Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BL6855

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-12-2008
Datum publicatie
23-03-2010
Zaaknummer
318840 - HA ZA 08-2975
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Geschil tussen een verzekeraar en een verzekerde. De verzekerde stelt dat er een gewelddadige overval op haar winkel heeft plaatsgevonden. De verzekeraar heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de toedracht van het voorval en naar de geclaimde schade. Tijdens dat onderzoek heeft de verzekeraar voorschotten op de schadevergoeding uitgekeerd aan de verzekerde. De verzekeraar vordert terugbetaling van die voorschotten en vergoeding van haar onderzoekskosten. Zij stelt primair dat er geen verzekerde gebeurtenis heeft plaatsgevonden en dat het recht op schadevergoeding is vervallen, omdat er opzettelijk onjuiste gegevens zijn verstrekt bij de schadeopgave. De rechtbank is van oordeel dat de verzekerde is geslaagd in het haar opgedragen bewijs dat zij het slachtoffer is geworden van een gewelddadige beroving als bedoeld in de polisvoorwaarden. De primaire stelling van de verzekeraar slaagt niet. Ten aanzien van de subsidiaire stelling van de verzekeraar kan de rechtbank zonder nader onderzoek niet vaststellen wie van partijen gelijk heeft. De rechtbank gelast opnieuw een comparitie van partijen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 318840 / HA ZA 08-2975

Vonnis van 17 februari 2010

in de zaak van

de naamloze vennootschap

AEGON SCHADEVERZEKERING N.V.,

gevestigd te 's-Gravenhage,

eiseres in conventie,

verweerster in reconventie,

advocaat mr. A.L. Krenning te Rotterdam,

tegen

de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid

CASH CONVERTERS ROTTERDAM-CENTRUM B.V.,

gevestigd te Rotterdam,

gedaagde in conventie,

eiseres in reconventie,

advocaat mr. E. Grabandt te 's-Gravenhage.

Partijen zullen hierna Aegon en Cash Converters genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 26 augustus 2008;

- de conclusie van antwoord tevens houdende conclusie van eis in reconventie, van 3 december 2008;

- het tussenvonnis van 17 december 2008 waarbij een comparitie van partijen is bevolen;

- de brief met bijlagen van de zijde van Cash Converters van 17 maart 2009;

- de conclusie van antwoord in reconventie;

- het proces-verbaal van comparitie van 14 april 2009, waarin onder meer melding is gemaakt van het mondeling gewezen tussenvonnis waarbij een bewijsopdracht aan Cash Converters is gegeven;

- het proces-verbaal van getuigenverhoor aan de zijde van Cash Converters van 10 juni 2009 en de daarin genoemde stukken;

- het proces-verbaal van contra-enquête aan de zijde van Aegon van 15 september 2009 en de daarin genoemde stukken;

- de conclusie na bewijslevering aan de zijde van Aegon, van 28 oktober 2009;

- de antwoordconclusie na enquête aan de zijde van Cash Converters, van 25 november 2009;

- de akte van Aegon, van 9 december 2009.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1 Cash Converters voert een onderneming die gebruikte goederen (waaronder sieraden en horloges) in- en verkoopt, waarbij degene van wie zij de goederen inkoopt desgewenst gedurende een bepaalde periode het recht van terugkoop van het betreffende goed heeft tegen het van Cash Converters voor het goed ontvangen bedrag verhoogd met opslagkosten.

2.2 Cash Converters heeft met ingang van 23 juli 2003 bij Aegon een zogeheten Zakenpakketpolis afgesloten met polisnummer 720616257 (hierna: de verzekering). Op grond hiervan zijn onder meer verzekerd de inventaris/goederen en de bedrijfsschade.

2.3 In de op de verzekering van toepassing zijnde Voorwaarden AEGON Zakenpakket nr. 1503 (hierna: de polisvoorwaarden) is onder meer het volgende opgenomen:

'(...)

Algemene Voorwaarden AEGON Zakenpakket

(...)

3. Verplichtingen na schade

(...)

3.1 Zodra een verzekerde kennis draagt van een gebeurtenis, aanspraak of omstandigheid die voor AEGON tot een verplichting tot uitkering kan leiden, is hij verplicht:

(...)

3.1.4 zijn volle medewerking te verlenen bij de regeling van de schade en alles na te laten, wat de belangen van AEGON zou kunnen schade;

(...)

3.1.6 de aanwijzingen van AEGON nauwkeurig op te volgen en de ter zake van de schade gestelde vragen volledig en naar waarheid te beantwoorden;

(...)

3.2 Elk recht op schadevergoeding vervalt, indien een verzekerde een van deze verplichtingen niet is nagekomen en daardoor de belangen van AEGON heeft geschaad.

3.3 Elk recht op schadevergoeding vervalt, indien de verzekerde bij schade opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt.

(...)

B. Bijzondere Voorwaarden

Inventaris/goederenverzekering

(...)

2. Gedekte gebeurtenissen

AEGON vergoedt de directe materiële schade aan de bedrijfsuitrusting/inventaris en goederen, aanwezig in het op het polisblad omschreven gebouw en de bijgebouwen daarvan, veroorzaakt door:

(...)

2.9 gewelddadige beroving en afpersing;

(...)

D. Bijzondere Voorwaarden:

Bedrijfsschadeverzekering

(...)

1. Aanvullende begripsomschrijvingen

1.1. Bedrijfsschade:

vermindering van de bruto winst als gevolg van een door een gedekte gebeurtenis veroorzaakte teruggang in produktie of omzet van het op het polisblad omschreven bedrijf.

Niet als bedrijfsschade worden beschouwd:

1.1.1 boeten of schadevergoedingen;

1.1.2 afschrijvingen op dubieuze debiteuren en op door de gebeurtenis verloren gegane voorwerpen.

(...)

2. Gedekte gebeurtenissen

AEGON vergoedt de bedrijfsschade als gevolg van verlies of beschadiging van het op het polisblad omschreven gebouw of de inhoud daarvan, veroorzaakt door:

(...)

2.8 diefstal en vandalisme nadat de dader het gebouw wederrechtelijk binnengedrongen is door middel van braak, gebruik van valse sleutels of van de echte sleutel, mits deze op onrechtmatige wijze werd verkregen;

2.9 gewelddadige beroving en afpersing;

(...)'

2.4. Blijkens een proces-verbaal van aangifte van 28 april 2007 heeft mevrouw [medewerker Cash Converters, verder te noemen aangeefster] tegenover de politie aangifte gedaan van een overval op overige objecten namens de benadeelde Cash Converters en hierbij het volgende verklaard:

'(...)

Op zaterdag 28 april 2007 te 19.58 uur werd op de Nieuwe Binnenweg 18 H, 3015 BA Rotterdam, het in de aanhef vermelde feit gepleegd.

Ik ben medewerkster van Cash Converters aan de Nieuwe Binnenweg 18H te Rotterdam.

(...)

Dezelfde dag had ik onenigheid gehad met mijn baas, [B.], dit ging over de cijfers van verkoop etc. van de verschillende filialen van Cash Converters. Ik zat daar behoorlijk mee en toen ik thuis was dacht ik; ik kan net zo goed nog even naar het werk gaan en de cijfers in orde maken. (...)

Ik ben weer met mijn auto naar Cash Converters gereden. Ik heb zelf een sleutel van de zaak en ik heb de zaak geopend. Ik had mijn auto achter de winkel geparkeerd en al lopend ben ik in de richting van de Nieuwe Binnenweg gelopen. (...) Onderweg naar de zaak merkte ik dat er een persoon schuin achter mij liep. Ik hoorde dat deze persoon tegen mij zei: "gewoon rustig lopen ik ben gewapend. Je moet gewoon naar beneden kijken" of woorden van gelijke strekking. (...)

Op het moment dat ik voor de ingang van de winkel stond, merkte ik dat er nog een persoon naast mij was komen staan. Er stond dus een persoon rechts naast mij en er stond ook een persoon links naast mij. (...) Ik hoorde daarna dat er tegen mij werd gezegd: "Je moet de winkel open doen" of woorden van gelijke strekking.

Wanneer je de zaak opent dan moet je een soort plastic staafje gebruiken om het alarm in te schakelen. Dit staafje heb ik in mijn bezit. Wanneer je de buitendeur met de sleutel hebt geopend dan gaat de rolluik, die zich aan de binnenzijde bevindt, vanzelf omhoog. Daarna moet je het staafje door een beveiligingssysteem halen. Een keer erdoor halen betekent alarm uit. Om de aandacht de trekken heb ik mijn pasje drie keer door het systeem gehaald. Ik hoorde dat er iets werd gezegd: "wat probeer je nu" of woorden van gelijke strekking. Ik zei dat ik het alarm uitschakelde en ik hoorde dat er werd gezegd: "schiet op".

(...)

Een van de verdachten zei tegen mij dat ik het licht niet aan mocht doen en dat ik naar de achterzijde van de winkel moest lopen.

Op het moment dat wij bij de inkoopbalie stonden, deze bevind zich in het achterste gedeelte van de winkel, zag ik dat een van de verdachten iets uit zijn zak haalde. Ik voelde dat er iets tegen mijn hoofd werd gezegd. Ik zag dat het een wapen was. (...)

De rode deur, die zich tussen de winkel en het kantoor bevind was afgesloten, ik moest die deur met een sleutel openen. Achter deze deur bevind zich het kantoor en tevens het magazijn.

(...) Uiteindelijk zijn wij daar allemaal naartoe gelopen en je ziet dan de kluis gelijk staan. Ik voelde dat het wapen nog steeds op mijn hoofd gehouden werd, al die tijd. (...)

Ik hoorde dat een van de verdachten tegen mij zei dat ik de kluis moest openen. Ik toetste de code in (...) en de kluis ging open. Ik voelde nog steeds het vuurwapen op mijn hoofd, ik was ontzettend bang. De verdachte met het vuurwapen bleef bij mij staan en de andere verdachte had een soort hoes gepakt die zich al in de winkel bevond. (...) Hierin werden de goederen gegooid die zich in de kluis bevonden.

De bakjes waarin de sieraden zaten gooide de verdachte op de grond. Ik kan me ook nog herinneren dat er een tweede tas van de winkel gebruikt werd.

(...)

Op een gegeven moment ging de vaste telefoon van de winkel over. Ik moest de telefoon opnemen, de verdachte zei: "je neemte de telefoon op maar als je ook maar iets zegt dan schiet ik je gelijk dood".

Ik nam de telefoon op en ik hoorde dat [Jan] aan de andere kant van de lijn was. Dit is een collega van mij, [Jan]. Hij en ik zijn de sleutelhouders van het pand. [Jan] zei dat het alarm was gegaan en hij zei; je bent er. Ik zei alleen Ja. Hij zei je bent zeker teruggekomen voor de papieren. Ik zei gelijk weer ja. Ik hoopte dat [Jan] op deze manier merkte dat er iets aan de hand was want normaal antwoord ik altijd in hele zinnen. Ik zeg nooit alleen maar ja. [Jan] zei dat hij dat even wilde weten en zo werd het gesprek eigenlijk afgesloten.

Ondertussen was de kluis leeg en waren de twee tassen gevuld. Ik zal u verklaren wat er zich in de kluis bevond.

In de kluis lagen bakjes met daarin waardevolle sieraden. Alle sieraden uit de winkel gaan na sluitingstijd in de kluis. Dat is een vaste regeling. Er bevind zich wisselgeld in de kluis maar ook de opbrengst van verschillende dagen. (...) Het zou wel rond de 50.000 euro kunnen zijn of zelfs wel meer.

Dit komt omdat er zich ook sieraden met diamanten in de kluis bevonden.

De verdachten zeiden tegen mij dat ik met hun mee moest lopen naar de uitgang van de winkel. In het midden van de winkel werd de loop van het wapen van mijn hoofd gehaald. Ik hoorde een van de verdachten zeggen: "jij moet het rolluik en de deur openen. Dan gaan wij naar buiten en jij mag niet achter ons aan rennen, je mag niet gillen en je mag ook de politie niet bellen. Als je iets doet dan schieten wij je kop er af en anders weten wij jullie allemaal te vinden "of woorden van gelijke strekking".

Ik heb gedaan wat zij zeiden. Ik zag dat zij gelijk linksaf sloegen. Ik ben gelijk teruggerent naar het kantoor en daar heb ik [Jan] gebeld. Ik wilde hem terugbellen met het vaste toestel maar ik wist zijn telefoonnummer niet uit mijn hoofd. Ik heb zijn nummer in mijn eigen mobiele telefoon opgezocht en vervolgens met de telefoon van de winkel, [Jan] gebeld. Mij beltegoed was op vandaar dat ik met de telefoon van de winkel had gebeld. Ik zei tegen hem dat hij 112 moest bellen omdat er mensen waren die een pistool tegen mijn hoofd hadden gezet. Ik was heel erg in de war en bang en volgens mij heb ik alles door elkaar heen geschreeuwd. Ik hoorde [Jan] nog zeggen dat hij [directeur] zou bellen en dat hij eraan zou komen.

Hierna heb ik [medewerker] van de politie gebeld. Dit heb ik ook met de telefoon van de winkel gedaan. Ik vertelde wat er aan de hand was en ik vroeg hem om politie te sturen.

Ook werd ik daarna, op de vaste telefoon van de winkel, door een vrouwelijke medewerkster van de politie gebeld. Ik had mij verscholen in het kantoor maar de medewerkster zei dat er politie aankwam. Ik keek toen naar de voorzijde van de winkel en ik zag inderdaad dat er politie voor de deur stond. Ik heb vervolgens de telefoon aan een van de politie medewerkers gegeven. (...)'

2.5. Op 29 april 2009 heeft [aangeefster] een aanvullende verklaring aan de verbalisanten afgelegd. In het proces-verbaal van die datum is het volgende verwoord:

'(...)

Ik wil u vertellen dat ik gisteren niet geheel het juiste verhaal heb verteld. Ik heb de mannen al wel eerder gezien. Niet alleen bij de parkeerplaats maar eerder op de avond. Het was al op Rotterdam Zuid toen ik net van huis was vertrokken.

Ik zal vertellen hoe het is gegaan. Ik wil u nog zeggen dat ik dit niet eerder heb verteld omdat ik bang ben dat zij ons iets aandoen. (...)

Toen ik echter vanaf de Mijnsherenlaan was vertrokken met mijn auto in de richting van het centrum, werd ik onderweg tegengehouden door een andere auto. (...) Deze auto bleef schuin voor mij staan en ik zag dat er een man uitstapte vanaf de bijrijdersplaats. Ik begreep niet wat hij wilde maar ik zag dat hij mijn portier opende. Ik hoorde hem zeggen dat ik uit moest stappen en dat ik achterin moest gaan zitten. Ik hoorde ook dat hij zei: "je moet geen vragen stellen, je moet gewoon instappen dan gebeurt er ook niets met jou" of woorden van gelijke strekking.

Tegelijkertijd stapte er ook iemand anders vanaf de achterbank van die andere auto uit en die liep achterom om mijn auto heen. Ik zag dat deze man ook in mijn auto plaatsnam.

Ik was echt ontzettend geschrokken. Ik wist niet waar dit over ging. Ik hoorde de man die op de bestuurdersplek was gaan zitten vragen waar mijn tas was. Ik gaf mijn tas en hij keek vervolgens in de tas. Hij vroeg van alles wat ik in mijn tas had. Ik zag dat hij mijn twee mobiele telefoons pakte (...) en ik zag dat hij de batterij uit het toestel haalde. Daarna gooide hij neide telefoons en afzonderlijk de batterij in het dashboard kastje.

(...) Daarna zijn wij gaan rijden.

(...)

Uiteindelijk kwamen wij op de parkeerplaats uit die ik u al eerder heb omschreven. (...) Vervolgens is het zo gegaan als ik u reeds verklaart heb. (...)'

2.6. In het proces-verbaal van een aanvullend verhoor van aangever [aangeefster] van 1 mei 2007 is het volgende verwoord:

'(...)

CAMERABEELDEN

U vraagt mij of er ook video-opnames worden gemaakt in de winkel. Ja ik weet dat er video-opnamen gemaakt worden in de winkel. De daders hebben echter de video band meegenomen. (...)

MOBIELE TELEFOON

U zegt mij dat ik had verklaard dat de dader mijn mobiele telefoons uit elkaar had gehaald en dat hij deze in het dashboardkastje van mijn auto had gegooid. U vraagt mij hoe het dan kan dat ik uiteindelijk wel mijn mobiele telefoons bij mij had.

Ja die had hij weer terug in mijn tas gedaan.

(...)

U vraagt mij wanneer ik dan de telefoons weer in elkaar gezet heb omdat ik deze heb gebruikt net na de overval.

Ja ik heb, toen de daders weer uit de winkel waren, mijn mobiele telefoons weer in elkaar gezet in paniek omdat daar het nummer van [Jan] in stond. Ik heb toen dus de telefoon weer in elkaar gezet en aangezet.

(...)

ROUTE

U vraagt mij waarom ik de eerste keer niet gelijk alles heb verteld, ik had namelijk geen dingen achtergehouden die belastend zijn voor de daders. Het maakt nu niet uit of ze mij op de Nieuwe Binnenweg hadden opgepikt of op de Dordtselaan.

Ja dat weet ik ook niet. Toen wij nog in de auto waren hoorde ik de daders zeggen: "als jij alles doet wat wij zeggen dan leef je nog. Je moet dan zeggen dat wij jou hier op de parkeerplaats hebben opgepikt". (...)'

2.7. In het proces-verbaal van een aanvullend verhoor van aangever [aangeefster] van 16 mei 2007 is het volgende verwoord:

'(...)

ROUTE

(...)

Op het moment dat ik klem werd gereden zag ik dat er twee personen uit de auto stapten. Een van de personen deed de deur van de bestuurderskant open. Hij zei tegen mij dat ik uit moest stappen en dat ik achterin plaats nemen. Hij zei dat ik dat moest doen om ervoor te zorgen dat er niets met mij zou gebeuren.

Ik schrok heel erg van die man en op het moment dat ik uit moest stappen en mij omkeerde naar de deur van de achterzijde stond ook de tweede man naast mij. Ik zag op dat moment dat hij een vuurwapen in zijn handen hield. Deze tweede man liep om de auto heen en stapte aan de bijrijderszijde in.

Ik zag dat de man met het vuurwapen, het vuurwapen op mij richtte. Dit deed hij tussen de twee voorstoelen door naar achteren. Ik zag dat hij rechtshandig was. Dit wapen richtte hij op mij en ik moest van hem mijn hoofd naar beneden houden.

U zegt mij dat ik desondanks precies de route kon omschrijven hoe de verdachten zijn gereden. U vraagt mij hoe dit kan.

Dit kon omdat ik wel naar links en rechts kon kijken. Op een gegevens moment vroegen ze ook aan mij wat ik in mijn handen vasthield. Ik heb toen ook mijn beide handen laten zien en op dat moment keek ik ook een beetje omhoog. De omgeving waar wij reden, is de omgeving waar ik al twintig jaar woon. Ik herken heel makkelijk punten van de wijk. Daarom kon ik de route wel goed omschrijven.

(...)

U vraagt mij nogmaals precies te vertellen wat er is gebeurd nadat ik samen met de daders op de parkeerplaats aan kwam.

Nadat ik uitgestapt was hoorde ik dat de grote man tegen mij zei dat wij naar mijn werk zouden lopen en dat ik voor hun moest openmaken. De dader met het vuurwapen liep schuin achter mij. (...)'

2.8. Blijkens een proces-verbaal van 11 mei 2007 heeft de heer [B.], directeur van Cash Converters, namens Cash Converters bij de politie aangifte gedaan van diefstal in/uit bedrijf/kantoor met geweld (geen braak) en hierbij het volgende verklaard:

'(...)

Tussen zaterdag 28 april 2007 te 19.31 uur en zaterdag 28 april 2007 te 20.00 uur werd op de Nieuwe Binnenweg 18 H, 3015 BA Rotterdam, het in de aanhef vermelde feit gepleegd. Ik ben zelfstandig ondernemer en eigenaar directeur van het bedrijf Cashconverters.

(...)

Er werd door de dader(s) voor ongeveer 100.000 Euro aan gouden sieraden en voor ongeveer 10.000 Euro aan contant geld ontvreemd.

(...)

Ik zal u een lijst overhandigen met daarop de goederen die uit de kluis zijn weggenomen. Op die lijst is te zien, de omschrijving van het goed, de inkoopwaarde, het gewicht en andere bijzonderheden. Deze lijst behoord bij deze aangifte.

(...)'

2.9. Door middel van een schadeaangifteformulier dat is ondertekend op 14 mei 2007 is namens Cash Converters bij Aegon aangifte gedaan van schade als gevolg van een gewapende overval op de winkel. Cash Converters heeft op een later moment een lijst met gestolen goederen aan Aegon doen toekomen. Op 4 januari 2008 heeft Cash Converters een definitief gemaakte lijst met gestolen goederen aan Aegon verstrekt. Op deze lijst is onder meer vermeld een op 29 mei 2004 ingekochte ketting met de omschrijving 'gourmette bicol' voor een waarde van € 2.700,-.

2.10 Bij brief van 11 juni 2007 heeft Aegon aan Adviesbureau Gerrese (hierna: Gerrese) bericht dat een voorschot van € 35.000,- aan Cash Converters is overgemaakt onder voorbehoud van polisdekking.

2.11. Bij brief van 10 september 2007 heeft Aegon aan Gerrese bericht dat zij een verzoek om een voorschot van € 40.000,- heeft gehonoreerd en dat de betaling van het voorschot opnieuw geheel onder voorbehoud van polisdekking geschiedt.

2.12. Het door Aegon ingeschakelde onderzoeksbureau Interseco B.V. (hierna: Interseco) heeft vanaf 3 mei 2007 een toedrachtonderzoek uitgevoerd. In het kader hiervan hebben medewerkers van Interseco onder andere diverse malen gesproken met [directeur] en [aangeefster] en met andere medewerkers van Cash Converters. Na een verslag van technisch onderzoek van 1 oktober 2007 en een tussentijdse rapportage van diezelfde datum, heeft Interseco een eindrapportage ten behoeve van Aegon opgesteld gedateerd op 27 februari 2008. In het kader van het onderzoek heeft [directeur] de hiervoor genoemde definitieve lijst van weggenomen goederen aan Interseco overhandigd. Hij had deze lijst op 3 januari 2008 ook aan de hierna genoemde schade-expert ter beschikking had gesteld.

2.13. Expertisebureau Toplis Hettema B.V. (hierna: Toplis Hettema) heeft als door Aegon ingeschakelde schade-expert onderzoek gedaan naar de omvang van de schade van Cash Converters. In januari 2008 heeft Toplis Hettema de schade begroot op € 115.851,26.

2.14. In de uitzending van het televisieprogramma 'Opsporing Verzocht' van 3 juli 2007 is aandacht besteed aan de gebeurtenissen op 28 april 2007 rondom de gestelde gewelddadige beroving van de winkel van Cash Converters. In deze uitzending, waarvan de beelden nog beschikbaar zijn, zijn onder meer opnamen getoond van een camera van een in de omgeving van de winkel van Cash Converters gevestigde supermarkt. De uitzending van 'Opsporing Verzocht' heeft de politie geen bruikbare tips opgeleverd.

2.15. Bij brief van 23 april 2008 heeft de Politie Rotterdam-Rijnmond aan [directeur] bericht dat het onderzoek naar de overval niet heeft geresulteerd in de aanhouding en/of veroordeling van de daders en dat in overleg met het Openbaar Ministerie het onderzoek is opgelegd.

2.16. Bij brief van 16 mei 2008 heeft Aegon aan Cash Converters het volgende bericht:

'(...)

Wij zijn u nog een schriftelijk standpunt verschuldigd met betrekking tot deze schadeclaim.

(...)

Toedracht

Volgens de eerste verklaring van uw medewerkster, [aangeefster], is zij op 28 april 2007 na sluitingstijd om omstreeks 19.30 uur teruggegaan naar de winkel, Nieuwe Binnenweg 18 h te Rotterdam om administratieve werkzaamheden te verrichten. Bij aankomst werd zij onder bedreiging van een vuurwapen gedwongen tot het openen van de winkel en het alarm uit te schakelen. De daders (2 man) zijn vertrokken met een grote hoeveelheid sieraden en geld.

Een dag later komt mevrouw [aangeefster] bij de politie reeds met een gewijzgde toedracht. Zij verklaart dat zij, op weg naar het bedrijf, was klemgereden door 3 onbekende personen en onder bedreiging van een vuurwapen gedwongen werd om naar de vestiging van Cash Converters te rijden, het alarm uit te schakelen en de kluis te openen.

Onderzoek toedracht

Wij hebben onderzoeksbureau Interseco ingeschakeld voor een uitvoerig toedrachtsonderzoek. Gedurende dit onderzoek is gebleken dat mevrouw [aangeefster] aantoonbaar tegenstrijdige en onware verklaringen heeft afgelegd omtrent de toedracht en de overige relevante omstandigheden. (...)

Deze tegenstrijdigige en onwaarachtige verklaringen zijn zelfs zodanig dat mevrouw [aangeefster] na verloop van tijd door de politie zelfs als verdachte is aangemerkt.

Voor het bestaan van polisdekking moet sprake zijn van een gedekt evenement.

Onze conclusie na onderzoek is dat niet is aangetoond dat inderdaad sprake is geweest van een geweldadige beroving met bedreiging (= een gedekt evenement), zoals bij aanvang is verklaard door uw medewerkster, mevrouw [aangeefster]. De feitelijke toedracht is volstrekt onduidelijk gebleven. Als gevolg hiervan is geen sprake van een op de polis gedekte gebeurtenis. Op grond hiervan wijzen wij de schadeclaim al af.

Onderzoek schadeclaim

Daarnaast heeft ook verificatieonderzoek plaatsgevonden naar de schade-omvang.

Door u is een lijst opgesteld van gestolen goederen.

Uit gesprekken met getuigen/personen/medewerkers, die gehoord werden in het kader van het onderzoek, werd ons duidelijk, dat op deze lijst goederen voorkwamen die niet als gestolen konden zijn opgegeven.

(...)

Standpunt AEGON

Resumerend stellen wij dat door ons is aangetoond dat door u opzettelijk een onjuiste opgave is verstrekt van weggenomen goederen.

U heeft diverse zaken geclaimd, die niet gestolen waren. Pas na confrontatie hiermee heeft u dit toegegeven. Op grond hiervan valt niet uit te sluiten dat ook de lijst van gestolen gouden sieraden niet (geheel) naar waarheid is samengesteld. Te denken valt aan de hoeveelheid "oud goud", die volgens verklaring van derden reeds begin 2007 was afgevoerd aan België.

Ook op grond hiervan wijzen wij de schadeclaim af en verwijzen wij u naar het gestelde in artikel 3 van de polisvoorwaarden.

Dit impliceert eveneens dat wij de voorschotbetalingen van totaal € 75.000,00 van u terugvorderen.

In de gesprekken met u hebben wij u meermalen erop gewezen dat wij alle gemaakte (onderzoeks)kosten op Cash Converters zullen verhalen indien uit het onderzoek zou blijken dat u opzettelijk relevante informatie hebt verzwegen respectievelijk opzettelijk niet de waarheid hebt verteld.

Nu hiervan sprake is vorderen wij tevens deze onderzoekskosten van in totaal € 42.888,04 van u. Vooralsnog vorderen wij uitsluitend de kosten, die Interseco heeft gemaakt, volgens bijgevoegde facturen. Mocht deze zaak tot een procedure leiden dan zullen wij tevens de interne kosten AEGON Afd. Speciale Zaken gaan vorderen.

(...)'

2.17. Op 31 juli 2008 heeft Aegon ten laste van Cash Converters conservatoir derdenbeslag doen leggen onder de ABN Amro Bank N.V., Fortis Bank (Nederland) N.V., Postbank N.V. en ING Bank N.V. Op 1 augustus 2008 heeft Aegon ten laste van Cash Converters conservatoir derdenbeslag doen leggen onder [naam directeur] B.V.

3. Het geschil

in conventie

3.1. Aegon vordert - samengevat - de veroordeling van Cash Converters tot betaling van € 75.000,- (restitutie betaalde voorschotten) en € 42.888,04 (gemaakte onderzoekskosten), vermeerderd met rente en kosten.

3.2. Aegon voert daartoe - samengevat - het volgende aan. Er heeft geen gewelddadige beroving of enige andere door de verzekering gedekte gebeurtenis plaatsgevonden, zodat voor Aegon geen verplichting bestaat om tot uitkering over te gaan. Subsidiair stelt Aegon dat het recht op schadevergoeding is vervallen, omdat van de zijde van Cash Converters opzettelijk onjuiste gegevens zijn verstrekt. De door Cash Converters opgegeven lijsten van gestolen goederen zijn immers niet waarheidsgetrouw. Meer subsidiair stelt Aegon dat het recht op schadevergoeding is vervallen, omdat Cash Converters aan Aegon en haar experts geen volledige medewerking heeft verleend bij de regeling van de schade.

3.3. Cash Converters voert verweer. Zij betwist dat geen sprake zou zijn van een gewelddadige overval. Nu Aegon de negatieve betrokkenheid van [aangeefster] niet heeft aangetoond, staat niet vast dat geen gedekte gebeurtenis heeft plaatsgevonden. Eventuele negatieve betrokkenheid van [aangeefster] betekent bovendien niet dat er geen sprake is van een gedekte gebeurtenis. In dat geval kan de negatieve betrokkenheid van [aangeefster] niet aan Cash Converters worden toegerekend. Subsidiair stelt Cash Converters dat er sprake is van diefstal waarbij de dader de winkel wederrechtelijk is binnengedrongen met een onrechtmatig verkregen sleutel.

Cash Converters betwist dat het recht op schadevergoeding zou zijn komen te vervallen door het doen van een onjuiste opgave van de schade. Cash Converters heeft niet opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt. Er bestaat dan ook geen grond voor terugbetaling van de door Aegon aan Cash Converters betaalde voorschotten. Evenmin kan Aegon aanspraak maken op vergoeding van de onderzoekskosten.

in reconventie

3.4. Cash Converters vordert - samengevat - de veroordeling van Aegon tot nakoming van de tussen Cash Converters en Aegon gesloten verzekeringsovereenkomst door de schade aan de inventaris en de goederen, de bedrijfsschade en de schade aan al hetgeen daarnaast of daarboven is verzekerd te laten vaststellen conform de polisvoorwaarden en het vast te stellen schadebedrag uit te keren aan Cash Converters, vermeerderd met rente en kosten.

3.5. Cash Converters voert daartoe - samengevat - aan dat Aegon, gelet op de verzekeringsovereenkomst, gehouden is de door Cash Converters geleden schade als gevolg van de gewelddadige overval op 28 april 2007 te vergoeden.

3.6. Aegon voert verweer. Aegon is de verzekeringsovereenkomst reeds nagekomen door uitgebreid en langdurig onderzoek te laten verrichten naar de toedracht van de gebeurtenis op 28 april 2007 en naar de omvang van de gestelde schade. Aegon heeft geen bewijs verkregen waaruit blijkt dat sprake is geweest van een gedekt evenement. Cash Converters heeft het voor Aegon onmogelijk gemaakt te verifiëren of de door Cash Converters opgegeven schade juist is. Op grond van de verzekeringsovereenkomst bestaan er geen verdere verplichtingen voor Aegon die zij zou moeten nakomen en is zij niet gehouden tot het uitkeren van een schadebedrag.

4. De beoordeling

in conventie en in reconventie

4.1. Cash Converters stelt dat Aegon is tekortgeschoten in haar uit artikel 21 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voortvloeiende verplichting om de feiten die voor de beslissing van belang zijn volledig en naar waarheid aan te voeren. In het bijzonder betreft dit het gegeven dat Aegon een dvd met de onder 2.14 genoemde televisieuitzending van 'Opsporing Verzocht' van 3 juli 2007 pas bij brief van 26 augustus 2009 in het geding heeft gebracht.

De rechtbank volgt Cash Converters hierin niet. Door overlegging van genoemde dvd heeft Aegon geen nieuwe feiten aangevoerd, nu bij beide partijen en de rechtbank al bekend was dat in de uitzending van 'Opsporing Verzocht' van 3 juli 2007 aandacht was besteed aan de gestelde overval op Cash Converters op 28 april 2007. Reeds om die reden treft de stelling van Cash Converters geen doel.

4.2. Bij het onder 1.1 vermelde mondeling gewezen tussenvonnis van 14 april 2009 heeft rechtbank Cash Converters toegelaten tot het bewijs van:

a. feiten en omstandigheden waaruit volgt dat zij op 28 april 2007 het slachtoffer is geworden van een gewelddadige beroving, zoals bedoeld in de polisvoorwaarden; en

b. haar bezit van het originele taxatierapport betreffende de ketting 'gourmette bicol', die is vermeld in de door haar aan Interseco (namens Aegon) overhandigde lijst van gestolen sieraden.

4.3. Ten bewijze van haar stellingen heeft Cash Converters een kopie van een taxatierapport overgelegd en het desbetreffende originele taxatierapport ter inzage gegeven, enkele uitdraaien van berichten op internet in het geding gebracht en als getuigen doen horen B.G. Ouëndag, taxateur, [echtgenote van B.] van [directeur], en [aangeefster]. In contra-enquête heeft Aegon als getuigen doen horen D. Bakker, tactisch onderzoeker in dienst van Interseco, en M. Jol, tactisch onderzoeker in dienst van Aegon.

Door verzekering gedekte gebeurtenis?

4.4. De rechtbank is van oordeel dat Cash Converters is geslaagd in de hiervoor bij 4.1 onder a geformuleerde bewijsopdracht. De toedracht van de diefstal van de goederen van Cash Converters op 28 april 2007 is weliswaar niet vast komen te staan in die zin dat vaststaat wie de daders zijn, maar van de zijde van Cash Converters zijn wel voldoende feiten en omstandigheden gesteld en bewezen waaruit volgt dat er op genoemde datum sprake is geweest van een gewelddadige beroving van Cash Converters. De rechtbank wijst in dit verband op de uitvoerige verklaringen van [aangeefster] tegenover de politie, alsmede haar verklaringen tegenover Interseco. Alhoewel deze verklaringen tegenstrijdigheden en onwaarschijnlijkheden bevatten, heeft [aangeefster] wel altijd verklaard dat:

- zij is bedreigd met een pistool;

- haar auto op de parkeerplaats achter de winkel is geparkeerd;

- zij vervolgens naar de winkel is gelopen, waarbij op een gegeven moment één man naast haar liep en één man schuin achter haar;

- zij tijdens het lopen naar de winkel een politiebusje aan de overkant van de straat zag staan;

- zij de winkel van Cash Converters heeft moeten openen;

- zij bij het uitschakelen van het alarm heeft getracht de centrale te alarmeren door het staafje in plaats van één drie keer door het beveiligingssysteem te bewegen;

- zij onder bedreiging van het pistool de deur naar de achter de winkel gelegen ruimten heeft moeten openen en de daar aanwezige kluis heeft moeten openen;

- er op enig moment in aanwezigheid van de twee mannen werd gebeld door haar collega [Jan] en zij dit telefoongesprek heeft beantwoord;

- de mannen de goederen uit de kluis in een hoes en een tas hebben gestopt;

- de mannen bij vertrek uit de winkel naar links liepen;

- zij direct haar collega [Jan] heeft gebeld, die vervolgens de politie heeft ingeschakeld.

De rechtbank heeft geen reden om aan de geloofwaardigheid van de verklaring van de getuige [aangeefster] op deze kernpunten te twijfelen.

4.5. Deze verklaringen worden gedeeltelijk bevestigd door de camerabeelden van de naastgelegen supermarkt, zoals deze zijn vertoond in de uitzending van het televisieprogramma 'Opsporing Verzocht' van 3 juli 2007. Hierop is te zien dat [aangeefster] in de richting van de winkel van Cash Converters loopt met naast haar een man. Op enige afstand achter haar volgt een tweede man. Ook is het door [aangeefster] genoemde politiebusje op de camerabeelden te zien. Enige tijd later is deze tweede man opnieuw te zien, terwijl hij loopt in tegengestelde richting. Hierbij draagt hij twee gevulde tassen.

Dat [aangeefster] in aanwezigheid van de twee mannen is gebeld door [Jan] en dat zij hem na het vertrek van de mannen heeft teruggebeld, wordt bevestigd door verklaringen die [Jan] tegenover Interseco heeft afgelegd. Voort is komen vast te staan dat op 28 april 2007 de kluis is geopend en dat goederen en geld uit de kluis zijn weggenomen.

Aegon heeft niet betwist dat [aangeefster] bij het uitschakelen van het alarm heeft getracht de centrale te waarschuwen door het staafje driemaal langs het beveiligingssysteem te bewegen, zodat de rechtbank dit als vaststaand aanneemt. Een dergelijke handelwijze van [aangeefster] past niet bij de lezing waarin geen sprake zou zijn van een (gewapende) overval, maar [aangeefster] negatief betrokken zou zijn bij de gebeurtenis zoals Aegon betoogt.

4.6. Hiertegenover heeft Aegon onvoldoende concrete feiten en omstandigheden naar voren gebracht of aangetoond. De door Aegon genoemde tegenstrijdigheden, onwaarschijnlijkheden en onwaarheden in de verklaringen van [aangeefster] doen, ook in onderlinge samenhang bezien, niet af aan de onder 4.4 samengevatte verklaringen van [aangeefster], die zoals vermeld worden bevestigd door derden dan wel door de camerabeelden. De enkele bewering dat [aangeefster] negatief betrokken zou kunnen zijn bij de gebeurtenis is daartoe onvoldoende. Hetzelfde geldt voor het feit dat [aangeefster] op enig moment door de politie als verdachte is aangemerkt, nu tegen haar geen strafvervolging is ingesteld en zij ook niet is veroordeeld.

Het feit dat [aangeefster] op de avond van de overval tegenover de politie niet heeft verklaard dat zij was klemgereden en in aanwezigheid van de twee mannen naar de winkel van Cash Converters is gereden, maakt dit niet anders nu zij haar verklaring de dag erna heeft aangevuld. Dat iemand direct na een dergelijke gebeurtenis op wellicht irreële gronden niet over alle feiten een volledige verklaring aflegt, maakt de kern van haar relaas nog niet onaannemelijk.

De rechtbank is het met Aegon eens dat het zeer opvallend is dat [aangeefster] geheel onverwacht op een zaterdagavond, toen zij toevallig op weg was naar haar werk, op een andere plek dan op de kortste route, is klemgereden door voor haar onbekende mannen die het kennelijk op haar gemunt hadden en haar hebben gedwongen naar de winkel van Cash Converters te gaan. Dat [aangeefster] hiervoor geen plausibele verklaring kan geven, betekent echter niet dat de gewelddadige beroving niet heeft plaatsgevonden. Hetzelfde geldt voor de tijd die is verstreken tussen het moment waarop [aangeefster] volgens haar verklaring is klemgereden en het moment waarop zij zijn aangekomen bij de winkel van Cash Converters.

Dat er bij Interseco dan wel Aegon onduidelijkheden zijn blijven bestaan over de exacte plaats waar [aangeefster] is klemgereden en over de vervolgens afgelegde route omdat [aangeefster] hierover niet heeft willen verklaren, doet evenmin af aan hetgeen hiervoor is overwogen. Dit geldt temeer nu [aangeefster] hierover tegen de politie wel verklaringen heeft afgelegd. Dat de politie deze informatie niet met Interseco dan wel Aegon wil delen, kan niet aan Cash Converters worden tegengeworpen.

Dat de tijdsspanne tussen het door [aangeefster] genoemde klemrijden en de aankomst bij de winkel van Cash Converters (76 minuten) de benodigde tijd (20 minuten) om die afstand per auto af te leggen ruimschoots overschrijdt, moge zo zijn. Ook hieruit volgt echter niet dat de beroving zich niet heeft voorgedaan.

Hetzelfde geldt voor het feit dat op de eerder genoemde camerabeelden niet te zien is dat [aangeefster] wordt bedreigd met een wapen. Aannemelijk is dat op dat moment een wapen niet zichtbaar werd gedragen, nu het buiten licht was, er meerdere mensen op straat liepen en een politiebusje zichtbaar was.

Dat [aangeefster] heeft verklaard dat beide mannen bij vertrek uit de winkel linksaf sloegen terwijl op de camerabeelden maar één van de twee overvallers te zien is, acht de rechtbank eveneens onvoldoende voor de conclusie dat niet aannemelijk is geworden dat een gewapende overval heeft plaatsvonden. Ook de twijfel die Aegon heeft bij de verklaringen van [aangeefster] dat de mannen aanvankelijk haar mobiele telefoons hebben afgenomen en uit elkaar gehaald in het dashboardkastje hebben gelegd, maar haar deze hebben teruggegeven op het moment dat zij van de auto naar de winkel liepen, acht de rechtbank onvoldoende voor de conclusie dat er geen gewelddadige overval is geweest.

4.7. Gelet op al het voorgaande, in onderlinge samenhang bezien, is de rechtbank van oordeel dat Cash Converters is geslaagd in het haar opgedragen bewijs dat zij op 28 april 2007 het slachtoffer is geworden van een gewelddadige beroving, zoals bedoeld in de polisvoorwaarden. Er heeft dus een door de verzekering gedekte gebeurtenis plaatsgevonden. Onder die omstandigheden is Aegon gehouden de door Cash Converters geleden schade te vergoeden, tenzij het recht op schadevergoeding is vervallen. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat de door haar aan te leggen toets een andere is dan die welke de Raad van Toezicht Verzekeringen in de door Aegon overgelegde uitspraken heeft gehanteerd. De Raad van Toezicht Verzekeringen toetst immers of de verzekeraar de goede naam van het verzekeringsbedrijf niet heeft geschaad, terwijl de rechtbank ten gronde moet beoordelen of de verzekerde Cash Converters recht heeft op vergoeding van zijn schade gelet op de verzekeringsovereenkomst en de daarbij behorende polisvoorwaarden.

Opzettelijk onjuiste gegevens verstrekt?

4.8. Het is aan Cash Converters om te stellen en - bij betwisting - te bewijzen welke goederen bij de overval gestolen zijn en wat de waarde van die goederen is. Cash Converters heeft, volgens haar verklaring, de lijsten met gestolen goederen opgesteld door de voorraad zoals deze uit haar administratie bleek te vergelijken met de goederen die in de winkel waren achtergebleven. De rechtbank acht deze methode in beginsel juist. Het enkele feit dat er fouten in de door Cash Converters opgestelde lijsten staan, betekent niet dat het recht op schadevergoeding op grond van de polisvoorwaarden komt te vervallen. Om tot deze conclusie te komen moet Aegon stellen en bewijzen (althans: in voldoende mate aannemelijk maken) dat opzettelijk en op voldoende relevante punten onjuiste gegevens zijn verstrekt.

4.9. Aegon heeft gesteld dat op de lijsten met gestolen goederen 'oud goud' is vermeld, te weten ringen met gedateerde artikelnummers, en dat dit oude goud waarschijnlijk vóór april 2007 was afgevoerd in verband met de hoge goudprijs.

Nu het oude goud nog als voorraad bij Cash Converters stond vermeld, gaat de rechtbank er in beginsel van uit dat dit ten tijde van de overval in de winkel aanwezig was. Aegon heeft niet gesteld dat het oude goud ten tijde van de overval niet in de winkel aanwezig was; zij heeft slechts gesteld dat het waarschijnlijk was dat het oude goud eerder was afgevoerd. Voorts is niet gesteld dat het oude goud na de overval nog in de winkel aanwezig was. Gelet hierop zijn de stellingen van Aegon niet voldoende concreet en precies en heeft Aegon niet aan haar onder 4.8 genoemde stelplicht voldaan. Hierdoor komt de rechtbank niet toe aan een bewijsopdracht en gaat zij voorbij aan het bewijsaanbod van Aegon. Voor een bewijsopdracht kan immers slechts plaats zijn als voldoende duidelijk is op welke concrete stellingen zo'n opdracht betrekking kan hebben.

4.10 Ten aanzien van de twee op de lijst vermelde horloges van het merk Maurice Lacroix geldt het volgende. Niet in geschil is dat de beide horloges door Cash Converters op de lijsten met gestolen goederen waren vermeld, terwijl ze ten tijde van de overval niet in de winkel aanwezig waren maar door [aangeefster] voor onderhoud/reparatie waren aangeboden aan [juwelier] De rechtbank volgt Aegon niet in haar stelling dat Cash Converters ten aanzien van deze horloges opzettelijk onjuiste gegevens heeft verstrekt. Daarbij is het volgende van belang. Tussen partijen is niet in geschil dat in de administratie van Cash Converters niet werd geregistreerd wanneer goederen aan [juwelier] worden aangeboden. In de administratie van Cash Converters stonden de horloges dus vermeld als aanwezig in de winkel ten tijde van de overval. Na de overval zijn de horloges weliswaar door [directeur] opgehaald bij [juwelier], maar uit de door Aegon overgelegde rapporten blijkt dat [directeur] tegenover Interseco heeft verklaard dat hij de zak met horloges mee naar huis heeft genomen en daar in een kast heeft gelegd zonder de zak te openen. Nadat Interseco [directeur] had geconfronteerd met verklaringen van onder meer [aangeefster] dat genoemde horloges ten tijde van de overval bij [juwelier] waren, heeft [directeur] blijkens zijn verklaring tegenover Interseco zoals deze is opgenomen in de door Aegon overgelegde rapporten de zak met horloges thuis geopend en bevestigd dat genoemde horloges zich daarin bevonden. Voorts heeft hij daarbij melding gemaakt van een horloge van het merk Favre Luba, dat eveneens in genoemde zak aanwezig was en ook ten onrechte op de lijsten van gestolen goederen was vermeld. Uit voormelde omstandigheden blijkt niet dat er sprake is van enige opzet van de zijde van Cash Converters. De stelling van Aegon dat Cash Converters ten aanzien van de twee horloges opzettelijk onjuiste gegevens heeft verstrekt, is dan ook door Cash Converters voldoende weerlegd. Aegon heeft geen (nadere) concrete gegevens gesteld die op opzet van Cash Converters kunnen wijzen. Daarom wordt het bewijsaanbod van Aegon ook op dit punt gepasseerd.

4.11. Ten aanzien van de door Cash Converters op de lijsten van gestolen goederen vermelde ketting gourmette bicol met een waarde van € 2.700,- overweegt de rechtbank als volgt. Cash Converters stelt dat zij kostbare sieraden, zoals genoemde ketting, altijd laat taxeren en dat het taxatierapport bij verkoop van het betreffende sieraad aan de koper wordt meegegeven. Uitgaande van deze stellingen van Cash Converters - wat hier ook van zij - kan deze partij voor het bewijs van haar stelling dat genoemde ketting bij de gewelddadige beroving is gestolen, mede gelet op de betwisting van deze stelling door Aegon, niet volstaan met de door haar overgelegde lijst van gestolen goederen. Van Cash Converters kan worden verlangd dat zij het taxatierapport dat ziet op genoemde ketting in het geding brengt of ten minste het bewijs levert van feiten die een plausibele verklaring vormen voor de onmogelijkheid om dat te doen.

Cash Converters heeft aanvankelijk gesteld niet over het taxatierapport te beschikken. Later heeft zij haar stellingen op dit punt gewijzigd. Indien vast komt te staan dat Cash Converters wel beschikt over genoemd taxatierapport, zal de rechtbank voorbijgaan aan de aanvankelijke stelling van Cash Converters dat zij niet over dat rapport beschikte.

4.12. Cash Converters heeft ter gelegenheid van het getuigenverhoor gehouden op 10 juni 2009 een Certificaat van Taxatie van B.G. Ouëndag getoond. Dit betreft een taxatie ten behoeve van verzekering van een '14 Krt. Bi-collor gouden fantasie gourmette ketting 60 cm. lang In het midden 6 schakels bezet met een briljantje. Totaal ca. 0.18 crt.' met een gewicht van 154 gram. De getaxeerde waarde bedraagt € 4.500,-.

Aegon betwist dat dit Certificaat van Taxatie betrekking heeft op de op de lijst met gestolen goederen vermelde ketting gourmette bicol, aangezien aan de op de lijst vermelde ketting een waarde van € 2.700,- is toegekend.

4.13. De rechtbank kan zonder nader onderzoek niet vaststellen wie van partijen hierin gelijk heeft. Hierbij is van belang dat [directeur] ter comparitie van 14 april 2009 heeft verklaard dat in zijn visie de inkoopwaarde van de sieraden is verzekerd. Daarnaast heeft hij verklaard dat de op de lijst van gestolen goederen genoemde ketting is getaxeerd op een (verkoop)waarde van € 2.700,- en dat die waarde in het systeem wordt ingevoerd. Deze twee verklaringen lijken al met elkaar in strijd te zijn.

In de antwoordconclusie na enquête heeft Cash Converters zich vervolgens op het standpunt gesteld dat zij drie waardebegrippen hanteert: de inkoopwaarde (in dit geval € 600,-), de taxatiewaarde (€ 4.500,-) en de verkoopwaarde (€ 2.700,-). De verkoopwaarde en de taxatiewaarde zijn volgens Cash Converters zelden gelijk en de verkoopwaarde wordt door haar bepaald aan de hand van de vraag die naar het product bestaat.

Indien de inkoopwaarde van de sieraden verzekerd is, zou het voor de hand liggen dat op de aan Aegon verstrekte lijst van gestolen goederen bij de ketting een waarde van € 600,- vermeld zou zijn. Indien echter altijd de getaxeerde waarde in de lijst vermeld zou worden, had in genoemde lijst een bedrag van € 4.500,- moeten worden vermeld indien het getoonde Certificaat van Taxatie inderdaad ziet op de als gestolen opgegeven ketting. Gelet op de hierdoor ontstane onduidelijkheid kan de rechtbank zonder nader onderzoek niet vaststellen of het getoonde Certificaat van Taxatie betrekking heeft op de in de lijst van gestolen goederen vermelde ketting 'gourmette bicol'. Daarbij merkt de rechtbank nog op dat het door Cash Converters als productie 1 bij de antwoordconclusie na enquête overgelegde document, anders dan Cash Converters stelt, geen kopie van de inkoopbon van de betreffende ketting lijkt te zijn aangezien dit 'politie-overzicht' is gedateerd op 9 november 2009 en niet op de inkoopdatum 29 mei 2004. Ook overigens roept dit stuk nog vragen op.

4.14. De rechtbank acht een comparitie van partijen voor dit nadere onderzoek vooralsnog de meest aangewezen methode. Gelet hierop zal zij opnieuw een comparitie van partijen bevelen, waarbij naast hetgeen hiervoor is vermeld tevens de mogelijkheid van een minnelijke regeling in deze stand van de procedure aan de orde kan komen. Zo nodig kan de rechtbank ter comparitie mondeling een tussenvonnis wijzen waarin aan één of beide partijen een bewijsopdracht wordt gegeven.

4.15. Verhinderingen van een van de partijen voor de hierna te noemen comparitiedatum dienen binnen veertien dagen na dit vonnis te worden opgegeven aan de griffie van de rechtbank (met vermelding van het zaak- en rolnummer van deze zaak), met gelijktijdige opgave van de verhinderdata van alle partijen in de periode van één maand na de datum waarop de zitting aanvankelijk was bepaald. Cash Converters wordt verzocht om uiterlijk veertien dagen voor de datum van de comparitie aan de rechtbank en Aegon schriftelijk te berichten wat haar standpunt is over hetgeen onder 4.13 is verwoord. De rechtbank verzoekt Cash Converters voorts om hierbij relevante documenten in het geding te brengen, zoals inkoopbonnen en taxatierapporten van andere in de lijst vermelde goederen waaruit blijkt dat de inkoopwaarde en de getaxeerde waarde andere waarden zijn dan de in de lijst vermelde waarden.

Volledige medewerking verleend?

4.16. Aegon stelt voorts dat het recht op schadevergoeding van Cash Converters is komen te vervallen, omdat Cash Converters niet de volle medewerking heeft verleend bij de regeling van de schade door bij het bepalen van de omvang van de schade onjuiste gegevens te verschaffen.

4.17. Voor zover Aegon doelt op het oude goud of de twee horloges van het merk Maurice Lacroix slaagt deze stelling van Aegon niet. De rechtbank verwijst naar hetgeen in dit vonnis (4.9 en 4.10) is overwogen omtrent deze goederen. Voor wat betreft de ketting gourmette bicol is beoordeling van de stelling van Aegon afhankelijk van hetgeen hiervoor is overwogen.

4.18. De rechtbank zal iedere verdere beslissing aanhouden.

5. De beslissing

De rechtbank:

in conventie en in reconventie

5.1. beveelt de persoonlijke verschijning van partijen, met hun advocaten, ter zitting van mr. H.F.M. Hofhuis op 23 maart 2010 om 14.30 uur, in het gebouw van de rechtbank aan de Prins Clauslaan 60 te 's-Gravenhage, met de onder 4.14 vermelde doeleinden;

5.2. houdt iedere verdere beslissing aan.

Dit vonnis is gewezen door mr. H.F.M. Hofhuis en in het openbaar uitgesproken op 17 februari 2010.