaan. Hierna heeft hij zijn betalingen gestaakt. Bij brief van 22 april 2008 heeft klaagster de huurovereenkomst ontbonden.

- Klaagster heeft de auto in haar jaarrekening 2007 geactiveerd op de balans.

Gelet op deze hele gang van zaken is de rechtbank van oordeel dat tussen [A] en klaagster sprake is van een financieringsconstructie, waarbij klaagster ten behoeve van [A] een gedeelte van de aankoopprijs (€ 23.500,-) heeft gefinancierd teneinde laatstgenoemde in staat te stellen de eigendom van de auto te verwerven. De huurtermijnen strekken daarbij in de eerste plaats tot terugbetaling van het door klaagster gefinancierde gedeelte van de aankoopprijs, verhoogd met een opslag voor rente en kosten. Mede gelet op het bepaalde in artikel 7A:1576h lid 3 BW valt de constructie daarmee onder de wettelijke definitie van de overeenkomst van huurkoop. Dat klaagster daaraan zelf een andere benaming heeft gegeven, doet hieraan niet af.

Ingevolge artikel 7A:1576i en 1576j BW gelden voor het bestaan van een overeenkomst van huurkoop echter ook nog een aantal formele vereisten, die erop neerkomen dat de overeenkomst moet zijn vastgelegd in een akte van huurkoop, waarin in duidelijke bewoordingen is opgenomen welk bedrag de huurkoper in totaal aan de huurverkoper is verschuldigd en het plan van afbetaling van dit bedrag. Voorts dient in de akte uitdrukkelijk te zijn vastgelegd dat de huurverkoper zich gedurende de looptijd van de overeenkomst de eigendom voorbehoudt. Naar het oordeel van de rechtbank dient in dit geval ernstig te worden betwijfeld of aan deze vereisten is voldaan, ook als daarbij rekening wordt gehouden met het bepaalde in artikel 7A:1576j lid 2. Uit het geheel van overeenkomsten en bijlagen valt slechts met grote moeite af te leiden wat en hoe wordt afbetaald. Ook is nergens met zoveel woorden bedongen dat klaagster zich de eigendom voorbehoudt totdat de laatste termijn is voldaan.

Van belang is dan dat artikel 7A:1576j lid 3 BW bepaalt dat indien niet aan voornoemde vereisten is voldaan, de rechtsverhouding tussen partijen moet worden aangemerkt als een koop op afbetaling. Anders dan bij huurkoop is het belangrijkste kenmerk van deze laatste overeenkomst dat de eigendom terstond overgaat op de koper. Nu er serieus rekening mee moet worden gehouden dat de gekozen constructie in weerwil van de gehanteerde benamingen naar burgerlijk recht als een koop op afbetaling dient te worden gekwalificeerd, moet derhalve reeds op juridische inhoudelijke gronden worden geoordeeld dat vooralsnog niet buiten redelijke twijfel staat dat klaagster als eigenaar van de auto moet worden aangemerkt. Dat klaagster er zelf steeds vanuit is gegaan dat zij had gekozen voor een constructie waarbij de eigendom bij haar berustte - hetgeen ook wel blijkt uit het feit dat zij de auto heeft geactiveerd op haar balans - maakt dit niet anders.

Het beklag is derhalve ongegrond.

Beslissing.

De rechtbank verklaart het klaagschrift ongegrond.

Aldus gedaan te 's-Gravenhage door mrs. Donker, voorzitter, Van Dorp en Milders, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Maat, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 14 januari 2009.

mr. Donker is buiten staat deze beschikking te ondertekenen.