Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BF8986

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
02-10-2008
Datum publicatie
15-10-2008
Zaaknummer
Awb 08/33907
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Bewaring / Sierra Leone / zicht op uitzetting

Naar het oordeel van de rechtbank bestaat voldoende zicht bestaat op uitzetting van eiser op afzienbare termijn. De rechtbank laat daarbij wegen dat op 4 juli 2008 een vertrekgesprek met eiser heeft plaatsgevonden. Eiser heeft tijdens dit gesprek verklaard wel terug te willen naar Sierra Leone, maar niet met behulp van de DT en V. Eiser wil wel meewerken aan een presentatie bij de Sierraleoonse autoriteiten. Op 26 augustus 2008 heeft wederom een vertrekgesprek met eiser plaatsgevonden. Verweerder heeft eiser meegedeeld dat er een taskforce Sierra Leone aan zit te komen en dat hij waarschijnlijk daarvoor in aanmerking komt. Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat nog niet duidelijk is of er een taskforce komt. Op 2 september 2008 en 17 september 2008 hebben gesprekken plaatsgevonden tussen de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT en V) en de nieuwe ambassadeur van Sierra Leone omtrent het laissez passer proces. De ambassadeur heeft daarbij aangegeven zo spoedig mogelijk uitsluitsel te geven over alle lopende laissez passer aanvragen nadat de betreffende vreemdelingen gepresenteerd zijn. De data voor de presentaties zullen op korte termijn door de Sierraleoonse autoriteiten zelf worden voorgesteld. Verweerder verwacht dat er eind oktober 2008 meer duidelijkheid is over de presentaties bij voornoemde autoriteiten. Uit hetgeen verweerder in deze procedure heeft meegedeeld alsook de informatie die blijkt uit de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Rotterdam van 9 september 2008 (Awb 08/29835), ontstaat de verwachting dat de presentaties slechts tijdelijk zijn onderbroken en binnen afzienbare termijn zullen worden hervat. Dat de presentaties vertraagd zijn door de aanstelling van een nieuwe ambassadeur bij de Sierraleoonse autoriteiten maakt niet dat de bewaring hierdoor niet langer gerechtvaardigd is. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, bij afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid het resultaat van de besprekingen af kan wachten. De rechtbank laat hierbij de duur van de bewaring tot dusver wegen, alsmede het feit dat eiser ongewenst is verklaard.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK ‘S-GRAVENHAGE

Nevenzittingsplaats Groningen

Sector Bestuursrecht

Vreemdelingenkamer

Zaaknummer: Awb 08/33907

Uitspraak op het beroep tegen de maatregel van bewaring op grond van artikel 59 van de Vreemdelingenwet 2000 (hierna: Vw 2000), toegepast ten aanzien van de vreemdeling genaamd, althans zich noemende:

[eiser],

geboren op [1984],

van Sierraleoonse nationaliteit,

V-nummer: [...],

eiser,

gemachtigde: mr. A.M.K.J. Berger, advocaat te Venlo.

1. Ontstaan en loop van het geschil

1.1. De Staatssecretaris van Justitie, hierna verweerder, heeft op 24 juni 2008 aan eiser de maatregel van bewaring opgelegd. Deze maatregel duurt tot op heden voort.

1.2. Eiser heeft tegen het voortduren van de bewaring op 18 september 2008 beroep ingesteld bij de rechtbank. Bij faxbericht van 24 september 2008 heeft eiser de gronden van beroep aangevuld.

1.3. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken - daaronder begrepen de inlichtingen met betrekking tot de (voortgang van de voorbereiding van de) verwijdering van eiser - aan de rechtbank en aan eiser toegestuurd.

1.4. Het beroep is behandeld ter openbare zitting van de rechtbank van 29 september 2008. Eiser en zijn gemachtigde zijn aldaar beiden niet verschenen, met kennisgeving. Voor verweerder is als gemachtigde verschenen drs. B.H. Wezeman.

2. Rechtsoverwegingen

2.1. Vooropgesteld moet worden dat de rechtbank de maatregel van bewaring reeds eerder heeft getoetst en dat daarbij is komen vast te staan dat de toepassing en tenuitvoerlegging van de bewaring rechtmatig zijn.

2.2. Eiser heeft de rechtbank verzocht de opheffing van de bewaring te bevelen en schadevergoeding toe te kennen. Eiser heeft hiertoe aangevoerd dat blijkens de voortgangsrapportage presentaties bij de autoriteiten van Sierra Leone niet meer plaats vinden, het maken van werkafspraken daartoe is tot op heden opgeschort. Er tekent zich nog geen begin van een resultaat af. Derhalve bestaat er thans geen zicht op uitzetting van eiser binnen redelijke termijn. Uit de door eiser overgelegde brieven van de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT en V) van 28 april 2008 en 12 juni 2008 blijkt dat er sinds het aantreden van de nieuwe consul, aan wie vanaf 11 januari 2008 35 personen zijn gepresenteerd, slechts aan één ongedocumenteerde vreemdeling een laissez passer is verstrekt. Deze vreemdeling wenste zelfstandig terugkeren naar Sierra Leone. Ten behoeve van vreemdelingen die niet instemmen met gedwongen verwijdering is geen laissez passer afgegeven. Eisers situatie is vergelijkbaar met die van Iraakse vreemdelingen die niet willen terugkeren. Verwezen wordt naar de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Amsterdam van 4 juni 2008 (Awb 08/17867).

2.3. Verweerder heeft geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep en tot afwijzing van het verzoek om schadevergoeding. Hiertoe is door de gemachtigde van verweerder aangevoerd dat verweerder voldoende voortvarend handelt. Verweerder rappelleert maandelijks bij de Sierraleoonse autoriteiten en voert daarnaast maandelijks een vertrekgesprek met eiser. Op 2 september 2008 en 17 september 2008 hebben gesprekken plaatsgevonden met de autoriteiten van Sierra Leone omtrent de presentaties. Wanneer de nieuwe ambassadeur geaccrediteerd is om presentaties uit te voeren, zullen deze herstart worden. De verwachting is dat er eind oktober 2008 meer duidelijkheid is over de mogelijkheid tot presenteren bij voornoemde autoriteiten. Met betrekking tot de uitspraak waarnaar door eiser verwezen is, verwijst verweerder naar de uitspraak van de ABRS van 4 september 2008 (200805361/1).

2.4. Naar het oordeel van de rechtbank bestaat voldoende zicht bestaat op uitzetting van eiser op afzienbare termijn. De rechtbank laat daarbij wegen dat op 4 juli 2008 een vertrekgesprek met eiser heeft plaatsgevonden. Eiser heeft tijdens dit gesprek verklaard wel terug te willen naar Sierra Leone, maar niet met behulp van de DT en V. Eiser wil wel meewerken aan een presentatie bij de Sierraleoonse autoriteiten. Op 26 augustus 2008 heeft wederom een vertrekgesprek met eiser plaatsgevonden. Verweerder heeft eiser meegedeeld dat er een taskforce Sierra Leone aan zit te komen en dat hij waarschijnlijk daarvoor in aanmerking komt. Ter zitting heeft verweerder meegedeeld dat nog niet duidelijk is of er een taskforce komt. Op 2 september 2008 en 17 september 2008 hebben gesprekken plaatsgevonden tussen de Dienst Terugkeer en Vertrek (DT en V) en de nieuwe ambassadeur van Sierra Leone omtrent het laissez passer proces. De ambassadeur heeft daarbij aangegeven zo spoedig mogelijk uitsluitsel te geven over alle lopende laissez passer aanvragen nadat de betreffende vreemdelingen gepresenteerd zijn. De data voor de presentaties zullen op korte termijn door de Sierraleoonse autoriteiten zelf worden voorgesteld. Verweerder verwacht dat er eind oktober 2008 meer duidelijkheid is over de presentaties bij voornoemde autoriteiten. Uit hetgeen verweerder in deze procedure heeft meegedeeld alsook de informatie die blijkt uit de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage, nevenzittingsplaats Rotterdam van 9 september 2008 (Awb 08/29835), ontstaat de verwachting dat de presentaties slechts tijdelijk zijn onderbroken en binnen afzienbare termijn zullen worden hervat. Dat de presentaties vertraagd zijn door de aanstelling van een nieuwe ambassadeur bij de Sierraleoonse autoriteiten maakt niet dat de bewaring hierdoor niet langer gerechtvaardigd is. De rechtbank is van oordeel dat verweerder, bij afweging van alle betrokken belangen, in redelijkheid het resultaat van de besprekingen af kan wachten. De rechtbank laat hierbij de duur van de bewaring tot dusver wegen, alsmede het feit dat eiser ongewenst is verklaard.

2.5. Gezien het voorgaande is het beroep ongegrond en bestaat geen aanleiding voor het toekennen van schadevergoeding.

3. Beslissing

De rechtbank:

- verklaart het beroep ongegrond;

- wijst het verzoek om schadevergoeding af.

Aldus gegeven door mr. S.M. Schothorst en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van M. van der Werff als griffier op 2 oktober 2008.

Tegen deze uitspraak staan geen rechtsmiddelen open.

Afschrift verzonden: