Gevonden zoektermen

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD8595

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
04-03-2008
Datum publicatie
24-07-2008
Zaaknummer
AWB 07/5199 WOB
Rechtsgebieden
Bestuursrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Het alsnog toezenden van de akte van aanstelling naar aanleiding van het bezwaar kan in het onderhavige geval niet worden aangemerkt als een wijziging van het beoogde of geweigerde rechtsgevolg. Derhalve kan niet worden gesproken van een herroepen in de zin van artikel 7: 15, tweede lid, van de Awb. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat eiser geen aanspraak heeft op vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure. Het beroep is ongegrond.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl

Uitspraak

Rechtbank ‘s-Gravenhage

sector bestuursrecht

derde afdeling, enkelvoudige kamer

Reg. nr. AWB 07/5199 WOB

UITSPRAAK

als bedoeld in artikel 8:77

van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

UITSPRAAK IN HET GEDING TUSSEN

[eiser], wonende te [woonplaats],

en

de Korpschef van het Politiekorps [locatie], verweerder.

I. PROCESVERLOOP

1. Eiser heeft bij brief van 10 juli 2007 beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder van 5 juli 2007, waarbij eisers verzoek om vergoeding van de kosten die hij in bezwaar heeft moeten maken is afgewezen.

2. Verweerder heeft de op de zaak betrekking hebbende stukken ingezonden en een verweerschrift ingediend.

3. De openbare behandeling van de bovengenoemde beroepen heeft plaatsgevonden op 19 februari 2008. Eiser en zijn raadsman, mr. drs. C.M.J.E.P. Meerts, hebben de rechtbank bericht niet te zullen verschijnen. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door [...].

II. OVERWEGINGEN

1. Op grond van de gedingstukken en het verhandelde ter zitting gaat de rechtbank bij haar oordeelsvorming uit van de volgende feiten en omstandigheden.

1.1 Eiser heeft bij brief van 21 mei 2007 een verzoek gedaan op grond van de Wet openbaarheid van bestuur. In zijn verzoek heeft eiser verzocht om toezending van de navolgende bescheiden: de FIP-meetlijst, de akte van beëdiging, de akte van aanstelling van de betreffende politieambtenaar, het NMI-certificaat, het certificaat van de bekwaamheid van de snelheidswaarnemer en de overige relevante bescheiden, waaronder de foto, welke betrekking hebben op de desbetreffende "mulderbeschikking".

1.2 Bij besluit van 31 mei 2007 heeft het Bureau Verkeer aan eiser de door hem verzochte documenten, met uitzondering van de akte van aanstelling van de betrokken politieambtenaar, doen toekomen.

1.3 Eiser heeft bij brief van 11 juni 2007, in verband met het ontbreken van de aanstellingsakte, bezwaar gemaakt tegen dit besluit. Daarbij heeft eiser tevens verzocht om toekenning van een bedrag van € 322,-- op grond van het Besluit proceskosten bestuursrecht in verband met beroepsmatig verleende rechtsbijstand.

1.4 Bij brief van 26 juni 2007 is eiser alsnog in het bezit gesteld van de bewuste akte van aanstelling.

1.5 Bij brief van 3 juli 2007 heeft eiser bevestigd dat hij de akte van aanstelling inmiddels heeft ontvangen, maar dat verzuimd is te beslissen op zijn bezwaarschrift en het daarmee samenhangende verzoek om een proceskostenvergoeding.

1.6 Bij het bestreden besluit van 5 juli 2007 is vervolgens het bezwaar van eiser ongegrond verklaard en de gevraagde vergoeding voor de met de behandeling van dit bezwaar gemaakte kosten afgewezen.

2. Tussen partijen is uitsluitend in geschil of verweerder bij het bestreden besluit terecht heeft geweigerd de kosten te vergoeden die eiser in verband met de behandeling van het bezwaar heeft gemaakt.

3. In artikel 7:15, tweede lid, eerste volzin, van de Awb is dienaangaande bepaald dat de kosten, die de belanghebbende in verband met de behandeling van het bezwaar redelijkerwijs heeft moeten maken, door het bestuursorgaan uitsluitend worden vergoed op verzoek van de belanghebbende voorzover het bestreden besluit wordt herroepen wegens aan het bestuursorgaan te wijten onrechtmatigheid.

4. De rechtbank is van oordeel dat er in het onderhavige geval geen sprake is van een herroeping van het primaire besluit in de zin van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb. Van "herroepen" in de zin van artikel 7:15, tweede lid, van de Awb is eerst sprake indien het primaire besluit wordt gewijzigd voor wat betreft het daarbij beoogde of geweigerde rechtsgevolg. De rechtbank wijst in dit kader op de uitspraken van de Centrale Raad van Beroep van 23 augustus 2006, AB 2007/122 en 28 juni 2007, LJN: BA9772. In het onderhavige geval heeft verweerder bij het primaire besluit aan eiser het volgende meegedeeld: "Hierbij doe ik de door u gevraagde documenten toekomen".

De rechtbank kan niet anders dan concluderen dat hiermee wordt gedoeld op alle stukken die eiser in zijn verzoek heeft genoemd. Ware dit anders geweest, dan had verweerder hier melding van gemaakt in zijn besluit. Nu verweerder er geen blijk van heeft gegeven dat bepaalde stukken zijn uitgezonderd, volgt de rechtbank verweerder daar waar hij stelt dat het niet meezenden van de akte van aanstelling berust op een omissie. Een omissie die verweerder terstond na het ontdekken daarvan heeft hersteld. Aldus kan het alsnog toezenden van de akte van aanstelling naar aanleiding van het bezwaar in het onderhavige geval niet worden aangemerkt als een wijziging van het beoogde of geweigerde rechtsgevolg. Derhalve kan niet worden gesproken van een herroepen in de zin van artikel 7: 15, tweede lid, van de Awb. De rechtbank komt dan ook tot de conclusie dat eiser geen aanspraak heeft op vergoeding van de kosten van de bezwaarprocedure.

5. Het voorgaande leidt tot de conclusie dat het beroep ongegrond dient te worden verklaard.

6. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

III. BESLISSING

De Rechtbank 's-Gravenhage,

RECHT DOENDE:

Verklaart het beroep ongegrond.

RECHTSMIDDEL

Tegen deze uitspraak kan binnen zes weken na verzending daarvan hoger beroep worden ingesteld bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Aldus gegeven door mr. N. van der Putten en in het openbaar uitgesproken op 4 maart 2008, in tegenwoordigheid van de griffier mr. A.P.J. Heesen.