Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9913

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
11-08-2008
Datum publicatie
13-08-2008
Zaaknummer
09/650012-08
Rechtsgebieden
Strafrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - meervoudig
Inhoudsindicatie

Zie ook LJN BD9912. Verdachte wordt veroordeeld voor het diverse malen verkopen en afleveren van een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine. Gelet op de hoeveelheid is er klaarblijkelijk sprake van dealeractiviteiten. Gevangenisstraf van 18 maanden met aftrek. Heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte en beveelt de gevangenneming van verdachte (apart geminuteerd).

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 'S-GRAVENHAGE

SECTOR STRAFRECHT

MEERVOUDIGE KAMER

(VERKORT VONNIS)

Parketnummer 09/650012-08

's-Gravenhage, 11 augustus 2008

De rechtbank 's-Gravenhage, rechtdoende in strafzaken, heeft het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] op [datum] 1979,

adres: [adres].

De terechtzitting.

Het onderzoek is gehouden ter terechtzitting van 28 juli 2008.

De verdachte is niet ter terechtzitting verschenen.

De raadsman van verdachte mr W.S.A.H. Croes, advocaat te Bodegraven, is ter terechtzitting verschenen en verklaarde niet uitdrukkelijk gemachtigd te zijn verdachte ter terechtzitting te verdedigen.

De officier van justitie mr M.R.B. Mos heeft gevorderd dat verdachte ter zake van het hem bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van twee jaar, met aftrek van de tijd in voorlopige hechtenis en voorarrest doorgebracht.

Daarnaast heeft de officier van justitie opheffing van het geschorste bevel voorlopige hechtenis en vervolgens gevangenneming van verdachte gevorderd, nu verdachte een van de schorsingsvoorwaarden heeft overtreden door niet te verschijnen ter terechtzitting van de meervoudige kamer van deze rechtbank.

De tenlastelegging.

Aan de verdachte is ten laste gelegd hetgeen is vermeld in de ingevoegde fotokopie van de dagvaarding, gemerkt A.

De bewijsmiddelen.

De rechtbank grondt haar overtuiging dat de verdachte het bewezenverklaarde heeft begaan op de feiten en omstandigheden die in de bewijsmiddelen zijn vervat en die reden geven tot de bewezenverklaring.

In die gevallen waarin de wet aanvulling van het vonnis vereist met de bewijsmiddelen, dan wel, voor zover artikel 359, derde lid, tweede volzin, van het Wetboek van Strafvordering wordt toegepast, met een opgave daarvan, zal zulks plaatsvinden in een aanvulling die als bijlage aan dit vonnis zal worden gehecht.

De bewezenverklaring.

Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft - staan de daarin genoemde feiten en omstandigheden vast. Op grond daarvan acht de rechtbank wettig bewezen en is zij tot de overtuiging gekomen dat de verdachte de op de dagvaarding onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, met dien verstande, dat de rechtbank bewezen acht - en als hier ingelast beschouwt, zulks met verbetering van eventueel in de tenlastelegging voorkomende type- en taalfouten, zoals weergegeven in de bewezenverklaring, door welke verbetering de verdachte niet in de verdediging is geschaad - de inhoud van de tenlastelegging, zoals deze is vermeld in de fotokopie daarvan, gemerkt B.

Strafbaarheid van het bewezenverklaarde en van de verdachte.

Het bewezenverklaarde is volgens de wet strafbaar.

De verdachte is deswege strafbaar, nu geen strafuitsluitingsgronden aannemelijk zijn geworden.

Strafmotivering.

Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek ter terechtzitting is gebleken.

Voorts wordt met betrekking tot de op te leggen onvoorwaardelijke gevangenisstraf het volgende overwogen.

Verdachte wordt veroordeeld voor het diverse malen verkopen en afleveren van een grote hoeveelheid van een materiaal bevattende amfetamine. Gelet op de hoeveelheid is er klaarblijkelijk sprake van dealeractiviteiten. Amfetamine is een stof waarvan het gebruik niet alleen schadelijk is voor de volksgezondheid, maar dat ook direct en indirect oorzaak is van vele vormen van criminaliteit. Handelingen die tot doel hebben dergelijke stoffen in omloop te brengen dienen dan ook streng te worden bestraft.

De rechtbank heeft acht geslagen op een uittreksel uit het algemeen documentatieregister d.d. 21 februari 2008 betreffende verdachte waaruit blijkt dat verdachte eenmaal eerder ter zake van een opiumwetdelict met politie en justitie in aanraking is geweest.

Gelet op het vorenstaande acht de rechtbank een gevangenisstraf van na te melden duur passend en geboden. Hierbij heeft de rechtbank acht geslagen op per 1 juli 2008 in werking getreden Wet voorwaardelijke invrijheidstelling.

Nu verdachte, zonder enige opgaaf van reden, niet ter terechtzitting is verschenen en hij daarmee een van de voorwaarden van het bevel tot schorsing van de voorlopige hechtenis heeft overtreden, zal de rechtbank de vorderingen van de officier van justitie met betrekking tot de voorlopige hechtenis toewijzen. De rechtbank zal derhalve het geschorste bevel voorlopige hechtenis opheffen en de gevangenneming bevelen.

De toepasselijke wetsartikelen.

De op te leggen straf is gegrond op de artikelen:

- 47, 57 van het Wetboek van Strafrecht;

- 2, 10 van de Opiumwet, en de daarbij behorende lijst I.

Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij golden ten tijde van het bewezenverklaarde.

Beslissing.

De rechtbank,

verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de bij dagvaarding onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan en dat het bewezenverklaarde uitmaakt:

Ten aanzien van de feiten 1, 2 en 3:

MEDEPLEGEN VAN OPZETTELIJK HANDELEN IN STRIJD MET EEN IN ARTIKEL 2 ONDER B VAN DE OPIUMWET GEGEVEN VERBOD, meermalen gepleegd;

verklaart het bewezenverklaarde en de verdachte deswege strafbaar;

verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is ten laste gelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;

veroordeelt de verdachte tot:

een gevangenisstraf voor de duur van 18 maanden;

bepaalt dat de tijd, door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voorzover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;

in verzekering gesteld op: 18 februari 2008,

in voorlopige hechtenis gesteld op: 21 februari 2008,

welke voorlopige hechtenis werd geschorst met ingang van: 25 februari 2008,

heft op het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis van de verdachte

en

beveelt de gevangenneming van verdachte (apart geminuteerd).

Dit vonnis is gewezen door

mrs Timmermans, voorzitter,

Braam en Van der Putten, rechters,

in tegenwoordigheid van mr Breda, griffier,

en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 11 augustus 2008.