Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BG7086

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
20-10-2008
Datum publicatie
19-12-2008
Zaaknummer
AWB 07/3261 WRO
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:RVS:2009:BK2913, (Gedeeltelijke) vernietiging met terugwijzen
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Het bezwaarschrift van de Vereniging Weg van de Snelweg gericht tegen de bouwvergunning voor de bouw van een school is alsnog niet-ontvankelijk verklaard, omdat sprake is van een afgeleid belang. De belangen van de vereniging kunnen naar het oordeel van de rechtbank niet los worden gezien van de belangen van de individuele leden, omdat de vereniging is opgericht om iets te bereiken waarvoor de ouders ook langs andere weg hadden kunnen opkomen, te weten door via de medezeggenschapsraad invloed uit te oefenen op het schoolbestuur.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector bestuursrecht

Eerste afdeling, meervoudige kamer

Reg.nr.: AWB 07/3261 WRO

UITSPRAAK als bedoeld in artikel 8:77 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

Uitspraak in het geding tussen

De Vereniging Weg van de Snelweg, gevestigd te Leiderdorp, eiseres,

en

het college van burgemeester en wethouders van Leiderdorp, verweerder.

Ontstaan en loop van het geding

Bij besluit van 20 december 2005 heeft verweerder, voor zover hier relevant, met toepassing van artikel 19, eerste lid, van de Wet op de Ruimtelijke Ordening (WRO) aan de gemeente Leiderdorp vrijstelling en bouwvergunning eerste fase verleend voor de bouw van een schoolgebouw (Brede school) op het perceel kadastraal bekend gemeente Leiderdorp, sectie E, nummer 1507, plaatselijk bekend Ericalaan 3 (Oude Dorp) te Leiderdorp.

Bij uitspraak van 31 augustus 2006 (AWB 06/458 WW44) heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank voornoemd besluit geschorst tot zes weken na verzending van de beslissing op het hiertegen door eiseres ingediende bezwaar.

Bij besluit van 20 maart 2007, verzonden op 27 maart 2007, heeft verweerder het door eiseres gemaakte bezwaar ongegrond verklaard.

Tegen dit besluit heeft eiseres bij brief van 3 mei 2007, ingekomen bij de rechtbank op 7 mei 2007, beroep ingesteld (AWB 07/3261 WW44).

Bij uitspraak van 21 juni 2007 (AWB 07/3273 WW44) heeft de voorzieningenrechter een wederom door eiseres ingediend verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.

Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken overgelegd en een verweerschrift ingediend.

Eiseres heeft bij brief van 15 januari 2008 de beroepsgronden aangevuld. Verweerder heeft enige stukken overgelegd.

Het beroep is op 28 januari 2008 ter zitting behandeld. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting geschorst en bepaald dat aan partijen schriftelijke vragen zullen worden gesteld en dat verweerder een nog te verschijnen rapport van Oranjewoud moet indienen.

Eiseres heeft bij brief van 18 februari 2008 gereageerd. Verweerders reactie is op 21 februari 2008 ontvangen.

Het beroep is op 25 september 2008 opnieuw ter zitting behandeld

Namens eiseres zijn verschenen mr. [...] en drs. [...].

Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door mr. [...] en [...], bijgestaan door mr. R. Lever, advocaat te Leiden.

Motivering

Ingevolge artikel 1:2, eerste lid, van de Awb wordt onder belanghebbende verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken.

Ingevolge het derde lid van dit artikel worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen.

In artikel 2 van de statuten van de Vereniging Weg van de Snelweg is vermeld dat de vereniging ten doel heeft het streven naar een gezond schoolklimaat voor de kinderen van de Kastanjeschool, nu en in de toekomst, met name door te bewerkstelligen dat de nieuwbouw van deze school op minstens 300 m van de snelweg A4 wordt gerealiseerd.

De voorzieningenrechter heeft in zijn uitspraak van 21 juni 2007 (AWB 07/3273 WW44) reeds overwogen dat aarzeling bestaat omtrent de vraag of eiseres als belanghebbende is aan te merken als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb. Eiseres is een vereniging van (hoofdzakelijk) ouders van leerlingen van de protestants-christelijke basisschool Kastanjelaan te Leiderdorp.

In die uitspraak is overwogen dat in de onderwijswetgeving de locatiekeuze voor nieuwbouw van een school tot de bevoegdheid van het schoolbestuur (bevoegd gezag) behoort, in samenspraak met het gemeentebestuur.

Ouders van leerlingen en leerkrachten hebben wettelijk geregelde medezeggenschap ten aanzien van dit onderwerp, maar kunnen, zoals onder meer blijkt uit de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 28 augustus 2002 (LJN:AE6972), niet als belanghebbenden worden aangemerkt bij gemeentelijke besluiten over de nieuwbouw dan wel de locatie van een school. De Afdeling heeft in die uitspraak overwogen dat de gevolgen die de ouders van het daar in geding zijnde besluit ondervonden, geen rechtstreeks daarbij betrokken belangen betroffen doch dat hun belangen zijn afgeleid van die van het schoolbestuur.

De rechtbank dient vervolgens de vraag te beantwoorden of een vereniging van ouders, ondanks haar statutaire doelstelling, een eigen belang heeft bij het bestreden besluit.

Eiseres heeft, onder verwijzing naar de memorie van toelichting bij invoering van artikel 1:2 van de Awb, gesteld dat geen steun te vinden valt voor de opvatting dat een vereniging naast haar statutaire belang ook een eigen belang dient te hebben.

De Afdeling heeft onder andere bij uitspraak van 21 januari 2004, in zaak no.200304188, (LJN: AO1979) overwogen dat het bij de belangen van een rechtspersoon als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb moet gaan om een aan de statutaire doelstelling ontleend collectief belang, dat door een besluit direct wordt of dreigt te worden aangetast, welk belang los kan worden gezien van dat van de individuele leden en waarvan de behartiging de trekken dient te vertonen van behartiging van boven-individuele belangen.

Naar het oordeel van de rechtbank kunnen de belangen van eiseres niet los worden gezien van de belangen van de individuele leden. De vereniging is immers opgericht om iets te bereiken waarvoor de ouders ook langs andere weg hadden kunnen opkomen, te weten door via de medezeggenschapsraad invloed uit te oefenen op het schoolbestuur. Anders dan bijvoorbeeld bij natuur- en milieuorganisaties zijn de belangen die eiseres stelt te vertegenwoordigen belangen waarvoor reeds op andere wijze kan worden opgekomen.

Er is naar het oordeel van de rechtbank dan ook ondanks hetgeen in de statuten van eiseres is vermeld, sprake van een afgeleid belang. Eiseres kan derhalve niet als belanghebbende als bedoeld in artikel 1:2, derde lid, van de Awb worden aangemerkt. Verweerder heeft dit bij het bestreden besluit niet onderkend, zodat dit besluit moet worden vernietigd.

Het beroep is gegrond.

Aangezien bovenstaand oordeel ertoe leidt dat verweerder nog maar één rechtens juiste beslissing kan nemen, ziet de rechtbank aanleiding zelf in de zaak te voorzien, in die zin dat het door eiseres ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk wordt verklaard.

Nu niet is gebleken van kosten die daarvoor in aanmerking komen, bestaat geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

Beslissing

De rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

verklaart het beroep gegrond;

vernietigt het bestreden besluit;

verklaart het door eiseres ingediende bezwaarschrift niet-ontvankelijk;

bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het vernietigde besluit;

bepaalt dat de gemeente Leiderdorp aan eiseres het door haar betaalde griffierecht, te weten € 285,-, vergoedt.

Rechtsmiddel

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Aldus gegeven door mr. D.R. van der Meer, mr. E. Dijt en mr. G. van Zeben-de Vries, en in het openbaar uitgesproken op 20 oktober 2008, in tegenwoordigheid van de griffier drs. A.C.P. Witsiers.