Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BG6679

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-12-2008
Datum publicatie
12-12-2008
Zaaknummer
322686 - rekestnummer HA RK 08-1106 Wrakinsnummer 2008/19
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. De rechtbank wijst het verzoek tot wraking toe. Nauwe bloedverwantschap tussen comparitierechter en medewerkster van het kantoor van de gedaagde in hoofdzaak.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
NJF 2009, 25
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank [woonplaats]

Meervoudige wrakingskamer

Wrakingnummer 2008/19

rekestnummer: HA RK 08-1106

zaaksnummer: 322686

datum beschikking: 1 december 2008

BESCHIKKING

op het mondelinge verzoek tot wraking ingevolge artikel 37 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering in de zaak van:

[verzoeker]

wonende te [woonplaats],

verzoeker,

raadsman: mr. R.M. van der Zwan,

tegen

mr. [X]

rechter in de rechtbank te 's-Gravenhage, sector civiel.

1. Voorgeschiedenis en het procesverloop

1.1 Bij exploot van 22 januari 2008 is mr. [A] op verzoek van [verzoeker] gedagvaard om op 30 januari 2008 op een zitting van deze rechtbank, sector civiel, te verschijnen. Aan zijn vordering in deze zaak legt verzoeker ten grondslag dat

mr. [A] zich niet als een deugdelijk en zorgvuldig handelend notaris heeft gedragen. Nadat mr. [A] voor antwoord had geconcludeerd, heeft de rechtbank bij vonnis van 23 april 2008 een comparitie van partijen bevolen. Bij beschikking van 30 mei 2008 is de comparitie nader bepaald op 29 oktober 2008, ten overstaan van mr.[Y].

1.2 Op verzoek van de aangewezen comparitierechter mr.[Y] heeft [verzoeker] stukken ingezonden. Mr. [A] heeft daarop gereageerd.

1.3 Op 29 oktober 2008 heeft de comparitie van partijen ten overstaan van mr. [X] plaatsgehad. Bij aanvang van de zitting heeft mr. Van der Zwan namens verzoeker mr. [X] gewraakt. Van deze zitting is een proces-verbaal opgemaakt.

2. De mondelinge behandeling van het wrakingsverzoek

Op 24 november 2008 is het wrakingsverzoek ter zitting van deze wrakingskamer behandeld. Verzoeker, bijgestaan door zijn raadsman mr. Van der Zwan, is verschenen. Het wrakingsverzoek is door de raadsman toegelicht. Mr. [X] is niet verschenen. Hij heeft zijn standpunt schriftelijk kenbaar gemaakt. Mr. [A] heeft schriftelijk te kennen gegeven dat hij niet bij de behandeling van het verzoek aanwezig zal zijn.

3. Het standpunt van verzoeker

Verzoeker heeft aangevoerd dat een nicht van mr. [X] werkzaam is op het kantoor van mr. [A], dat hij mr. [A] wantrouwt en iedere schijn van belangenverstrengeling wil voorkomen. Mr. [A] is nog steeds werkzaam als advocaat en in die hoedanigheid is hij de directe werkgever van de nicht van mr. [X]. Verzoeker wil dat zijn zaak behandeld wordt door een rechter die niet in een dergelijk nauw verband met het kantoor van mr. [A] staat. Het bevreemdt verzoeker dat zijn raadsman eerst een dag voor de comparitie van partijen telefonisch is bericht dat de zaak door mr. [X] behandeld zou worden in plaats van door mr. [Y], die al eerder als comparitierechter was aangewezen en ook al in die hoedanigheid werkzaamheden voor deze zaak had verricht.

4. Het standpunt van mr. [X]

Mr. [X] is van oordeel dat er geen zwaarwegende redenen zijn voor (objectiveerbare) twijfel aan zijn onpartijdigheid. Hij heeft niet voor ogen gehad dat een wrakingsverzoek aan de orde zou komen toen hij de zaak van mr. [Y] overnam. Hem is bekend dat zijn nicht werkzaam is op het kantoor van mr. [A] en dat dat ook ten tijde van de litigieuze feiten het geval was, zij het niet als notarieel medewerkster.

Mr. [X] heeft met zijn nicht slechts contact in het kader van gewone familiale verplichtingen, maar de afgelopen vijf jaren heeft hij haar niet gezien of gesproken. Haar kantoor of kantoorgenoten kent mr. [X] niet (persoonlijk) en hij heeft geen relevante informatie omtrent het reilen en zeilen van haar kantoor en/of haar praktijk.

5. Beoordeling

5.1 Bij de beoordeling van een beroep op het ontbreken van onpartijdigheid van de rechter in de zin van artikel 6, eerste lid, van het Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden dient uitgangspunt te zijn dat een rechter uit hoofde van zijn aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich een uitzonderlijke omstandigheid voordoet die een zwaarwegende aanwijzing oplevert voor het oordeel dat een rechter jegens een rechtzoekende een vooringenomenheid koestert, althans dat de bij een rechtzoekende dienaangaande bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.

5.2 Van een gebrek aan onpartijdigheid kan, geheel afgezien van de persoonlijke instelling van de betrokken rechter, ook sprake zijn indien bepaalde feiten of omstandigheden grond geven te vrezen dat het een rechter in die omstandigheden aan onpartijdigheid ontbreekt. Alsdan dient de rechter zich van een beslissing van de hoofdzaak te onthouden, want rechtzoekenden moeten in het rechterlijk apparaat vertrouwen kunnen stellen. Daarom dient onder omstandigheden ook rekening gehouden te worden met de uiterlijke schijn.

5.3 De rechtbank is van oordeel dat ten aanzien van deze rechter de schijn van partijdigheid bestaat gelet op de nauwe bloedverwantschap van mr. [X] met een medewerkster van het kantoor van mr. [A], die immers nog steeds (als advocaat) aan het kantoor verbonden is. Op het wrakingsverzoek zal derhalve als volgt worden beslist.

6. Beslissing

De rechtbank:

wijst toe het verzoek tot wraking van mr. [X];

bepaalt dat het geschorste onderzoek ter zitting in de hoofdzaak met ingang van heden opnieuw een aanvang neemt en schorst dit onderzoek totdat het onderzoek door een andere rechter in deze rechtbank, belast met de behandeling van civiele zaken, zal zijn hervat;

beveelt dat (een afschrift van) deze beslissing met inachtneming van het bepaalde bij artikel 39, derde lid, van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering wordt toegezonden aan:

• de verzoeker p/a zijn advocaat mr. Van der Zwan;

• gedaagde in de hoofdzaak p/a zijn advocaat mr. P.J.M. von Schmidt auf Altenstadt;

• de rechter mr. [X].

Deze beslissing is in het openbaar uitgesproken op 1 december 2008 door mrs. Van Rens, Bellaart en Bergman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. Nijpels als griffier.