Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BE9187

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
09-04-2008
Datum publicatie
26-08-2008
Zaaknummer
285462 - HA ZA 07-1165
Formele relaties
Hoger beroep: ECLI:NL:GHSGR:2009:BK9357, Bekrachtiging/bevestiging
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Verzet tegen dwangbevel tot invordering dwangsom vanwege overtreden last onder dwangsom met betrekking tot export afval naar China. Formele rechtskracht last onder dwangsom. Vraag of de last feitelijk is overtreden.

Vordering afgewezen, verzet ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 285462 / HA ZA 07-1165

Vonnis van 9 april 2008

in de zaak van

de besloten vennootschap

EUROPE METALS B.V.,

gevestigd te Heeze,

eiseres in verzet,

procureur mr. drs. W.P. den Hertog,

tegen

de publiekrechtelijke rechtspersoon

DE STAAT DER NEDERLANDEN (De Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer),

gevestigd te 's-Gravenhage,

gedaagde in verzet,

procureur mr. J.H. Geerdink.

Partijen zullen hierna Europe Metals en de Staat genoemd worden.

De procedure

Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 3 april 2007;

- de conclusie van antwoord;

- het tussenvonnis van 14 juli 2007, waarbij een comparitie van partijen is gelast;

- het proces-verbaal van comparitie van 8 oktober 2007, met inbegrip van de pleitnotities van partijen.

De feiten

Bij besluit van 28 juni 2004 heeft de Staatssecretaris van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer (verder: VROM) aan Europe Metals een last onder dwangsom opgelegd, inhoudende dat Europe Metals zich met onmiddellijke ingang dient te onthouden van het overbrengen van afvalstoffen zonder kennisgeving, vergunning en/of schriftelijke toe-of instemming (verder: het dwangsombesluit).

De opgelegde dwangsom bedraagt € 10.000,-- per overtreding met een maximum van € 200.000,--.

Europe Metals heeft geen rechtsmiddelen ingesteld tegen dit besluit.

2.2. Bij brief van 26 oktober 2006 heeft de Staatssecretaris van VROM aan Europe Metals meegedeeld, dat bij een controle door de Belgische milieu-autoriteiten op 8 juni 2006 in Zeebrugge is geconstateerd dat zonder daartoe vereiste toestemming door Europe Metals een container met koperafval afkomstig uit transformatoren, vermengd met olie (verder: de container), naar China zou worden uitgevoerd. De Staatssecretaris heeft dit aangemerkt als een overtreding van het dwangsombesluit en van Europe Metals betaling binnen 30 dagen van € 10.000,-- gevorderd.

2.3. De bevindingen van de Belgische autoriteiten zijn vastgelegd in een brief van 14 juni 2006 aan Europe Metals.

In deze brief is, voor zover relevant, het volgende vermeld:

" Tijdens de controle werd vastgesteld dat de container geladen is met shredder en afval van koper vermengd met door olie doordrenkt papier (vermoedelijk afkomstig van transformatoren)."

2.4. De container is teruggebracht naar het bedrijf van Europe Metals te Heeze en daar onderzocht door rechercheurs van de Regiopolitie Brabant Zuid-Oost en door de VROM-inspectie.

2.5. In het milieu proces-verbaal van de VROM-inspectie nummer VI2006/184, opgemaakt door [inspectiemedewerker], is voor zover relevant het volgende vermeld.

"Ik, verbalisant, zag dat er een olieachtige vloeistof uit de container droop. Ik, verbalisant, zag dat tijdens het openen van de container snippers oliehoudend papier uit de container vielen. (...) Hierna zijn de afvalstoffen uit de container gestort op een vloeistofdichte vloer waarna de volledige partij afvalstoffen duidelijk zichtbaar was. Ik zag dat de partij hoofdzakelijk bestond uit afvallen van koperenband omwikkeld met oliehoudend papier. Ook zag ik dat er rollen met koperdraad/platen welke tussen de lagen/wikkelingen in oliehoudend papier bevatten, koperen ronde kernen welke waren omwikkeld met oliehoudend papier, aansluitkabels welke oliehoudend papier bevatten, een enkele koperen buis. Tevens zag ik dat door de gehele partij losse stukken oliehoudend papier aanwezig waren.

Door (...) werd mij medegedeeld dat (...) Europe Metals (...) het oliehoudend papier ziet als een inherente vervuiling van het koperafval (...).

Hierop is besloten de partij te bemonsteren ter vaststelling van de mate van vervuiling van de partij afvalstoffen.

2.6. Vervolgens is een analyse van de monsters uitgevoerd door het Nederlands Forensisch Instituut (NFI).

In het rapport van 13 september 2006, met als onderwerp "PCB-analyse"is voor zover relevant het volgende vermeld.

" De bemonstering betrof een partij papier en schroot afkomstig van transformatoren; verontreinigd met mogelijk PCB-houdende, olie.

(...)

Papier en metaal zijn volgens verschillende methoden bemonsterd."

De conclusies van het rapport luiden als volgt:

"1. De olie van monster [1a] en monster [4] bestaat uit een transformatorolie.

2. Voor geen van de monsters overschrijdt het PCB-gehalte de grenswaarde (...)."

2.7. Bij brief van 9 november 2006 heeft Europe Metals de Staatssecretaris laten weten, de stelling niet te delen dat het dwangsombesluit is overtreden.

2.8. Bij brief van 20 december 2006 heeft de Staatssecretaris Europe Metals aangemaand tot betaling.

2.9. Betaling is uitgebleven.

2.10. Op 5 februari 2007 heeft de Staatssecretaris een dwangbevel ten laste van Europe Metals uitgevaardigd, dat op 22 februari 2007 is betekend (verder: het dwangbevel). Het dwangbevel strekt tot betaling door Europe Metals aan de Staat van € 10.000,-- hoofdsom, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 20 december 2006 en exploitkosten.

2.11. Met ingang van 22 februari 2007 is de handhavingsbevoegdheid met betrekking tot afvalstoffen overgedragen van de Staatssecretaris van VROM aan de Minister van VROM.

Het geschil

Europe Metals vordert vernietiging van het dwangbevel althans vermindering van het in te vorderen bedrag, alsmede veroordeling van de Staat in de proceskosten.

3.2. Europe Metals betwist dat de uitvoer van de in de container aanwezige afvalstoffen als een overtreding van het dwangsombesluit valt aan te merken, althans dat voor Europe Metals toentertijds kenbaar was dat de uitvoer van de in de container aanwezige partij afval vooraf gemeld moest worden.

3.3. De Staat voert gemotiveerd verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

De beoordeling

Het verzet kan geacht worden tijdig en op de juiste wijze te zijn ingesteld, nu het tegendeel gesteld noch gebleken is, zodat Europe Metals in zoverre in haar verzet kan worden ontvangen.

4.2. Voor zover Europe Metals argumenten aanvoert die betrekking hebben op de rechtmatigheid van het dwangsombesluit, volgt de rechtbank de Staat in zijn verweer dat dit besluit formele rechtskracht heeft, aangezien er geen bestuursrechtelijke rechtsmiddelen tegen zijn ingesteld. Dat betekent dat het dwangsombesluit in deze procedure wat betreft inhoud en totstandkoming voor rechtmatig dient te worden gehouden.

4.3. Omtrent de vraag of de voorgenomen uitvoer naar China van de in de container aanwezige afvalstoffen als een overtreding van de in het dwangsombesluit opgelegde last (verder: de last) moet worden aangemerkt overweegt de rechtbank als volgt.

4.3.1. De Staat heeft gesteld dat de partij transformatorafval in de container bestond uit 94% koperafval, omwikkeld met in olie gedrenkt papier dat de overige 6% van de lading uitmaakte. Europe Metals heeft dit niet betwist. Niet in geschil is dat Europe Metals niet vooraf kennis heeft gegeven van de voorgenomen export van de container naar China. Enige vorm van toestemming van de zijde van het daartoe bevoegde gezag is daarvoor dan ook niet verleend. Tussen partijen is ook niet in geschil dat het koperafval op zichzelf een "groenelijststof" is, die zonder voorafgaande kennisgeving of vergunning naar China mag worden uitgevoerd. De olie is blijkens het NFI-onderzoek transformatorolie en is op zichzelf, naar ook niet in geschil is, een "oranjelijststof" die niet zonder zodanige kennisgeving mag worden uitgevoerd.

4.3.2. Europe Metals heeft gesteld dat een zekere mate van verontreiniging met transformatorolie onvermijdelijk is bij koperafval afkomstig uit transformatoren, en dat die "inherente" verontreiniging met transformatorolie aan dat koperafval niet het karakter van groenelijststof ontneemt. Daarbij voert zij aan dat er geen normen zijn om te beoordelen hoeveel olie in een partij transformatorafval aanwezig mag zijn zonder dat die partij daardoor zijn karakter als groenelijststof verliest.

4.3.3. De Staat betoogt primair dat door de verontreiniging met papier gedrenkt in olie het koperafval dermate is verontreinigd dat het niet meer als groenelijststof valt aan te merken. De olieverontreiniging doet de risico's van de gehele partij afval in de container zodanig toenemen dat de groene lijst niet meer van toepassing is.

Tevens betoogt de Staat dat de lading van de container moet worden aangemerkt als een samenstelling van twee afvalstoffen, koperafval en olie. Die samenstelling staat niet expliciet op de groene lijst en is daarom niet vrijgesteld van de plicht tot voorafgaande kennisgeving van export naar China.

4.3.4. De rechtbank volgt de Staat in zijn standpunt dat in dit geval geen sprake is van de door Europe Metals gestelde "inherente verontreiniging". Het gaat immers in dit geval niet alleen om aan het koperafval zelf klevende olie(resten) zoals door Europe Metals gesteld, maar tevens om in olie gedrenkt papier. Dat is een afvalstof op zichzelf, waarbij het niet gaat om het papier als wel om de olie. Uit het NFI rapport blijkt dat aan het koper zelf inderdaad ook nog wat olieresten kleefden. De hoeveelheid olie die uit de container lekte zat echter niet aan het metaal gekleefd maar kwam uit de 6% papier in de container. Dat zowel sprake was aan het koper klevende olieresten als van oliehoudend papier blijkt mede uit de omstandigheid dat verschillende monsters nodig waren. Daarom neemt de Staat terecht het standpunt in dat gesproken moet worden van een mengsel van (i.c. twee) afvalstoffen. Dat het papier net als het koperafval afkomstig is uit transformatoren, en oorspronkelijk om het koper gewikkeld was, maakt dat niet anders. Niet in geschil is dat dit mengsel niet op de groene lijst staat, zodat het niet zonder voorafgaande kennisgeving mocht worden uitgevoerd naar China. Voor zover Europe Metals bedoelt te betogen dat de aanwezigheid van enig oliehoudend papier in een partij koperafval van transformatoren onvermijdelijk is, overweegt de rechtbank dat in dit geval 6% van de lading van de container uit oliehoudend papier bestond, dat zich gelet op de opsporingsrapporten los van het koperafval in de container bevond en zoveel olie bevatte dat die uit de container droop. Daarom kan Europe Metals niet worden gevolgd in haar stelling dat het om een zodanig geringe verontreiniging van de partij koperafval gaat dat die als niet-relevant voor de toepassing van de gelende milieuregelgeving kan worden aangemerkt. Het gegeven dat het PCB-gehalte van de olie onder de grenswaarde lag is niet beslissend voor de vraag of sprake is van een overtreding van de last.

4.3.5. De Staat stelt zich derhalve terecht op het standpunt dat Europe Metals de last heeft overtreden door de container zonder voorafgaande kennisgeving naar China te willen uitvoeren. Daardoor heeft Europe Metals van rechtswege een dwangsom van € 10.000,-- verbeurd. De Staat is in beginsel bevoegd deze dwangsom ook in te vorderen, behoudens feiten en omstandigheden die maken dat de invordering als misbruik van executiebevoegdheid moet worden aangemerkt.

4.4. De omstandigheid dat voorafgaand aan het arrest van het Europees Hof van Justitie van 14 maart 2007 inzake Omni Metals, bij partijen genoegzaam bekend, nog niet volstrekt duidelijk was onder welk regime mengsels van afvalstoffen vielen, brengt niet mee dat invordering van de verbeurde dwangsom in dit geval naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid onaanvaardbaar moet worden geoordeeld. De bedoelde discussie zag immers met name op partijen afval die bestonden uit meerdere afvalstoffen die ieder voor zich wel, maar als mengsel niet op de groene lijst stonden. Daarvan is in dit geval geen sprake, nu de transformatorolie op de oranje lijst staat. De omstandigheid dat Europe Metals het zich, naar zij stelt, uit concurrentiemotieven niet kon veroorloven anders met deze container om te gaan dan zij gedaan heeft is een omstandigheid die geheel voor haar rekening en risico komt. De rechtbank ziet derhalve geen grond om de Staat het recht te ontzeggen de verbeurde dwangsom volledig in te vorderen. Daarbij wijst de rechtbank Europe Metals erop dat feiten en omstandigheden, die hadden kunnen worden aangevoerd ten overstaan van de bestuursrechter in een procedure tegen het dwangsombesluit, niet opnieuw in deze procedure kunnen worden aangevoerd als feiten en omstandigheden die tot matiging van de hoogte van de verbeurde dwangsom kunnen leiden.

4.5. De vordering van Europe Metals wordt afgewezen en het verzet wordt ongegrond verklaard. Als in het ongelijk gestelde partij zal Europe Metals worden veroordeeld in de proceskosten. Op verzoek van de Staat zal de rechtbank deze proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad verklaren. Ook de wettelijke rente over de proceskosten-veroordeling zal worden toegewezen zoals verzocht.

De beslissing

De rechtbank:

- wijst de vordering af;

- verklaart het verzet ongegrond;

- veroordeelt Europe Metals in de kosten van deze procedure aan de zijde van de Staat , tot op deze uitspraak vastgesteld op € 251,-- aan verschotten en € 904,-- aan salaris van de procureur, te vermeerderen met de wettelijke rente over beide bedragen ingaande veertien dagen na de dag van de uitspraak van dit vonnis;

- verklaart dit vonnis ten aanzien van de proceskostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. J.L. Verbeek en in het openbaar uitgesproken op 9 april 2008