Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BG8503

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
15-12-2008
Datum publicatie
29-12-2008
Zaaknummer
FA RK 08-2039
Rechtsgebieden
Personen- en familierecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

nietigverklaring huwelijk; verzoek terugbetaling alimentatie afgewezen omdat de man reeds 10 jaar op de hoogte was van het feit dat zijn echtgenote mogelijk nog gehuwd was met andere man.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
RFR 2009, 35
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector familie- en jeugdrecht

Meervoudige kamer

Rekestnummer: FA RK 08-2039

Zaaknummer: 306919

Datum beschikking: 15 december 2008

Nietigverklaring huwelijk

BESCHIKKING op het op 11 maart 2008 ingekomen verzoekschrift en het op 6 november 2008 ingekomen aanvullend verzoekschrift van:

[de man],

wonende te [woonplaats]

de man,

advocaat mr. E.D.A. Geleijns.

Als belanghebbenden worden aangemerkt:

[de vrouw]

wonende te [woonplaats]

de vrouw,

advocaat: mr. A.R. Oosthout.

de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente 's-Gravenhage,

zetelend te 's-Gravenhage,

hierna te noemen: de ambtenaar.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van:

- het verzoekschrift;

- het verweerschrift van de ambtenaar;

- de conclusie van de officier van justitie;

- het verweerschrift van de vrouw;

- een brief met bijlagen d.d. 30 mei 2008 van de zijde van de man;

- een brief met bijlage d.d. 31 juli 2008 van de zijde van de vrouw;

- het aanvullend verzoekschrift.

Het verzoekschrift strekt tot:

primair: nietigverklaring van het huwelijk tussen de man en de vrouw;

subsidiair: echtscheiding met nevenvoorzieningen,

een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.

Bij aanvullend verzoekschrift heeft de man verzocht – in het geval de rechtbank het huwelijk nietig verklaart – de vrouw te veroordelen tot terugbetaling van bij beschikking voorlopige voorzieningen bepaalde partneralimentatie van in totaal € 4.616,-- met veroordeling van de vrouw in de proceskosten.

Op 17 november 2008 is de zaak ter terechtzitting behandeld. Hierbij zijn verschenen: de man en de vrouw ieder met hun advocaat alsmede de ambtenaar in de personen van de heer J.C. Jansen Verplanke en mevrouw J.G. Oemar.

Beoordeling

De rechtbank stelt het volgende vast:

- De vrouw is blijkens een uittreksel van het huwelijksregister te Edinburgh d.d. 20 mei

2008 op 14 augustus 1968 te Edinburgh, Schotland in het huwelijk getreden met

[persoon A.].

- Het huwelijk tussen de vrouw en [persoon A.] is niet geregistreerd in de Nederlandse registers

van de burgerlijke stand.

- De vrouw is op 21 juni 1973 te ’s-Gravenhage gehuwd met [persoon B.],

welk huwelijk door echtscheiding is ontbonden op 8 februari 1985 door inschrijving van

het echtscheidingsvonnis d.d. 10 april 1984.

- De man en de vrouw zijn op 14 oktober 1987 in de gemeente ’s-Gravenhage in het

huwelijk getreden.

- De man en de vrouw hebben beiden de Nederlandse nationaliteit.

Nietigverklaring huwelijk

De man verzoekt de rechtbank het tussen hem en de vrouw op 14 oktober 1987 in de gemeente ’s-Gravenhage gesloten huwelijk nietig te verklaren op de grond dat de vrouw nog gehuwd was met [persoon A.]. De man heeft ter terechtzitting verklaard dat hem ongeveer tien jaar geleden bekend is geworden dat de vrouw op 14 augustus 1968 te Schotland gehuwd is met [persoon A.]. Ter onderbouwing van zijn verzoek heeft de man, bij brief van 28 mei 2008, een uittreksel uit het huwelijksregister betreffende dit huwelijk overgelegd (Extract of an entry in a Register of Marriages, no. 3481596 CE, district no 685-1, year 1968, Entry no 805).

De vrouw heeft erkend in 1968 gehuwd te zijn met [persoon A.]. Zij heeft gesteld dat dit huwelijk een “verstandshuwelijk” was dat zij slechts is aangegaan om toentertijd een verblijfs- en werkvergunning in Engeland te verkrijgen. De vrouw heeft ter terechtzitting verklaard dat zij vlak na het huwelijk met [persoon A.] heeft vernomen dat hij is overleden. De vrouw heeft een brief van het General Register Office for Scotland d.d. 10 juli 2008 overgelegd waaruit blijkt dat zij heeft getracht in Schotland een overlijdensakte te verkrijgen maar dat een dergelijke akte niet is gevonden. De vrouw heeft aangevoerd dat Schotland geen registers kent zoals die in Nederland en dat het daarom moeilijk is een overlijdensakte te verkrijgen. De vrouw is niet bekend met de verblijfplaats van familie van [persoon A.] en kent evenmin de laatste woonplaats van [persoon A.]. Voorts heeft de vrouw bevestigd dat zij in Nederland geen aangifte heeft gedaan van haar huwelijk met [persoon A.].

De ambtenaar heeft ter terechtzitting verklaard dat het huwelijk in aanmerking komt voor nietigverklaring nu de vrouw reeds was gehuwd met [persoon A.] bij het aangaan van het huwelijk met de man.

De rechtbank overweegt als volgt.

De vrouw heeft voor haar huwelijk met de man aan de ambtenaar van de burgerlijke stand moeten aantonen dat zij ongehuwd is. Dat heeft zij gedaan door bewijs over te leggen van de ontbinding van het huwelijk tussen haar en de heer [B.]. Vast staat dat de vrouw echter ten overstaan van de ambtenaar van de burgerlijke stand geen melding heeft gemaakt van het buiten Nederland voltrokken huwelijk met [persoon A.].

Het in Schotland voltrokken huwelijk tussen de vrouw en [persoon A.] is ingevolge het aldaar toepasselijke recht rechtsgeldig zodat het huwelijk op grond van artikel 5 van de Wet conflictenrecht huwelijk in Nederland moet worden erkend.

De vrouw heeft haar stelling dat [persoon A.] is overleden niet aan kunnen tonen zodat het ervoor gehouden moet worden dat het huwelijk met [persoon A.] nimmer is beëindigd.

Artikel 1:33 BW bepaalt dat een persoon slechts met één andere persoon door het huwelijk verbonden kan zijn. Ten tijde van het aangaan van het huwelijk tussen de man en de vrouw luidde dit artikel: De man kan tegelijkertijd slechts met een vrouw, de vrouw slechts met een man door het huwelijkverbonden zijn. Deze bepaling bevat een vereiste voor het geldig kunnen aangaan van een huwelijk. Inmiddels staat vast dat de vrouw op de datum van het huwelijk met de man nog gehuwd was met [persoon A.]. Derhalve voldeed de vrouw toen niet aan een van de vereisten die zijn gesteld aan het aangaan van een huwelijk. Blijkens artikel 1:69 BW kan op de grond dat de echtgenoten niet de vereisten in zich verenigden om tezamen een huwelijk aan te gaan, de nietigverklaring worden verzocht door, onder meer, ieder der echtgenoten.

Het vorenstaande leidt er naar het oordeel van de rechtbank toe dat het huwelijk tussen de man en de vrouw nietig dient te worden verklaard. De rechtbank beslist aldus.

De aard van de zaak verzet zich tegen uitvoerbaar verklaring bij voorraad zodat het daartoe strekkende verzoek wordt afgewezen.

Nu het verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk is toegewezen behoeft het verzoek tot echtscheiding met nevenvoorzieningen geen bespreking meer.

Terugbetaling alimentatie

Bij beschikking van 14 februari 2008 van deze rechtbank is een voorlopige alimentatie vastgesteld van € 577,-- per maand. De man heeft deze voorlopige alimentatie betaald tot en met november 2008. In het geval de rechtbank het huwelijk nietig verklaart verzoekt de man terugbetaling van de door hem betaalde bedragen aangezien er in dat geval geen onderhoudsverplichting naar de vrouw toe bestaat.

De rechtbank overweegt als volgt.

Nu het huwelijk nietig is verklaard is er geen sprake van enige alimentatieplicht van de man jegens de vrouw en is de juridische grondslag aan de bij voorlopige voorzieningen vastgestelde voorlopige alimentatie ontvallen.

Desgevraagd hebben partijen ter terechtzitting medegedeeld dat de man tijdens hun samenleving steeds kostwinner was en de vrouw financieel werd onderhouden door de man.

De man heeft ter terechtzitting desgevraagd medegedeeld dat hij tijdens de procedure voorlopige voorzieningen geen melding heeft gemaakt van het huwelijk tussen de vrouw en [persoon A.] en van de omstandigheid dat hij voornemens was een verzoek tot nietigverklaring van het huwelijk in te dienen. Voorts overweegt de rechtbank dat de man in de onderhavige procedure heeft aangegeven reeds tien jaar van het bestaan van het eerdere huwelijk op de hoogte te zijn geweest. De rechtbank overweegt dat de man, door hieraan in de voorlopige voorzieningen procedure niet te refereren, bij de vrouw het vertrouwen heeft gewekt dat zij in beginsel aanspraak kon maken op alimentatie.

Gelet op het vorenstaande en gelet op het consumptieve karakter van de alimentatie is de rechtbank van oordeel dat het verzoek van de man tot terugbetaling van de reeds betaalde alimentatie dient te worden afgewezen.

Het subsidiaire verzoek

Nu het huwelijk nietig wordt verklaard zal de rechtbank het subsidiaire verzoek, te weten het verzoek tot echtscheiding met nevenverzoeken, afwijzen, zodat op grond van artikel 826 lid 2 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering de voorlopige voorzieningen hun kracht verliezen zodra deze beschikking in kracht van gewijsde gaat.

Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, ziet de rechtbank aanleiding de proceskosten te compenseren als hierna vermeld.

Beslissing:

De rechtbank:

verklaart nietig het huwelijk tussen: [de man], en [de vrouw], gesloten op

14 oktober 1987 in de gemeente ’s-Gravenhage;

wijst af het verzoek tot echtscheiding;

bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;

wijst af het meer of anders verzochte.

Deze beschikking is gegeven door mrs. W.J. Don, C.W. de Wit en H. Lenters, bijgestaan door P. Hillebrand als griffier en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 15 december 2008.