Feedback

Zoekresultaat - inzien document

ECLI:NL:RBSGR:2008:BD7221

Instantie
Rechtbank 's-Gravenhage
Datum uitspraak
01-07-2008
Datum publicatie
15-07-2008
Zaaknummer
AWB 08/22364
Rechtsgebieden
Vreemdelingenrecht
Bijzondere kenmerken
Eerste aanleg - enkelvoudig
Inhoudsindicatie

Schending van goede procesorde bij ondanks toezegging niet aanvoeren van in bewaring gestelde vreemdeling

Eiser is in bewaring gesteld op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 en heeft beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel. Eiser is niet naar de rechtbank getransporteerd. Verweerder had de dag voor de zitting telefonisch aan de rechtbank toegezegd dat eiser wel zou worden aangevoerd. Omdat eiser niet is getransporteerd naar de rechtbank en hij de avond van de zittingsdag om 21:00 uur zou worden uitgezet, is hem feitelijk de kans ontnomen om ter zitting te verschijnen en gehoord te worden. De rechtbank acht dit een dusdanige schending van de goede procesorde, welke schending voor de verantwoordelijkheid van verweerder komt die zorg dient te dragen voor het transport van eiser, dat dit de bewaring onrechtmatig maakt.

Vindplaatsen
Rechtspraak.nl
Verrijkte uitspraak

Uitspraak

Rechtbank 's-Gravenhage

zittinghoudende te Amsterdam

enkelvoudige kamer vreemdelingenzaken

Uitspraak

op grond van artikel 8:70 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb)

jo artikel 94 en artikel 106 van de Vreemdelingenwet 2000 (Vw 2000)

reg. nr.: AWB 08/22364

V-nr.: [..]

inzake : [eiser], geboren op [geboortedatum], van (gestelde) Indonesische nationaliteit, verblijvende in Detentiecentrum Oude Meer, eiser,

gemachtigde: mr. M.H.K. van Middelkoop, advocaat te Haarlem,

tegen: de Staatssecretaris van Justitie, verweerder,

gemachtigde: mr. T. Nauta, ambtenaar bij de Immigratie- en Naturalisatiedienst van het Ministerie van Justitie.

I. ONTSTAAN EN LOOP VAN HET GEDING

Op 20 juni 2008 is eiser op grond van artikel 59, eerste lid, aanhef en onder a, van de Vw 2000 in bewaring gesteld.

Bij beroepschrift van 23 juni 2008 heeft eiser beroep ingesteld tegen het besluit van verweerder tot oplegging van de vrijheidsontnemende maatregel.

Ingevolge artikel 94, eerste lid, van de Vw 2000 strekt het beroep tevens tot een verzoek om toekenning van schadevergoeding.

Het beroep is behandeld ter openbare zitting van 1 juli 2008. Eiser is aldaar niet in persoon verschenen, vertegenwoordigd door de kantoorgenote van zijn gemachtigde, mr. B.J.P.M. Ficq. Verweerder heeft zich doen vertegenwoordigen door zijn voornoemde gemachtigde. De rechtbank heeft het onderzoek ter zitting gesloten.

II. OVERWEGINGEN

Eiser heeft het volgende - zakelijk weergegeven - aangevoerd.

Eiser is ten onrechte niet naar de rechtbank getransporteerd om aanwezig te zijn ter zitting. Verweerder is hiervoor verantwoordelijk. Het horen van eiser wordt hierdoor onmogelijk gemaakt, terwijl het horen wettelijk is voorgeschreven. Dat eiser vanavond wordt uitgezet, is geen reden om af te zien van de hoorplicht.

Verweerder werd door de Arbeidsinspectie telefonisch geïnformeerd over eiser, onduidelijk is op welke grond eiser is vastgehouden ter plaatse in afwachting van de Vreemdelingenpolitie. Ook is niet helder op welk moment het vreemdelingentraject is ingegaan.

Verweerder heeft het volgende - zakelijk weergegeven - aangevoerd.

Het is erg vervelend dat eiser niet is aangevoerd. Het was wel de bedoeling dat hij zou worden aangevoerd. Het Bureau Capaciteit en Logistiek heeft het transport naar de rechtbank geannuleerd in verband met de uitzetting vanavond. De rechtbank zou de zaak kunnen aanhouden tot uiterlijk de veertiende dag wat betekent dat er nog een ruimte is van drie dagen. Het gebeurt vaker dat een vreemdeling in afwachting van zijn beroep wordt uitgezet. Verweerder heeft daarom niet de hoorplicht geschonden.

De controle door de Arbeidsinspectie en de Belastingdienst is geen vreemdelingrechtelijk traject en staat niet ter toetsing van de vreemdelingenrechter. Voorts is niet gebleken dat eiser tegen zijn wil is vastgehouden in afwachting van de komst van de vreemdelingenpolitie.

De rechtbank overweegt het volgende.

De rechtbank constateert dat eiser niet naar de rechtbank is getransporteerd, ondanks de gisteren gedane telefonische toezegging van verweerder dat dit wel zou gebeuren. Omdat eiser niet is getransporteerd naar de rechtbank en hij vanavond zal worden uitgezet, is hem feitelijk de kans ontnomen om ter zitting te verschijnen en gehoord te worden. De rechtbank acht dit een dusdanige schending van de goede procesorde, welke schending voor de verantwoordelijkheid van verweerder komt die zorg dient te dragen voor het transport van eiser, dat dit de bewaring onrechtmatig maakt.

Derhalve wordt het beroep gegrond verklaard en wordt de opheffing van de bewaring bevolen, ingaande 1 juli 2008.

De rechtbank ziet in het vorenstaande geen aanleiding eiser ten laste van de Staat der Nederlanden een vergoeding als bedoeld in artikel 106 van de Vw 2000 toe te kennen.

Gelet op het voorgaande is er aanleiding om verweerder als in het ongelijk gestelde partij te veroordelen in de kosten die eiser in verband met de behandeling van het beroep bij de rechtbank redelijkerwijs heeft moeten maken. Deze kosten zijn op de voet van het bepaalde in het Besluit proceskosten bestuursrecht vastgesteld op € 644,-- als kosten van verleende rechtsbijstand (1 punt voor het beroepschrift, 1 punt voor het verschijnen ter zitting; waarde per punt € 322,--, wegingsfactor 1).

III. BESLISSING

De rechtbank

- verklaart het beroep gegrond;

- beveelt dat de bewaring ingaande 1 juli 2008 wordt opgeheven;

- ziet geen aanleiding om de Staat der Nederlanden te veroordelen tot vergoeding van de schade;

- veroordeelt verweerder in de proceskosten van eiser tot een bedrag groot € 644,-- (zegge: zeshonderd vierenveertig euro), te betalen door de Staat der Nederlanden aan de griffier van deze rechtbank.

Deze uitspraak is gedaan op 1 juli 2008 door mr. G.S. Crince Le Roy, voorzitter, in tegenwoordigheid van mr. drs. A.L. Braam, griffier, en bekendgemaakt door verzending aan partijen op de hieronder vermelde datum.

Afschrift verzonden op:

Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open op de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (adres: Raad van State, Afdeling bestuursrechtspraak, Hoger beroep vreemdelingenzaken, Postbus 16113, 2500 BC 's-Gravenhage). De termijn voor het instellen van hoger beroep bedraagt één week. Naast de vereisten waaraan het beroepschrift moet voldoen op grond van artikel 6:5 van de Awb (zoals het overleggen van een afschrift van deze uitspraak) dient het beroepschrift ingevolge artikel 85, eerste lid, van de Vw 2000 een of meer grieven te bevatten. Artikel 6:6 van de Awb (herstel verzuim) is niet van toepassing.