Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:BH0749

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
23-01-2009
Datum publicatie
23-01-2009
Zaaknummer
09/655134-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

In bezit hebben van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/655134-08

Datum uitspraak: 23 januari 2009

(Verkort vonnis)

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1976,

thans zonder bekende woon- of verblijfplaats hier te lande.

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 9 januari 2009.

De verdachte is niet verschenen. Zijn bepaaldelijk gemachtigde raadsman mr E.R. Schenkhuizen, advocaat te 's-Gravenhage, is ter terechtzitting verschenen.

De officier van justitie mr R.P. Peters heeft gevorderd dat de verdachte ter zake van het hem ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een geldboete van € 5.000,--, subsidiair 100 dagen hechtenis, alsmede een voorwaardelijke gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met een proeftijd van 2 jaren.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:

hij in de periode van 1 januari 2000 tot en met 23 augustus 2007 te [P], in

elk geval in Nederland, één of meermalen een afbeelding en/of een

gegevensdrager, bevattende één of meer afbeeldingen van seksuele gedragingen,

te weten:

(op CD genummerd 1:)

- een kleurenfoto, waarop een naakte jongen (tussen de 9 en 13 jaar oud) te

zien is, die met benen wijd in de richting van de camera zit, waardoor de

penis duidelijk in beeld is gebracht en/of

- een kleurenfoto, waarop een naakt meisje (tussen de 13 en 16 jaar oud) te

zien is, waarvan linkerborst duidelijk zichtbaar is en waarop zij met benen

wijd zit, waardoor de schaamstreek duidelijk zichtbaar in beeld is gebracht

en/of

- een kleurenfoto, waarop twee naakte jongens (tussen de 13 en 16 jaar oud) te

zien zijn, waarbij een jongen met de penis tegen de anus van de andere jongen

zit en/of

- een kleurenfoto waarop de hoofden van twee jongens (tussen de 13 en 16 jaar

oud) te zien zijn, waarbij de jongens elkaar zoenen en/of

- een kleurenfoto waarop twee naakte jongens te zien zijn, waarbij een jongen

zijn stijve penis in zijn hand houdt en met de andere hand de penis van de

andere jongen vast heeft, waarmee hij zijn eigen mond penetreert en/of

(op CD genummerd 2:)

- een kleurenfoto waarop een meisje (tussen de 4 en 8 jaar oud) te zien is met

haar onderbroek op haar knieen, waardoor de schaamstreek duidelijk zichtbaar

in beeld is gebracht en/of

- een kleurenfoto waarop een jongen (tussen de 10 en 13 jaar oud) te zien is,

waarbij de jongen met zijn penis in zijn hand bij het hoofd van een volwassen

vrouw zit en/of

- een kleurenfoto waarop twee meisjes (tussen de 10 en 14 jaar oud) te zien

zijn, waarbij de naakte voorzijde van het ene meisje tegen de achterzijde van

het andere meisje ligt en de hand van het eerstgenoemde meisje in de

onderbroek en bij de schaamstreek van het andere meisje zit en/of

- een kleurenfoto waarop een meisje (tussen de 10 en 13 jaar oud) te zien is,

waarbij het meisje voorover gebogen staat waardoor haar billen naar de camera

zijn gericht,

bij welke vorenbedoelde afbeelding(en) (telkens) een persoon die kennelijk de

leeftijd van zestien jaar (tot 1 oktober 2002) en/of de leeftijd van achttien

jaar (vanaf 1 oktober 2002) nog niet had bereikt, was betrokken of schijnbaar

was betrokken, (telkens) heeft verspreid en/of vervaardigd en/of ingevoerd

en/of uitgevoerd en/of in bezit heeft gehad, te weten op twee, althans een

cd('s);

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

Vrijspraak.

De rechtbank acht - met de officier van justitie en de raadsman - op grond van het onderzoek ter terechtzitting en de stukken van het dossier niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte in het bezit was van de in de 4 gedachtestreepjes onder CD genummerd 2 genoemde afbeeldingen, nu deze afbeeldingen op 'unallocated clusters' stonden en niet vrij toegankelijk waren voor de verdachte. De verdachte behoort van het bezit van deze afbeeldingen dan ook te worden vrijgesproken.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De rechtbank overweegt hierbij nog het volgende. De officier van justitie heeft ter terechtzitting gesteld dat uit het dossier blijkt dat de verdachte in het bezit was van (gegevensdragers met) 138 afbeeldingen en zij heeft gevorderd het bezit van deze hoeveelheid bewezen te verklaren. Nu onder het kopje "(op CD genummerd 1:) het bezit van vijf afbeeldingen ten laste is gelegd en de rechtbank niet méér bewezen kan verklaren dan is tenlastegelegd, zal de rechtbank het bezit van kinderporno bewezen verklaren voor wat betreft de 5 genoemde afbeeldingen.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de onder de inleidende alinea en het kopje "(op CD genummerd 1:)"ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, dat:

hij in de periode van 1 januari 2000 tot en met 23 augustus 2007 te [P], in

meermalen een afbeelding en een

gegevensdrager, bevattende afbeeldingen van seksuele gedragingen,

te weten:

op CD genummerd 1:

- een kleurenfoto, waarop een naakte jongen (tussen de 9 en 13 jaar oud) te

zien is, die met benen wijd in de richting van de camera zit, waardoor de

penis duidelijk in beeld is gebracht en

- een kleurenfoto, waarop een naakt meisje (tussen de 13 en 16 jaar oud) te

zien is, waarvan linkerborst duidelijk zichtbaar is en waarop zij met benen

wijd zit, waardoor de schaamstreek duidelijk zichtbaar in beeld is gebracht

en

- een kleurenfoto, waarop twee naakte jongens (tussen de 13 en 16 jaar oud) te

zien zijn, waarbij een jongen met de penis tegen de anus van de andere jongen

zit en

- een kleurenfoto waarop de hoofden van twee jongens (tussen de 13 en 16 jaar

oud) te zien zijn, waarbij de jongens elkaar zoenen en

- een kleurenfoto waarop twee naakte jongens te zien zijn, waarbij een jongen

zijn stijve penis in zijn hand houdt en met de andere hand de penis van de

andere jongen vast heeft, waarmee hij zijn eigen mond penetreert

bij welke vorenbedoelde afbeeldingen telkens een persoon die kennelijk de

leeftijd van zestien jaar (tot 1 oktober 2002) en/of de leeftijd van achttien

jaar (vanaf 1 oktober 2002) nog niet had bereikt, was betrokken

in bezit heeft gehad.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straffen zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

De verdachte is gedurende een periode van zeven jaar in het bezit geweest van in totaal vijf afbeeldingen van seksuele gedragingen van kinderen. Dergelijk handelen houdt de handel in kinderporno in stand, hetgeen gelet op de kwetsbare groep die gebruikt wordt om dergelijke porno te vervaardigen zeer kwalijk is.

In het voordeel van de verdachte heeft de rechtbank rekening gehouden met het feit dat hij blijkens het hem betreffende Uittreksel Justitiële Documentatie d.d. 8 januari 2008 niet eerder is veroordeeld voor het plegen van strafbare feiten.

Daarnaast heeft de rechtbank acht geslagen op het de verdachte betreffende voorlichtings-rapport van de stichting reclassering Nederland d.d. 29 oktober 2008. Hierin is te lezen dat de verdachte verantwoordelijkheid heeft genomen voor zijn daden en de confrontatie met zichzelf is aangegaan. Hij heeft zelf hulp gezocht en is in therapie geweest. Hij heeft er blijk van gegeven inlevingsvermogen te hebben ten aanzien van de slachtoffers van kinderporno. Bovendien heeft de verdachte een vrouw leren kennen met wie hij is getrouwd en aan wie hij zijn daden heeft verteld. Hij woont met haar samen in [land]. De kans op recidive is naar het oordeel van de rapporteur op afdoende wijze gereduceerd en wordt laag geacht.

De rechtbank heeft er bij de bepaling van de aard en de duur van de straf tevens rekening mee gehouden dat het oude feiten betreft en dat het om een gering aantal afbeeldingen gaat.

Het vorenoverwogene in aanmerking genomen acht de rechtbank een geldboete van na te melden hoogte, in combinatie met een voorwaardelijke werkstraf zoals na te melden passend en geboden.

Bij het bepalen van de hoogte van de geldboete heeft de rechtbank acht geslagen op de draagkracht van de verdachte.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straffen zijn gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 23, 24, 24a, 24c, 57, 240b van het Wetboek van Strafrecht;

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte het onder het kopje "(CD genummerd 2:) ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij;

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte het onder het kopje "(CD genummerd 1:) ten laste gelegde heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

en

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

en

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

en

een gegevensdrager bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van zestien jaar nog niet heeft bereikt, is betrokken, in bezit hebben, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een geldboete van € 2.500,-- (tweeduizend vijfhonderd euro);

bepaalt dat de geldboete bij gebreke van betaling en verhaal zal worden vervangen

door hechtenis voor de tijd van 42 (tweeënveertig) dagen;

veroordeelt verdachte voorts tot:

een taakstraf, bestaande uit een werkstraf, zijnde het verrichten van onbetaalde arbeid, voor de tijd van 180 (honderdtachtig) UREN;

beveelt, voor het geval dat de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, dat vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de tijd van 90 (negentig) DAGEN;

bepaalt dat die taakstraf niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het eind van de hierbij op 2 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit.

Dit vonnis is gewezen door

mrs. H. Steenhuis, voorzitter,

J.J.P. Bosman en W.A. Jacobs,rechters,

in tegenwoordigheid van mr. R.E. Perquin, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 23 januari 2009.