Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD9142

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
17-07-2008
Datum publicatie
05-08-2008
Zaaknummer
AWB 08/23271
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Vertrekplicht / toegewezen vovo

Als gevolg van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 23 juni 2008, mag eiser de beslissing op zijn bezwaarschrift van 15 mei 2008, gericht tegen de afwijzing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier op medische gronden, hier te lande afwachten. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd bericht dat onbekend is wanneer op dit bezwaarschrift zal worden beslist, maar dat thans wordt bezien of het noodzakelijk is dat er een nieuw advies aan het Bureau Medische Advisering wordt gevraagd en of eiser dient te worden gehoord op zijn bezwaar. Nu het vooralsnog niet vaststaat wanneer en of afwijzend op eisers bezwaarschrift zal worden beslist en het als gevolg daarvan niet vaststaat of eiser binnen een redelijke termijn wederom aan zijn vertrekplicht zal moeten voldoen, is de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel in redelijkheid niet gerechtvaardigd te achten.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

zittinghoudende te Amsterdam

enkelvoudige kamer vreemdelingenzaken

Uitspraak

op grond van artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

jo artikel 96 en 106 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

reg. nr.: AWB 08/23271

V-nr.: 271.732.1262

inzake:

[eiser], geboren op [geboortedatum] 1965, van (gestelde) Nigeriaanse nationaliteit, verblijvende in het Uitzetcentrum Schiphol te Oudemeer, eiser,

gemachtigde: mr.drs. E. Oversier, advocaat te Hoofddorp,

tegen:

de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. A.M.C. de Haan, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Op 10 augustus 2007 is aan eiser de vrijheidsontnemende maatregel op grond van artikel 6, eerste en tweede lid, van de Vw 2000 opgelegd. Eerdere beroepen tegen de oplegging dan wel voortduring van deze maatregel zijn door deze rechtbank en zittingsplaats ongegrond verklaard, laatstelijk bij uitspraak van 27 juni 2008.

Bij beroepschrift van 30 juni 2008 heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel. Daarbij is opheffing van de maatregel tot bewaring gevorderd alsmede toekenning van schadevergoeding.

Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 15 juli 2008. Eiser is aldaar in persoon verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Eiser heeft onder meer het volgende - zakelijk weergegeven - aangevoerd.

De voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel is niet gerechtvaardigd. Bij uitspraak van 23 juni 2008, AWB 08/17410, heeft de voorzieningenrechter van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, eisers verzoek om een voorlopige voorziening connex aan zijn bezwaar gericht tegen de afwijzing van zijn aanvraag om een verblijfsvergunning regulier op medische gronden toegewezen, inhoudende dat de uitzetting van eiser achterwege dient te blijven tot op zijn bezwaar is beslist. Hieruit volgt dat de vertrekplicht van eiser is komen te vervallen.

Verweerder heeft het volgende - zakelijk weergegeven - aangevoerd.

De voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel is gerechtvaardigd. Het belang van verweerder bij de voortduring van de maatregel is allereerst gelegen in de grensbewaking. Voorts kan de claim bij de luchtvaartmaatschappij worden geëffectueerd na een eventuele ongegrondverklaring van eisers bezwaar in de lopende procedure verband houdende met eisers aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier op medische gronden.

De rechtbank overweegt het volgende.

De vrijheidsontnemende maatregel duurt inmiddels ruim elf maanden. Thans dient te worden beoordeeld of de voortgezette toepassing daarvan gerechtvaardigd is te achten.

Met eiser is de rechtbank van oordeel dat op eiser thans geen vertrekplicht rust. Als gevolg van de uitspraak van deze rechtbank, zittingsplaats Roermond, van 23 juni 2008, mag eiser de beslissing op zijn bezwaarschrift van 15 mei 2008, gericht tegen de afwijzing op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier op medische gronden, hier te lande afwachten. Ter zitting heeft verweerder desgevraagd bericht dat onbekend is wanneer op dit bezwaarschrift zal worden beslist, maar dat thans wordt bezien of het noodzakelijk is dat er een nieuw advies aan het Bureau Medische Advisering wordt gevraagd en of eiser dient te worden gehoord op zijn bezwaar. De rechtbank overweegt dat uit het beleid van verweerder, neergelegd in paragraaf A6/1 van de Vreemdelingencirculaire 2000, volgt dat de toepassing van vrijheidsontneming tot het strikt noodzakelijke beperkt dient te blijven. Nu het vooralsnog niet vaststaat wanneer en of afwijzend op eisers bezwaarschrift zal worden beslist en het als gevolg daarvan niet vaststaat of eiser binnen een redelijke termijn wederom aan zijn vertrekplicht zal moeten voldoen, is de voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten.

Hieruit volgt dat voortduring van de vrijheidsontnemende maatregel bij afweging van alle daarbij betrokken belangen in redelijkheid niet gerechtvaardigd is te achten. Derhalve wordt het beroep gegrond verklaard en wordt de opheffing van de maatregel bevolen, ingaande 16 juli 2008.

De rechtbank ziet op grond van het voorgaande aanleiding gebruik te maken van de bevoegdheid om schadevergoeding toe te kennen als bedoeld in artikel 106 van de Vw 2000. Nu ter zitting is gebleken dat verweerder niet heeft kunnen aangeven wanneer op het bezwaar van eiser zal worden beslist, terwijl het bezwaar is aangetekend op 15 mei 2008, ziet de rechtbank aanleiding om eiser vanaf de datum waarop eisers verzoek om een voorlopige voorziening is toegewezen een schadevergoeding toe te kennen en wel tot een bedrag van € 45,-- per dag, derhalve in totaal € 1035,--.

Gelet op het voorgaande is er voorts aanleiding om verweerder als in het ongelijk gestelde partij te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,-- als kosten van verleende rechtsbijstand (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting; waarde per punt € 322,--, wegingsfactor 1).

III. BESLISSING

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- beveelt dat de bewaring ingaande 17 juli 2008 wordt opgeheven;

- veroordeelt de Staat der Nederlanden tot vergoeding van de schade, groot € 1035,-- (zegge: éénduizend vijfendertig euro), te betalen aan eiser;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag groot € 644,-- (zegge: zeshonderd vierenveertig euro), te betalen door de Staat der Nederlanden aan de griffier van deze rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan op 17 juli 2008 door mr. G.S. Crince Le Roy, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. M.L. van Leer, griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

Afschrift verzonden op:

Conc.: ML

Coll:

D: B

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open