Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BE8774

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
30-07-2008
Datum publicatie
19-08-2008
Zaaknummer
299510 - HA ZA 07-3673
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Opdrachtovereenkomst, geen toerekenbare tekortkoming, onvoldoende gesteld.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Opmerking(en): opdrachtovereenkomst, geen toerenbare tekortkoming, onvoldoende gesteld

vonnis

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

Sector civiel recht

zaaknummer / rolnummer: 299510 / HA ZA 07-3673

Vonnis van 30 juli 2008

in de zaak van

[eiser]

wonende te [plaats A.]

eiser,

procureur mr. F.J. Vos,

tegen

De besloten vennootschap

[X. B.V.]

gevestigd te [plaats A.]

gedaagde,

procureur mr. E. Grabandt.

Partijen zullen hierna [eiser] en [gedaagde]. genoemd worden.

1. De procedure

1.1. Het verloop van de procedure blijkt uit:

- de dagvaarding van 12 november 2007

- de conclusie van antwoord van 16 januari 2008

- het tussenvonnis van 30 januari 2008

- het proces-verbaal van comparitie van 22 mei 2008 en de daarin genoemde stukken.

1.2. Ten slotte is vonnis bepaald.

2. De feiten

2.1. [gedaagde]. is een bedrijf dat zich bezighoudt met het beheren van onroerende zaken en het bemiddelen tussen huurders en verhuurders ter zake van verhuur van onroerende zaken. In geval van een opdracht tot bemiddeling brengt zij € 250,-- bij de verhuurder in rekening.

2.2 [eiser] heeft in mei 2007 aan [gedaagde]. opdracht gegeven om een huurder te zoeken voor het aan hem toebehorende [pand]. In juni 2007 heeft [gedaagde]. een huurder voor het pand gevonden. Zij heeft een concept-huurovereenkomst ter beoordeling aan [eiser] toegezonden en, met enkele aanpassingen van [eiser], weer retour ontvangen.

2.3 Op 12 juni 2007 heeft de [aspirant huurder] ten kantore van [gedaagde]. de eerste huurtermijn en de waarborgsom ter hoogte van één maand huur voldaan.

2.4 Op 13 juni 2007 heeft [eiser] als verhuurder ten kantore van [gedaagde]. de huurovereenkomst getekend. De daaropvolgende dag heeft huurder [B.] de huurovereenkomst getekend. [eiser] heeft [B.] niet zelf ontmoet.

2.5 Na een aantal dagen is [eiser] teruggegaan naar het kantoor van [gedaagde]. om een kopie van de huurovereenkomst op te halen. Bij die gelegenheid heeft hij ook een kopie van het identiteitsbewijs van [B.] ontvangen.

2.6 In de huurovereenkomst is onder meer opgenomen:

”Beheerder

7.1 Totdat verhuurder anders meedeelt treedt als beheerder op de eigenaar.

7.2 Tenzij schriftelijk anders overeengekomen, dient huurder zich voor wat betreft de inhoud en alle verdere aangelegenheden betreffende deze huurovereenkomst met de beheerder te verstaan.”

2.7 [gedaagde]. heeft op verzoek van [eiser] de meterstanden gecontroleerd en een inspectie uitgevoerd.

2.8 Een aantal weken na het tekenen van de huurovereenkomst bleek dat de politie in het pand was geweest en aldaar een hennepkwekerij had aangetroffen. De politie heeft de hennepkwekerij opgerold. [eiser] is door de politie verhoord, maar nadien niet als verdachte beschouwd. [B.] is voor [eiser] onbereikbaar gebleven.

2.9 [eiser] heeft van Eneco een “nota ontoelaatbaar handelen” ontvangen ter zake van illegaal afnemen van energie, gedateerd 10 juli 2007. Deze nota bedroeg € 2.290,53. Van het bedrijf “0900-inbraak” heeft [eiser] voor de noodafdichting van deuren een rekening ontvangen ten bedrage van € 344,19.

2.10 Op verzoek van [eiser] heeft [C.] B.V. te [plaats] op 3 augustus 2007 het [pand] geïnspecteerd. [C.] B.V. heeft de schade aan het pand begroot op € 25.442,16.

3. Het geschil

3.1. [eiser] vordert samengevat - veroordeling van [gedaagde]. tot betaling van € 28.076,88 en een PM-post, vermeerderd met de wettelijke rente vanaf de dag der dagvaarding tot de voldoening, met veroordeling van [gedaagde]. in de kosten van het geding.

3.2. [eiser] legt aan zijn vordering ten grondslag dat tussen partijen een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. [gedaagde]. is toerekenbaar tekort geschoten in de nakoming van haar verbintenissen uit deze overeenkomst, welke meer behelsde dan het enkele bemiddelen tussen verhuurder en aspirant-huurders om een huurovereenkomst tot stand te brengen. [gedaagde]. heeft zich niet als een (naar de rechtbank begrijpt:) redelijk bekwaam handelend makelaar gedragen. Zij was gehouden om voorafgaand aan het sluiten van de huurovereenkomst het door [B.] getoonde identiteitsbewijs te controleren en het door [B.] opgegeven adres te verifiëren. Als [gedaagde]. aan die verplichtingen had voldaan, was direct duidelijk geworden dat het identiteitsbewijs reeds jaren was verlopen en dat het opgegeven adres niet klopte. In dat geval zou er wantrouwen zijn gewekt bij [eiser] en zou de huurovereenkomst niet tot stand zijn gekomen.

3.3 [gedaagde]. voert verweer. Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover van belang, nader ingegaan.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank stelt voorop dat tussen [eiser] en [gedaagde]. een overeenkomst van opdracht tot stand is gekomen. Deze overeenkomst is niet schriftelijk vastgelegd.

4.2 Om zijn vordering toegewezen te zien dient [eiser] in ieder geval te stellen en zo nodig te bewijzen wat de verplichtingen van [gedaagde]. uit de overeenkomst van opdracht inhielden, dat [gedaagde]. in de nakoming van een of meer van die verplichtingen toerekenbaar tekort is geschoten, en dat [eiser] als gevolg van dat tekortschieten schade heeft geleden.

4.3 [gedaagde]. heeft aangevoerd dat zij twee verschillende diensten aanbiedt: het beheren van (verhuurde) onroerende zaken, en het bemiddelen tussen huurders en verhuurders van onroerende zaken. Bij een opdracht tot bemiddeling brengt [gedaagde]. huurders en verhuurders bij elkaar en stelt een concept-huurovereenkomst ter beschikking. Zij verhuurt de zaak dan niet namens de verhuurder en zij staat niet in voor de betrouwbaarheid van de huurder. Er worden geen gegevens geverifieerd. Omdat de omvang van de verleende diensten bij een dergelijke opdracht beperkt is kan zij daarvoor ook de prijs laag houden; ten tijde van de overeenkomst met [eiser] was die prijs € 250,--. De overeenkomst met [eiser] hield volgens [gedaagde]. niet meer in dan het verlenen van deze, beperkte, diensten. Het opnemen van de meterstanden en het uitvoeren van een inspectie is niet gedaan ter uitvoering van een overeenkomst maar was service.

4.4 [eiser] heeft niet weersproken dat partijen een overeenkomst tot bemiddeling (als hiervoor weergegeven) hebben gesloten. Hij stelt zich echter op het standpunt dat [gedaagde]. op grond van die overeenkomst verplicht was de adresgegevens van de huurder te controleren en te verifiëren of het getoonde identiteitsbewijs geldig was.

4.5 Nu [gedaagde]. zulks betwist lag het op de weg van [eiser] om concreet te onderbouwen waarom [gedaagde]. uit hoofde van de overeenkomst met [eiser] gehouden was om het identiteitsbewijs van de aangedragen huurder [B.] te verifiëren en het opgegeven adres te controleren. Die nadere feitelijke onderbouwing heeft [eiser] niet gegeven. Bewijslevering van feiten die leiden tot het door [eiser] gestelde rechtsgevolg is aldus niet aan de orde.

4.6 Bovendien kan naar het oordeel van de rechtbank uit hetgeen [eiser] overigens heeft aangevoerd niet worden opgemaakt dat tussen het gestelde tekortschieten door [gedaagde]. in de nakoming van haar verbintenis jegens [eiser] en de gestelde schade - volgens [eiser] ontstaan door toedoen van zijn huurder [B.] - causaal verband bestaat. De enkele stelling dat er bij correcte nakoming door [gedaagde]. ‘bellen zouden zijn gaan rinkelen’ en de huurovereenkomst niet tot stand zou zijn gekomen is daartoe onvoldoende. [eiser] heeft bovendien zelf gesteld dat hij korte tijd na het tekenen van de huurovereenkomst reeds een kopie van het identiteitsbewijs van [B.] had gekregen. Ter comparitie heeft [eiser] desverzocht verklaard dat hij ook niet had gezien dat dat verlopen was. Andere feiten die kunnen leiden tot de conclusie dat er causaal verband bestaat tussen enig tekortschieten door [gedaagde]. en de gestelde schade heeft [eiser] niet aangevoerd.

4.7 Samengevat heeft [eiser] tegenover de gemotiveerde betwisting door [gedaagde]. onvoldoende gesteld ter onderbouwing van de feitelijke grondslag van de vordering, zodat deze zal worden afgewezen. Aan bespreking van de gestelde schade komt de rechtbank derhalve niet toe. [eiser] zal als in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten veroordeeld worden.

5. De beslissing

De rechtbank

5.1 wijst de vordering af;

5.2 veroordeelt [eiser] in de kosten van het geding, tot op heden aan de zijde van [gedaagde]. begroot op € 620,-- aan verschotten en € 1.158,-- aan salaris procureur;

5.3 verklaart deze kostenveroordeling uitvoerbaar bij voorraad.

Dit vonnis is gewezen door mr. M.H. Rochat en in het openbaar uitgesproken op 30 juli 2008