Feedback

Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9881

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
08-05-2008
Datum publicatie
12-08-2008
Zaaknummer
684644 CV EXPL 07/5943
Rechtsgebieden
Civiel recht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Huurzaak. Vordering tot ontruiming wegens ernstige overlast toegewezen.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

RECHTBANK 's-GRAVENHAGE

Sector kanton - locatie Delft

CF

rolnr. 684644 CV EXPL 07/5943

8 mei 2008

Vonnis in de zaak van:

de stichting Stichting Woonbron,

gevestigd te Rotterdam, mede kantoorhoudende te Delft,

eisende partij,

gemachtigde: gerechtsdeurwaarder H.A.M. Over de Vest,

tegen

1. [gedaagde sub 1],

2. [gedaagde sub 2],

beiden wonende te [woonplaats],

gedaagde partij,

gemachtigde: mr. R. Teijema

Partijen worden aangeduid als Woonbron en [gedaagde sub 1] cs.

Procedure:

- tussenvonnis van 17 januari 2008;

- proces-verbaal getuigenverhoor aan de zijde van Woonbron;

- akte overleggen producties aan de zijde van [gedaagde sub 1] cs.;

- akte overleggen producties aan de zijde van Woonbron;

- akte aan de zijde van [gedaagde sub 1] cs.;

- akte aan de zijde van Woonbron.

Rechtsoverwegingen

1. Hetgeen is overwogen en beslist in voormeld tussenvonnis geldt als hier overgenomen.

2. Bij dat vonnis is Woonbron toegelaten te bewijzen de aan de vordering ten grondslag gelegde stelling dat [gedaagde sub 1] cs ernstige overlast voor de omwonenden veroorzaken.

3. Woonbron heeft als getuigen doen horen: [A], wijkagent, [B], [C], [D], [E], [F] en [G], wijkagent.

4. [gedaagde sub 1] cs hebben in contra-enquête als getuigen doen horen: [gedaagde sub 1], [gedaagde sub 2], [H], [I] en [J].

5. De getuige [A] (wijkagent), heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. De vaste wijkagent [G] is afwezig vanwege ziekte. [A] is zo'n twee tot tweeëneenhalf jaar geleden bij [gedaagde sub 1] cs geweest. Voorzover hij zich kan herinneren betrof het een webcam die was geplaatst gericht op de tuin of voordeur van de buren, maar heel precies weet hij het niet meer. Door buren is geklaagd over overlast van [gedaagde sub 1] cs. De overlast bestond uit pesterijen, windgongen plaatsen, regelmatige vernielingen aan auto's. Naar aanleiding van aangiftes over vernielingen aan auto's zijn door de politie onderzoeken ingesteld, maar dit heeft tot niets geleid omdat er geen getuigen waren. Pesterijen van [gedaagde sub 1] cs hebben bestaan uit het aanspreken van kinderen of kleinkinderen van de buren omdat zij geen geluid zouden mogen veroorzaken, waardoor die kinderen bang zijn om buiten te spelen. Verder laat [gedaagde sub 1] (hierna te noemen [gedaagde sub 1]) zijn hond expres blaffen en staat hij 's ochtends om half zeven hard fluitend bij de buren voor de deur. De laatste mutatie over de windgong dateert van 12 juli 2007. Daaruit maakt [A] op dat de windgong die door [gedaagde sub 1] cs was opgehangen herrie maakte, hetgeen als irritant werd ervaren door de buren. De windgong is toen door [gedaagde sub 1] cs weggehaald. Hij weet niet of er toen politie langs is geweest. [A] voegt eraan toe dat hij niet veel tijd heeft gehad om het getuigenverhoor voor te bereiden omdat hij de ochtend van het getuigenverhoor vanwege calamiteiten was weggeroepen. Op de vraag of er de laatste maanden nog iets is voorgevallen heeft [A] verklaard dat op 11 oktober 2007 twee buren bij de politie hebben geklaagd over het blaffen van de hond van [gedaagde sub 1] cs. Hij weet niet of de politie naar aanleiding van die klacht actie heeft ondernomen. Verder is hem niets bekend. [A] is er niet van op de hoogte of er door de familie [gedaagde sub 1] regelmatig is geklaagd bij de politie over overlast van de buren, zoals volgens mr Teijema blijkt uit het rapport van wijkagent [G]. [A] kent dit rapport niet.

6. De getuige [B] heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Hij heeft vanaf circa 1996/1997 tot ongeveer 2002 gewoond op het adres [adres 1], schuin aan de overkant van [gedaagde sub 1] cs. Vanwege zijn beroep als [beroep] kwam hij nogal eens als laatste in de straat thuis en moest dan wel eens zijn auto voor de deur van [gedaagde sub 1] cs parkeren, omdat er geen andere plek beschikbaar was. [gedaagde sub 1] was het daarmee niet eens en daarover is zo'n vier tot vijf keer een conflict ontstaan. Het is een keer voorgevallen dat [B] uit de auto stapte met spullen in zijn hand, agenda, telefoon en portefeuille. Deze spullen sloeg [gedaagde sub 1] uit zijn handen en stond vervolgens met zijn vuisten voor het gezicht van [B] te zwaaien. [B] liet zich door [gedaagde sub 1] niet intimideren en bleef zijn auto voor de deur van [gedaagde sub 1] cs parkeren als daar de enige beschikbare plek was. Vervolgens heeft [gedaagde sub 1] de vrouw van [B] bedreigd door tegen [B] te zeggen 'Ik pak je vrouw anders wel'. [B] heeft aangifte gedaan van bedreiging. Hij heeft niets meer gehoord van de politie over deze aangifte. Toen [B] na zijn bezoek aan het politiebureau met zeven of acht personen in de straat [gedaagde sub 1] tegenkwam, zijn zij op hem afgestapt om erover te praten. Later werd [B] door de politie gebeld met de vraag waar hij mee bezig was. Kennelijk had [gedaagde sub 1] gebeld en de zaak omgedraaid, waardoor zij de dader werden. In twee weken tijd is bij [B] vier keer een band van de auto lek geprikt. Het ging steeds om een andere band en de auto stond steeds op een andere plek in de straat. Als [B] zijn ervaring vergelijkt met verhalen die hij van andere buren heeft gehoord over ruzies met [gedaagde sub 1] en vernielingen van auto's, dan vermoedt hij dat [gedaagde sub 1] dit gedaan heeft. Hij acht niemand anders in staat om dit te doen. [B] heeft zelf nooit gezien dat [gedaagde sub 1] vernielingen pleegde.

7. De getuige [C] heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Hij heeft 19 jaar gewoond op het adres [adres 2], schuin aan de overkant van [gedaagde sub 1]. Vijfeneenhalf jaar geleden is hij verhuisd. [gedaagde sub 1] wilde altijd dat de parkeerplaats voor zijn deur vrij bleef. Als mensen per ongeluk toch hun auto op die plek parkeerden, was er geheid de volgende dag een band lek, de antenne afgebroken, de spiegel kapot, etc., vooral als het om dames ging. Dat waren makkelijke prooien voor hem. Er is nooit een beschadiging of vernieling aan de auto van [C] of zijn vrouw gedaan. [C] heeft wel een keer of acht of negen gezien dat een auto die op de parkeerplaats voor de deur van [gedaagde sub 1] cs stond beschadigd was. Daarnaast heeft [C] [gedaagde sub 1] regelmatig - wel 30 tot 50 keer - naar buiten zien vliegen als een dame op die plek haar auto wilde parkeren. Vaak reed die dame dan snel weer achteruit om naar een andere parkeerplaats te gaan, volgens [C] omdat zij bang was voor [gedaagde sub 1]. Een keer had [gedaagde sub 1] met twee auto's de auto van een buurvrouw helemaal klemgezet door aan weerszijden van die auto twee auto's te parkeren. Er kon nog geen hand tussen en zij moest via haar kofferbak de auto binnen. De vrouw van [C] heeft toen de politie gebeld, die erbij is gekomen. Onder luid protest heeft [gedaagde sub 1] toen een van de auto's moeten weghalen omdat de buurvrouw er niet uit kon. Volgens [C] heeft [gedaagde sub 1] hiervoor ook een boete gekregen. Als [gedaagde sub 1] met zijn hond ging wandelen had hij altijd een stuk hout bij zich. [C] heeft van de buren direct voor het getuigenverhoor gehoord dat als zijn vrouw de kinderen naar school bracht en [gedaagde sub 1] met zijn hond langs liep, [gedaagde sub 1] expres de lijn liet vieren om ze bang te maken. Dit heeft [C] nooit van zijn vrouw gehoord en hij begrijpt ook wel waarom dat zo is, want hij zou dan niet bij [gedaagde sub 1] hebben aangebeld om verhaal te halen, maar hij was dan zo naar binnen gelopen. De mensen in de straat zijn zo bang dat ze de straat oversteken als ze [gedaagde sub 1] zien aankomen met zijn hond. [C] heeft zelf een paar keer geconstateerd dat mensen uit angst voor [gedaagde sub 1] en zijn hond de straat overstaken. Zijn hond ging altijd tekeer. Zo'n veertien jaar geleden is op een avond een bijeenkomst bij hem thuis gehouden met de buren en de wijkagent over [gedaagde sub 1]. Er is verder niets uit die bijeenkomst gekomen want er woonden mensen in de straat die bang waren voor [gedaagde sub 1] en dat is jammer want alleen win je het niet, aldus [C].

8. De getuige [D] heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Hij woont al bijna 23 jaar naast [gedaagde sub 1] cs op het adres [adres 3] met zijn vrouw en twee dochters, waarvan er een geestelijk gehandicapt is. Hij bevestigt achter de inhoud van de brieven van hem en zijn vrouw aan Woonbron te staan, die in deze procedure in het geding zijn gebracht. In de jaren dat de familie [D] (hierna [D] cs) naast [gedaagde sub 1] cs woont is er sprake geweest van constante overlast en manipulatie. Als de tienerdochter van [D] iets te hard een plaatje draaide stond [gedaagde sub 1] voor de deur en dreigde hij 'ophouden, anders zal ik jullie eventjes...'. Een jaar en negen maanden geleden heeft [gedaagde sub 1] de dochter van [D] ernstig bedreigd. De dochter was alleen thuis en draaide een plaatje. [D] heeft altijd tegen haar gezegd dat zij de deur niet moest open doen als [gedaagde sub 1] zou aanbellen terwijl haar ouders niet thuis waren. Toen [gedaagde sub 1] aanbelde en de dochter de deur niet opendeed, liep [gedaagde sub 1] naar de achtertuin en schreeuwde: 'en nu doe de deur open. Als je niet open doet dan kom ik met deze bijl door de voordeur'. De dochter keek uit het raam en zag dat [gedaagde sub 1] een bijl in zijn hand had. Zij durfde zich anderhalf uur niet te verroeren en kwam daardoor te laat op school. Zij durfde pas de deur uit te gaan toen zij een andere buurman op straat zag. Als verjaardagsbezoek van [D] cs de auto voor de deur van [gedaagde sub 1] parkeerde, kwam hij vragen of het bezoek de auto wilde weghalen. Bij andere buren ging [gedaagde sub 1] 's nachts wel eens aanbellen met het verzoek om hun auto te verplaatsen en zij gingen dat dan op hun pantoffeltjes doen. [D] heeft dat zelf gezien om een uur of half een 's nachts en heeft dit vaker gehoord van mensen uit de straat. Hij zou willen dat die mensen ook hun verhaal bij de rechter zouden komen doen maar dat durven ze niet, omdat ze bang zijn voor krassen op hun auto. [D] heeft nooit gezien dat [gedaagde sub 1] auto's beschadigde maar hij heeft wel een keer gehoord dat [gedaagde sub 1] stond te vloeken omdat er een auto op de parkeerplaats voor zijn deur stond. De volgende dag werd aan [D] gevraagd of hij iets had gezien, omdat de auto op die plek beschadigd was. De vrouw van [B] heeft een aantal malen aan de vrouw van [D] gevraagd of zij iets hadden gezien. [D] heeft gezien dat de auto van de rijschoolhouder vier lekke banden had toen hij voor de deur van [gedaagde sub 1] cs geparkeerd stond. Ook heeft [D] nog een keer op die plek een auto gezien met de spiegel eraf en een auto met de antenne eraf. [D] heeft herhaaldelijk over de dennenboom in de achtertuin van [gedaagde sub 1] cs geklaagd. Het straatje van [D] gaat door die boom omhoog. Hij heeft het al opgehoogd omdat hij bang is dat zijn gehandicapte dochter anders over de omhooggetrokken stenen zou vallen, maar kan dit niet verder ophogen. Zo'n twee jaar geleden heeft hij zelf een aantal overhangende takken gesnoeid, nadat hij dit bij de vrouw van [gedaagde sub 1] had aangekondigd. Haar reactie was: 'je doet maar'. [gedaagde sub 1] kwam een dag later verhaal halen en toen [D] zei dat hij het tegen de vrouw van [gedaagde sub 1] had verteld, was de reactie van [gedaagde sub 1]: 'wat voor naam staat er op de deur, wie is de baas?' En vervolgens voegde [gedaagde sub 1] daaraan toe: 'oorlog, oorlog, oorlog.' De vrouw van [D] heeft een keer gehoord dat [gedaagde sub 1] uit het raam naar buurvrouw [F] 'Ali cyaankali' riep. Daarop is [D] naar [F] toegegaan en vond hij haar helemaal in elkaar gekropen in een hoekje van de tuin. [gedaagde sub 1] is nog steeds bezig met kleine pesterijen. 's Avonds om ongeveer half twaalf laat [gedaagde sub 1] een paar seconden de hond naar buiten en jut hem op om te blaffen door 'luid, luid, luid' te zeggen. Daarna laat hij de hond weer binnen en zegt dan 'hou je kop'. De gehandicapte dochter van [D] schrikt wakker van de hond en gaat dan angstig door de kamer lopen. Verder staat [gedaagde sub 1] iedere ochtend omstreeks vijf voor half zeven voor de ramen van [D] te fluiten.

9. De getuige [F] heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Zij bevestigt achter de inhoud van de uitgebreide brief van 9 juli 2006 Woonbron te staan, die in deze procedure in het geding is gebracht. Zo’n anderhalf jaar geleden heeft zij gehoord dat [gedaagde sub 1] naar [F] zong 'Ali cyaankali'. [F] vertelde dat zij dat erg vervelend had gevonden. Daarnaast heeft [F] [gedaagde sub 1] een of twee keer tegen zijn hond horen zeggen: 'jij lust graag kleine witte hondjes'. [F] had in die periode een klein wit hondje en vroeg later aan [F] of zij [gedaagde sub 1] dat ook had horen zeggen. [F] zei tegen [F] dat zij dat als heel vervelend, vernederend en bedreigend had ervaren.

10. De getuige [F] heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Zij woont al 14 jaar naast [gedaagde sub 1] cs, op het adres [adres 4]. Zij is 14 jaar lang door [gedaagde sub 1] getreiterd, iedere dag uitgelachen en uitgescholden. [F] heet [naam] en [gedaagde sub 1] heeft in het voorjaar van 2007 een keer 'Ali cyaankali, de gemeenste vrouw uit [plaats]' gezongen, nadat er een confrontatie was geweest. In de zomer van 2007 heeft [gedaagde sub 1] de hond op [F] losgelaten. Hij liet de lijn vieren toen [F] door de straat reed op haar snorfiets. Zo’n twee jaar geleden heeft [gedaagde sub 1] de passiebloem van de familie [F] (hierna [F] cs) vernield en gebeitst hout verbrandt in zijn vuurkorf. In die periode heeft hij ook een keer keihard op de muur geslagen en zei vervolgens tegen [D] cs dat [F] dit had gedaan. Zo’n 13 tot 14 jaar geleden is [gedaagde sub 1] een keer om twee uur 's nachts aan de deur geweest met het verzoek om de auto weg te halen. Dit hebben [F] cs niet gedaan, de auto is toen niet beschadigd. Wel is de auto een keer beschadigd toen [F] cs nog maar twee weken in de straat woonden. Kort daarvoor had een buurtvergadering plaatsgevonden bij de familie [C] over parkeerplaatsen in de straat en [gedaagde sub 1] cs, voorzover [F] heeft begrepen. Zij was niet bij die vergadering aanwezig. Later hebben [F] cs met [gedaagde sub 1] gesproken over de vernieling aan hun auto en legde [gedaagde sub 1] een relatie met de buurtvergadering, omdat hij dacht dat [F] cs daarbij aanwezig waren geweest. [F] cs durven hun auto niet meer op de parkeerplaats voor het huis van [gedaagde sub 1] te parkeren maar zetten de auto om de hoek in de [straat]. Door [gedaagde sub 1] heeft [F] last gekregen van paniekaanvallen en is zij acht weken in de psychiatrische inrichting [inrichting] opgenomen (in de maanden juli en augustus 2007). Zij durft sinds haar opname tussen half twaalf en half twee niet meer naar buiten want dan is [gedaagde sub 1] buiten. [F] voorkomt confrontaties want zij kan er niet meer tegen. Het is een aantal keren voorgekomen dat als [F] boodschappen ging doen [gedaagde sub 1] achter haar aan liep. Als [F] dan stopte om een praatje te maken stopte [gedaagde sub 1] ook, als zij weer doorliep, liep [gedaagde sub 1] ook door. [F] heeft dit als stalken ervaren. Als [F] cs in de tuin zitten en horen dat [gedaagde sub 1] cs naar buiten komen, dan vliegen [F] cs naar binnen omdat zij er doodnerveus van worden. Vlak voor de opname van [F] heeft [gedaagde sub 1] een windgong opgehangen. Volgens [F] is die wel een meter lang en klinkt het alsof de Sint Jan wordt geluid. De politie is daarvoor aan de deur geweest en heeft de windgong via de tuin van [F] uit de boom gehaald, maar de volgende dag heeft [gedaagde sub 1] hem weer opgehangen, waarna de wijkagent hem heeft gesommeerd om hem weer weg te halen. Toen heeft [gedaagde sub 1] hem weg gehaald en boven weer een kleinere windgong opgehangen. Kort daarna is [F] opgenomen. [gedaagde sub 1] heeft [F] tot wanhoop gedreven doordat hij haar steeds uitlacht, wat zij als zeer vernederend ervaart. Zo'n anderhalf jaar geleden heeft [F], nadat [gedaagde sub 1] haar weer uitlachte, een hark gepakt om [gedaagde sub 1] daarmee op te wachten. De man van [F] heeft toen de politie gebeld, die [F] heeft overgehaald om naar binnen te gaan. [F] staat op de wachtlijst voor een nieuwe opname van zes maanden in een kliniek vanwege haar paniekaanvallen en angsten, die zijn veroorzaakt door wat er allemaal gebeurd is in de zomer van 2007. Van paniekaanvallen heeft zij eerder nooit last gehad. De brief die als productie 15 bij de dagvaarding in het geding is gebracht is niet door [F] geschreven maar door haar kinderen. Daarin staat ten onrechte dat [F] een psychose heeft gehad. Dat is niet zo, het zijn paniekaanvallen.

11. De getuige [G] (wijkagent) heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Zij bevestigt achter de inhoud van de rapportage van 1 september 2007 te staan. Sindsdien zijn er nog drie meldingen geweest. De eerste klacht was van de buren van [gedaagde sub 1] cs over het blaffen van de hond. De tweede klacht was afkomstig van [gedaagde sub 1] over het maken van foto's of filmen in zijn tuin door de buurman. De derde klacht was eveneens van [gedaagde sub 1] over iets dat was voorgevallen op de rechtbank. Er zou zijn gezegd 'ik heb iets in mijn binnenzak en als het waar is van die hond kom ik vanavond verhaal halen'. Deze meldingen zijn genoteerd en voor kennisgeving aangenomen. De windgong die [gedaagde sub 1] cs hadden opgehangen was ongeveer een meter hoog. Op 12 juli 2007 heeft [G] [gedaagde sub 1] cs bezocht omdat een klacht was ontvangen dat er weer een windgong in de tuin hing. Het ging toen om een kleinere windgong. [G] heeft toen met [gedaagde sub 1] gesproken en hij heeft de windgong weggehaald. [G] heeft de indruk dat [gedaagde sub 1] de grenzen aan het opzoeken was door, nadat de politie op 1 juli 2007 de grote windgong had verwijderd, deze opnieuw op te hangen en nadat [gedaagde sub 1] vervolgens door de politie te verstaan was gegeven dat hij die gong niet meer mocht ophangen, een kleinere gong op te hangen. Verder heeft de politie overlast geconstateerd die eruit bestond dat [gedaagde sub 1] een klimplant had kapot getrokken en rookoverlast veroorzaakte door het stoken van geverfd hout in een vuurkorf. Er zijn jarenlang geen klachten geweest over [gedaagde sub 1] cs. Er zijn toen pesterijen geweest en uiteindelijk is dat zo hoog opgelopen dat men is gaan klagen. De eerste klacht die [G] bereikte was een klacht van [gedaagde sub 1] over het blaffen van het hondje van de buren. Collega's van [G] waren wel eerder betrokken bij een klacht over harde muziek van [gedaagde sub 1] cs. [gedaagde sub 1] heeft toen tegen de politie verklaard dat hij harde muziek speelde om de buurvrouw te treiteren, omdat hij niet tegen het blaffen van haar hondje kon. [gedaagde sub 1] wilde niet in gesprek, omdat hij vond dat hij met niemand wat te maken had. De eerste klacht was weliswaar afkomstig van [gedaagde sub 1], maar daarna kwamen er klachten van beide buren ook met terugwerkende kracht over de jaren heen. Door de niet coöperatieve houding/opstelling van [gedaagde sub 1] naar de buren toe heeft [G] de indruk gekregen dat de overlast vooral afkomstig is van [gedaagde sub 1]. De klachten die de politie van [gedaagde sub 1] heeft gekregen over de beide buren komen volgens [G] voort uit de eigen pesterijen van [gedaagde sub 1] en het gedrag dat hij tentoonspreidt naar de beide buren toe. Als [G] [gedaagde sub 1] aanspreekt op de klachten dan ontkent hij het probleem of geeft hij er een andere uitleg aan. [gedaagde sub 1] heeft een honend lachje op zijn gezicht als hij de buren tegen komt en in combinatie met zijn postuur werkt dat intimiderend. [G] heeft het fluiten van [gedaagde sub 1] niet zelf geconstateerd, maar hem wel zien lachen op een manier waarvan zij zich kan voorstellen dat dit op de buren intimiderend is overgekomen. Uit recente contacten met de buren heeft [G] de stellige indruk dat de zaak steeds verder escaleert en dat er de afgelopen periode ook voorvallen zijn geweest waarvan geen meldingen zijn gedaan. Eind januari zou [D] [gedaagde sub 1] hebben mishandeld, volgens een aangifte van [gedaagde sub 1]. De politie heeft [D] een ontbiedingsbrief gestuurd. Volgens [D] was er niets van waar, hij reageerde hevig geëmotioneerd en is ook een tijdje niet meer naar zijn werk geweest, omdat hij zo overstuur was. [F] heeft zich weer gemeld voor psychiatrische hulp, zij voelt zich niet meer veilig in haar woning. Bij beide buren lopen de spanningen hoog op en de buren vertonen nu ook lichamelijke klachten door alle emoties.

12. [gedaagde sub 1] heeft als getuige in contra-enquête, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Vanaf 2005 zit hij thuis en werd hij de hele dag door geconfronteerd met het blaffende hondje van [F] cs. Hij heeft [F] cs daarover niet aangesproken omdat zij bij een eerdere aanvaring tegen [gedaagde sub 1] hebben gezegd: 'jullie kunnen geen goed kind op de wereld zetten'. Sindsdien praten [gedaagde sub 1] cs niet meer met [F] cs. [gedaagde sub 1] heeft toen de wijkagent ingeschakeld, die hem heeft doorverwezen naar Woonbron. Het daaropvolgende gesprek met sociaal beheerster [K] kreeg een heel vervelende wending omdat [gedaagde sub 1] cs een uur lang te horen kregen dat zij zulke slechte huurders waren. Toen de vrouw van [gedaagde sub 1] als schoonmaakster in het ziekenhuis werkte - dit heeft zij een jaar gedaan omstreeks 1996/1997 - vroeg hij aan mensen of zij zo vriendelijk wilden zijn om de auto niet voor zijn deur te parkeren. Er waren toen mensen woonachtig in de straat die zich bezig hielden met drank en drugs en [gedaagde sub 1] vond het niet veilig als zijn vrouw 's nachts over straat moest naar haar auto. [gedaagde sub 1] heeft geen auto's beschadigd. De auto van De [B] had lekke banden maar deze auto stond op andere plaatsen in de straat geparkeerd - en niet voor de deur van [gedaagde sub 1] cs - toen dat gebeurd is. [gedaagde sub 1] heeft dit niet zelf gezien maar heeft De [B] dit zelf als getuige horen verklaren. De auto's van [gedaagde sub 1] cs zijn ook beschadigd. [gedaagde sub 1] heeft bandopnames van hoe [D] hem heeft uitgescholden en een bandopname van de heer [F] en zijn zoon, die [gedaagde sub 1] hebben gezegd dat zij wisten dat hij darmkanker had en hoopten dat hij er dood aan zou gaan. De windgong hing niet in de volle wind en 's avonds om een uur of tien haalde [gedaagde sub 1] de klepel eraf, zodat hij 's nachts geen herrie kon maken. [gedaagde sub 1] is van mening dat hij zich wel degelijk coöperatief heeft opgesteld. Woonbron heeft ten onrechte gesteld dat [gedaagde sub 1] cs niet bereid zouden zijn om mee te werken aan mediation. Dat wilden [gedaagde sub 1] cs wel degelijk, zoals ook blijkt uit de brief van de mediator. Er heeft nog een gesprek plaatsgevonden op kantoor van Woonbron. [gedaagde sub 1] wilde daarvan bandopnames maken, maar iedereen was daar op tegen. Toen was de afspraak dat mevrouw [K] notulen zou maken, maar daar is niets van terecht gekomen.

13. [gedaagde sub 2] heeft als getuige in contra-enquête, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Het hondje van [F] cs blaft de hele dag. De hordeur naar de tuin toe wordt gigantisch hard open gedaan en dichtgegooid. Toen de familie [D] naast [gedaagde sub 1] cs kwam wonen stond er plotseling een hoge schutting in de tuin. De hoge dennenboom in de achtertuin hebben [gedaagde sub 1] cs gekregen toen hun geestelijk gehandicapte zoon acht jaar was en werd opgenomen in een inrichting. Daarom heeft de boom grote emotionele waarde. [D] heeft toestemming gevraagd aan [gedaagde sub 2] om de takken van de boom te mogen snoeien. [gedaagde sub 1] cs hebben last van harde muziek van de familie [D], hun onderlinge ruzies en hard de trap op en neer lopen, zowel 's avonds als overdag. De auto en camper van [gedaagde sub 1] cs is diverse malen beschadigd. Zo’n zeven jaar geleden woonden de zoons van [F] cs nog thuis en draaiden house muziek. [gedaagde sub 1] cs hebben hen daarover aangesproken en er werd toen gezegd tegen [gedaagde sub 2] dat zij geen gezond kind op de wereld kan zetten. Dit ligt voor haar erg emotioneel. Als [F] [gedaagde sub 2] ziet thuis komen gaat zij schelden en tieren. [gedaagde sub 1] cs hebben geprobeerd om de struik die grenst aan de tuin van [F] cs te snoeien maar zij zijn niet verder dan drie takken gekomen omdat de scheldkanonnades niet van de lucht waren en zij bang waren dat er een tak op het kleinkind van [F] cs zou vallen. In juli 2007 zijn er agenten aan de deur geweest die hebben verteld dat [F] [gedaagde sub 1] bedreigde met een hark. De wijkagenten gaan heel joviaal met de buren om en [gedaagde sub 2] heeft de indruk dat zij partij trekken. [gedaagde sub 1] cs hebben op alle fronten aan mediation willen meewerken maar de buren niet. [gedaagde sub 2] is geen getuige geweest van de mishandeling van haar man door [D], maar is op 31 januari 2008 wel bij de aangifte aanwezig geweest. [F] is tien jaar geleden zo'n tien weken opgenomen op de psychiatrische afdeling van het ziekenhuis waar [gedaagde sub 2] destijds werkte.

14. De getuige [H] heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Zij woont al 23 jaar op het adres [adres 5], een bovenwoning schuin tegenover [gedaagde sub 1] cs. Zij heeft nooit enige overlast ondervonden en er heeft nog nooit iemand tegen haar geklaagd over overlast van [gedaagde sub 1] cs. Zij heeft een auto die zij in de loop der jaren best wel eens voor de deur van [gedaagde sub 1] cs zal hebben geparkeerd. [gedaagde sub 1] heeft haar nooit gevraagd om de auto weg te halen. [F] heeft wel eens verteld dat zij depressief is vanwege problemen uit haar jeugd. De hond van [gedaagde sub 1] cs is helemaal niet vals maar speels. [H] hoort hem alleen blaffen als hij naar buiten gaat. Dit in tegenstelling tot het hondje van [F] cs, die de hele dag door blafte. [gedaagde sub 1] is aardig en hulpvaardig.

15. De getuige [I] heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Zij kent [gedaagde sub 1] cs via haar oma, opa en haar ouders en woont in een andere wijk van Delft. Ongeveer een jaar geleden was zij bij [gedaagde sub 1] op bezoek. Zij moest toen heel hard praten omdat de muziek van de buren zo hard stond. Toen [I] en [gedaagde sub 1] naar beneden gingen en naar buiten, kwam buurman [D] net thuis. [D] zei toen tegen [I]: 'je hoort daar niet thuis, als jong meisje, je kunt maar beter weg gaan.' Tegen [gedaagde sub 1] zei hij: 'klootzak, ik pak je wel in het park'. [D] liep zo te schelden en te gillen dat [I] haast geen afscheid van [gedaagde sub 1] kon nemen. Toen [I] op de hoek van de straat was hoorde zij [D] nog gillen.

16. De getuige [J] heeft, voor zover thans van belang, het navolgende verklaard. Hij woont schuin aan de overkant van [gedaagde sub 1] cs op het adres [adres 6]. Hij heeft helemaal geen overlast van [gedaagde sub 1] cs. Zo'n anderhalve maand voor het getuigenverhoor liep [J] met zijn hondje over straat. [D] kwam toen aanfietsen, wees met zijn wijsvinger naar [J] en zei: 'jij bent van de tegenpartij'. Dat vond [J] niet normaal, hij heeft er helemaal niets mee te maken.

17. Na enquête en contra-enquête hebben beide partijen nog gebruik gemaakt van de mogelijkheid om aanvullende producties in het geding te brengen.

18. Door Woonbron is een schrijven van GGZ Delfland van 21 februari 2008 in het geding gebracht, alsmede een aanvullend rapport van wijkagent [G] van 22 februari 2008. De brief van GGZ Delfland bevat, voorzover van belang, de navolgende passages: '[F] is bij GGZ Delfland in behandeling voor angst- en dwangstoornissen. [F] heeft aangegeven dat haar buurman haar al jarenlang treitert en op allerlei manieren lastig valt. Het onophoudelijk terroriseren van [F], in wie de buurman naar het lijkt een gemakkelijk slachtoffer heeft gevonden, heeft geleid tot een escalatie bij het gezin van [F]. De stress die de terreur van de buurman bij haar oplevert heeft ertoe geleid dat [F] moest worden opgenomen in het kader van decompensatie. Na haar opname bleek behandeling ook niet van de grond te komen, medicatie slaat niet aan en de angsten van mevrouw verergeren in hoog tempo. Ook met specialistische zorg blijkt dat [F] steeds meer last van angsten heeft met betrekking tot haar woonsituatie en de buurman. De buurman maakt pesterige en neerbuigende opmerkingen en zingt nare liedjes als zij langskomt, hij trekt plantjes uit de grond, heeft een grote 'tingeltangel' in de tuin opgehangen, die uiteindelijk door de politie is verwijderd en zorgt op allerlei manieren voor veel overlast. Zij durft haar huis niet meer uit en ook binnenshuis voelt zij zich niet veilig (...) '.

19. De rapportage van wijkagent [G] van 22 februari 2008 is een aanvulling op de eerdere overlastrapportage over de periode 7 maart 2005 tot en met 1 september 2007. Uit deze rapportage blijkt dat melding is gedaan van de navolgende voorvallen:

- 11.10.2007 blaffen van de hond van [gedaagde sub 1];

- 19.20.2007 foto's maken en/of filmen in de voortuin van [gedaagde sub 1] door diens buurman. Volgens [gedaagde sub 1] was de buurman aan het provoceren en probeerde hij de hond aan het blaffen te krijgen;

- 8.1.2007 [gedaagde sub 1] cs maken melding van een voorval tijdens de rechtszaak eerder die dag. Een oud-bewoner zou naar [gedaagde sub 1] hebben geroepen: 'Ik heb iets in mijn binnenzak zitten. Als het waar is van die hond, kom ik vanavond verhaal halen bij je', waarbij de oud-bewoner zijn jas ter hoogte van zijn binnenzak zou hebben vastgepakt;

- 21.1.2008 tot 27.1.2008: schriftelijke klacht bij Woonbron door een van de buren van [gedaagde sub 1] cs over het gooien en smijten met spullen, fotograferen van alle auto's in de straat, het tekeer gaan van de hond van [gedaagde sub 1] cs, de hele dag door gooien en bonken met spullen, op verschillende dagen tegen de muur bonken en slaan, waaronder op 26 januari 2008, onder andere met de stofzuiger. De brief is in kopie door Woonbron aan de wijkagent toegezonden;

- 31.1.2008 aangifte van mishandeling door [gedaagde sub 1] over [D]. Door de verbalisant is geen zichtbaar letsel geconstateerd op het moment van aangifte, [D] heeft een verklaring afgelegd en zegt dat [gedaagde sub 1] alles heeft verzonnen;

- 3.2.2008 beide buren klagen over herrie van [gedaagde sub 1] cs. Een van de buren is om 12 uur het huis ontvlucht om overal vanaf te zijn. De herrie, bonken en slaan met spullen is tot 16.30 doorgegaan. Men heeft geen politie gebeld om escalatie te voorkomen.

20. Woonbron heeft nog naar voren gebracht dat de aangifte van mishandeling die door [gedaagde sub 1] op 31 januari 2008 is gedaan, niet zal worden vervolgd. De politie zal een onderzoek instellen tegen [gedaagde sub 1] wegens het doen van valse aangifte.

21. Namens [gedaagde sub 1] cs zijn de navolgende schriftelijke verklaringen bij akte in het geding gebracht. Een tweetal schriftelijke verklaringen van [L] en [M], die melding maken van incidenten die zich hebben voorgedaan tussen [gedaagde sub 1] cs en hun buren. Een schriftelijke verklaring van [N], waarin wordt aangegeven dat de auto die 's morgens knallende geluiden maakt bij het opstarten, niet aan [gedaagde sub 1] cs toebehoort. Een schriftelijke verklaring van de huisarts van [gedaagde sub 1] van 25 januari 2008, waarin wordt aangegeven dat [gedaagde sub 1] de huisarts regelmatig consulteert vanwege onhoudbare spanningen ten aanzien van de woonsituatie, wat medisch gezien niet wenselijk is. Een tweetal schriftelijke verklaringen van [O] en [P], waaruit volgt dat [gedaagde sub 1] zich heeft ingezet voor vrijwilligerswerk in de periode van respectievelijk 1999 t/m 2001 en 2001 t/m april 2005. Drs. R. van Booren verklaart dat zij als pedagoge al enige jaren is betrokken bij de zoon van [gedaagde sub 1] cs en hen heeft leren kennen als zeer betrokken ouders die in de loop der jaren veel hebben moeten verwerken rond het wonen en begeleiden van hun zoon. De dennenboom in de tuin van [gedaagde sub 1] cs is niet zomaar een boom maar een symbool voor een moeilijke tijd met alle emoties die daarbij horen en daarom heeft de boom een emotionele waarde voor [gedaagde sub 1] cs.

22. Bij akte van 27 maart 2008 hebben [gedaagde sub 1] cs nog een tweetal schriftelijke verklaringen overgelegd. In de eerste verklaring wordt gesteld dat [gedaagde sub 1] cs op zondag 3 februari 2008 vanaf rond 10 uur in de ochtend tot rond 23.00 uur in de avond op bezoek zijn geweest bij [Q]. In de tweede verklaring wordt gesteld dat [gedaagde sub 1] cs met hun hond in het weekend van 26 en 27 januari 2008 vanaf zaterdag rond koffietijd tot en met zondag na het diner rond 20.00 uur bij [R] hebben gelogeerd. [gedaagde sub 1] cs merken op dat het opmerkelijk is dat er gedurende deze perioden overlastmeldingen zijn gedaan terwijl zij niet in de woning aanwezig waren. [gedaagde sub 1] cs kunnen de gemelde overlast dan ook niet hebben veroorzaakt. Het is [gedaagde sub 1] cs niet bekend dat er een onderzoek loopt danwel opgestart zal worden wegens het doen van valse aangifte.

23. De kantonrechter is van oordeel, mede aan de hand van de getuigenverklaringen en de na enquête en contra-enquête in het geding gebrachte aanvullende schriftelijke verklaringen, in combinatie met de stukken die bij dagvaarding en conclusies in het geding zijn gebracht, dat Woonbron in de bewijsopdracht is geslaagd.

24. Bij het oordeel dat er sprake is geweest van ernstige overlast jegens de directe buren hecht de kantonrechter niet alleen waarde aan de (getuigen)verklaringen en schriftelijke verklaringen van [D] cs en [F] cs, maar met name ook aan hetgeen wijkagent [G] daaromtrent heeft verklaard, in combinatie met de verklaringen van oud-bewoners uit de [straat], die een deel van de gebeurtenissen bevestigen. Uit de combinatie van die verklaringen en de schriftelijke stukken die in het geding zijn gebracht is onder meer komen vast te staan dat:

(a) [gedaagde sub 1] meerdere buren, waaronder eenmaal [F], 's nachts uit bed heeft gebeld met het verzoek om hun auto voor de deur van [gedaagde sub 1] cs weg te halen, terwijl er sprake is van een parkeerplaats op de openbare weg, die voor eenieder toegankelijk is;

(b) [gedaagde sub 1] herhaaldelijk mensen die hun auto voor de deur van [gedaagde sub 1] cs parkeerden heeft aangesproken met het verzoek om hun auto daar weg te halen;

(c) door diverse getuigen is verklaard dat auto's die voor de deur van [gedaagde sub 1] werden geparkeerd werden beschadigd;

(d) door de politie is geconstateerd dat [gedaagde sub 1] bij [F] cs een passiebloem uit de grond heeft getrokken en geverfd hout heeft gestookt in een vuurkorf, hetgeen tot overlast voor [F] cs leidde, die op dat moment met de kinderen en kleinkinderen aan het barbecueën waren;

(e) [gedaagde sub 1] zijn hond opjut om te blaffen - ook 's avonds laat - en met behulp van de hond zich bedreigend opstelt jegens omwonenden;

(f) [gedaagde sub 1] bedreigingen heeft geuit jegens het hondje van [F] cs;

(g) [gedaagde sub 1] 's ochtends vroeg fluitend voor het huis van de buren heeft gestaan;

(h) de dennenboom in de achtertuin van [gedaagde sub 1] cs voor overlast zorgt;

(i) [gedaagde sub 1] cs ten onrechte hebben geweigerd om de struik op de erfgrens met [F] cs naar behoren terug te snoeien, ondanks gesprekken en een schriftelijk verzoek daartoe van Woonbron;

(j) [gedaagde sub 1] tenminste eenmaal harde muziek heeft gespeeld om zijn buurvrouw te treiteren (al dan niet in reactie op het blaffen van de hond van [F] cs.);

(k) [gedaagde sub 1] zijn buurvrouw [F] bij herhaling heeft gepest en getreiterd, hetgeen tot ernstige gevolgen heeft geleid: uit de verklaring van GGZ Delfland blijkt dat [F] moest worden opgenomen in het kader van decompensatie door de stress die de terreur van [gedaagde sub 1] bij haar oplevert. [F] voelt zich niet meer veilig in haar eigen huis.

25. Naar het oordeel van de kantonrechter is vast komen te staan dat [gedaagde sub 1] cs zich de afgelopen jaren schuldig hebben gemaakt aan een opeenstapeling van gedragingen als treiteren en pesterijen jegens hun directe buren en andere huurders in de [straat], die uiteindelijk tot een onhoudbare situatie voor met name de directe buren heeft geleid. Hoewel het overgrote deel van de gedragingen van [gedaagde sub 1] cs op zich beschouwd niet als ernstige misdragingen kunnen worden aangemerkt, vormen die gedragingen tezamen genomen wel ernstige overlast, mede gelet op de duur daarvan.

26. Met de wijkagent heeft de kantonrechter ook de indruk gekregen dat de houding van [gedaagde sub 1] cs weinig coöperatief is en [gedaagde sub 1] cs inderdaad steeds de grenzen van het toelaatbare hebben opgezocht respectievelijk hebben overschreden. Daarvan is de windgong een duidelijk voorbeeld. Uit de overlastrapportage in combinatie met de getuigenverklaringen is komen vast te staan dat [gedaagde sub 1] nadat door de politie de grote windgong was verwijderd, de windgong een dag later weer heeft opgehangen en toen [gedaagde sub 1] cs te verstaan was gegeven dat deze windgong niet meer mocht worden opgehangen, [gedaagde sub 1] weer een kleinere windgong heeft opgehangen. Op de windgong had [gedaagde sub 1] bovendien vanuit zijn woning een camera gericht. Uit de getuigenverklaring van [F] volgt dat deze gang van zaken de druppel is geweest die voor haar de emmer heeft doen overlopen en heeft geleid tot opname in een psychiatrische inrichting. Dat de pesterijen van [gedaagde sub 1] [F] zeer ernstig hebben aangegrepen wordt bevestigd door de brief van GGZ Delfland van 21 februari 2008. Het standpunt zoals door [gedaagde sub 1] cs verdedigd, dat de inhoud van die brief minder waarde zou hebben omdat deze is geschreven door een maatschappelijk werker en niet door een psychiater, deelt de kantonrechter niet.

27. Een ander voorbeeld is de struik die op de grens van de tuin van [F] staat. In haar brief van 17 november 2006 aan [gedaagde sub 1] cs heeft sociaal beheerster [K] aangegeven dat de overhangende takken van de struik dusdanig teruggesnoeid dienen te worden, dat deze aan de zijde van [F] cs voorlopig geen overlast meer zouden geven. Tijdens de comparitie van partijen op 2 oktober 2007 heeft [gedaagde sub 1] aangegeven dat hij begonnen was met het weghalen van de takken toen [F] cs naar buiten kwamen. Toen zou [gedaagde sub 1] uit angst dat er een tak op een kleinkind van [F] cs zou vallen gestopt zijn. [gedaagde sub 2] heeft bevestigd tijdens de contra-enquête dat er slechts drie takken door [gedaagde sub 1] zijn weggehaald. Naar het oordeel van de kantonrechter vormt het naar buiten komen van [F] cs op het moment dat [gedaagde sub 1] bezig was met het snoeien van de struik geen enkele verklaring waarom [gedaagde sub 1] cs ten tijde van de comparitie van partijen - bijna een jaar later - nog niet hadden voldaan aan het redelijke verzoek van Woonbron om de takken van de struik terug te snoeien. Er moeten zeer veel gelegenheden zijn geweest in de periode tussen het verzoek (17 november 2006) en de comparitie van partijen (2 oktober 2007) waarop (kleinkinderen van) [F] cs niet in de tuin aanwezig waren en [gedaagde sub 1] cs de struik probleemloos hadden kunnen terugsnoeien.

28. Ten aanzien van de dennenboom in de achtertuin van [gedaagde sub 1] cs overweegt de kantonrechter het volgende. Dat [gedaagde sub 1] cs aan Woonbron hebben toegezegd om de hoge dennenboom in de achtertuin te zullen rooien, hebben [gedaagde sub 1] cs gemotiveerd betwist. Dit is niet komen vast te staan. Tijdens de comparitie ter plaatse heeft de kantonrechter geconstateerd dat de boom op een afstand van 10 tot 15 centimeter van de erfgrens van de tuin van [D] cs staat en zo’n 12 tot 14 meter hoog is. [gedaagde sub 1] cs hebben onweersproken gesteld dat de boom daar al meer dan 20 jaar staat. Hoewel de kantonrechter begrip heeft voor de emotionele waarde die de dennenboom in de achtertuin van [gedaagde sub 1] cs voor hen heeft, is de kantonrechter van oordeel dat die boom een zodanige omvang heeft, in verhouding tot de grootte van de achtertuin van [gedaagde sub 1] cs en, mede gelet op de plaats waar deze boom staat, zodanige hinder aan omwonenden veroorzaakt, dat Woonbron terecht aan [gedaagde sub 1] cs heeft verzocht om de boom te verwijderen. Daarbij houdt de kantonrechter er rekening mee dat niet alleen [D] klaagt over overlast van deze boom (veel afval van dennennaalden en dennenappels, wegnemen van licht, de wortels van de boom duwen het terras van [D] omhoog), welke overlast de kantonrechter bij de comparitie ter plaatse ook heeft geconstateerd, maar ook de achterbuurvrouw van [gedaagde sub 1] cs, mevrouw [S], tijdens de comparitie ter plaatse heeft verklaard dat bij storm de takken tegen haar ramen waaien en zij bij [gedaagde sub 1] cs 'tig keer' heeft geklaagd over de boom, maar [gedaagde sub 1] cs niet bereid zijn gebleken om de boom te snoeien. Het verweer van [gedaagde sub 1] dat de familie [S] nooit bij hem geklaagd zou hebben over de overlast van de boom, acht de kantonrechter gelet op de duidelijke uitlatingen van mevrouw [S] tijdens de comparitie ter plaatse en de plaats van de boom ten opzichte van de (ramen van de) woning van de familie [S], niet geloofwaardig. Het beroep op verjaring omdat de boom al langer dan twintig jaar binnen twee meter van de erfgrens kan [gedaagde sub 1] niet baten indien er sprake is van onrechtmatige hinder in de zin van art. 5:37 BW, hetgeen naar het oordeel van de kantonrechter met betrekking tot deze dennenboom het geval is. Dat de partytent van [D] cs de belangrijkste oorzaak is van het verminderde daglicht in de woning van [D] cs, zoals [gedaagde sub 1] cs hebben betoogd, heeft de kantonrechter tijdens de comparitie ter plaatse niet geconstateerd.

29. [gedaagde sub 1] cs hebben zich nog verweerd tegen de stelling van Woonbron dat er sprake is van ernstige overlast met de stelling dat slechts sprake kan zijn van ernstige overlast indien daarvan naar objectieve maatstaven sprake is en dat daarvoor de subjectieve beleving van [F] cs geen maatstaf kan zijn. Dat [gedaagde sub 1] op een bepaalde wijze lacht en een windorgel heeft opgehangen kan niet worden gekwalificeerd als een situatie die door de gemiddelde Nederlander als objectieve overlast wordt veroorzaakt. Met dit verweer miskennen [gedaagde sub 1] cs naar het oordeel van de kantonrechter dat zich in de loop der jaren veel meer heeft afgespeeld, dat zowel door [D] cs als [F] cs als ernstige overlast is ervaren en ook naar objectieve maatstaven als zodanig mocht worden ervaren. Dat [F] zich een en ander wellicht nog meer heeft aangetrokken dan de gemiddelde Nederlander doet daaraan niet af. Dit is overigens een omstandigheid waarmee [gedaagde sub 1] cs tot op zekere hoogte ook wel rekening dienden te houden. Dat zij dat hebben gedaan, blijkt uit niets. Uit de gang van zaken met betrekking tot de windgong blijkt naar het oordeel van de kantonrechter eerder dat het tegendeel het geval is geweest, omdat zelfs nadat de windgong door de politie was verwijderd [gedaagde sub 1] cs deze weer heeft opgehangen en later - toen hen te verstaan was gegeven dat zij de windgong niet meer mochten ophangen - ook nog een kleinere windgong hebben opgehangen. Door [gedaagde sub 1] cs is niet weersproken dat die laatste windgong was opgehangen bij een zijraam gericht op de woning van [F] cs en dat daarbij een ventilator was geplaatst, die ervoor zorgde dat de windgong steeds in beweging bleef.

30. Het verweer van [gedaagde sub 1] cs dat [D] cs en [F] cs zich eveneens hebben schuldig gemaakt aan pesterijen en overlast jegens [gedaagde sub 1] - hetgeen zou moeten leiden tot afwijzing van de vorderingen van Woonbron - kan niet slagen. Hoewel gebleken is dat [D] cs en [F] cs zich op enig moment ook schuldig hebben gemaakt aan onwenselijke gedragingen jegens [gedaagde sub 1] (het plaatsen van opmerkingen, [gedaagde sub 1] opwachten met een hark), hecht de kantonrechter in dit verband grote waarde aan de getuigenis van wijkagent [G], die heeft verklaard dat dergelijke gedragingen van beide buren naar haar mening voortkomen uit de eigen pesterijen van [gedaagde sub 1] en het gedrag dat [gedaagde sub 1] tentoonspreidt naar de beide buren toe. De kantonrechter ziet geen redenen om te twijfelen aan deze constatering van de wijkagent, die al een aantal jaren betrokken is bij deze kwestie. Het gedrag van de buren is dus vooral een reactie op de door [gedaagde sub 1] cs veroorzaakte overlast en pesterijen en kan niet leiden tot de conclusie dat er geen sprake is van ernstige overlast veroorzaakt door [gedaagde sub 1] cs. Ook het gegeven dat [gedaagde sub 1] cs de eerste waren die bij de politie/Woonbron een klacht hebben geuit over overlast (het blaffen van het hondje van [F] cs) kan niet leiden tot een ander oordeel, nu vast is komen te staan dat na die eerste klacht een stroom van klachten over [gedaagde sub 1] cs is losgekomen over overlast die vele jaren heeft geduurd.

31. Dat de getuigen in de contra-enquête hebben verklaard geen overlast van [gedaagde sub 1] cs te ondervinden, brengt niet mee dat andere omwonenden geen ernstige overlast van [gedaagde sub 1] cs hebben ondervonden.

32. Dat de buurtmediation is mislukt kan niet aan [gedaagde sub 1] cs worden tegengeworpen, aangezien uit de brief van de mediator blijkt dat [gedaagde sub 1] cs wel bereid waren hun medewerking te verlenen, maar 'de andere partij' daartoe niet bereid was. Dit kan echter ook niet aan Woonbron worden tegengeworpen. Woonbron heeft bemiddelingspogingen gedaan en afzonderlijke gesprekken gevoerd met de betrokkenen alsmede een gezamenlijke bespreking gehouden met alle partijen, in aanwezigheid van sociaal beheerster [K] en de wijkagent, welke bespreking niet heeft geleid tot een oplossing van de problemen. Door [gedaagde sub 1] cs is niet weersproken dat [F] en [D] aanvankelijk wel een of meer gesprek(ken) met de mediator hebben gevoerd en juist in die periode door [gedaagde sub 1] tot driemaal toe een windgong werd opgehangen, hetgeen tot aanvaringen met [F] cs en diverse malen ingrijpen door de politie heeft geleid. Onvoldoende aannemelijk is geworden dat de mediation nog een reële kans van slagen had, mede gelet op hetgeen zich de afgelopen jaren tussen [gedaagde sub 1] cs, [D] cs en [F] cs heeft afgespeeld. [D] heeft tijdens de comparitie op 2 oktober 2007 onweersproken aangegeven dat hij en zijn vrouw en [F] cs in eerste instantie wel aan mediation hebben meegewerkt, maar mede gelet op de opstelling van [gedaagde sub 1] cs daarin geen vertrouwen (meer) had. Naar het oordeel van de kantonrechter is de weigering van [D] en [F] cs om aan de mediation medewerking te verlenen begrijpelijk in het licht van de door de jaren heen door [gedaagde sub 1] cs veroorzaakte slepende en langdurige overlast. Derhalve kan het afwijzen van mediation door de buren niet aan Woonbron worden tegengeworpen en kan dit niet leiden tot afwijzing van de vorderingen van Woonbron.

33. De door [gedaagde sub 1] cs veroorzaakte ernstige overlast, rechtvaardigt naar het oordeel van de kantonrechter toewijzing van de gevorderde ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming van het gehuurde.

34. Een belangenafweging leidt niet tot een ander oordeel, nu het belang van Woonbron om haar overige huurders (en eigenaren van naburige woningen) een rustig huur- c.q. woongenot te verschaffen zwaarder dient te wegen dan het belang van [gedaagde sub 1] cs bij een voortgezet verblijf in de woning. Bij de belangenafweging houdt de kantonrechter er ook rekening mee dat Woonbron tijdens de procedure aan [gedaagde sub 1] cs vervangende woonruimte heeft aangeboden, welk aanbod door [gedaagde sub 1] cs is afgeslagen. Uit dit aanbod blijkt ook dat Woonbron rekening heeft gehouden met de belangen van [gedaagde sub 1] cs.

35. Hetgeen partijen verder nog naar voren hebben gebracht behoeft geen bespreking meer, nu dit in het licht van hetgeen in dit vonnis is vastgesteld en overwogen, niet tot een andere beslissing kan leiden.

36. De vordering van Woonbron zal mitsdien worden toegewezen als na te melden. [gedaagde sub 1] cs dienen, als de in het ongelijk gestelde partij, in de kosten van deze procedure te worden veroordeeld.

Beslissing

De kantonrechter:

1. ontbindt de tussen partijen bestaande huur- en verhuurovereenkomst betreffende de woning aan de [adres] te [plaats];

2. veroordeelt [gedaagde sub 1] cs voormelde woning met al wie en al wat zich daarin van de zijde van [gedaagde sub 1] cs mocht bevinden te ontruimen en te verlaten en, met overgifte der sleutels, ter vrije en algehele beschikking van Woonbron te stellen;

3. veroordeelt [gedaagde sub 1] cs in de kosten van de procedure, tot op deze uitspraak aan de zijde van Woonbron vastgesteld op € 1.130,85, waaronder begrepen een bedrag van € 675,--, als het aan de gemachtigde van Woonbron toekomende salaris, onverminderd de eventueel over deze kosten verschuldigde BTW, en een bedrag ad € 100,-- als getuigentaxe;

4. verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.

Aldus gewezen door mr. C.J. Frikkee, kantonrechter, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 8 mei 2008, in tegenwoordigheid van de griffier.