Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2009:29324

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
29-06-2009
Datum publicatie
25-03-2014
Zaaknummer
09/535071-09
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Verdachte veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, waarvan 10 maanden voorwaardelijk voor het plegen van ontucht met een minderjarige en voor het bezit / vervaardigen van kinderporno.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

Sector strafrecht

Meervoudige kamer

Parketnummer 09/535071-09

Datum uitspraak: 29 juni 2009

Verkort vonnis

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag 1] 1981,

[adres],

[verblijfadres]

[verblijfadres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 15 juni 2009.

De verdachte, bijgestaan door zijn raadsman mr L.P.H. de Milliano, advocaat te Katwijk, is ter terechtzitting verschenen en gehoord.

Er heeft zich een benadeelde partij gevoegd.

De officier van justitie mr M. van Cleef-Metsaars heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 8 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 3 jaren en als bijzondere voorwaarde reclasseringstoezicht en behandeling door De Waag.

De officier van justitie heeft voorts gevorderd dat de op de lijst van inbeslaggenomen voorwerpen (beslaglijst, die als bijlage A aan dit vonnis is gehecht) genoemde harde schijf zal worden onttrokken aan het verkeer en dat de op die lijst genoemde computer zal worden verbeurdverklaard.

De officier van justitie heeft geconcludeerd tot toewijzing van de vordering van de benadeelde partij tot een bedrag van € 3.000,00 en tot niet-ontvankelijk verklaring van de benadeelde partij voor het overige.

Voorts heeft de officier van justitie gevorderd dat de rechtbank aan verdachte de verplichting zal opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 3.000,00, subsidiair 40 dagen hechtenis ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1].

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd dat

1.

hij op of omstreeks 17 december 2008 te Noordwijkerhout, met [slachtoffer 1]

(geboren [geboortedag 2] 2003), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had

bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

immers heeft hij, verdachte de vagina van die [slachtoffer 1] betast en/of gekust en/of

gelikt en/of zijn tong in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht en/of de mond en/of

de tong van die [slachtoffer 1] gelikt;

art 244 Wetboek van strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 december 2008 te Noordwijkerhout met [slachtoffer 1],

geboren op [geboortedag 2] 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

bestaande uit het betasten en/of kussen en/of likken van de vagina en/of het

likken van de mond en/of de tong van die [slachtoffer 1];

art 247 Wetboek van strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007

tot en met 5 februari 2009 te Noordwijkerhout, in elk geval in Nederland, een

gegevensdrager (computer), bevattende één of meer afbeelding(en) van (een)

seksuele gedraging(en), in bezit heeft gehad, bij welke seksuele gedraging(en)

(telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke voornoemde seksuele

gedraging(en) bestond(en) uit (onder meer):

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het

camerastandpunt en/of de (on)natuurlijke) pose van die/de perso(o)n(en)

nadrukkelijk de/een ontblo(o)t(e) geslachtsde(e)l(en) in beeld gebracht worden

(onder meer foto 1/afbeelding [bestandsnaam 1], foto 2/ afbeelding [bestandsnaam 2])

en/of

- het naakt (laten) poseren van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog

niet heeft bereikt, terwijl bij die persoon een dildo in de vagina, althans

tussen de schaamlippen, is gebracht (foto 3/ afbeelding [bestandsnaam 3])

en/of

- het in de mond (laten) hebben van de stijve penis van een (volwassen) man

door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (foto 4/

afbeelding [bestandsnaam 4])

en/of

- het (laten) vasthouden van de stijve penis van een volwassen man door een

persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (foto 5/afbeelding

[bestandsnaam 5])

en/of

- het met een vinger vaginaal penetreren door een persoon, van een persoon die

de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (foto 6/ afbeelding

[bestandsnaam 6])

art 240b lid 1 Wetboek van strafrecht

3.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 5

februari 2009 te Noordwijkerhout, in elk geval in Nederland, één of meermalen

een afbeelding van (een) seksuele gedraging(en), waarbij (telkens) een

persoon, te weten [slachtoffer 2], die de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft vervaardigd, welke

voornoemde seksuele gedraging(en) bestond(en) uit het geheel of gedeeltelijk

naakt (laten) poseren van voornoemde [slachtoffer 2] waarbij nadrukkelijk diens

ontblote geslachtsdeel in beeld is gebracht;

art 240b lid 1 Wetboek van strafrecht

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

Bewijsoverweging.

De verdediging heeft bestreden dat verdachte aangeefsters mond en tong heeft gelikt en (aldus) zijn tong in haar mond heeft gebracht. De verdediging heeft gesteld dat verdachte daarom dient te worden vrijgesproken van het onder 1 primair ten laste gelegde feit.

De officier van justitie heeft gepersisteerd bij haar standpunt dat verdachte mede voor het onder 1 primair ten laste gelegde feit dient te worden veroordeeld.

De rechtbank overweegt dat het slachtoffer, ondanks haar jonge leeftijd, zeer gedetailleerd en zeer consistent heeft verklaard. Tegenover verschillende personen heeft zij steeds hetzelfde verhaal verteld, waarvan bovendien de controleerbare details bij nader onderzoek bleken te kloppen. Nu het slachtoffer het feit dat zij door verdachte op haar mond en tong zou zijn gelikt ook consistent heeft volgehouden, acht de rechtbank haar verklaring ook op dit punt geloofwaardig. Daarmee is naar het oordeel van de rechtbank sprake van het seksueel binnendringen van het lichaam als bedoeld in artikel 244 van het Wetboek van strafrecht. De rechtbank verwerpt het verweer en acht bewezen dat verdachte het onder 1 primair ten laste gelegde feit heeft begaan.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, zoals hieronder is vermeld.

1.

hij op of omstreeks 17 december 2008 te Noordwijkerhout, met [slachtoffer 1]

(geboren [geboortedag 2] 2003), die toen de leeftijd van twaalf jaren nog niet had

bereikt, een of meer handeling(en) heeft gepleegd, die bestond(en) uit of mede

bestond(en) uit het seksueel binnendringen van het lichaam van die [slachtoffer 1],

immers heeft hij, verdachte, de vagina van die [slachtoffer 1] betast en/of gekust en/of

gelikt en/of zijn tong in de mond van die [slachtoffer 1] gebracht en/of de mond en/of

de tong van die [slachtoffer 1] gelikt;

art 244 Wetboek van Strafrecht

Subsidiair, indien het vorenstaande niet tot een bewezenverklaring en/of een

veroordeling mocht of zou kunnen leiden:

hij op of omstreeks 17 december 2008 te Noordwijkerhout met [slachtoffer 1],

geboren op [geboortedag 2] 2003, die toen de leeftijd van zestien jaren nog niet had

bereikt, buiten echt, een of meer ontuchtige handeling(en) heeft gepleegd,

bestaande uit het betasten en/of kussen en/of likken van de vagina en/of het

likken van de mond en/of de tong van die [slachtoffer 1];

art 247 Wetboek van Strafrecht

2.

hij op één of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007

tot en met 5 februari 2009 te Noordwijkerhout, in elk geval in Nederland, een

gegevensdrager (computer), bevattende één of meer afbeelding(en) van (een)

seksuele gedraging(en), in bezit heeft gehad, bij welke seksuele gedraging(en)

(telkens) een persoon die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, welke seksuele

gedraging(en) bestond(en) uit (onder meer):

- het geheel of gedeeltelijk naakt (laten) poseren van (een) perso(o)n(en) die

de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft/hebben bereikt, waarbij door het

camerastandpunt en/of de (on)natuurlijke) pose van die/de perso(o)n(en)

nadrukkelijk de/een ontblo(o)t(e) geslachtsde(e)l(en) in beeld gebracht wordt

(onder meer foto 1/afbeelding [bestandsnaam 1], foto 2/ afbeelding [bestandsnaam 2])

en/of

- het naakt (laten) poseren van een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog

niet heeft bereikt, terwijl bij die persoon een dildo in de vagina, althans

tussen de schaamlippen is gebracht (foto 3/ afbeelding [bestandsnaam 3])

en/of

- het in de mond (laten) hebben van de stijve penis van een (volwassen) man

door een persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (foto 4/

afbeelding [bestandsnaam 4])

en/of

- het (laten) vasthouden van de stijve penis van een volwassen man door een

persoon die de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (foto 5/afbeelding

[bestandsnaam 5])

en/of

- het met een vinger vaginaal penetreren door een persoon, van een persoon die

de leeftijd van 18 jaar nog niet heeft bereikt (foto 6/ afbeelding

[bestandsnaam 6]);

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

3.

hij op tijdstippen in of omstreeks de periode van 1 januari 2007 tot en met 5

februari 2009 te Noordwijkerhout, in elk geval in Nederland, één of meermalen

een afbeelding van (een) seksuele gedraging(en), waarbij (telkens) een

persoon, te weten [slachtoffer 2], die de leeftijd van achttien jaar nog niet had

bereikt, was betrokken of schijnbaar was betrokken, heeft vervaardigd, welke

seksuele gedraging(en) bestond(en) uit het geheel of gedeeltelijk

naakt (laten) poseren van voornoemde [slachtoffer 2] waarbij nadrukkelijk diens

ontblote geslachtsdeel in beeld is gebracht.

art 240b lid 1 Wetboek van Strafrecht

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf en maatregel zijn in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt in het bijzonder het volgende in aanmerking genomen.

Verdachte heeft zich schuldig gemaakt aan - kort gezegd - het plegen van ontucht en daarnaast aan het bezitten en vervaardigen van kinderpornografische afbeeldingen. Dit zijn ernstige strafbare feiten.

Verdachte heeft, toen hij onverwacht geconfronteerd werd met een vijfjarig meisje dat voor zijn deur stond, toegegeven aan zijn pedofiele gevoelens. Hij heeft het meisje ontkleed, haar vagina gekust en gelikt en hij heeft zijn tong in de mond van het meisje gebracht en aan haar mond en tong gelikt. Een dergelijke inbreuk op de persoonlijke integriteit kan zeer schadelijk zijn en langdurig van invloed zijn op het psychisch welbevinden en de verdere emotionele ontwikkeling van een slachtoffer. Verdachte heeft bovendien het vertrouwen dat een kind in volwassenen moeten kunnen stellen, ernstig verstoord en ook de ouders leed aangedaan.

Voorts heeft verdachte kinderporno gedownload van het internet en zelf twee kinderpornografische foto's gemaakt van zijn pleegkind. Verdachte heeft door kinderpornografisch materiaal te verzamelen bijgedragen aan het misbruik van deze kinderen en aan de instandhouding van het circuit van de kinderpornografie. Het is een feit van algemene bekendheid dat achter elke kinderpornografische afbeelding een kind schuilgaat dat - ten behoeve van het vervaardigen van deze afbeelding - misbruikt wordt. Dergelijk misbruik, dat gepaard gaat met dwang en/of manipulatie, kan ernstige en langdurige psychische schade aanrichten bij de slachtoffers. Verdachte heeft het vertrouwen geschonden van zijn pleegkind dat, juist omdat het kwetsbaar was, aan zijn zorg werd toevertrouwd. Verdachte heeft daardoor bovendien het vertrouwen geschonden van zijn nicht die meende dat haar zoontje bij verdachte in vertrouwde, veilige handen was.

De rechtbank heeft acht geslagen op verdachte betreffende rapportages van Dr. R.A.R. Bullens, psycholoog, gedateerd 3 juni 2009 en van P. Diekema, reclasseringswerker, gedateerd 3 juni 2009. In eerstgenoemd rapport wordt geconcludeerd dat verdachte volledig toerekeningsvatbaar kan worden geacht. Beide rapporteurs adviseren een deels voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarde behandeling bij De Waag of een gelijksoortige forensisch psychiatrische polikliniek en reclasseringstoezicht. De rechtbank neemt voornoemde conclusie inzake de toerekeningsvatbaarheid over en maakt deze tot de hare.

Verdachte heeft ter terechtzitting uitdrukkelijk zijn spijt betuigd en heeft verklaard dat hij graag behandeld wil worden teneinde herhaling te voorkomen.

De rechtbank heeft voorts acht geslagen op een verdachte betreffend uittreksel uit het justitieel documentatieregister, gedateerd 5 februari 2009, waaruit blijkt dat hij niet eerder met justitie in aanraking is geweest.

De rechtbank heeft bij het bepalen van de straf als uitgangspunt genomen dat een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden als oriëntatiepunt heeft te gelden. Voorts heeft de rechtbank meegewogen dat het onder 1 primair bewezenverklaarde feit een eenmalige gebeurtenis betreft, die weliswaar mede heeft bestaan uit het seksueel binnendringen, maar dat dit binnendringen op zichzelf beschouwd – onverminderd het strafbare karakter daarvan – een integriteitsinbreuk van een beperkte omvang betreft. Voorts acht de rechtbank het van belang dat verdachte wordt behandeld, zoals de rapporteurs hebben geadviseerd. De rechtbank zal daarom een deel van de op te leggen gevangenisstraf voorwaardelijk opleggen. Ten slotte zal de rechtbank de proeftijd op drie jaren stellen, omdat er ernstig rekening mee moet worden gehouden dat verdachte wederom een misdrijf zal begaan dat gericht is tegen de onaantastbaarheid van het lichaam van een of meer personen.

Inbeslaggenomen voorwerpen.

De rechtbank zal de op de beslaglijst genoemde kinderpornografische afbeeldingen en harde schijf onttrekken aan het verkeer. Deze voorwerpen zijn voor onttrekking aan het verkeer vatbaar, aangezien met betrekking tot de afbeeldingen en met behulp van de harde schijf de onder 2 en 3 bewezenverklaarde feiten zijn begaan en voornoemde voorwerpen van zodanige aard zijn dat het ongecontroleerde bezit daarvan in strijd is met de wet of met het algemeen belang.

De rechtbank zal de op de beslaglijst genoemde computer, merk Acer, verbeurdverklaren. Dit voorwerp is voor verbeurdverklaring vatbaar, aangezien dit voorwerp aan verdachte toebehoort en met behulp van dit voorwerp het onder 2 bewezenverklaarde feit is begaan.

Bij de vaststelling van deze bijkomende straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de draagkracht van verdachte.

De vordering van de benadeelde partij.

[slachtoffer 1], [adres slachtoffer], heeft zich als benadeelde partij gevoegd ter zake van de vordering tot schadevergoeding, groot € 4.500,00.

De rechtbank acht de vordering van zo eenvoudige aard dat deze zich leent voor behandeling in deze strafzaak. Deze vordering is voldoende onderbouwd door de benadeelde partij.

Uit het onderzoek ter terechtzitting is vast komen te staan dat de benadeelde partij rechtstreeks schade heeft geleden als gevolg van het onder 1 bewezenverklaarde feit.

Ter zake van de gevorderde immateriële schade, gelet op hetgeen de benadeelde partij ter toelichting heeft aangevoerd, zal de rechtbank naar billijkheid een bedrag van € 4.500,00 toewijzen.

De rechtbank zal derhalve de vordering toewijzen tot een bedrag van € 4.500,00.

Dit brengt mee, dat de verdachte dient te worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met haar vordering heeft gemaakt, welke kosten de rechtbank tot op heden begroot op nihil, en de kosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.

Schadevergoedingsmaatregel.

Nu verdachte jegens het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door het onder 1 bewezenverklaarde strafbare feit is toegebracht en verdachte voor dit feit zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 4.500,00, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1].

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op de artikelen:

14a, 14b, 14c, 14d, 33, 33a, 36b, 36c, 36f, 57, 240b en 244 van het Wetboek van Strafrecht.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1 primair, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

ten aanzien van feit 1 primair:

met iemand beneden de leeftijd van twaalf jaren handelingen plegen die mede bestaan uit het seksueel binnendringen van het lichaam;

ten aanzien van feit 2:

een gegevensdrager, bevattende een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, in bezit hebben;

ten aanzien van feit 3:

een afbeelding van een seksuele gedraging, waarbij iemand die kennelijk de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt is betrokken, vervaardigen;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht,

in verzekering gesteld op : 5 februari 2009,

in voorlopige hechtenis gesteld op : 6 februari 2009;

bepaalt, dat een gedeelte van die straf, groot 10 maanden niet zal worden tenuitvoergelegd, zulks onder de algemene voorwaarde, dat de veroordeelde zich voor het einde van de hierbij op 3 jaren vastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit alsmede onder de hierna te noemen bijzondere voorwaarde:

dat de veroordeelde zich gedurende de proeftijd zal gedragen naar de voorschriften hem te geven door of namens de stichting Reclassering Nederland, ressort Den Haag of elders in Nederland, waaronder het Psycho-medisch centrum Parnassia te 's-Gravenhage, zolang die instelling zulks nodig acht, ook als dat inhoudt begeleiding door en/of (ambulante) behandeling bij De Waag of een gelijksoortige forensisch psychiatrische polikliniek elders in Nederland.

geeft hierbij opdracht aan bovengenoemde reclasseringsinstelling krachtens het bepaalde bij artikel 14d, tweede lid, van het Wetboek van Strafrecht;

verklaart onttrokken aan het verkeer de op de beslaglijst genoemde kinderpornografische afbeeldingen en harde schijf;

verklaart verbeurd de op de beslaglijst genoemde computer, merk Acer;

wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij toe en veroordeelt verdachte voorts om tegen behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan [slachtoffer 1], [adres slachtoffer] een bedrag van € 4.500,00;

veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op nihil, en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken;

legt aan verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat van een bedrag groot € 4.500,00 ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer 1];

bepaalt dat in geval volledige betaling noch volledig verhaal van het verschuldigde bedrag volgt - onder handhaving van voormelde verplichting - vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 55 dagen;

bepaalt dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, alsmede dat gehele of gedeeltelijke voldoening van de betalingsverplichting aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.

Dit vonnis is gewezen door

mrs Harms, voorzitter,

Steenhuis en Bosman, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Kistemaker, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 29 juni 2009.